GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Ook bekend als SpUk SLA, SPUK SLA

Wat is de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord?

De Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord (SpUk SLA) is een bijdrage van het Rijk aan gemeenten en provincies voor projecten die de lucht schoner maken en gezondheidswinst opleveren. De regeling is alleen bedoeld voor overheden die het Schone Lucht Akkoord hebben ondertekend, niet voor bedrijven of particulieren.

Deze ronde is inmiddels gesloten: je kon aanvragen tussen 3 februari 2025 en 19 september 2025. Er was in totaal € 8.500.000 beschikbaar, verdeeld over twee potjes: € 5 miljoen voor emissieverlagende, pilot- en overige projecten en € 3,5 miljoen voor de Inruilregeling brom- en snorfiets. Het eerste potje was overtekend en werd op volgorde van binnenkomst verdeeld, het tweede niet.

Je kiest zelf onder welke van de vier categorieën je project valt: emissieverlagende projecten, pilotprojecten, inruilprojecten (brom- en snorfietsen, alleen voor gemeenten) of overige projecten (innovatie, kennisontwikkeling, communicatie). Per categorie gelden andere maxima en vergoedingspercentages: 50% van de kosten voor emissieverlagend, pilot en overig, en 67% voor inruilprojecten. Je vraagt aan met eHerkenning, samen met een begroting en (bij samenwerking) een gekozen penvoerder. Na toekenning krijg je 80% als voorschot en de rest na vaststelling. Verantwoording verloopt via SiSa en een verplicht verantwoordingsformulier.

Wie komt in aanmerking voor de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord?

Deze regeling staat alleen open voor gemeenten en provincies die het Schone Lucht Akkoord (SLA) hebben ondertekend. Heb je dat niet gedaan, dan val je af, ook als je project verder perfect zou passen. Aansluiten bij het SLA kan via Schoneluchtakkoord.nl, ook als je in eerdere rondes al meedeed.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een gemeente of provincie
Je rechtsvorm is Overheid
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Harde eisen waar je op afvalt:

  • Geen ondertekenaar van het SLA. Bedrijven, particulieren en niet-deelnemende gemeenten of provincies komen niet in aanmerking.
  • Omgevingsdiensten kunnen niet zelf aanvragen. Alleen de gemeente of provincie zelf is aanvrager; een omgevingsdienst mag wel als uitvoerder worden ingeschakeld.
  • Voor inruilprojecten (brom- en snorfietsen) komen alleen gemeenten in aanmerking, geen provincies. Dit om dubbeling te voorkomen en omdat gemeenten dichter bij inwoners met een laag inkomen staan.
  • Per gemeente mag maar één aanvraag voor een inruilproject worden ingediend.
  • De totale in aanmerking komende kosten van het project zijn minimaal € 25.000. Kleinere projecten vallen buiten de regeling.
  • Alleen kosten die je na 1 januari 2025 maakt komen in aanmerking (uitzondering: voor kosten van vooronderzoek en aanvraagvoorbereiding mag je al terugkijken tot 1 januari 2023, zoals blijkt uit de veelgestelde vragen).
  • Aanvullende financiering mag niet van een andere Europese, nationale, provinciale of gemeentelijke overheid komen. Heeft je project al een andere specifieke uitkering of subsidie van een van deze overheden ontvangen, dan komt het niet in aanmerking. Bijdragen van private partijen of van buurgemeenten (niet in de vorm van subsidie) mogen wel.
  • Loonkosten van eigen personeel (vast of tijdelijk) komen niet in aanmerking en mogen ook niet als cofinanciering worden ingezet. Alleen externe kosten die in de SiSa-verantwoording passen, komen in aanmerking.
  • Het budget was op 19 september 2025 op of de aanvraagperiode gesloten. Voor deze ronde kun je dus niet meer aanvragen; het loket staat vermeld als "gesloten voor aanvragen".

Voor pilotprojecten geldt een extra voorwaarde: je project moet genoemd staan in de uitvoeringsagenda (voor 2024 in bijlage 1 daarvan) als deelnemer aan een specifieke pilot, of het gaat om een pilot met open inschrijving waarvoor alle SLA-deelnemers mogen aanvragen. Sta je niet in de uitvoeringsagenda en is er geen open inschrijving, dan valt je pilotidee af voor deze categorie (het kan mogelijk wel als overig project).

Voor inruilprojecten geldt bovendien dat de sloop en aanschaf van de brom- of snorfiets moet gebeuren bij een RDW-erkend bedrijf en dat de deelnemer aan de gemeentelijke regeling inwoner van de gemeente moet zijn en al vóór publicatie van de regeling eigenaar was van het te slopen voertuig.

Er is geen aparte rechtsvorm-eis voor samenwerkingsverbanden: je mag met andere gemeenten of provincies samen aanvragen, met een zelfgekozen penvoerder, en de samenstelling van die groep mag per aanvraag wisselen.

Waarvoor krijg je subsidie?

Welke kosten in aanmerking komen, hangt af van de categorie waarin je project valt, maar de regeling noemt een vaste lijst kostensoorten die voor emissieverlagende, pilot- en overige projecten gelden. Voor inruilprojecten geldt een net iets andere, maar overlappende lijst.

Kostensoorten voor emissieverlagende, pilot- en overige projecten

  • Voorbereidingskosten, aankoopkosten en begeleidingskosten: kosten om het project op te zetten, aan te schaffen en te begeleiden.
  • Bouwkosten: kosten voor de daadwerkelijke uitvoering of aanleg.
  • Kosten voor startmetingen en monitoring: bijvoorbeeld nulmetingen om de uitgangssituatie vast te leggen en metingen tijdens en na het project.
  • Kosten voor ontwikkelen en testen van innovatieve maatregelen: van toepassing bij overige projecten in de subcategorie innovatie.
  • Kosten voor communicatie- of participatie-activiteiten: bijvoorbeeld voor het informeren of betrekken van bewoners en bedrijven.
  • Kosten voor kennisontwikkeling, advies en training: onderzoek, adviesrapporten of het trainen van bijvoorbeeld bevoegd gezag en omgevingsdiensten.
  • Juridische kosten.
  • Kosten ten behoeve van gedragsbeïnvloeding: hoort bij sociale maatregelen gericht op blijvende gedragsverandering.
  • Onderzoeks- en ontwikkelingskosten.

Bij emissieverlagende projecten geldt daarbovenop een verdelingsregel: minstens 70% van de kosten moet gaan naar technische, sociale of juridische maatregelen die daadwerkelijk emissies verlagen (van NOx, PM10, PM2,5, NH3 of SO2). De overige 30% mag je besteden aan bijvoorbeeld vooronderzoek, metingen of communicatie, en ook aan maatregelen die tegelijk geuroverlast of CO2-uitstoot verminderen. Dat laatste is geen probleem, zolang de hoofdfocus op de genoemde luchtvervuilende stoffen ligt. Geur- en CO2-reductie zelf zijn geen doel van de SpUk SLA en worden niet apart vergoed.

Voor pilotprojecten en overige projecten (innovatie, kennisontwikkeling, communicatie) gelden dezelfde kostensoorten, zonder de 70%-verdelingsregel.

Kostensoorten voor inruilprojecten brom- en snorfiets

Hier komen dezelfde soorten kosten in aanmerking, met als kern de sloop- en aanschafsubsidie: het bedrag dat je als gemeente aan inwoners uitkeert bij het inruilen van een fossiele voor een elektrische brom- of snorfiets. Dit valt onder de kostensoort "kosten ten behoeve van gedragsbeïnvloeding". Verder onder meer:

  • voorbereidingskosten, aankoopkosten en begeleidingskosten;
  • bouwkosten;
  • kosten voor kennisontwikkeling, advies en training;
  • kosten voor ontwikkelen en testen van innovatieve maatregelen;
  • kosten voor communicatie- of participatie-activiteiten;
  • kosten voor startmetingen en monitoring;
  • juridische kosten;
  • onderzoeks- en ontwikkelingskosten.

Wat je nooit kunt opvoeren

  • Loonkosten van eigen personeel (vast of tijdelijk dienstverband) komen niet in aanmerking. Dit geldt voor alle categorieën, ook omdat deze kosten al uit het Gemeentefonds worden bekostigd.
  • Btw die je kunt verrekenen via het BTW-compensatiefonds komt niet in aanmerking voor vergoeding via de SpUk SLA. Je moet deze btw waar mogelijk zelf verrekenen met dat fonds; de uitkering is exclusief deze btw.
  • Kosten die al met een andere Europese, nationale, provinciale of gemeentelijke subsidie of specifieke uitkering zijn gedekt, komen niet in aanmerking; dubbele financiering is niet toegestaan.

Wanneer kosten mogen zijn gemaakt

Kosten na 1 januari 2025 komen in aanmerking voor de uitvoering van het project zelf. Voor kosten die specifiek voor de aanvraag zijn gemaakt (zoals vooronderzoek), mag je al terugkijken tot 1 januari 2023; je project starten voordat je een verleningsbrief hebt ontvangen is dus mogelijk, maar dan zonder garantie dat de uitkering ook echt wordt toegekend.

Bij de aanvraag lever je altijd een begroting aan met een specificatie van de kosten per kostensoort, zoals bedoeld in artikel 6 van de regeling SpUk SLA.

Hoeveel subsidie krijg je?

Het bedrag dat je krijgt, hangt af van de categorie van je project en van het aantal aanvragen dat binnenkwam voor het beschikbare budget.

Maximale uitkering per aanvrager in 2025: in totaal maximaal € 700.000 voor emissieverlagende, pilot- en overige projecten samen (je mag hiervoor meerdere aanvragen indienen). Voor de Inruilregeling brom- en snorfiets is het maximum € 500.000 per gemeente, en je mag hiervoor maar één aanvraag indienen.

Maximale uitkering per project, afhankelijk van de categorie:

  • Emissieverlagende projecten: maximaal € 500.000.
  • Pilotprojecten: maximaal € 500.000.
  • Overige projecten: maximaal € 100.000.
  • Inruilprojecten brom- en snorfiets: € 1,50 per inwoner van de gemeente, met een opslag van € 25.000 voor gemeenten tot 100.000 inwoners (als tegemoetkoming voor de vaste opstartkosten van een inruilregeling), en een maximum van € 500.000 in totaal.

Vergoedingspercentage van de kosten

  • 50% van de in aanmerking komende kosten bij emissieverlagende, pilot- en overige projecten. De overige 50% betaal je zelf of financier je op een andere manier, mits die aanvullende financiering niet van een Europese, nationale, provinciale of gemeentelijke overheid komt (behalve van jezelf).
  • 67% van de in aanmerking komende kosten bij inruilprojecten brom- en snorfietsen (de rest, één derde, betaalt de gemeente zelf). Concreet betekent dit dat bij een aanschafsubsidie van maximaal € 1.200 per elektrische brom- of snorfiets de rijksbijdrage maximaal € 800 per voertuig is; de gemeente kan er ook voor kiezen een lager bedrag per voertuig of aan minder voertuigen te vergoeden, om ruimte te houden voor uitvoeringskosten.

Ondergrens: de totale in aanmerking komende kosten van een project moeten minimaal € 25.000 zijn. Onder dat bedrag komt een project niet in aanmerking, ongeacht de categorie.

Wat het bedrag beïnvloedt: voor emissieverlagende, pilot- en overige projecten gold in 2025 dat het budget van € 5 miljoen overtekend was (er werd € 6.264.113 aangevraagd). Aanvragen werden op volgorde van binnenkomst behandeld, dus wie later indiende, liep het risico buiten het budget te vallen, ook al voldeed het project aan alle voorwaarden. Voor inruilprojecten was het budget van € 3,5 miljoen niet overtekend (€ 1.929.441 aangevraagd), dus daar speelde die volgorde geen rol.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20253 feb 202519 sep 2025€ 8,5 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord?

Hier val je op af

Je gemeente of provincie heeft het Schone Lucht Akkoord niet ondertekend.
Voor inruilprojecten: je bent een provincie in plaats van een gemeente, of je gemeente dient een tweede aanvraag voor dit type project in.
De totale in aanmerking komende kosten van het project zijn lager dan € 25.000.
Er is al andere financiering vanuit Europa, het Rijk, een provincie of gemeente (anders dan van de aanvrager zelf) voor dit project.
De aanvraag komt binnen na 19 september 2025, 17:00 uur, of buiten de daarvoor openstaande periode (deze ronde: vanaf 3 februari 2025, 09:00 uur).
Het budget van de betreffende categorie is op het moment dat jouw aanvraag wordt behandeld al uitgeput (bij emissieverlagend/pilot/overig gold verdeling op volgorde van binnenkomst).

Wat je moet doen na toekenning

  • Startverplichting: het project moet starten binnen 6 maanden na de toekenningsbrief.
  • Einddatum: het project moet afgerond zijn binnen 3 kalenderjaren na het jaar waarin de uitkering is verleend.
  • Melden van wijzigingen: je moet RVO laten weten als het project niet op tijd start, niet (helemaal) op tijd af is, je kennis of adviesproducten niet op tijd kunt delen, of als er andere belangrijke omstandigheden zijn. Dit kan via een wijzigingsverzoek in het RVO-portaal (eHerkenning, minimaal niveau 2+ met machtiging RVO-diensten) of via e-mail naar spuksla@rvo.nl. Wijzigingen kunnen leiden tot aanpassing of intrekking van de uitkering.
  • Kennisdeling: je deelt je ervaringen, resultaten en ontwikkelde kennis, advies en trainingen met de andere SLA-partijen. Dit is een verplichte voorwaarde voor de uitkering.
  • Verplicht verantwoordingsformulier: je vult het SPUK SLA verantwoordingsformulier (Word-document) in en stuurt dit binnen 3 maanden na afronding van het project naar spuksla@rvo.nl. Vanaf 2026 wordt hierin ook een openbare samenvatting van het project gevraagd, die RVO openbaar maakt voor alle geïnteresseerden.
  • SiSa-verantwoording: je verantwoordt de besteding en uitvoering jaarlijks via de SiSa-systematiek (single information, single audit), onder indicatornummer E53. Neem hiervoor contact op met de SiSa-coördinator van je eigen gemeente of provincie. Bij een eindverantwoording via SiSa vul je ook het aparte 'verantwoordingsformulier projecten' in.
  • Btw-verrekening: je verrekent btw waar mogelijk met het BTW-compensatiefonds; deze btw komt niet in aanmerking voor vergoeding via de SpUk SLA.
  • Opname in uitvoeringsplan: voor inruilprojecten geldt specifiek dat de aanvraag vergezeld gaat van een verklaring dat het project is opgenomen (of bij toekenning wordt opgenomen) in het decentrale uitvoeringsplan van de gemeente.
  • GGD betrekken: als het project de gezondheid van burgers raakt, moet je contact opnemen met de GGD; bij twijfel kun je de afdeling Milieu en Gezondheid van de GGD raadplegen of mailen naar spuksla@rvo.nl.

Beoordeling

In plaats daarvan geldt: de minister verdeelt het bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Voldoet je aanvraag aan alle voorwaarden en is er nog budget in de betreffende categorie, dan krijg je de uitkering. Is het budget van je categorie op, dan val je buiten de boot, ook als je aanvraag verder compleet en correct was.

Voor pilotprojecten geldt een aparte toets: je project moet passen bij een pilot uit de uitvoeringsagenda waarin je als deelnemer genoemd staat, of het moet een pilot met open inschrijving zijn.

Voor emissieverlagende projecten geldt de eis dat minstens 70% van de kosten aan daadwerkelijke emissieverlaging wordt besteed; dit wordt getoetst aan de begroting die je meestuurt.

Hoe vraag je de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord aan?

De aanvraagperiode voor deze ronde liep van maandag 3 februari 2025, 09:00 uur tot vrijdag 19 september 2025, 17:00 uur. Het loket is nu gesloten; onderstaande stappen golden voor deze ronde.

Stap 1: Bepaal je categorie en, bij samenwerking, je penvoerder

Voordat je aanvraagt, bepaal je onder welke van de vier categorieën je project valt: emissieverlagend, pilot, inruil (alleen gemeenten) of overig. Werk je met andere gemeenten of provincies samen, dan kies je samen een penvoerder. Deze penvoerder doet de aanvraag, verzorgt de communicatie en ontvangt en verdeelt namens de samenwerking de uitkering. De samenstelling van de samenwerkende groep mag per aanvraag wisselen.

Stap 2: Overleg eventueel met de GGD of RVO

Raakt het project de gezondheid van burgers, dan neem je contact op met de plaatselijke GGD (afdeling Milieu en Gezondheid). Bij twijfel over de categorie-indeling of een concreet projectidee kun je ook mailen naar spuksla@rvo.nl, of bij pilotprojecten je aanspreekpunt bij het ministerie van IenW raadplegen.

Stap 3: Stel de aanvraag samen

Per aanvraag vul je maar één project in; wil je meerdere projecten indienen (mag voor emissieverlagend, pilot en overig), dan doe je dat via afzonderlijke aanvragen. Verplicht bij te voegen document:

  • Begroting: een specificatie van de kosten per kostensoort zoals bedoeld in artikel 6 van de regeling SpUk SLA.
  • Voor inruilprojecten: een verklaring dat het project is opgenomen (of bij toekenning wordt opgenomen) in het decentrale uitvoeringsplan van de gemeente.

Stap 4: Log in en dien in

Je logt in met eHerkenning, minimaal niveau 2+ met machtiging voor RVO-diensten op niveau 2+. Via "Aanvraag beheren" op de loketpagina dien je de aanvraag in vóór de sluitingstijd van 19 september 2025, 17:00 uur.

Stap 5: Wacht op de beslissing

De minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag, met de mogelijkheid dit één keer te verlengen met maximaal 13 weken. Aanvragen voor emissieverlagend, pilot en overig worden op volgorde van binnenkomst tegen het budget afgezet; voor inruilprojecten speelde die volgorde in 2025 geen rol omdat het budget niet overtekend was.

Tijdens de looptijd: wijzigingen melden

Verandert er iets aan het project (vertraging bij start, niet op tijd af, kennis niet op tijd deelbaar, andere belangrijke omstandigheden), dan meld je dit via "Indienen wijzigingsverzoek" bij de betreffende zaak na inloggen met eHerkenning, of per e-mail naar spuksla@rvo.nl.

Na afronding: verantwoording

Binnen 3 maanden na afronding van het project stuur je het ingevulde SPUK SLA verantwoordingsformulier (Word-document) naar spuksla@rvo.nl. Dit formulier bevat onder meer een projectsamenvatting, behaalde resultaten, benodigde middelen, ervaringen en (vanaf 2026) een openbare samenvatting. Daarnaast verantwoord je de besteding jaarlijks via de SiSa-systematiek in de jaarrekening van je gemeente of provincie, onder indicatornummer E53; hierbij is de SiSa-coördinator van je eigen organisatie je aanspreekpunt. Geef je in SiSa aan dat het om de eindverantwoording gaat, dan start het vaststellingsproces en vul je ook het 'verantwoordingsformulier projecten' in.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 3 documenten bij deze regeling, waarvan er 1 verplicht is bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

  • SPUK SLA verantwoordingsformulier Word document | 43.68 KB
    Word · 1 paginaVerplicht

    Het verplichte verantwoordingsformulier waarmee je binnen 3 maanden na afronding van je project de ervaringen, resultaten en kennis deelt met de andere SLA-partijen, te mailen naar spuksla@rvo.nl.

    Download
  • uitvoeringsagenda-sla-2024-2030
    PDF · 48 pagina'sAanbevolen

    De uitvoeringsagenda van het Schone Lucht Akkoord 2024-2030 met daarin de pilotbeschrijvingen (bijlage 1), die je nodig hebt om te bepalen of je project als pilotproject in aanmerking komt en om cofinanciering hiervoor aan te vragen.

    Download
  • Handreiking-inruilregeling-brom-en-snorfietsen
    PDF · 6 pagina'sAanbevolen

    Een handreiking met achtergrond en voorbeeldregelingen voor gemeenten die een inruilproject voor brom- en snorfietsen willen opzetten en indienen bij de SpUk SLA.

    Download

Veelgestelde vragen over de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord

Wie komen in aanmerking voor de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord?

Alleen provincies en gemeenten die het Schone Lucht Akkoord hebben ondertekend, komen in aanmerking. Voor de Inruilregeling brom- en snorfiets komen alleen gemeentelijke projecten in aanmerking.

Kan ik meedoen als ik in eerdere rondes al heeft aangevraagd?

Ja, u mag ook meedoen als u in eerdere rondes al heeft aangevraagd.

Kan ik samen met andere gemeenten of provincies een aanvraag indienen?

Ja, u kunt samenwerken en samen een aanvraag indienen. De samenstelling van de groep waarmee u aanvraagt mag per keer wisselen. U kiest zelf een penvoerder die de aanvraag doet, voor de communicatie zorgt en namens de samenwerking de uitkering ontvangt en verdeelt.

Onder welke categorieën kan ik mijn project indienen?

U dient elk project in onder één van de 4 categorieën: emissieverlagende projecten, pilotprojecten, inruilprojecten volgens de Inruilregeling brom- en snorfiets, of overige projecten.

Wat zijn emissieverlagende projecten?

Emissieverlagende projecten zijn gericht op een directe en structurele verlaging van stikstofoxiden (NOx), fijn stof (PM10 en PM2,5), ammoniak (NH3) en zwaveldioxide (SO2), waarbij het gaat om het voorkomen van emissie en niet om afvangen of filteren. Minstens 70% van de kosten moet zijn voor technische, sociale of juridische maatregelen gericht op emissieverlaging.

Wat is een inruilproject voor brom- en snorfietsen?

Inruilprojecten zijn gemeentelijke inruilregelingen voor brom- en snorfietsen, gericht op inwoners met een laag inkomen. De sloop en aanschaf moet gebeuren bij een RDW-erkend bedrijf, de deelnemer moet inwoner zijn van de gemeente en tenaamgestelde van het te slopen voertuig, de gemeente bepaalt de inkomensgrens en mag per voertuig een eenmalige subsidie van € 1200 geven.

Wat valt onder overige projecten?

Overige projecten zijn innovatieve maatregelen (nieuwe technieken of sociale innovaties gericht op luchtkwaliteit), kennisontwikkeling, advies en training, en communicatie- of participatieactiviteiten.

Hoeveel budget was er beschikbaar en hoeveel is aangevraagd in 2025?

Voor emissieverlagende, pilot- en overige projecten was € 5 miljoen beschikbaar en is € 6.264.113 aangevraagd. Voor inruilprojecten was € 3,5 miljoen beschikbaar en is € 1.929.441 aangevraagd.

Hoeveel uitkering kan ik maximaal krijgen?

U ontvangt in totaal maximaal € 700.000 in 2025 voor emissieverlagende, pilot- en overige projecten. Bij de Inruilregeling brom- en snorfiets is het maximum € 500.000. Per project geldt: emissieverlagend maximaal € 500.000, pilotprojecten maximaal € 500.000, overige projecten maximaal € 100.000, en inruilprojecten € 1,50 per inwoner (met een opslag van € 25.000 voor gemeenten tot 100.000 inwoners).

Hoeveel procent van de kosten wordt uitgekeerd?

Bij emissieverlagende, pilot- en overige projecten bedraagt de uitkering 50% van de kosten. Bij inruilprojecten brom- en snorfietsen krijgt u 66,67% van de kosten uitgekeerd. De rest betaalt u zelf of via andere financiering.

Mag ik aanvullende financiering krijgen van andere overheden?

Nee, aanvullende financiering mag niet van Europese, nationale, provinciale of gemeentelijke overheden komen, anders dan van u zelf.

Wat is de minimale projectomvang om in aanmerking te komen?

De totale in aanmerking komende kosten van het project zijn ten minste € 25.000.

Welke kosten komen in aanmerking voor de uitkering?

Kosten die na 1 januari 2025 zijn gemaakt komen in aanmerking, waaronder voorbereidingskosten, aankoopkosten, begeleidingskosten, bouwkosten, kosten voor startmetingen en monitoring, kosten voor ontwikkelen en testen van innovatieve maatregelen, communicatie- of participatiekosten, kosten voor kennisontwikkeling, advies en training, juridische kosten, kosten voor gedragsbeïnvloeding, onderzoeks- en ontwikkelingskosten en een sloop- en aanschafsubsidie.

Wanneer moet mijn project starten en afgerond zijn?

Het project moet starten binnen 6 maanden nadat u bericht krijgt dat de uitkering is toegekend. Uw project moet afgerond zijn binnen 3 kalenderjaren na het jaar dat de uitkering wordt verleend.

Hoe lang duurt het voordat ik een besluit krijg op mijn aanvraag?

De minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan één keer met maximaal 13 weken worden verlengd.

Krijg ik een voorschot op de uitkering?

Ja, u krijgt 80% als voorschot. De andere 20% krijgt u na vaststelling.

Hoe moet ik de uitkering verantwoorden?

De verantwoording over de besteding en uitvoering verloopt jaarlijks via de SiSa-systematiek (single information, single audit). De SiSa-coördinator van uw gemeente of provincie kan u meer informatie geven.

Wat moet ik doen als mijn project vertraging oploopt of niet doorgaat zoals gepland?

U moet RVO laten weten als het project niet op tijd start, niet (helemaal) op tijd af is, u uw kennis, ervaring of adviesproducten niet (op tijd) kunt delen, of als u weet van andere belangrijke omstandigheden. Dit kan tot een wijziging of intrekking van de uitkering leiden. U logt in met eHerkenning (minimaal niveau 2+) en kiest voor 'Indienen wijzigingsverzoek', of u mailt naar spuksla@rvo.nl.

Moet ik mijn kennis en resultaten delen met andere partijen?

Ja, het is een eis voor de uitkering dat u uw ervaringen, resultaten en ontwikkelde kennis, advies en training deelt met andere SLA-partijen. Vanaf 2026 wordt ook een korte samenvatting van uw project gevraagd, die openbaar wordt gemaakt. U levert het verplichte formulier binnen 3 maanden na afronding van het project aan via e-mail naar spuksla@rvo.nl.

Kan ik loonkosten van eigen medewerkers als cofinanciering inzetten?

Nee, loonkosten van personeel in dienst van de aanvragers komen niet in aanmerking, ook niet als cofinanciering. Dit geldt voor alle dienstverbanden, zowel vast als tijdelijk. Bijdragen van private partijen of van buurgemeenten (niet in de vorm van subsidie of specifieke uitkering) mag u wel inzetten.

Worden geur en CO2-emissies meegenomen in de rekentool en de SPUK SLA?

Nee, de SPUK SLA is alleen gericht op NOx, fijn stof (PM10 en PM2,5), ammoniak (NH3) en zwaveldioxide (SO2). Vermindering van geuroverlast of CO2-uitstoot is geen beperking voor de SPUK SLA, maar valt buiten de verplichte 70% emissieverlagende kosten.

Komen kosten voor vooronderzoek in aanmerking?

Ja, kosten voor onderzoek kunnen als voorbereidingskosten worden opgevoerd of als kennisontwikkeling, advies en training onder overige projecten worden ingediend. U kunt kosten opvoeren die zijn gemaakt vanaf 1 januari 2023 voor de aanvraag, en u kunt uw project al starten voordat u een verleningsbrief heeft ontvangen, al is toekenning dan niet gegarandeerd.

Kan een omgevingsdienst zelf een aanvraag indienen voor de SpUk SLA?

Nee, alleen provincies en gemeenten die deelnemen aan het SLA komen in aanmerking. De ontvanger mag wel activiteiten laten uitvoeren door derde partijen zoals omgevingsdiensten, of deze laten trainen of opleiden.

Hoe wordt btw behandeld binnen de SPUK SLA?

Als u recht heeft op een bijdrage uit het btw-compensatiefonds, komt de btw niet in aanmerking voor vergoeding via de SPUK SLA. De specifieke uitkering is exclusief de btw over kosten die in aanmerking komen voor compensatie uit dat fonds. Bij de aanvraag levert u een begroting aan waarin ook de kosten voor btw-compensatie staan.

Hoeveel mag een gemeente per brom- of snorfiets aan subsidie geven bij een inruilregeling?

De gemeente mag per brommer of snorfiets een eenmalige subsidie van maximaal € 1200 geven. De maximale rijksbijdrage hierop is twee derde van € 1200, dus € 800.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.