GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Ook bekend als Categorie 2

Wat is de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2?

Deze subsidie is voor agrariërs in veenweidegebieden die de grondwaterstand willen verhogen en eventueel hun melkveehouderij willen extensiveren. Je vraagt aan met een samenwerkingsverband: minimaal twee partijen, waaronder altijd minstens één agrariër. Overheden mogen niet meedoen.

Je krijgt subsidie voor vier onderdelen: geringe drooglegging op grasland, de aanschaf en plaatsing van een waterinfiltratiesysteem of digitale grondwaterpeilbuizen, het onderhoud daarvan, en (optioneel) het extensiveren van je melkveehouderij door minder stikstof te produceren en te bemesten. De bedragen lopen op naarmate je meer bereikt: van € 545 per hectare per jaar bij 40 centimeter drooglegging tot € 1.355 per hectare bij 20 centimeter, en bij extensivering tot € 2.430 per hectare per bedrijf per jaar. Daarnaast krijg je 100% van de subsidiabele kosten vergoed voor het opstellen van plannen, communicatie, rapportages en de uitvoering van de maatregelen zelf.

Het budget is € 39.000.000. De regeling is open van 22 april 2026 tot 8 juni 2026 (17.00 uur), en het minimale aanvraagbedrag is € 125.000. Je vraagt aan via Mijn RVO, waarbij je onder andere een projectplan, begroting, samenwerkingsovereenkomst en een SOMERS-berekening van de CO2-uitstoot aanlevert. Een onafhankelijke beoordelingscommissie rangschikt de aanvragen op punten; wie het hoogst scoort, komt als eerste in aanmerking als het budget niet voor iedereen toereikend is. Het project loopt tot uiterlijk 31 december 2028.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2?

Je komt alleen in aanmerking als je meedoet in een samenwerkingsverband. Dat betekent minimaal twee partijen, waarbij altijd minstens één agrariër aanwezig moet zijn. Overheden mogen geen deelnemer zijn. Een eventuele niet-landbouwpartij in het verband moet een kleine, middelgrote of micro-onderneming zijn.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een samenwerkingsverband
Uitgesloten: Overheid
Deze rechtsvormen komen niet in aanmerking.
Je sector valt onder SBI 0141, 0142
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Verder gelden deze harde eisen:

  • Ligging: minimaal 50% van de percelen van het samenwerkingsverband ligt binnen een veenweidegebied. Dat gebied is beperkt tot de provincies Fryslân, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland, en tot specifieke gemeenten in Groningen (Groningen, Midden-Groningen, Westerkwartier) en Overijssel (Kampen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle). Percelen buiten deze gebieden tellen niet mee.
  • Omvang: de percelen van het samenwerkingsverband zijn samen minimaal 200 hectare groot. Zit je hier net boven en valt een deelnemer later af, dan kom je alsnog onder de grens en voldoe je niet meer.
  • Nieuw karakter: het moet gaan om een nieuw samenwerkingsverband, of om nieuwe activiteiten binnen een bestaand samenwerkingsverband.
  • Veengrond: je project moet voor minimaal 90% op veengrond liggen.
  • Gewassoort: alleen grasland met gewascodes 265, 266 en 331 komt in aanmerking. Ander landbouwareaal telt niet mee.
  • CO2-uitstoot: aan het eind van het project is de gemiddelde CO2-uitstoot per hectare per jaar voor het samenwerkingsverband maximaal 10 ton. Zit je nu al onder die 10 ton, dan moet je toch nog minstens 5% reduceren. Zit je erboven, dan moet je minstens 10% reduceren. Wie geen enkele stap zet, valt af.
  • Startmoment en einddatum: het project start uiterlijk 2 maanden na de subsidieverlening en stopt uiterlijk op 31 december 2028.
  • Minimumbedrag: het minimale aanvraagbedrag is € 125.000. Kom je daar met je begroting niet aan, dan is de regeling niet voor jou.

Wil je meedoen met extensivering van de melkveehouderij? Dan gelden extra knock-outeisen voor dat bedrijf: minimaal 80% grasland op het landbouwareaal, minimaal 70% van de stikstofdierexcretie van melk- en kalfkoeien, een gemiddelde stikstofdierexcretie van minimaal 50 kg stikstof per hectare, minimaal 50% van het landbouwareaal binnen een veenweide- of Natura 2000-overgangsgebied, en een verwachte daling van minimaal 5% stikstofdierexcretie en minimaal 10% stikstofbemesting ten opzichte van referentiejaar 2025. Doet een melkveehouderijbedrijf mee met extensivering, dan moet al het landbouwareaal van dat bedrijf meedoen, niet een deel. Een melkveehouderij mag daarbij maar aan één samenwerkingsverband binnen categorie 2 of 3 van deze regeling meedoen. En: melkveehouders die al meedoen aan de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) kunnen deze extensiveringsoptie niet gebruiken.

Tot slot geldt voor iedereen dat je minimaal 21 van de 35 te behalen punten moet scoren bij de beoordelingscommissie. Haal je dat niet, dan val je af, ook als er nog budget over is.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor kosten die direct samenhangen met het opzetten, uitvoeren en verantwoorden van je project. Het dossier noemt de volgende kostensoorten, elk met een eigen regel:

Uitwerken van het projectplan

Kosten voor het opstellen en uitwerken van het projectplan komen in aanmerking. Deze vallen onder het algemene subsidiepercentage van 100% van de subsidiabele kosten.

Bedrijfsplannen

Kosten voor het maken, begeleiden, uitvoeren en uitwerken van bedrijfsplannen (bijvoorbeeld voor extensivering) zijn subsidiabel, ook tegen 100%.

Communicatie

Kosten voor het uitvoeren van communicatieactiviteiten komen in aanmerking. Deze horen mee te tellen binnen de grens dat samenwerkings- en coördinatiekosten samen niet meer dan 25% van de totale subsidie mogen zijn.

Rapportages

Kosten voor het maken van rapportages, waaronder de verplichte tussenrapportage, zijn subsidiabel.

Waterinfiltratiesystemen en digitale grondwaterpeilbuizen: aanschaf en plaatsing

De aanschaf- en plaatsingskosten van een waterinfiltratiesysteem (WIS) of digitale grondwaterpeilbuizen in grasland in veenweidegebied komen in aanmerking. Voorwaarden:

  • Je vraagt meerdere offertes aan (het aanvraagproces spreekt over drie offertes) om aan te tonen dat de kosten redelijk zijn. Je onderbouwt waarom je voor een bepaalde leverancier kiest, ook als dat niet de goedkoopste is.
  • Het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd volgens de Kiwa-richtlijn BRL1411, door een gecertificeerde aannemer.
  • Het omhulsel van de buizen bestaat uit natuurlijk materiaal, zoals kokos.
  • Voor grondwaterpeilbuizen gelden aanvullende technische eisen aan locatie (representatieve plek op het perceel, minimaal 5 meter van een sloot, minimaal 10 meter van verstorende objecten), aanleg (boorgat, filterstelling, verankering) en meetfrequentie (minimaal dagelijks, met twee handmetingen per jaar ter validatie).

Onderhoud waterinfiltratiesystemen en digitale grondwaterpeilbuizen

De onderhoudskosten van deze systemen zijn subsidiabel, maar mogen maximaal 10% van de investeringskosten bedragen. Kosten boven dit percentage komen niet in aanmerking.

Uitvoeren van beheermaatregelen

Hieronder valt de daadwerkelijke uitvoering van de beheermaatregelen: het verhogen van de grondwaterstand (geringe drooglegging) en het extensiveren van je bedrijf. Deze kosten worden vergoed via de vaste bedragen per hectare die bij "Hoeveel krijg je?" staan, niet via losse facturen.

Kosten van derden

Kosten voor bijvoorbeeld coördinatie en communicatie door externe partijen zijn subsidiabel. Hiervoor lever je offertes en later facturen en betaalbewijzen aan.

Arbeidskosten

Je eigen arbeidskosten worden niet op basis van gewerkte uren vergoed, maar via een vast (forfaitair) bedrag van 23% boven op de gedeclareerde kosten van derden. Je hoeft hiervoor geen urenregistratie of andere onderbouwing aan te leveren; dit heet de Vereenvoudigde Kostenoptie (VKO).

Wat niet (volledig) subsidiabel is

  • Onderhoudskosten boven 10% van de investeringskosten van het WIS of de peilbuizen.
  • Samenwerkings- en coördinatiekosten die samen meer dan 25% van de totale subsidie zouden bedragen; het overschot komt niet in aanmerking.
  • Op percelen waar al een ANLb-pakket hoogwater of hoogwater veenweide loopt, wordt de vergoeding uit dat pakket afgetrokken van de vergoeding voor geringe drooglegging in deze regeling. Er wordt niet twee keer betaald voor hetzelfde effect.
  • Kosten van een melkveehouderij die tegelijk gebruikmaakt van de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) voor het extensiveringsonderdeel; die twee regelingen zijn niet te combineren voor hetzelfde bedrijf.

Voor deelbetalingen en de vaststelling moet je de gemaakte kosten onderbouwen met facturen en betaalbewijzen voor kosten van derden, en met specifieke bewijsstukken per maatregel: documenten over het waterpeil rond percelen met geringe drooglegging (bijvoorbeeld een peilbesluit, vergunning of ontheffing van het waterschap), documenten over de aanleg van waterinfiltratiesystemen, GPS-coördinaten van geplaatste grondwaterpeilbuizen, en bij extensivering het ingevulde Format Dierexcretie met dieraantallen, melkproductie, ureumgehalte en mestvoorraden.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van je subsidie hangt af van welke maatregelen je combineert en hoe streng je droogleggingsniveau of extensiveringsdoel is.

Geringe drooglegging (per hectare per jaar, zonder extensivering)

  • Maximaal 40 centimeter drooglegging: € 545
  • Maximaal 30 centimeter drooglegging: € 790
  • Maximaal 20 centimeter drooglegging: € 1.355

Geringe drooglegging gecombineerd met extensivering naar 100 kg stikstofdierexcretie per hectare (per hectare per bedrijf per jaar)

  • Jaarlijkse vergoeding voor extensivering: € 2.430
  • Extra bij maximaal 40 cm drooglegging: € 410
  • Extra bij maximaal 30 cm drooglegging: € 585
  • Extra bij maximaal 20 cm drooglegging: € 995

Geringe drooglegging gecombineerd met extensivering naar 150 kg stikstofdierexcretie per hectare (per hectare per bedrijf per jaar)

  • Jaarlijkse vergoeding voor extensivering: € 1.680
  • Extra bij maximaal 40 cm drooglegging: € 450
  • Extra bij maximaal 30 cm drooglegging: € 645
  • Extra bij maximaal 20 cm drooglegging: € 1.105

De vergoeding voor drooglegging valt dus lager uit zodra je ook extensiveert, omdat een deel van het effect (minder gewasgroei) dan al via de extensiveringsvergoeding wordt betaald.

Overige kosten: hiervoor geldt een subsidiepercentage van 100%. Samenwerkings- en coördinatiekosten samen mogen niet meer dan 25% van de totale subsidie zijn, zodat minstens 75% van de subsidiabele kosten naar de uitvoering van de regeling gaat.

Onderhoudskosten van een waterinfiltratiesysteem of digitale grondwaterpeilbuizen mogen maximaal 10% van de investeringskosten zijn.

Arbeidskosten worden niet met bewijsstukken onderbouwd, maar via een vast forfait van 23% boven op de gedeclareerde kosten voor derden (de Vereenvoudigde Kostenoptie).

Heb je een ANLb-pakket hoogwater(veenweide) op hetzelfde perceel? Dan wordt de vergoeding uit dat pakket afgetrokken van de vergoeding uit deze regeling, om dubbele betaling te voorkomen.

Het totale budget voor deze openstelling is € 39.000.000. Het minimale subsidiebedrag per aanvraag is € 125.000. Is het budget niet genoeg voor alle aanvragen, dan gaat het geld naar de aanvragers met de hoogste score in de rangschikking; wie daaronder valt, krijgt niets, ook al voldoet die aan alle voorwaarden.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202622 apr 20268 jun 2026€ 39 mlnTender (rangschikking na sluiting)

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2?

Waarop wordt beoordeeld

  1. |---|---|---|---|
  2. | Effectiviteit | 1 t/m 5 | 4 | 20 |
  3. | Haalbaarheid | 1 t/m 5 | 1 | 5 |
  4. | Efficiëntie | 1 t/m 5 | 1 | 5 |
  5. | Urgentie | 1 t/m 5 | 1 | 5 |
  6. | Totaal | | | 35 |

Wat je moet doen na toekenning

  • Je start de uitvoering pas na de aanvraag (op eigen risico) of na de beslisbrief.
  • Je houdt je aan de voorwaarden uit de regeling en aan de specifieke verplichtingen in je beslisbrief.
  • Je registreert de actuele situatie van percelen en maatregelen in de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB).
  • Wijzigingen in je project (bijvoorbeeld een deelnemer die uitvalt, een perceel dat wijzigt, of een aanpassing die de selectiecriteria raakt) meld je vooraf met het Formulier melding, voordat je de wijziging uitvoert. Voer je een wijziging eerst uit en meld je die later, dan is dat op eigen risico.
  • Een wijziging mag niet leiden tot een hogere subsidie, een niet-subsidiabele activiteit, minder punten dan het vereiste minimum, of een lagere plaats op de rangschikking dan waar het budget ophield. Voldoet een wijziging hier niet aan, dan wordt die afgekeurd en blijft de oorspronkelijke beschikking gelden.
  • Zak je door een wijziging onder de 200 hectare of onder het vereiste percentage veenweidepercelen? Dan moet je zelf zorgen voor een vervangende deelnemer of perceel.
  • Digitale grondwaterpeilbuizen moeten dagelijks digitaal meten en de gegevens doorgeven aan Deltares, vanaf 2 maanden na aanleg tot 5 jaar na afloop van de projectperiode.
  • Je werkt mee aan monitoring en evaluatie, inclusief controles ter plaatse, en bewaart je administratie tot 5 jaar na de datum van subsidievaststelling.
  • Je dient uiterlijk 1 april 2028 een tussenrapportage in over beheerjaar 2027.
  • Bij ELFPO-steun gelden EU-communicatieverplichtingen: het EU-logo tonen, vermelden dat je steun uit het ELFPO ontving, en je project beschrijven. Bij € 50.000 subsidie of meer plaats je een plaquette of digitaal beeldscherm; bij € 500.000 of meer, en bij infrastructuur- of bouwwerkzaamheden, plaats je een permanente plaat of bord.
  • Je deelt de resultaten van je project via een samenvatting bij het eindverslag; deze wordt gepubliceerd op Netwerk Platteland en verspreid via Groen Kennisnet en het EIP-netwerk.
  • Binnen 2 maanden na afronding van je project (uiterlijk 31 december 2028) vraag je vaststelling van de subsidie aan.

Deze eisen bepalen of je aanvraag überhaupt wordt beoordeeld:

  • Je vraagt aan met een samenwerkingsverband van minimaal twee partijen, met minstens één agrariër, zonder overheidsdeelname.
  • Minimaal 50% van je percelen ligt binnen het aangewezen veenweidegebied.
  • De percelen van het samenwerkingsverband zijn samen minimaal 200 hectare.
  • Minimaal 90% van je project ligt op veengrond.
  • Alleen grasland met gewascodes 265, 266 en 331 komt mee.
  • Aan het eind van het project is de gemiddelde CO2-uitstoot maximaal 10 ton per hectare per jaar, met een verplichte reductie van minimaal 5% (als je al onder 10 ton zit) of minimaal 10% (als je erboven zit).
  • Voor alle veengrondpercelen wordt een SOMERS-berekening gemaakt voor de huidige en toekomstige situatie, aangeleverd bij de aanvraag via de applicatie OJB.
  • Het project start uiterlijk 2 maanden na subsidieverlening en stopt uiterlijk 31 december 2028.
  • Minimaal 21 van de 35 te behalen punten bij de beoordeling.
  • Doet een melkveehouderij mee met extensivering, dan moet al haar landbouwareaal meedoen en gelden de eerder genoemde extra eisen (80% grasland, 70% stikstofdierexcretie van melk- en kalfkoeien, minimaal 50 kg stikstof per hectare, 50% areaal in veenweide- of Natura 2000-gebied, 5% en 10% reductie ten opzichte van 2025).

Als het budget niet voor alle aanvragen toereikend is, verdeelt een onafhankelijke beoordelingscommissie het geld op basis van scores. Elk criterium levert 1 tot 5 punten op, vermenigvuldigd met een wegingsfactor:

Effectiviteit is met een wegingsfactor van 4 het zwaarste criterium en hangt af van de resterende CO2-uitstoot per hectare: hoe lager je uitkomt, en of je daarbij ook extensiveert, hoe hoger je score. Haalbaarheid hangt onder meer af van de afstemming met het waterschap. Efficiëntie wordt beoordeeld in relatie tot de totale kosten versus de effectiviteitsscore. Urgentie hangt af van hoe hoog je uitgangssituatie (referentie) is: een hogere uitstoot in de huidige situatie maakt het project urgenter. De volledige uitwerking van deze criteria staat in de toelichting op de regelingstekst.

Je moet minimaal 21 punten scoren om überhaupt voor subsidie in aanmerking te komen. Vervolgens geldt: wie het hoogst scoort, krijgt als eerste subsidie, totdat het budget van € 39.000.000 op is. Onder de streep val je af, ook al voldoe je aan alle voorwaarden.

Hoe vraag je de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2 aan?

Stap 1: voorbereiden (nu al beginnen)

Zorg dat je e-herkenning hebt op minimaal niveau 2+ en dat je rekeningnummer bij RVO geregistreerd staat (via klantcontact als dat nog niet zo is). Zorg voor een goede machtiging van de penvoerder door alle partners, in alle relevante systemen, en check of degene die tekent volgens de maatschapsakte ook bevoegd is voor het aan te vragen bedrag. Begin op tijd met het verzamelen van offertes en handtekeningen: bij 20 deelnemers kost dat tijd.

Stap 2: percelen en gegevens op orde

Zet eerst je percelen op orde in Mijn Percelen; die gegevens neem je daarna over in de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB). Doe voor alle veengrondpercelen een SOMERS-berekening (huidige en toekomstige CO2-uitstoot), eventueel eerst uitgeprobeerd in het dashboard SOMERS/Veenweide. Wil je extensiveren, vul dan het Format Dierexcretie in met gegevens over 2025 (dieraantallen, melkproductie, ureumgehalte, mestvoorraden).

Stap 3: aanvraag indienen (22 april tot 8 juni 2026, 17.00 uur)

Ga naar Mijn RVO, waar je een zaaknummer krijgt dat je gedurende het hele project gebruikt. Je dient de aanvraag in vóór 8 juni 2026, 17.00 uur; na dat tijdstip is indienen niet meer mogelijk. RVO adviseert 2 à 3 dagen vóór de deadline in te dienen.

Verplichte documenten bij de aanvraag:

  • Projectplan: beschrijving van je project en de te nemen maatregelen. Wordt opgesteld door de penvoerder namens het samenwerkingsverband.
  • Begroting: onderbouwd overzicht van de verwachte kosten, met het Format begroting en betaalverzoeken. Ingevuld en ingediend door de penvoerder.
  • Samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst tussen alle deelnemers van het samenwerkingsverband. Moet ondertekend zijn door de juiste, bevoegde personen van elke deelnemende partij.
  • Digitale omgevingskaart: kaart met de betrokken percelen, ingebakken in OJB.
  • SOMERS-berekening: berekening van de huidige en toekomstige CO2-uitstoot per perceel, aangeleverd via OJB.
  • Meerdere offertes (voor waterinfiltratiesystemen en peilbuizen): ter onderbouwing van de redelijkheid van de kosten, met een toelichting waarom voor een bepaalde leverancier is gekozen.
  • Format Dierexcretie 2025 (alleen bij extensivering): met dieraantallen, melkproductie, ureumgehalte en mestvoorraden over referentiejaar 2025, ondertekend/aangeleverd door de aanvrager (melkveehouderijbedrijf).
  • Afstemming met het waterschap over het gewenste waterpeil per peilvak; het waterschap moet aantoonbaar akkoord zijn of een besluit (vergunning, peilbesluit, ontheffing) hebben afgegeven.

Voor een volledige lijst van alle verplichte bijlagen verwijst het loket naar de website van RVO.

Stap 4: beoordeling van de instap

Na sluiting van de openstelling controleert RVO of aanvragen compleet zijn, of het daadwerkelijk samenwerkingsverbanden zijn, en of aan de instapcriteria wordt voldaan. In deze fase kan RVO geen aanvullende informatie opvragen; er wordt zuiver gekeken naar wat is ingediend.

Stap 5: inhoudelijke beoordeling en rangschikking

Een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen op de vier selectiecriteria en stelt een rangschikking op. In deze fase kan RVO wel aanvullende inhoudelijke vragen stellen; hou er rekening mee dat dit de doorlooptijd verlengt.

Stap 6: beschikking

RVO streeft naar beschikkingen vóór de wettelijke termijn van 9 november 2026. Bij goedkeuring ontvang je automatisch een voorschot van 20% van het subsidiebedrag; hiervoor hoef je niets aan te vragen.

Je mag na het indienen van je aanvraag al starten met je project, maar dat is volledig op eigen risico: krijg je door een tekort aan budget geen subsidie, dan zijn gemaakte kosten voor eigen rekening.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na sluiting van de openstelling op 8 juni 2026 controleert RVO eerst of alle aanvragen compleet en volgens de instapeisen zijn ingediend. Daarna beoordeelt een onafhankelijke beoordelingscommissie elke aanvraag op de vier selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie, urgentie) en stelt een rangschikking op. Wie het hoogst scoort, krijgt als eerste subsidie; RVO gaat net zo lang door tot het budget van € 39.000.000 op is. In deze inhoudelijke fase kan RVO aanvullende vragen stellen; dat kan de doorlooptijd verlengen. RVO streeft ernaar alle beschikkingen vóór de wettelijke termijn van 9 november 2026 te versturen.

Voorschot en betaling

Keurt RVO je aanvraag goed, dan ontvang je automatisch en eenmalig een voorschot van 20% van het subsidiebedrag, bij de verleningsbeschikking. Je hoeft hier niet apart om te vragen; het exacte bedrag staat in je beslisbrief. Dit is de enige keer dat je een voorschot krijgt.

Daarna kun je via Mijn RVO maximaal 2 keer per jaar een deelbetaling aanvragen, telkens voor minimaal € 50.000. Voor het beheerjaar 2025 gaf je bijvoorbeeld je uitgevoerde activiteiten op tussen 25 februari en 21 april 2026 via OJB, waarna je de gegevens ophaalt in Mijn RVO om de deelbetaling aan te vragen. Voorschot en deelbetalingen samen zijn nooit meer dan 90% van het verleende subsidiebedrag; het laatste deel volgt bij de vaststelling.

Bij een deelbetaling lever je onder andere aan: facturen en betaalbewijzen voor kosten van derden, bewijsstukken van communicatieactiviteiten, documenten over het waterpeil rond percelen met geringe drooglegging, informatie over de aanleg van waterinfiltratiesystemen, GPS-coördinaten van grondwaterpeilbuizen, een verklaring dat je tot 5 jaar na vaststelling meetgegevens blijft aanleveren, en bij extensivering het ingevulde Format Dierexcretie met bewijs dat je geen stikstofkunstmest hebt gebruikt.

Tussenrapportage

Duurt je project langer dan één jaar, dan stuur je altijd een tussenrapportage, via Mijn RVO en met het verplichte format. Voor aanvragen uit 2026 doe je dit uiterlijk 1 april 2028, over beheerjaar 2027.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Je houdt je aan het projectplan en de voorwaarden uit je beslisbrief. Wijzigingen (in percelen, deelnemers, of de aanpak) meld je vooraf met het Formulier melding, vóórdat je ze uitvoert; niet of te laat melden kan gevolgen hebben voor je subsidie. Je werkt mee aan monitoring en evaluatie, inclusief eventuele controles, en bewaart je administratie tot 5 jaar na de subsidievaststelling. Bij digitale grondwaterpeilbuizen zorg je dat er dagelijks digitaal wordt gemeten en dat gegevens worden doorgegeven aan Deltares, vanaf 2 maanden na aanleg tot 5 jaar na afloop van de projectperiode. Ontvang je ELFPO-steun, dan gelden EU-communicatieverplichtingen zoals het tonen van het EU-logo en, bij € 50.000 of meer subsidie, het plaatsen van een plaquette of digitaal beeldscherm.

Afronding

Je project is uiterlijk 31 december 2028 afgerond. Binnen 2 maanden daarna vraag je via Mijn RVO de definitieve vaststelling van je subsidie aan, inclusief een samenvatting van de eindresultaten. Deze samenvatting wordt gepubliceerd op Netwerk Platteland en verspreid via Groen Kennisnet en het EIP-netwerk.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling, waarvan er 6 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 2. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.