Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Ook bekend als Categorie 3, Cat3
Wat is de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering?
Deze subsidie is voor melkveehouders en akkerbouwers die minder intensief willen boeren in en rond een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied (extensiveren). Je vraagt de subsidie niet alleen aan: dat doe je met een samenwerkingsverband van meerdere agrariërs, eventueel samen met agrarische collectieven of natuurorganisaties. Overheden mogen geen deelnemer zijn.
Melkveehouders krijgen subsidie door het productie- en bemestingsvolume te verlagen en geen stikstofhoudende kunstmest meer te gebruiken. Akkerbouwers krijgen subsidie door minder te bemesten en minimaal 50% rustgewassen-plus te telen. In beide gevallen breng je de stikstofuitstoot terug tot maximaal 100 of 150 kilogram per hectare.
Per samenwerkingsverband krijg je minimaal € 125.000. Het totale budget voor deze openstelling is € 78.788.000. Er geldt geen "wie eerst komt, eerst maalt": een onafhankelijke commissie beoordeelt en rangschikt alle aanvragen op vaste criteria, en het budget gaat naar de aanvragen met de meeste punten.
De aanvraagperiode loopt van 22 april 2026 09:00 tot 8 juni 2026 17:00. Op het moment van schrijven staat het loket op "gesloten voor aanvragen". Je vraagt aan via Mijn RVO, met een begroting, een projectplan en (voor melkveehouders) gegevens over de dierexcretie op je bedrijf. Na goedkeuring voer je het project uit, leg je jaarlijks je activiteiten vast in de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB) en vraag je deelbetalingen en uiteindelijk vaststelling van de subsidie aan.
Wie komt in aanmerking voor de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering?
Je komt alleen in aanmerking als je met een samenwerkingsverband aanvraagt, niet als individuele boer. Dit zijn de harde eisen waarop je afvalt:
Wie mag meedoen
- Het samenwerkingsverband bestaat uit agrariërs, eventueel samen met andere agrariërs, agrarische collectieven of natuurorganisaties. Er zit minimaal één agrariër in.
- Overheden kunnen geen deelnemer zijn. Doet een overheid mee, dan valt de aanvraag af.
- Een melkveehouderij of akkerbouwbedrijf kan aan maximaal één samenwerkingsverband meedoen dat deze subsidie aanvraagt. Doe je met twee samenwerkingsverbanden mee, dan telt dat niet.
Gebiedseisen (knock-out voor het hele samenwerkingsverband)
- De percelen van het project zijn samen minimaal 200 hectare groot. Kom je daar niet aan, dan val je af.
- Minimaal 50% van de percelen ligt binnen een Natura 2000-overgangsgebied (tot 2.500 meter rond een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, aangewezen in bijlage 2 van de regelingstekst).
- Elke deelnemende melkveehouderij of akkerbouwbedrijf ligt zelf ook voor minimaal 50% binnen dat overgangsgebied.
Eisen aan melkveehouders
- Je vermindert de stikstofuitstoot tot maximaal 100 of 150 kg stikstofdierexcretie per hectare, met minimaal 5% reductie ten opzichte van referentiejaar 2025.
- De stikstofbemesting per jaar is minimaal 10% lager dan in 2025.
- Minimaal 80% van je landbouwareaal is grasland.
- Minimaal 70% van de stikstofdierexcretie komt van melk- en kalfkoeien.
- De gemiddelde stikstofdierexcretie van je bedrijf is minimaal 50 kg stikstof per hectare.
- Minimaal 50% van je landbouwareaal ligt binnen een Natura 2000-overgangsgebied.
- Alle landbouwpercelen van je bedrijf doen mee met extensiveren, je kunt niet selectief een deel van je percelen inbrengen.
- Doe je al mee aan Categorie 2 met extensivering, dan mag je hier niet ook extensiveren.
Eisen aan akkerbouwers
- Je vermindert de stikstofbemesting tot maximaal 100 of 150 kg per hectare, met minimaal 10% reductie ten opzichte van referentiejaar 2025.
- De gemiddelde stikstofdierexcretie van je bedrijf mag niet meer dan 50 kg stikstof per hectare zijn.
- Maximaal 20% van je landbouwareaal is blijvende teelt of blijvend grasland (voedselbos telt hier niet onder en mag meer dan 20% zijn).
- Minimaal 50% van je bouwland is een rustgewasplus als hoofdteelt met zichtbare bedekking.
- Minimaal 50% van je landbouwareaal ligt binnen een Natura 2000-overgangsgebied.
- Alle landbouwpercelen doen mee met extensiveren.
Samenloop met andere subsidies
- Je kunt maar één keer subsidie krijgen voor dezelfde activiteit. Krijg je ANLb-subsidie voor rustgewassen (activiteit A09), dan mag je die percelen niet ook hier inzetten.
- Vraag je deze subsidie aan, dan kun je niet ook meedoen aan de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem).
Voldoe je niet aan één van deze punten, dan is je aanvraag niet-ontvankelijk of scoor je zo laag dat je buiten het budget valt.
Waarvoor krijg je subsidie?
Je krijgt subsidie voor twee soorten kosten: de kosten om het extensiveringsproject te organiseren en uit te voeren (subsidiepercentage 100%), en een jaarlijkse beheervergoeding voor de daadwerkelijke extensivering op je bedrijf (vaste bedragen per hectare).
1. Coördineren van de samenwerking en maken van (bedrijfs)plannen
Kosten voor het opzetten van het samenwerkingsverband en het opstellen van plannen. Subsidiepercentage 100%. Dit onderdeel valt samen met de volgende drie punten onder de 25%-grens (zie hieronder).
2. Begeleiden, uitvoeren en uitwerken van (bedrijfs)plannen
Subsidiepercentage 100%.
3. Uitvoeren van communicatie
Subsidiepercentage 100%. Denk aan de verplichte communicatie over EU-steun (logo, vermelding "Medegefinancierd door de Europese Unie", projectbeschrijving) en bijvoorbeeld persberichten of foto's van een projectbord.
4. Maken van rapportages
Subsidiepercentage 100%. Dit omvat onder andere de verplichte tussenrapportage en het eindverslag bij vaststelling.
Beperking op de eerste vier kostensoorten
De kosten voor coördinatie, bedrijfsplannen, communicatie en rapportage mogen samen niet meer zijn dan 25% van de totale subsidiabele kosten van je project. Dit dwingt af dat minstens 75% van je subsidiabele kosten naar de uitvoering van de beheermaatregelen zelf gaat.
5. Uitvoeren van beheermaatregelen (extensiveren)
Dit is de kern van de regeling: het daadwerkelijk extensiveren van je melkveehouderij of akkerbouwbedrijf. Hiervoor krijg je een vaste beheervergoeding per hectare per jaar, afhankelijk van het gekozen stikstofniveau:
Melkveehouderij:
- Maximaal 150 kg stikstofdierexcretie per hectare: € 1.680 per hectare per jaar.
- Maximaal 100 kg stikstofdierexcretie per hectare: € 2.430 per hectare per jaar.
Akkerbouw:
- Maximaal 150 kg stikstofbemesting per hectare: € 375 per hectare per jaar.
- Maximaal 100 kg stikstofbemesting per hectare: € 1.020 per hectare per jaar.
- Maximaal 150 kg stikstofbemesting per hectare, met uitsluitend Skal-inputlijst gewasbeschermingsmiddelen: € 2.675 per hectare per jaar.
- Maximaal 100 kg stikstofbemesting per hectare, met uitsluitend Skal-inputlijst gewasbeschermingsmiddelen: € 3.130 per hectare per jaar.
Combineer je als akkerbouwer de beheermaatregel met de eco-activiteit rustgewassen? Dan wordt de vergoeding met € 105 per hectare verlaagd, om dubbele vergoeding voor hetzelfde areaal te voorkomen.
Kosten van derden
Voor werk dat je uitbesteedt, bijvoorbeeld coördinatie of communicatie door een externe partij, lever je offertes aan als onderbouwing. Deze kosten declareer je op basis van werkelijk gemaakte en betaalde kosten (factuur en betaalbewijs).
Arbeidskosten (forfaitair, VKO)
In plaats van je eigen arbeidskosten te onderbouwen, kun je kiezen voor de Vereenvoudigde Kostenoptie (VKO): een vast forfait van 23% boven op de gedeclareerde kosten van derden. Je hoeft dit forfait niet te onderbouwen met bonnetjes of urenregistraties; het wordt automatisch berekend over het totaalbedrag van de kosten van derden die je declareert.
Niet-verrekenbare btw
Kun je de btw op gemaakte kosten niet verrekenen, dan mag je die btw apart als kostenpost opgeven, met een eigen declaratieregel.
Wat niet subsidiabel is of extra oplet vraagt
- Percelen die je al voor de ANLb-activiteit A09 (rustgewas) inzet, mag je niet ook meetellen voor de 50%-rustgewaseneis van deze regeling: je krijgt voor dezelfde activiteit maar één keer subsidie.
- Overlap met ANLb-activiteit A07 (bijvoorbeeld bij gebruik van de Skal-inputlijst) leidt tot een lagere vergoeding voor het overlappende deel van het perceel; de overlaptabellen in de bijlagen geven per pakket aan hoe dit uitwerkt.
- Vraag je deze subsidie aan, dan kun je niet ook de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) gebruiken voor hetzelfde bedrijf.
- Facturen met een datum van meer dan één jaar vóór de ontvangstdatum van je aanvraag zijn niet subsidiabel; voorbereidingskosten zijn subsidiabel tot maximaal één jaar voor je aanvraag.
- Het gebruik van stikstofhoudende kunstmest tijdens de beheeractiviteiten is niet toegestaan voor melkveehouders; je moet hiervan bewijs kunnen leveren.
Voor de kosten en de vergoedingen samen geldt: je mag subsidiabele kosten maar één keer declareren, en het definitieve subsidiebedrag wordt berekend op basis van je opgave in OJB (aantal hectare per maatregel) en het format dierexcretie of begroting dat je hebt gebruikt.
Hoeveel subsidie krijg je?
Per samenwerkingsverband krijg je minimaal € 125.000 subsidie. Het totale budget voor deze openstelling is € 78.788.000. Ligt de subsidie onder € 125.000, dan komt je aanvraag niet in aanmerking; het loket noemt geen apart maximumbedrag per aanvraag.
Beheervergoeding melkveehouderij (per hectare per jaar)
- Extensiveren naar maximaal 150 kg stikstofdierexcretie per hectare gemiddeld per bedrijf: € 1.680 per hectare.
- Extensiveren naar maximaal 100 kg stikstofdierexcretie per hectare gemiddeld per bedrijf: € 2.430 per hectare.
Beheervergoeding akkerbouw (per hectare per jaar)
- Maximaal 150 kg stikstofbemesting per hectare gemiddeld per bedrijf: € 375 per hectare.
- Maximaal 100 kg stikstofbemesting per hectare gemiddeld per bedrijf: € 1.020 per hectare.
- Maximaal 150 kg stikstofbemesting per hectare, met gebruik van alleen de Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen: € 2.675 per hectare.
- Maximaal 100 kg stikstofbemesting per hectare, met gebruik van alleen de Skal-inputlijst voor gewasbeschermingsmiddelen: € 3.130 per hectare.
Vraagt je akkerbouwbedrijf ook de eco-activiteit rustgewassen aan? Dan gaat de vergoeding met € 105 per hectare omlaag.
Subsidiepercentage voor overige kosten
Voor de subsidiabele kosten (coördinatie, bedrijfsplannen, communicatie, rapportages en de uitvoering van beheermaatregelen) geldt een subsidiepercentage van 100%: deze kosten worden volledig vergoed. Wel geldt een verdeelregel: de kosten voor coördinatie, bedrijfsplannen, communicatie en rapportage samen mogen niet meer zijn dan 25% van de totale subsidiabele kosten. Dat betekent dat minstens 75% van de subsidiabele kosten naar de uitvoering van de beheermaatregelen zelf gaat.
Arbeidskosten (forfait)
Werk je met kosten van derden (bijvoorbeeld externe coördinatie of communicatie, onderbouwd met offertes)? Dan mag je daarnaast een vast (forfaitair) bedrag voor arbeidskosten opgeven: 23% boven op de gedeclareerde kosten van derden, zonder dat je dit hoeft te onderbouwen (Vereenvoudigde kostenoptie, VKO).
Het definitieve subsidiebedrag hangt af van het aantal hectare dat daadwerkelijk voldoet aan de gekozen extensiveringsmaatregel en wordt op bedrijfsniveau berekend via de opgave in OJB en het format dierexcretie.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 22 apr 2026 | 8 jun 2026 | € 78,8 mln | Tender (rangschikking na sluiting) |
Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeelt elke aanvraag op vier selectiecriteria. Elk criterium levert 1 tot en met 5 punten op, die vervolgens worden vermenigvuldigd met een wegingsfactor:
- Effectiviteit: 1 tot 5 punten, wegingsfactor 4, maximaal 20 punten. Hier moet je minimaal 2,5 punten scoren, anders val je alsnog af, ongeacht je totaalscore.
- Haalbaarheid: 1 tot 5 punten, wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.
- Efficiëntie: 1 tot 5 punten, wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.
- Urgentie: 1 tot 5 punten, wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.
Wat je moet doen na toekenning
| Verplichting | Wanneer |
|---|---|
| Duurt je project langer dan één jaar, dan stuur je altijd een tussenrapportage, volgens het verplichte format. Bij aanvraag in 2024 uiterlijk 1 april 2026; bij aanvraag in 2026 uiterlijk 1 april 2028. | Bij aanvraag |
| Bij vaststelling maak je een samenvatting van de eindresultaten, die wordt gepubliceerd via Netwerk Platteland, Groen Kennisnet en het EIP-netwerk. |
Het maximale totaal is 35 punten. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet je minimaal 21 punten scoren. De aanvragen met de meeste punten komen als eerste in aanmerking; het budget van € 78.788.000 wordt verdeeld op basis van deze rangschikking, niet op volgorde van binnenkomst. Pas na de rangschikking wordt gekeken naar overige onderdelen, zoals de begroting. De precieze eisen per selectiecriterium staan in Onderdeel M van de regelingstekst.
*Uitvoering en administratie*
- Je houdt je tijdens de uitvoering aan de voorwaarden van de subsidieregeling én aan de verplichtingen uit je beslisbrief.
- Je legt jaarlijks de actuele situatie van je percelen en beheeractiviteiten vast in de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB). Voor extensiveren loopt het beheerjaar van 1 januari tot en met 31 december.
- Voor melkveehouderijen houd je jaarlijks gegevens bij over dierexcretie, melkproductie, ureumgehalte, dieraantallen en mestvoorraden, met het Format Dierexcretie.
- Alle landbouwers stellen jaarlijks vóór 15 februari een bemestingsplan op (verplicht vanaf januari 2023) en bewaren dit 5 jaar in de eigen bedrijfsadministratie. Je hoeft het niet op te sturen, maar wel te kunnen tonen bij controle.
*Wijzigingen*
- Wijzigingen in je project (bijvoorbeeld in percelen, maatregelen, of hoofd- en medeaanvragers) meld je vooraf, voordat je ze uitvoert, met het Formulier melding Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden. Voer je een wijziging eerst uit en meld je die later, dan is dat op eigen risico.
- Een wijziging kan nooit leiden tot een hogere subsidie, een niet-subsidiabele activiteit, minder punten dan het vereiste minimum, of een lagere plaats op de prioriteitenlijst dan waar het budget is bereikt.
- Worden activiteiten niet, niet op tijd of niet volledig uitgevoerd, of kun je niet aan de verplichtingen voldoen? Dan meld je dat direct schriftelijk.
*Communicatie (bij ELFPO-steun)*
- Je toont het EU-logo volgens de voorschriften van de Europese Commissie.
- Je meldt dat je steun uit het ELFPO ontvangt, met de tekst "Medegefinancierd door de Europese Unie".
- Je beschrijft het project in je communicatie.
- Ontvang je meer dan € 50.000 subsidie en investeer je in materiële activa? Dan plaats je tijdens de uitvoering een voor het publiek duidelijk zichtbare plaquette of digitaal beeldscherm.
*Overlap met andere regelingen*
- Je mag een activiteit maar één keer vergoed krijgen. Overlap met ANLb-activiteit A09 (rustgewas) of A07 (Skal-inputlijst) leidt tot een lagere vergoeding voor het overlappende deel; de exacte overlaptabellen staan in de bijlagen Cumulatie Categorie 3 en ANLb A09/A07.
- Je project rondt je uiterlijk af op 31 december 2028. Daarna vraag je binnen 2 maanden vaststelling van de subsidie aan via Mijn RVO.
Hoe vraag je de Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering aan?
Voor de aanvraagperiode: bemestingsplan
Als landbouwer stel je, los van deze subsidie, elk jaar vóór 15 februari een bemestingsplan op. Dit is geen onderdeel van de aanvraag, maar wel een doorlopende verplichting die je moet kunnen tonen bij controle. Je bewaart het plan 5 jaar in je eigen administratie; je stuurt het niet automatisch mee met je aanvraag.
Stap 1: aanvraagperiode
Je kunt de subsidie aanvragen van woensdag 22 april 2026 09:00 tot maandag 8 juni 2026 17:00. Aanvragen buiten deze periode zijn niet mogelijk. Op het moment van schrijven is het loket gesloten voor aanvragen.
Stap 2: aanvraag indienen via Mijn RVO
Je dient de aanvraag in namens het samenwerkingsverband, met de penvoerder als hoofdaanvrager. Bij de aanvraag lever je in ieder geval aan:
- Een projectplan waarin je onderbouwt hoe je scoort op de vier selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie, urgentie).
- Een begroting, in te vullen met het Format begroting en betaalverzoeken Categorie 2 en 3 2025 (Excel). Hierin geef je onder andere aan welke berekeningsmethode je gebruikt (geen VKO, VKO voor arbeidskosten, of VKO voor overige kosten), wie de projectdeelnemers zijn (met KVK- en btw-nummer), en welke kosten je per subsidiabele activiteit begroot. Vraag je minder dan € 125.000 aan, dan werk je met deelprestaties in plaats van uitgebreide loonkostenberekeningen; dat is bij deze regeling niet aan de orde omdat het minimum € 125.000 is.
- Voor melkveehouderijen: het Format Dierexcretie Categorie 2 en 3 2025 (Excel), met gegevens over dieraantallen, melkproductie, ureumgehalte, mestvoorraden en de hectaren landbouwgrond zoals opgegeven in OJB.
- Gegevens over de percelen van het samenwerkingsverband, die worden gekoppeld aan Mijn percelen.
Deze documenten onderbouwen je aanvraag; wie precies ondertekent, staat niet in het dossier vermeld, maar de aanvraag wordt ingediend en afgesloten door (of namens) de penvoerder van het samenwerkingsverband.
Stap 3: ontvangstbevestiging
Na indiening ontvang je een ontvangstbevestigingsbrief met de ontvangstdatum van je aanvraag. Deze datum is relevant voor de toetsing of facturen op tijd zijn (voorbereidingskosten zijn subsidiabel tot uiterlijk één jaar voor deze datum).
Stap 4: beoordeling en rangschikking
Een onafhankelijke commissie beoordeelt en rangschikt alle aanvragen op de selectiecriteria. Zie de sectie Voorwaarden voor de precieze puntentelling en drempels. Daarna volgt beoordeling van overige onderdelen zoals de begroting.
Stap 5: beslisbrief
Je ontvangt een beslisbrief (verleningsbeschikking) met de uitslag, het toegekende subsidiebedrag, het voorschotpercentage en eventuele extra voorwaarden en verplichte bewijsstukken.
Stap 6: starten met uitvoering
Je kunt al starten met de uitvoering na het indienen van je aanvraag, maar dat is op eigen risico: alleen bij goedkeuring krijg je daadwerkelijk subsidie.
Tijdens de looptijd: wijzigingen en jaarlijkse opgave
- Wijzigingen in je project (bijvoorbeeld in percelen, maatregelen, of aanvragers) meld je vooraf met het Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies, gemaild naar plattelandsinterventies@rvo.nl met je 11-cijferige aanvraagnummer in het onderwerp.
- Wijzigingen in percelen of uitgevoerde maatregelen registreer je eerst in de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB), voordat je het meldingsformulier opstuurt.
- Voor beheerjaar 2026 kun je vanaf 2 mei 2026 wijzigingen doorgeven in OJB.
Deelbetalingen en tussenrapportage
- Je kunt via Mijn RVO maximaal 2 keer per jaar een deelbetaling aanvragen voor overige kosten, met een minimum van € 50.000 per aanvraag.
- Voor beheerkosten vraag je één keer per jaar een deelbetaling aan voor het hele samenwerkingsverband; voor beheerjaar 2025 gaf je dit op tussen 25 februari 2026 en 21 april 2026 via OJB, waarna je de betaling aanvraagt in Mijn RVO. Voor beheerjaar 2026 vraag je dit aan vanaf het eerste kwartaal van 2028.
- Duurt je project langer dan één jaar, dan stuur je een tussenrapportage met het verplichte format (Word), uiterlijk 1 april 2026 (aanvraag 2024) of 1 april 2028 (aanvraag 2026).
- Bij een betaalverzoek lever je onder andere aan: het format begroting en betaalverzoeken, facturen en betaalbewijzen van kosten van derden, bewijsstukken van communicatie- en publicatieactiviteiten, en voor melkveehouders het ingevulde Format dierexcretie met dieraantallen, melkproductie, ureumgehalte en mestvoorraden.
Vaststelling
Je project is uiterlijk 31 december 2028 afgerond. Daarna vraag je binnen 2 maanden vaststelling van je subsidie aan via Mijn RVO, met een eindverslag inclusief samenvatting van de eindresultaten.
Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Wie beoordeelt en hoe lang duurt het
Een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeelt alle compleet binnengekomen aanvragen op de selectiecriteria effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie en urgentie. Dit levert een rangschikking op; het budget van € 78.788.000 gaat naar de aanvragers die hierop het hoogst scoren. Daarna worden de overige onderdelen beoordeeld, zoals de begroting. Het dossier noemt geen concrete doorlooptijd in weken of maanden voor deze beoordeling.
Starten met uitvoering
Je kunt na het indienen van je aanvraag al beginnen met je project, maar dat is op eigen risico: je krijgt alleen subsidie als de aanvraag wordt goedgekeurd. Tijdens de uitvoering houd je je aan de voorwaarden van de subsidieregeling en de verplichtingen uit je beslisbrief.
Voorschot
Wordt je aanvraag goedgekeurd, dan ontvang je automatisch één keer een voorschot van 20% van het subsidiebedrag. Het exacte voorschotbedrag staat in je beslisbrief.
Deelbetalingen tijdens de looptijd
- Voor overige kosten (coördinatie, communicatie, rapportage, plannen) kun je via Mijn RVO maximaal 2 keer per jaar een deelbetaling aanvragen, telkens minimaal € 50.000.
- Voor beheerkosten (de daadwerkelijke extensivering) vraag je één keer per jaar een deelbetaling aan voor het hele samenwerkingsverband. Dit doe je door eerst je uitgevoerde activiteiten in OJB te registreren en te versturen, en daarna in Mijn RVO de deelbetaling aan te vragen met de gegevens uit OJB.
- Voorschotten en deelbetalingen samen zijn nooit meer dan 90% van het toegekende subsidiebedrag. De resterende 10% (of meer) volgt bij de vaststelling.
Tussenrapportage
Duurt je project langer dan één jaar, dan stuur je altijd een tussenrapportage met het verplichte format. Bij aanvraag in 2024 doe je dit uiterlijk 1 april 2026, bij aanvraag in 2026 uiterlijk 1 april 2028. Vraag je tegelijk een deelbetaling aan en heb je nog geen tussenrapportage ingediend, dan is het advies deze als bijlage bij je deelbetalingsverzoek te voegen.
Verplichtingen tijdens de looptijd
- Je registreert jaarlijks in OJB de actuele situatie van je percelen en de uitgevoerde beheeractiviteiten. Voor extensiveren loopt het beheerjaar van 1 januari tot en met 31 december.
- Wijzigingen in je project of percelen meld je vooraf via het meldingsformulier, voordat je ze doorvoert; te laat of niet melden kan de hoogte van je subsidie beïnvloeden.
- Je houdt je aan de EU-communicatieverplichtingen (logo, vermelding van ELFPO-steun, projectbeschrijving), en plaatst bij meer dan € 50.000 subsidie en investeringen in materiële activa een zichtbare plaquette of digitaal beeldscherm.
- Je bewaart je bemestingsplan en administratieve onderbouwing (facturen, betaalbewijzen, urenregistraties, dierexcretiegegevens) voor eventuele controle.
Vaststelling en afronding
Je project is uiterlijk 31 december 2028 afgerond. Heb je het project uitgevoerd, dan vraag je binnen 2 maanden na afronding via Mijn RVO vaststelling van de subsidie aan. Je stuurt hierbij een eindverslag met een samenvatting van de eindresultaten. Deze samenvatting wordt gedeeld met de Regie Organisatie GLB, die het publiceert op Netwerk Platteland en verspreidt via Groen Kennisnet en het netwerk Europees Innovatie Partnerschap (EIP). Je project valt namelijk onder het EIP-netwerk, onderdeel van het EU CAP Network, en je kunt er ook voor kiezen tussentijdse resultaten te delen via filmpjes, factsheets of een eigen projectpagina op Groen Kennisnet.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 8 documenten bij deze regeling, waarvan er 5 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Formulier melding Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden Word document | 47.54 KBDownloadWord · 1 paginaVerplicht
Formulier waarmee je wijzigingen in je goedgekeurde projectplan, percelen of aanvragers meldt aan RVO na goedkeuring van je aanvraag.
- Format Voortgangsverslag/tussenrapportage Categorie 1 t/m 3 2024 Word document | 70.17 KBDownloadWord · 2 pagina'sVerplicht
Format voor de tussenrapportage waarmee je de voortgang van je project (activiteiten, resultaten, financiën) rapporteert aan RVO, verplicht als je project langer dan een jaar duurt.
- Format begroting en betaalverzoeken Categorie 2 en 3 2025 Excel document | 1.84 MBDownloadExcel · 14 pagina'sVerplicht
Excelformat waarmee je de begroting van je project opstelt en betaalverzoeken (deelbetalingen) voor overige kosten indient bij RVO.
- Format Dierexcretie Categorie 2 en 3 2025 Excel document | 62.13 KBDownloadExcel · 6 pagina'sVerplicht
Excelformat waarmee melkveehouders de jaarlijkse stikstofdierexcretie van hun bedrijf berekenen en opgeven, nodig als bewijsstuk bij een deelbetaling voor beheerkosten.
- Handleiding Opgave Jaarlijks Beheer (OJB) PDF document | 185.52 KBDownloadPDF · 3 pagina'sVerplicht
Handleiding voor de applicatie Opgave Jaarlijks Beheer (OJB), die je nodig hebt om jaarlijks de percelen en uitgevoerde beheeractiviteiten van je samenwerkingsverband vast te leggen als basis voor je betaalverzoek.
- 241128-Toelichting-Bemestingsplan-voor-alle-landbouwers-v1.3DownloadPDF · 2 pagina'sAanbevolen
Toelichting over het verplichte jaarlijkse bemestingsplan dat elke landbouwer voor 15 februari opstelt en 5 jaar in de eigen administratie bewaart, ter onderbouwing van de bemesting op je bedrijf.
- Cumulatie ANLb A09DownloadPDF · 1 paginaAanbevolen
Overzicht van overlappende beheerpakketten tussen deze regeling en ANLb-activiteit A09 (Rustgewas), nodig om te bepalen welke percelen met rustgewassen je niet dubbel mag inzetten voor subsidie.
- Cumulatie ANLb A07DownloadPDF · 4 pagina'sAanbevolen
Overzicht van overlappende beheerpakketten tussen deze regeling en ANLb-activiteit A07, nodig om te bepalen hoeveel subsidie je krijgt bij overlap op een perceel als je de Skal-inputlijst gebruikt.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden - Categorie 3: Extensivering. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Categorie 3: Extensivering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebiedenrvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.