GeslotenProvincie · Subsidie

Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024 (NSP)

Provincie Zeeland

Wat is de Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024 (NSP)?

Deze subsidie was bedoeld voor Zeeuwse landbouwers die met de aanschaf van specifieke machines hun bedrijf wilden moderniseren. De regeling is gesloten voor aanvragen: je kunt hier niet meer op indienen.

Toen de regeling nog openstond, was hij bedoeld voor individuele landbouwers en samenwerkingsverbanden van landbouwers in Zeeland. Het project moest bijdragen aan minimaal een van drie thema's: de eiwittransitie (machines voor de oogst van droge peulvruchten), de biobased teelt van vezelgewassen (zoals vlas, hennep of lisdodde) of zilte teelten (zoals zeekraal en zeekool). Alleen machines die specifiek voor deze teelten bedoeld waren, kwamen in aanmerking, niet de reguliere landbouwmachines zoals trekkers of maaidorsers.

Je kreeg 40% van de subsidiabele kosten vergoed, met een subsidie van minimaal € 50.000 en maximaal € 250.000 per aanvraag. Dat betekende dat de investering zelf minstens € 125.000 moest bedragen. Alleen kosten van derden (facturen) kwamen in aanmerking, geen eigen arbeid of loonkosten.

De aanvraag liep via het online portaal van RVO, met E-herkenning 3+. Je moest zelf op tijd nationale cofinanciering (57% van het totale budget) regelen bij bijvoorbeeld de provincie, een gemeente of een waterschap, en die uiterlijk 8 november 2024 om 12:00 uur bij de provincie Zeeland aanvragen. De openstelling liep van 6 november 2024 9:00 uur tot 18 december 2024 17:00 uur. Aanvragen werden beoordeeld door een adviescommissie op effectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid en innovatie, en gerangschikt op puntenscore.

Is er in de toekomst een vergelijkbare regeling, dan meldt de provincie Zeeland dit op de loketpagina en via de Nieuwsbrief Europaloket Zeeland.

Wie komt in aanmerking voor de Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024 (NSP)?

De regeling is gesloten: er kan geen nieuwe aanvraag meer worden ingediend. Onderstaande eisen golden toen de regeling nog openstond, en zijn relevant mocht een vergelijkbare regeling terugkeren.

Wie kon aanvragen:

  • Een individuele landbouwer, zijnde een natuurlijke of rechtspersoon (of groep daarvan) die landbouwproducten produceert, met uitzondering van visserijproducten.
  • Een samenwerkingsverband van landbouwers.

Je viel af als:

  • Je geen landbouwer was volgens de definitie in de verordening (dus geen landbouwbedrijf uitoefende dat landbouwproducten produceert of landbouwareaal beheert).
  • Je project niet bijdroeg aan minimaal een van de drie verplichte thema's: eiwittransitie (oogstmachines voor droge peulvruchten), biobased teelt van vezelgewassen, of zilte teelten. Machines voor traditionele gewassen onder zilte omstandigheden (zoals aardappelen of uien) telden expliciet niet mee.
  • Je machine ook gebruikt kon worden voor reguliere landbouw. Uitgesloten waren onder meer machines voor (niet-kerende) grondbewerking, zaaimachines, bemestingsmachines, maaidorsers/combines, (mais)hakselaars en trekkers/tractoren.
  • De subsidie bij verlening lager zou uitkomen dan € 50.000. Omdat het subsidiepercentage 40% bedroeg, moest je investering dus minimaal € 125.000 bedragen.
  • Je al gestart was met de uitvoering (bijvoorbeeld een bestelling geplaatst of koop gesloten) vóórdat je de aanvraag indiende.
  • Je de verplichte nationale cofinanciering (57% van het subsidiebedrag) niet op tijd geregeld had. Voor Zeeland moest dit vóór 8 november 2024, 12:00 uur, zijn aangevraagd bij de provincie.
  • Je voor dezelfde activiteiten al subsidie had aangevraagd in dezelfde aanvraagperiode, of al het maximale subsidiepercentage of -bedrag had ontvangen via een andere regeling.
  • Je een onderneming in moeilijkheden was volgens de Europese staatssteunregels.
  • Er een openstaand bevel tot terugvordering van de Europese Commissie tegen je liep.
  • Je project een voorziene negatieve invloed had op het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren.
  • Je activiteiten niet overwegend in Zeeland plaatsvonden, tenzij ze aantoonbaar ten goede kwamen aan Zeeuwse ingezetenen of het belang van de provincie dienden.
  • Je niet voldeed aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van je aanvraag op de sluitingsdatum.

Verder gold: de provincie Zeeland kon een Bibob-toets uitvoeren om te voorkomen dat subsidie criminele activiteiten faciliteert. Werd je hiervoor geselecteerd, dan kreeg je een brief met een uitgebreide vragenlijst.

Een landbouwer of samenwerkingsverband kon eenmalig een aanvraag indienen met één investering.

Waarvoor krijg je subsidie?

Binnen deze (inmiddels gesloten) regeling kwamen alleen kosten van derden in aanmerking, oftewel facturen of documenten met gelijkwaardige bewijskracht (artikel 1.8 onder e van de verordening). Eigen arbeid en loonkosten waren uitdrukkelijk uitgesloten, ook al noemt de algemene verordening die kostensoorten wel als mogelijkheid; het openstellingsbesluit voor Zeeland koos daar niet voor.

Subsidiabele kostensoort:

  • Facturen van derden voor de aanschaf van specifieke machines binnen een van de drie thema's. Voor tweedehands machines kon je ook subsidie krijgen. Bijbehorende installatiekosten die door derden werden uitgevoerd, waren ook subsidiabel.
  • Onder investeringen in bedrijfsmiddelen viel zowel de aanschaf als financial lease van een machine. Bij financial lease moest je wel eigenaar zijn geworden voordat de instandhoudingstermijn (zie hieronder) verstreken was; je moest dan dus alle leasetermijnen op tijd hebben voldaan.
  • Het gebruiksklaar maken van een bedrijfsmiddel was subsidiabel.

Per thema kwamen alleen specifieke machines in aanmerking:

  • Eiwittransitie: uitsluitend machines die enkel bedoeld zijn voor de oogst van droge peulvruchten.
  • Biobased teelt van vezelgewassen: machines nodig voor het zaaien, oogsten of verwerken van gewassen zoals (olie)vlas, vezelhennep, goudsbloem, miscanthus, lisdodde, meekrap en bamboe.
  • Zilte teelten: machines nodig voor het zaaien, oogsten of verwerken van gewassen zoals zeekraal, lamsoor, zeevenkel, zeekool, oesterblad en zeebanaan.

Wat nadrukkelijk niet subsidiabel was:

  • Machines die ook voor reguliere landbouw gebruikt kunnen worden, zoals machines voor (niet-kerende) grondbewerking, zaaimachines, bemestingsmachines, maaidorsers/combines, (mais)hakselaars en trekkers/tractoren.
  • Abonnementen op software-updates en servicecontracten. Was voor het gebruiksklaar maken van de machine een abonnement nodig, dan moest je dat uit eigen middelen betalen.
  • Apparatuur voor het aflezen en weergeven van ICT- en sensortechnieken, zoals computers, laptops, tablets en smartphones.
  • Reguliere vervangingsinvesteringen: het vervangen van een 'versleten' machine door een identieke machine kwam niet in aanmerking.
  • Kosten die niet rechtstreeks aan de subsidiabele activiteit zijn toe te rekenen.
  • Kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, juridische bijstand, boetes, fooien, geschenken, personeelsactiviteiten, gratificaties, bonussen en representatiekosten.
  • Kosten van voorbereidende handelingen zoals vergunningaanvragen en haalbaarheidsstudies.
  • Legeskosten (tenzij expliciet subsidiabel gesteld, wat hier niet het geval was).
  • Verrekenbare of compensabele btw.
  • De aankoop van landbouwproductierechten, betalingsrechten of dieren.
  • Investeringen die het dierenwelzijn verslechteren.
  • Kosten van investeringen die worden gedaan om aan een wettelijke verplichting te voldoen.
  • Adviezen over het verkrijgen van andere subsidies (zoals SDE-subsidies) of financieringsmogelijkheden.

De subsidiabele kosten werden berekend volgens artikel 1.9a van de verordening, op basis van aangeleverde bewijsstukken zoals offertes (bij de aanvraag) en facturen en betaalbewijzen (bij de vaststelling). Voor de overige kosten geldt dat op basis van bewijsstukken moet worden aangetoond dat ze passend en redelijk (marktconform) zijn.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedroeg 40% van de subsidiabele kosten. Dit percentage gold voor alle aanvragers binnen deze Zeeuwse openstelling; er was, anders dan in sommige andere provincies, geen apart, hoger percentage voor jonge landbouwers vastgesteld.

Bij verlening gold een minimum subsidiebedrag van € 50.000 en een maximum van € 250.000 per aanvraag. Omdat de subsidie 40% van de subsidiabele kosten bedroeg, betekent dit in de praktijk dat je investering (de subsidiabele kosten) minimaal € 125.000 moest bedragen om aan het minimumbedrag te komen. Werd de te verlenen subsidie lager dan € 50.000 berekend, dan werd de aanvraag geweigerd.

Het totale subsidieplafond voor deze openstelling in Zeeland was € 1.000.000, bestaande uit € 430.000 (43%) ELFPO-middelen (Europees geld) en € 570.000 (57%) nationale cofinanciering. Die verdeling tussen Europese en nationale middelen was vast: voor elke euro subsidie moest 43% uit het Europese fonds komen en 57% uit nationale overheidsmiddelen (provincie, gemeente, Rijk of waterschap). Je moest die 57% zelf regelen en op tijd aanvragen; zonder toegezegde cofinanciering werd je aanvraag geweigerd.

Er was geen bevoorschotting: Gedeputeerde Staten verstrekten voor deze openstelling in Zeeland geen voorschot en ook geen deelbetalingen. Je ontving het subsidiebedrag dus pas na vaststelling, aan het eind van je project.

Extra punten (die niet direct het subsidiebedrag verhogen, maar wel je positie in de rangschikking) golden voor landbouwers met een biologische bedrijfsvoering of landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw: zij kregen minimaal één extra punt bovenop hun score, nadat de score al met de wegingsfactor was vermenigvuldigd. Bij een samenwerkingsverband gold dit als minimaal één deelnemer biologisch was.

Het subsidiebedrag kon door Gedeputeerde Staten lager worden vastgesteld dan het verleende bedrag, bijvoorbeeld als bij de vaststelling bleek dat niet alle kosten of voorwaarden aantoonbaar waren nagekomen.

Wat zijn de voorwaarden van de Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024 (NSP)?

Deze regeling is gesloten, maar de onderstaande voorwaarden golden tijdens de openstelling en zijn relevant als referentie.

Hier val je op af

Je bent landbouwer of een samenwerkingsverband van landbouwers.
Je project draagt bij aan minstens een van de drie thema's (eiwittransitie, biobased teelt van vezelgewassen, zilte teelten).
Je machine is specifiek bedoeld voor een van deze teelten, niet voor reguliere landbouw.
De te verlenen subsidie is minimaal € 50.000.
Je hebt nog niet gestart met de uitvoering vóór het indienen van de aanvraag.
Je hebt de verplichte nationale cofinanciering (57%) op tijd geregeld en aangevraagd (voor 8 november 2024, 12:00 uur bij de provincie Zeeland).
Je activiteiten vinden overwegend in Zeeland plaats.
Geen van de algemene weigeringsgronden is van toepassing (zoals onderneming in moeilijkheden, dubbele subsidie voor dezelfde kosten, of een openstaand EU-terugvorderingsbevel).

Wat je moet doen na toekenning

  • De subsidiabele activiteiten moeten binnen 2 jaar na verzending van de verleningsbeschikking zijn uitgevoerd. Bij onvoorziene omstandigheden kon uiterlijk de dag vóór het verstrijken van deze termijn een gemotiveerd verlengingsverzoek worden ingediend, tot uiterlijk 31 december 2028.
  • De aanvraag tot vaststelling moet binnen 13 weken na afloop van de projectperiode worden ingediend, met als absolute uiterste datum 1 april 2029.
  • Duurt de uitvoering van het project langer dan 12 maanden, dan moet je jaarlijks een voortgangsverslag indienen (met het verplichte format).
  • Investeringen in roerende of onroerende zaken moeten op het moment van de vaststellingsaanvraag gebruiksklaar zijn.
  • Voor investeringen geldt een instandhoudingsverplichting van vijf jaar na subsidievaststelling, of drie jaar als het gaat om een investering door een mkb-onderneming, of een investering die banen creëert bij een mkb-onderneming.
  • Je moet zo snel mogelijk, uiterlijk op de dag van vervreemding, melden als je de onderneming of grond waarop de activiteiten betrekking hebben, verkoopt.
  • Je voert een administratie waaruit blijkt welke activiteiten zijn verricht, welke kosten zijn gemaakt en betaald, en dat aan de communicatieverplichtingen is voldaan. Deze administratie bewaar je minimaal vijf jaar na subsidievaststelling (tien jaar bij een gerechtelijke procedure).
  • Je voldoet aan de EU-communicatieverplichtingen: je toont het EU-logo, vermeldt "Medegefinancierd door de Europese Unie", beschrijft het project, toont het logo van de provincie en meldt de ELFPO-bijdrage op je website of sociale media, indien aanwezig. Bij meer dan € 50.000 subsidie voor materiële activa plaats je bovendien een zichtbare plaquette of digitaal beeldscherm.
  • Wijzigingen in je project meld je vooraf via het meldingsformulier; een wijziging mag niet leiden tot een hoger subsidiebedrag, een niet-subsidiabele activiteit, minder punten dan het minimum, of een lagere plaats in de rangschikking dan waar het plafond werd bereikt.
  • Dreigen activiteiten niet, niet tijdig of niet volledig te worden uitgevoerd, of dreig je niet aan de verplichtingen te voldoen? Dan meld je dat onverwijld schriftelijk.

Beoordelingscriteria (na de knock-out toets): een onafhankelijke adviescommissie beoordeelde en rangschikte aanvragen op vier criteria, elk gescoord van 0 tot 5 punten, met een eigen wegingsfactor:

  • Mate van effectiviteit (wegingsfactor 4, maximaal 20 punten): de bijdrage van het project aan het versnellen van de eiwittransitie, het behouden/versterken van biobased vezelteelt, of het behouden/versterken van zilte teelten. Score loopt van 0 punten (geen bijdrage) tot 5 punten (grotere bijdrage dan redelijkerwijs verwacht).
  • Mate van efficiëntie van uitvoering (wegingsfactor 3, maximaal 15 punten): hoe redelijk de opgevoerde kosten zijn en in hoeverre gebruik wordt gemaakt van bestaande kennis, kunde en middelen. Score van 0 punten (kosten niet doelmatig, geen gebruik van bestaande kennis) tot 5 punten (kosten zeer doelmatig en zeer goed gebruik van bestaande kennis).
  • Haalbaarheid van de activiteit (wegingsfactor 2, maximaal 10 punten): hierbij telt mee of de innovatie direct inpasbaar is op het bedrijf (aansluiting bedrijfsvoering, verwacht rendement, planologische inpasbaarheid, beschikbare financiering en vergunningen), of er in de sector behoefte is aan de innovatie, en hoe andere landbouwers gestimuleerd worden kennis te nemen van de innovatie. Score van 0 (nihil) tot 5 punten (zeer goed).
  • Mate van innovatie (wegingsfactor 1, maximaal 5 punten): gekeken wordt naar de aard en het vernieuwende karakter van de innovatie. Score van 0 (nihil) tot 5 punten (zeer goed).

In totaal waren maximaal 50 punten te behalen. Een aanvraag kwam alleen in aanmerking als minimaal 60% van het totaal (30 punten) werd gehaald. Landbouwers met een biologische bedrijfsvoering, of die omschakelen naar biologisch, kregen daarna nog minimaal één extra punt (bij een samenwerkingsverband: als minimaal één deelnemer biologisch is). Het beschikbare budget van € 1.000.000 werd verdeeld op volgorde van deze rangschikking: hoe hoger je score, hoe eerder je in aanmerking kwam, totdat het plafond bereikt was.

Hoe vraag je de Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024 (NSP) aan?

Deze regeling is gesloten voor aanvragen; onderstaand proces gold tijdens de openstellingsperiode van 6 november 2024, 9:00 uur, tot en met 18 december 2024, 17:00 uur.

Stap 1: Regel op tijd de nationale cofinanciering Je moest zelf 57% van het subsidiebedrag aan nationale cofinanciering regelen bij een nationale overheid (provincie Zeeland, gemeente, Rijk of waterschap). Dit verzoek moest uiterlijk 8 november 2024, 12:00 uur, bij de provincie Zeeland zijn ingediend, anders kon het niet meer op tijd worden behandeld. De afspraken hierover moesten worden vastgelegd in een cofinancieringsverklaring, ondertekend door de financierende partij. Deze verklaring was een verplichte bijlage bij de subsidieaanvraag.

Stap 2: Dien de aanvraag in via het RVO-portaal De aanvraag moest digitaal worden ingediend via het online aanvraagportaal van RVO, met E-herkenning niveau 3+. De link naar het portaal werd enkele dagen voor de openstelling bekendgemaakt op de website van de provincie Zeeland.

Verplichte bijlagen bij de aanvraag:

  • Een volledig ingevuld format projectplan, met daarin onder meer een probleemanalyse, een beschrijving van de uitvoering, de doelstellingen, verwachte resultaten, de verwachte realisatietermijn en de manier waarop resultaten worden getoetst.
  • Een volledig ingevuld format begroting van de kosten, met een toelichting daarop.
  • Een financieringsplan.
  • De cofinancieringsverklaring (zie stap 1), ondertekend door de nationale cofinancier.
  • Bij een samenwerkingsverband: een door alle deelnemende partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst, waaruit blijkt wie de penvoerder is en hoe verantwoordelijkheden, bevoegdheden, baten en lasten zijn verdeeld.
  • Bij een biologische bedrijfsvoering: een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk (bijvoorbeeld het Skal-certificaat of het Demeter-keurmerk).
  • Bij omschakeling naar biologische landbouw: het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie waaruit blijkt dat de omschakeling is gestart.
  • Een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten al bij andere partijen zijn aangevraagd, met de stand van zaken.
  • Het btw- of fiscaal identificatienummer van de aanvrager (en, bij een samenwerkingsverband, van iedere deelnemer).
  • Afhankelijk van je situatie: een volledig ingevulde mkb-verklaring, een de-minimisverklaring of een vergunning, indien nodig voor de uitvoering van het project.

Stap 3: Wacht op de behandeling Na de sluitingsdatum werden alle volledige aanvragen die aan de knock-outeisen voldeden, beoordeeld en gerangschikt door een onafhankelijke adviescommissie op basis van de vier selectiecriteria (effectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid, innovatie). Gedeputeerde Staten namen binnen 22 weken na de sluitingsdatum een besluit.

Let op: je mocht al starten met de uitvoering van je project nadat je de aanvraag had ingediend, maar dit was op eigen risico. Startte je vóór het indienen van de aanvraag, dan werd de aanvraag afgewezen.

Was er tijdens de uitvoering een wijziging nodig, dan meldde je dit vooraf met het "Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies", te sturen naar plattelandsinterventies@rvo.nl, met in het onderwerp het zaaknummer en de naam van de interventie. Dit formulier bevat een ondertekening met naam, datum en handtekening van de melder.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelde alle volledige aanvragen op de vier selectiecriteria en stelde een rangschikking op. Gedeputeerde Staten van Zeeland namen op basis daarvan een besluit binnen 22 weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode (18 december 2024). De aanvragen met de meeste punten kregen als eerste subsidie, totdat het subsidieplafond van € 1.000.000 was bereikt.

Voorschot en deelbetalingen Voor deze openstelling verstrekten Gedeputeerde Staten geen voorschot en ook geen deelbetalingen, in afwijking van de algemene regels in de verordening. Je ontving dus geen tussentijdse uitbetaling; het volledige subsidiebedrag werd pas uitgekeerd na de definitieve vaststelling aan het eind van je project.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je moest de gesubsidieerde activiteiten binnen 2 jaar na de verleningsbeschikking uitvoeren. Bij onvoorziene omstandigheden kon je, uiterlijk de dag vóór het verstrijken van deze termijn, een gemotiveerd verzoek tot verlenging indienen, tot uiterlijk 31 december 2028.
  • Duurde je project langer dan 12 maanden, dan moest je jaarlijks een voortgangsverslag indienen met het verplichte format "Format Voortgangsverslag Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering". Hierin beschrijf je de voortgang van activiteiten, eventuele afwijkingen van het projectplan, de financiële voortgang (kostenoverzicht, financieringsoverzicht en planning) en communicatieactiviteiten. Wil je tegelijk een deelbetaling aanvragen (wat hier dus niet mogelijk was), dan voeg je het verslag toe als bijlage; anders stuur je het rechtstreeks naar plattelandsinterventies@rvo.nl.
  • Je moest voldoen aan de EU-communicatieverplichtingen (EU-logo tonen, vermelden dat het project is medegefinancierd door de Europese Unie, het provincielogo tonen, en bij meer dan € 50.000 subsidie voor materiële activa een zichtbare plaquette of digitaal beeldscherm plaatsen).
  • Je hield een administratie bij van de aard, inhoud en voortgang van de activiteiten, de gemaakte en betaalde kosten, en het voldoen aan de communicatieverplichtingen. Deze bewaar je minimaal vijf jaar na subsidievaststelling, of tien jaar bij een gerechtelijke procedure.
  • Wijzigingen in je project moest je vooraf melden via het meldingsformulier, voordat je de wijziging doorvoerde.
  • Dreigde je activiteiten niet, niet tijdig of niet volledig uit te voeren, of niet aan verplichtingen te kunnen voldoen? Dan moest je dit onverwijld schriftelijk melden.

Vaststelling en uitbetaling Na afronding van de activiteiten diende je binnen 13 weken na het einde van de projectperiode (uiterlijk 1 april 2029) een aanvraag tot vaststelling in, met het "Format Inhoudelijk en financieel eindverslag". Hierin toon je aan dat de activiteiten zijn uitgevoerd en dat je aan de verplichtingen hebt voldaan, onder meer met foto's van de investering (inclusief het type- en serienummer van de aangekochte machine) en bewijsstukken van communicatieactiviteiten. Bij investeringen in roerende of onroerende zaken moest de investering op het moment van de vaststellingsaanvraag gebruiksklaar zijn.

Voor subsidies tussen € 25.000 en € 125.000 (arrangement 2) stelden Gedeputeerde Staten de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van de vaststellingsaanvraag, in de vorm van een vast bedrag. Voor subsidies van € 125.000 en hoger (arrangement 3) gold een termijn van 22 weken, en moest je bij de aanvraag ook een schriftelijke verantwoording van gebruikte uren en een financieel verslag toevoegen. Viel het definitieve subsidiebedrag lager uit dan verwacht, bijvoorbeeld omdat niet aan alle voorwaarden was voldaan, dan werd het bedrag lager vastgesteld.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 5 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering 2024 (NSP). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zeeland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.