GeslotenProvincie · Subsidie

Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven

Provincie Zeeland

Wat is de Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven?

Deze regeling is gesloten voor aanvragen. Er kan geen subsidie meer aangevraagd worden. Zodra er een vergelijkbare regeling opent, informeert de provincie Zeeland daarover via de loketpagina en de Nieuwsbrief Europaloket Zeeland.

Toen de regeling nog openstond, was hij bedoeld voor niet-productieve investeringen in het landelijk gebied met een directe link met de landbouw. Het ging specifiek om investeringen in het watersysteem: de herinrichting, inrichting of transformatie van watersystemen. Denk aan het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, waterbergingen of maatregelen voor waterkwaliteit en -kwantiteit, ook op landbouwgrond (bijvoorbeeld in het kader van de Kaderrichtlijn Water of klimaatdoelen).

In Zeeland konden alleen provincies, waterschappen en gemeenten subsidie aanvragen, niet individuele ondernemers of samenwerkingsverbanden. De activiteit moest bijdragen aan minimaal één van drie doelen: aanpassing aan klimaatverandering en duurzame energie, duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, of het versterken van biodiversiteit en landschap.

De subsidie bedroeg 100% van de subsidiabele kosten bij waterkwaliteitsmaatregelen en 70% bij waterkwantiteitsmaatregelen. Er gold een minimumbedrag: een aanvraag met een subsidie lager dan € 1.000.000 werd geweigerd. Het subsidieplafond voor de Zeeuwse openstelling was € 2.750.000.

De aanvraag verliep via het online portaal van RVO, met onder meer een verplicht projectplan, begroting en een bewijs van nationale cofinanciering. Aanvragen werden gerangschikt op basis van vier beoordelingscriteria en het beschikbare budget werd verdeeld op volgorde van score, niet op volgorde van binnenkomst.

Wie komt in aanmerking voor de Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven?

Deze regeling staat op "Gesloten voor aanvragen". Je kunt op dit moment dus niet meer aanvragen, ongeacht of je aan de voorwaarden voldeed. De onderstaande eisen golden tijdens de laatste openstelling in Zeeland (15 januari 2025 09:00 uur tot en met 26 februari 2025 17:00 uur, met een aparte openstelling in 2025 voor Overijssel en Zuid-Holland).

Wie kwam in aanmerking (Zeeland)

  • Subsidie kon uitsluitend worden verstrekt aan provincies, waterschappen en gemeenten. Individuele ondernemers, particulieren of andere rechtspersonen vielen af, ook als hun project verder aan alle inhoudelijke eisen voldeed.
  • De activiteit moest bijdragen aan minimaal één van drie doelen: matiging van/aanpassing aan klimaatverandering of duurzame energie, duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen, of het tot staan brengen van biodiversiteitsverlies en instandhouding van habitats of landschappen.
  • De investering moest gaan om herinrichting, inrichting of transformatie van watersystemen. Investeringen die uitsluitend landbouwers ten goede kwamen (zoals een stuw of drainagepoel voor één bedrijf) vielen niet onder de regeling; het effect moest groter zijn dan alleen voor landbouwbedrijven.
  • De investering moest "niet-productief" zijn: ze mocht niet leiden tot een aanzienlijke stijging van waarde of rentabiliteit van een bedrijf. Eventuele productieve elementen mochten slechts "bijvangst" zijn. Aanvragers moesten expliciet onderbouwen dat het om bovenwettelijke taken ging.

Weigeringsgronden (wie afvalt en waarom)

  • De te beschikken subsidie was bij verlening lager dan € 1.000.000.
  • De activiteit was bedoeld om aan een wettelijke verplichting te voldoen.
  • Er was geen directe link met de landbouw.
  • Er was al subsidie aangevraagd voor dezelfde activiteiten in dezelfde aanvraagperiode, of al subsidie verstrekt voor dezelfde kosten tot het toegestane maximum.
  • De activiteiten vonden niet overwegend plaats in provincie Zeeland, tenzij ze aantoonbaar ten goede kwamen aan Zeeuwse ingezetenen of het belang van de provincie dienden.
  • De benodigde nationale cofinanciering (57%) was niet of niet volledig beschikbaar gesteld, en de aanvraag was niet voorzien van een bijdrageverklaring of subsidiebeschikking daarvoor.
  • De aanvrager was een "onderneming in moeilijkheden" volgens EU-staatssteunregels.
  • Er bestond een uitstaand terugvorderingsbevel van de Europese Commissie tegen de aanvrager.
  • De activiteiten hadden een voorziene negatieve uitwerking op het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren.
  • Niet is voldaan aan een wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag op de sluitingsdatum.
  • Al gestart was met de uitvoering vóórdat de aanvraag was ingediend.
  • De aanvraag werd gedaan door een reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij de activiteit nieuw was voor dat samenwerkingsverband.

Daarnaast gold een puntendrempel: een aanvraag kwam alleen voor subsidie in aanmerking bij minimaal 60% (33 van de 55 punten) van het totaal te behalen aantal punten op de selectiecriteria.

Waarvoor krijg je subsidie?

De regeling is gesloten, dus onderstaande kostenregels zijn niet meer van toepassing op nieuwe aanvragen. Ze golden voor de Zeeuwse openstelling 2025.

Wel subsidiabele kosten

  • Loonkosten inclusief overheadkosten. Deze werden berekend volgens artikel 1.9a of 1.9b van de Verordening; bij toepassing van 1.9a golden specifieke rekenregels voor de loonkosten.
  • Kosten van eigen arbeid van de subsidieontvanger, inclusief overheadkosten. Ook hier gold de berekeningswijze uit de Verordening.
  • Andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kon worden overlegd. Dit is een brede restcategorie voor kosten van derden, zoals aannemers of leveranciers, die je met facturen of vergelijkbare bewijsstukken moest onderbouwen.

Alle kosten moesten direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten (de herinrichting, inrichting of transformatie van watersystemen).

Voor het berekenen van kosten kon gebruik worden gemaakt van de vereenvoudigde kostenoptie (VKO): een vaste rekenmethode voor arbeidskosten of voor overige kosten, in plaats van alle kosten individueel te onderbouwen. Koos je voor VKO voor overige kosten, dan gold een forfait van 40% over de arbeidskosten; koos je voor VKO voor arbeidskosten, dan gold een forfait van 23% over de overige kosten (volgens het format begroting). Bij "geen VKO" gold een overheadopslag van 15% en werkgeverslasten van 44,2% op de loonkosten.

Let op bij aanbesteding: als je aanbestedingsplichtig was, kon je de VKO voor arbeidskosten alleen gebruiken als de individuele opdracht niet boven de Europese aanbestedingsdrempel uitkwam. Bij overschrijding moest je alle kosten (overig en arbeid) onderbouwen met offertes en betaalbewijzen. In Overijssel gold bovendien: als de waarde van nadere opdrachten boven de drempel kwam, kreeg je helemaal geen bijdrage voor arbeidskosten.

  • Overheidsopdracht voor werken: € 5.538.000
  • Overheidsopdracht voor leveringen/diensten door centrale overheden: € 143.000
  • Overheidsopdracht voor leveringen/diensten door niet-centrale aanbestedende diensten: € 221.000
  • Overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten: € 750.000 Deze drempels veranderen elke 2 jaar; kijk bij het bepalen van je opdrachtwaarde naar de drempel van de nadere overeenkomst, niet naar die van de raamovereenkomst.

Niet-subsidiabele kosten (Zeeland), onder meer

  • Kosten die niet aantoonbaar rechtstreeks aan de gesubsidieerde activiteiten zijn toe te rekenen.
  • Rente, debetrente, bankdiensten, financieringskosten, kosten van gerechtelijke procedures of juridische bijstand daarbij, boetes en sancties, fooien, geschenken, personeelsactiviteiten, overboekingen, annuleringen, gratificaties, bonussen, outplacementtrajecten, representatiekosten en -vergoedingen.
  • Kosten van voorbereidende handelingen voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd.
  • Vervangingsinvesteringen.
  • Legeskosten, tenzij expliciet subsidiabel gesteld.
  • Verrekenbare of compensabele btw.
  • Kosten die niet voldoen aan de vereisten van goed financieel beheer (art. 33 Verordening (EU) 2018/1046).
  • Winstopslagen binnen een groep, en kosten die een deelnemer van een samenwerkingsverband bij een andere deelnemer in rekening brengt.
  • Aankoop van landbouwproductierechten en betalingsrechten.
  • Investeringen die het dierenwelzijn verslechteren, en aankoop van dieren.
  • Aankoop van zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen (met een paar specifieke uitzonderingen, zoals herstel na natuurramp).
  • Aankoop van grond voor meer dan 10% van de totale subsidiabele uitgaven (met uitzondering voor milieubehoud/koolstofrijke bodems, tot maximaal 30%).
  • Investeringen in grootschalige infrastructuur die geen deel uitmaken van lokale ontwikkelingsstrategieën (met uitzonderingen voor breedbandinfrastructuur en kustbescherming tegen overstroming).
  • Investeringen in bebossing die niet stroken met milieu- en klimaatdoelstellingen.
  • Kosten van investeringen om aan een wettelijke verplichting te voldoen.
  • Kosten van investeringen met een negatief effect op de omgeving.
  • Investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren (zoals een stuw of drainagepoel voor één bedrijf).

Bij subsidies vanaf € 125.000 moest je het format begroting en betaalverzoeken gebruiken om aan te geven welke kosten je bij een betaalverzoek declareerde, en bij arbeidskosten of vrijwilligersuren ook het format urenregistratie.

Hoeveel subsidie krijg je?

De regeling is gesloten, dus deze bedragen en percentages zijn niet meer aanvraagbaar. Ze golden voor de laatste Zeeuwse openstelling.

Subsidiepercentage

  • 100% van de subsidiabele kosten voor investeringen gericht op waterkwaliteit.
  • 70% van de subsidiabele kosten voor investeringen gericht op waterkwantiteit.

Minimum- en maximumbedrag (Zeeland)

  • De subsidie werd geweigerd als het te beschikken bedrag bij verlening lager was dan € 1.000.000. Dit was dus het feitelijke minimumbedrag.
  • Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode was € 2.750.000, bestaande uit € 1.182.500 (43%) ELFPO-middelen en € 1.567.500 (57%) nationale cofinanciering. Dit plafond kon door Provinciale Staten worden verlaagd bij de begrotingsvaststelling; bij overschrijding van het (verlaagde) plafond werd het beschikbare bedrag verdeeld op volgorde van rangschikking.
  • Let op: in andere provincies binnen dezelfde landelijke regeling golden andere bedragen. Voor Overijssel gold een minimum van € 200.000 en een maximum gelijk aan het totale beschikbare budget van € 5.921.045,86. Voor Zuid-Holland (alleen waterschap Hollandse Delta) gold eveneens een minimum van € 200.000 en een maximum van € 596.013,00.

Cofinanciering

Van het toegekende bedrag kwam 43% uit ELFPO-middelen (Europees) en 57% uit nationale cofinanciering. Aanvragers moesten deze 57% zelf regelen en bij de aanvraag een bewijs van cofinanciering van een nationale overheid meesturen. Zonder deze dekking werd de subsidie geweigerd.

Wat het bedrag kon verlagen

  • Bij de vaststelling werd het definitieve subsidiebedrag berekend op basis van daadwerkelijk gerealiseerde en verantwoorde kosten en resultaten. Voldeed je niet (helemaal) aan de voorwaarden, dan kon het bedrag lager worden vastgesteld dan verleend.
  • Was het definitieve bedrag lager dan wat je al had ontvangen via voorschot en/of deelbetalingen, dan moest je het verschil terugbetalen.

De vergoeding was een percentage van de werkelijk gemaakte, subsidiabele kosten, niet een vast bedrag per eenheid zoals per m² of per meter oever.

Wat zijn de voorwaarden van de Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven?

De regeling is gesloten voor aanvragen. Onderstaande knock-outeisen, beoordelingscriteria en verplichtingen golden voor de laatste Zeeuwse openstelling en zijn nu alleen nog relevant voor lopende, al goedgekeurde projecten of ter oriëntatie op een eventuele nieuwe openstelling.

Hier val je op af

Aanvrager moest een provincie, waterschap of gemeente zijn.
De subsidie bij verlening moest minimaal € 1.000.000 bedragen.
De activiteit mocht niet bedoeld zijn om aan een wettelijke verplichting te voldoen.
Er moest een directe link met de landbouw zijn.
De 57% nationale cofinanciering moest gedekt zijn met een cofinancieringsverklaring, meegestuurd bij de aanvraag.
Geen dubbele subsidie voor dezelfde activiteit in dezelfde periode of tot het toegestane maximum.
De activiteiten moesten overwegend in Zeeland plaatsvinden (of aantoonbaar het Zeeuwse belang dienen).
Niet gestart zijn met de uitvoering voordat de aanvraag was ingediend.
Geen aanvrager die een "onderneming in moeilijkheden" is, en geen uitstaand EU-terugvorderingsbevel.
Geen negatief voorzien effect op dierenwelzijn van landbouwhuisdieren.
Geen aanvraag door een al bestaand samenwerkingsverband, tenzij de activiteit nieuw was voor dat verband.
Minimaal 60% (33 van de 55 punten) op de gezamenlijke selectiecriteria.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Mate van effectiviteit (wegingsfactor 4, max. 20 punten). Beoordeelt de bijdrage aan de NSP-doelen en beleidsdoelstellingen, met name uit het Regionaal Waterprogramma 2022-2027, de Zeeuwse Omgevingsvisie (watersysteem en klimaatadaptatie) en de Omgevingsverordening Zeeland.
  2. 0 punten: geen bijdrage aan de doelen.
  3. 1 punt: geringe bijdrage, alleen aan waterkwantiteit.
  4. 2 punten: matige bijdrage aan twee doelen, met nadruk op waterkwantiteit.
  5. 3 punten: voldoende bijdrage aan minimaal één doel, met nadruk op waterkwaliteit.
  6. 4 punten: goede bijdrage aan drie doelen, zowel kwalitatief als kwantitatief.
  7. 5 punten: uitzonderlijk grote bijdrage aan alle doelen, zowel kwalitatief als kwantitatief.
  8. Haalbaarheid van de activiteit (wegingsfactor 3, max. 15 punten). Beoordeelt de kwaliteit en ervaring van de projectleider, hoe realistisch het plan is (voorbereiding, grondverwerving, natschaderegeling), of relevante partijen voldoende betrokken zijn, en of planning, opzet en begroting realistisch zijn.
  9. 0 punten: zeer geringe bijdrage; oplopend tot 5 punten: zeer goede bijdrage.
  10. Mate van urgentie (wegingsfactor 2, max. 10 punten). Beoordeelt op welke termijn de opgave volgens provinciale plannen aangepakt moet worden.
  11. 0 punten: pas na 2030 noodzakelijk.
  12. 1 punt: in 2029.
  13. 2 punten: in 2028.
  14. 3 punten: in 2027.
  15. 4 punten: in 2026.
  16. 5 punten: uiterlijk 2025 (onmiddellijk).
  17. Mate van efficiëntie van uitvoering (wegingsfactor 2, max. 10 punten). Beoordeelt of geld, kennis en middelen doelmatig worden ingezet, of de proceskosten in verhouding staan tot de projectkosten, en of bestaande kennis en kunde wordt gebruikt.
  18. 0 punten: kosten niet doelmatig, geen gebruik van bestaande kennis.
  19. 1 punt: onvoldoende doelmatig, kennis wel bekend maar nauwelijks gebruikt.
  20. 2 punten: matige doelmatigheid.
  21. 3 punten: voldoende doelmatigheid en redelijke kosten.
  22. 4 punten: goede doelmatigheid, efficiënte uitvoering.
  23. 5 punten: zeer doelmatig, bouwt aantoonbaar voort op eerdere ervaring.

Wat je moet doen na toekenning

  • De activiteiten moesten binnen 2 jaar na de datum van de verleningsbeschikking zijn uitgevoerd. Bij onvoorziene omstandigheden kon uiterlijk één dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk om verlenging worden gevraagd, tot uiterlijk 31 december 2028.
  • Duurde de uitvoering langer dan 12 maanden, dan moest je één keer per jaar een voortgangsverslag indienen (format beschikbaar).
  • De vaststelling moest binnen 13 weken na afloop van de projectperiode worden ingediend, met een uiterste datum van 1 april 2029.
  • Belangrijke wijzigingen moest je vooraf melden met het Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies, voordat je de wijziging uitvoerde. Deed je dit niet vooraf, dan was dat op eigen risico.
  • Communicatieverplichtingen van de EU golden bij ontvangst van ELFPO-steun: EU-logo tonen, vermelden dat je EU-steun ontving ("Gefinancierd door" of "Medegefinancierd door de Europese Unie"), het project beschrijven, het provincielogo tonen en de ELFPO-bijdrage melden op website/social media.
  • Boven € 50.000 subsidie en bij investeringen in materiële activa: een plaquette of digitaal beeldscherm plaatsen, goed zichtbaar voor het publiek.
  • Boven € 500.000 subsidie bij infrastructuur- of bouwprojecten: vanaf de start van de uitvoering een permanente plaat of bord plaatsen, zichtbaar voor het publiek, en in stand houden tot het einde van de instandhoudingstermijn. Een permanente plaat vervangt de plicht tot een plaquette.
  • Wijzigingen mochten niet leiden tot een hogere subsidie, een niet-subsidiabele activiteit, een score onder de puntendrempel, of een lagere plaats op de prioriteitenlijst dan waar het subsidieplafond werd bereikt.

Het totaal (max. 55 punten) werd gebruikt om aanvragen te rangschikken. De hoogst scorende aanvragen kregen als eerste subsidie (tender-methode), niet op volgorde van binnenkomst. Bij overschrijding van het subsidieplafond ging het geld dus naar de best scorende projecten.

Hoe vraag je de Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven aan?

Deze regeling staat op "Gesloten voor aanvragen"; je kunt op dit moment geen nieuwe aanvraag indienen. Onderstaand stappenplan beschrijft hoe de aanvraag werkte tijdens de laatste openstelling en dient als referentie voor als de regeling opnieuw opent.

Stap 1: Aanvraag indienen tijdens de openstellingsperiode

De aanvraag moest worden ingediend via het online portaal van RVO. De link naar dit portaal werd enkele dagen voor de openstelling bekendgemaakt via de website van provincie Zeeland. Voor het indienen was E-herkenning niveau 3 nodig. Voor Zeeland liep de laatste openstelling van 15 januari 2025 09:00 uur tot en met 26 februari 2025 17:00 uur. In andere provincies golden andere periodes: Overijssel van 4 november 2025 09:00 uur tot en met 4 december 2025 17:00 uur, en Zuid-Holland (alleen waterschap Hollandse Delta) van 4 november 2025 09:00 uur tot en met 3 februari 2026 17:00 uur.

Stap 2: Verplichte bijlagen meesturen

Bij de aanvraag moesten in ieder geval de volgende documenten worden meegestuurd:

  • Een volledig ingevuld format projectplan. Het is de aanvrager (provincie, waterschap of gemeente) die de aanvraag indient.
  • Een volledig ingevuld format begroting (het format begroting en betaalverzoeken), met een onderbouwing van de kosten.
  • Een bewijs van cofinanciering van een nationale overheid, ter dekking van de verplichte 57% nationale cofinanciering.
  • Eventueel extra bijlagen zoals een vergunning, als die nodig is voor de uitvoering van het project.

Stap 3: Kosten berekenen

Bij het invullen van de begroting kies je de methode voor het berekenen van subsidiabele kosten: geen vereenvoudigde kostenoptie (alle kosten onderbouwen met facturen/betaalbewijzen), VKO voor arbeidskosten, of VKO voor overige kosten. Ben je aanbestedingsplichtig, dan gelden aparte regels: de VKO voor arbeidskosten mag alleen als de opdracht onder de Europese aanbestedingsdrempel blijft.

Stap 4: Wachten op de beslissing

Na de sluitingsdatum beoordeelt een adviescommissie (NSP-adviescommissie) alle volledige aanvragen aan de hand van de vier selectiecriteria en rangschikt ze. Je ontvangt de beslissing binnen 22 weken na de sluitingsdatum.

Tijdens de looptijd, bij wijzigingen

Wil je iets wijzigen in je project (bijvoorbeeld een onderdeel niet uitvoeren, of een verandering in de aanvrager)? Dan meld je dit vooraf, voordat je de wijziging uitvoert, met het Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies. Dit formulier bevat projectgegevens, een beschrijving van de wijziging, contactgegevens en een ondertekening door de melder (naam, datum, handtekening). Je stuurt het ingevulde formulier met onderbouwende stukken (zoals een nieuwe planning of offerte) naar plattelandsinterventies@rvo.nl, met het aanvraagnummer (11-cijferige code uit de beslisbrief) in het onderwerp.

Bij een betaalverzoek (deelbetaling of vaststelling)

  • Bij subsidies van € 125.000 of meer vul je het format begroting en betaalverzoeken in (dezelfde die je bij de aanvraag gebruikte) en geef je aan welke kosten je declareert.
  • Heb je subsidie voor arbeidskosten of vrijwilligersuren? Voeg dan het format urenregistratie GLB-subsidies toe. Dit moet ondertekend worden door zowel de medewerker die de uren maakte (opsteller) als door de leidinggevende of projectverantwoordelijke die de uren goedkeurt; dit mogen niet dezelfde personen zijn, en ondertekening moet binnen één maand na het maken van de uren.
  • Overige bijlagen naar behoefte: bewijsstukken voor arbeidskosten (loonstroken), facturen en betaalbewijzen voor kosten van derden, bewijs van communicatieactiviteiten, bewijsstukken voor extra voorwaarden (zoals een vergunning), en aanbestedingsdocumenten.
  • Bij afronding van het project gebruik je het format Inhoudelijk en financieel eindverslag voor de vaststellingsaanvraag, aangevuld met foto's van gedane investeringen.

Voor het projectplan en de begroting geldt geen expliciete ondertekeningsvereiste; alleen voor het meldingsformulier en de urenregistratie is ondertekening verplicht.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling en termijn

Na ontvangst van een complete aanvraag beoordeelt een adviescommissie (de NSP-adviescommissie) je aanvraag aan de hand van de vier selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, urgentie, efficiëntie) en rangschikt deze op puntentotaal. Je ontvangt de beslissing binnen 22 weken na de sluitingsdatum van de openstelling. Aanvragen met de meeste punten krijgen als eerste subsidie; bij een overschreden subsidieplafond bepaalt de rangschikking wie nog wordt gehonoreerd.

Je mag na het indienen van je aanvraag al starten met de uitvoering, maar dat is op eigen risico zolang je nog geen beslisbrief hebt. Alleen bij goedkeuring van de aanvraag krijg je daadwerkelijk subsidie.

Voorschot

In Zeeland verstrekken Gedeputeerde Staten geen voorschot (in afwijking van de standaardregel in de Verordening). Dit wijkt af van Zuid-Holland, waar wél automatisch een voorschot van 50% van het subsidiebedrag wordt uitgekeerd; in Overijssel wordt evenmin een voorschot verstrekt.

Deelbetalingen

In Zeeland kun je maximaal 1 keer per jaar een verzoek tot deelbetaling indienen. Een deelbetaling moet betrekking hebben op minimaal 25% van de verleende subsidie of minimaal € 50.000 aan subsidie. Deelbetalingen mogen samen niet meer bedragen dan 90% van de verleende subsidie. (In Zuid-Holland gelden andere regels: daar kun je 2 keer per jaar een deelbetaling aanvragen en reageert het loket binnen 13 weken; in Overijssel is geen deelbetaling mogelijk.)

Verplichtingen tijdens de uitvoering

  • Je voert de subsidiabele activiteiten binnen 2 jaar na de datum van de subsidieverleningsbeschikking uit. Bij onvoorziene omstandigheden kun je tot uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk gemotiveerd verlenging vragen, tot uiterlijk 31 december 2028.
  • Duurt de uitvoering langer dan 12 maanden, dan moet je jaarlijks een voortgangsverslag indienen met het format Voortgangsverslag. Dit beschrijft de uitgevoerde activiteiten, behaalde resultaten, afwijkingen van het plan, communicatieactiviteiten en de financiële voortgang (begrote versus gemaakte kosten).
  • Je houdt je tijdens de uitvoering aan de voorwaarden die in je beslisbrief staan.
  • Je meldt belangrijke wijzigingen vooraf, voordat je ze doorvoert, via het meldingsformulier. Doe je dit niet, dan is dat op eigen risico.
  • Je voldoet aan de EU-communicatieverplichtingen (logo, vermelding van ELFPO-steun) en, afhankelijk van het subsidiebedrag, aan de eisen voor een plaquette, digitaal beeldscherm of permanente plaat/bord.

Vaststelling

Na afronding van de activiteiten dien je de vaststellingsaanvraag in met het format Inhoudelijk en financieel eindverslag, inclusief foto's van gedane investeringen en onderbouwing van de behaalde resultaten. Deze aanvraag moet binnen 13 weken na afloop van de projectperiode worden ingediend, met een uiterste datum van 1 april 2029. RVO beoordeelt binnen 13 weken of je aan de voorwaarden voldoet en berekent het definitieve subsidiebedrag. Voldoe je niet (helemaal) aan de voorwaarden, dan kan het bedrag lager worden vastgesteld.

Uitbetaling na vaststelling

Heb je het definitieve bedrag nog niet volledig ontvangen, dan betaalt de provincie na de vaststellingsbrief de rest uit. Is het definitieve bedrag lager dan wat je al via voorschot en/of deelbetalingen ontving, dan betaal je het verschil terug.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling, waarvan er 4 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zeeland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.