Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie
Ministerie van Klimaat en Groene Groei (via RVO)
Ook bekend als NIKI
Wat is de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie?
De NIKI (Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie) is subsidie voor industriële bedrijven in Nederland die een innovatieve technologie op commerciële schaal willen inzetten om CO2- en andere broeikasgasuitstoot in hun productieproces of productketen fors te verlagen. Het gaat om grote, kapitaalintensieve verduurzamingsprojecten: je vraagt minimaal € 30 miljoen subsidie aan voor investerings- en exploitatiekosten van een productie-installatie waarvan je eigenaar bent en blijft.
De regeling is tijdelijk gesloten voor aanvragen. De vorige ronde sloot op 30 september 2025 om 17:00 uur; een nieuwe openstellingsronde wordt in het najaar verwacht. Je kunt nu al wel een projectideetoets laten uitvoeren om de slaagkans van een toekomstige aanvraag in te schatten.
De NIKI is een tenderregeling: aanvragen worden na de sluitingsdatum gerangschikt op het bod dat je zelf uitbrengt (het subsidiebedrag per vermeden ton CO2). Hoe lager je bod, hoe hoger je in de rangschikking komt, tot het subsidieplafond bereikt is. Om aan te vragen heb je onder meer een afgeronde basic engineering nodig, een projectplan, een klimaatplan, een accountantsverklaring en een 'Geen onderneming in moeilijkheden'-verklaring. De CO2-emissiereductie en de benodigde subsidie moet je berekenen met verplichte rekenmodellen van RVO.
Na toekenning krijg je een beschikking met een voorschot voor de investeringsfase, gevolgd door voorschotten tijdens de exploitatiefase (10 jaar), jaarlijkse voortgangsrapportages en uiteindelijk een subsidievaststelling.
Wie komt in aanmerking voor de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie?
De NIKI is bedoeld voor grote industriële verduurzamingsprojecten. Een flink deel van de aanvragen valt af doordat het project te klein is, de onderneming niet in de juiste sector zit, of niet aan de basisvoorwaarden voldoet. De regeling is tijdelijk gesloten; de vorige ronde sloot op 30 september 2025 om 17:00 uur en een nieuwe openstelling wordt in het najaar verwacht.
Je komt niet in aanmerking als:
- Je onderneming niet valt onder hoofdgroep C (Industrie) of hoofdgroep E, subgroep 37 of subgroep 38.2 van de Standaard Bedrijfsindeling 2025 (versie 2024) van het CBS. ESCO's (energiebedrijven die vooral nutsvoorzieningen leveren) vallen bijvoorbeeld onder SBI-code D en komen daardoor niet in aanmerking.
- Je niet zelf investeert in en eigenaar bent (en blijft) van de productie-installatie in Nederland. Operationele leaseconstructies zijn uitgesloten; financiële lease waarbij de leasenemer eigenaar wordt, mag wel.
- De basic engineering van je project nog niet is afgerond op het moment van aanvragen.
- Je minder dan € 30 miljoen subsidie aanvraagt (met uitzondering van het geval waarin door toekenning van hoger gerangschikte aanvragen nog een kleiner restbudget overblijft).
- Je bod hoger is dan € 300 per ton CO2.
- Je onderneming (of een deelnemer in het samenwerkingsverband) in moeilijkheden verkeert volgens de Europese regels hiervoor. Hiervoor moet je altijd een verklaring 'Geen onderneming in moeilijkheden' aanleveren.
- Je project niet past in categorie A (directe besparing van CO2-emissies in het productieproces, met de thema's grootschalige procesefficiëntie, elektrificatie of waterstof) of categorie B (vervangen van primaire fossiele koolstof in de productketen).
- Je project gericht is op: nieuwe infrastructuur, energieproductie uit warmtekrachtkoppeling, waterstofproductie uit elektrolyse, elektriciteitsproductie uit waterstof, recycling van lagere kwaliteit dan de gangbare methode, of een techniek die al onder de SDE++ valt (tenzij de investeringskosten hiervoor minder dan 10% van de totale investeringskosten bedragen).
- De investeringskosten minder dan 20% bedragen van de som van investeringskosten plus verdisconteerde exploitatiekosten minus verdisconteerde operationele voordelen.
- Het niet aannemelijk is dat de installatie na 10 jaar exploitatie zonder subsidie rendabel blijft draaien.
- Je project alleen dient om te voldoen aan al bindende Europese normen, of niet verder gaat dan de gevestigde commerciële praktijk in de EU.
Verder geldt: je start het project (de eerste bindende verplichting of de definitieve investeringsbeslissing) binnen 12 maanden na de beschikking, je neemt de installatie binnen 4 jaar na start in gebruik, en daarna volgen 10 exploitatiejaren. Er geldt geen ondergrens voor de omvang van de onderneming zelf; de eisen richten zich op de sector, het project en de investeringsomvang.
Waarvoor krijg je subsidie?
De NIKI subsidieert investerings- en exploitatiekosten van een NIKI-project: de aanpassing of bouw van een productie-installatie in Nederland waarmee je CO2-emissies vermindert. De subsidiabele kosten worden berekend volgens de op het moment van aanvraag geldende NIKI-rekenmethode (het 'NIKI Rekenmodel subsidie').
Investeringskosten (CAPEX)
Dit zijn alle primaire uitgavenposten die nodig zijn om de investeringsfase te voltooien en de exploitatiefase te starten. Ze worden gemaakt gedurende de investeringsfase, die begint bij de eerste bindende verplichting en maximaal 4 jaar duurt. Een specifieke rekenregel geldt voor aansluitkosten en netverzwaring:
- Zijn deze kosten uitsluitend voor het NIKI-project? Dan reken je ze volgens de NIKI-rekenmethode toe, waarbij je de economische levensduur van de NIKI-installatie vergelijkt met de boekhoudkundige afschrijvingsperiode van de investering (alleen relevant als de afschrijvingsperiode langer is dan de economische levensduur).
- Gebruik je de aansluiting ook voor andere installaties? Dan reken je alleen het deel toe dat aan de NIKI-installatie is toe te schrijven, naar rato van het benodigde vermogen. Vervolgens corrigeer je voor het verschil tussen economische levensduur en afschrijvingsperiode, bijvoorbeeld € 9.000.000 × (25/40) = € 5.400.000 dat je in het rekenmodel bij CAPEX opvoert.
- Je gebruikt hierbij dezelfde boekhoudmethode als voor je andere, niet-gesubsidieerde activiteiten.
Exploitatiekosten (OPEX)
Alle uitgaven die essentieel zijn voor de installatie en operationalisering van de NIKI-installatie(s), gemaakt tijdens de exploitatiefase (10 jaar na ingebruikname).
Wat niet subsidiabel is
- Aanvragen met een bod hoger dan € 300 per ton CO2.
- Projecten voor de aanleg van nieuwe infrastructuur.
- Productie van energie uit warmtekrachtkoppeling.
- Productie van waterstof uit elektrolyse.
- Productie van elektriciteit uit waterstof.
- Recycling van lagere kwaliteit dan de gangbare recyclingmethode.
- Toepassing van een techniek die al is opgenomen in de SDE++, tenzij de investeringskosten hiervoor minder dan 10% van de totale investeringskosten van het NIKI-project bedragen; combineren van SDE++ en NIKI voor dezelfde activiteiten is nooit toegestaan.
- Investeringen die je alleen in staat stellen te voldoen aan reeds bindende Europese normen, of die niet verder gaan dan de gevestigde commerciële praktijk in de hele EU.
- Recycling van afval tot opvulmateriaal of voor (dier)voeding.
- Voor waterstofprojecten: vergassing waarbij het syngas direct wordt ingezet voor warmte- en elektriciteitsproductie.
Voor de berekening van de subsidiabele kosten en de benodigde subsidie geldt een vaste methodiek op kasstroombasis: de netto contante waarde (NCW) van alle toekomstige kosten en opbrengsten wordt verdisconteerd op basis van de WACC, gedeeld door het productievolume, en vergeleken met de verwachte marktprijs van je product.
Hoeveel subsidie krijg je?
De subsidie voor een NIKI-project bedraagt minimaal € 30.000.000 en maximaal het bedrag van het geldende subsidieplafond. Alleen als door toekenning van hoger gerangschikte aanvragen een restbudget van minder dan € 30 miljoen overblijft, kan je minder dan dit minimum ontvangen.
De hoogte van de subsidie is niet vast, maar hangt af van het verschil tussen de kostprijs en de marktprijs van de producten die je gaat maken. Je berekent dit verplicht met het 'NIKI Rekenmodel subsidie'. De basisgedachte: als je product duurder is om te maken dan wat de markt ervoor betaalt, dekt de subsidie (een deel van) dat verschil, tot het bedrag dat nodig is om een rendement gelijk aan de WACC te behalen.
Bij je aanvraag doe je zelf een bod: het bedrag in euro's subsidie per ton vermeden CO2 (de subsidie-intensiteit). Dit bod mag niet hoger zijn dan € 300 per ton CO2, anders wordt de aanvraag afgewezen. De gevraagde subsidie volgt uit het bod vermenigvuldigd met de berekende CO2-emissiereductie. Het bod zelf wordt niet beoordeeld of gewijzigd, maar de haalbaarheid ervan moet je onderbouwen met de subsidieberekening. Is het verschil tussen je bod en de berekende benodigde subsidie te groot, dan kan dit leiden tot afwijzing wegens onvoldoende onderbouwde financiële haalbaarheid.
Tijdens de looptijd kan het voorschot voor de exploitatiefase worden bijgesteld op basis van je jaarlijkse rapportage en het werkelijk gerealiseerde productievolume. Deze bijstelling bedraagt 60% van het verschil tussen het herrekende benodigde steunbedrag en het eerder verstrekte voorschot. Dit voorkomt oversubsidiëring; het definitieve subsidiebedrag ligt bij vaststelling nooit hoger dan het bij verlening toegekende bedrag, een verhoging achteraf is dus niet mogelijk.
Ook geldt een cumulatieregel: heb je voor (een deel van) de subsidiabele kosten al energie-investeringsaftrek gekregen, dan wordt de NIKI-subsidie zo verlaagd dat het totaal aan steun niet boven het toegestane maximum volgens de Europese steunkaders uitkomt.
Verder wordt op het subsidiebedrag in mindering gebracht: het geldende CO2-heffingstarief per verhandeld overtollig dispensatierecht, als blijkt dat je die in het voorgaande kalenderjaar (deels) hebt verhandeld.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2025 | - | 30 sep 2025 | - | Tender (rangschikking na sluiting) |
Wat zijn de voorwaarden van de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Volledigheid: alleen volledige aanvragen worden inhoudelijk behandeld.
- Passendheid in een van de categorieën en thema's van de NIKI (categorie A met de thema's grootschalige procesefficiëntie, elektrificatie of waterstof; of categorie B, vervanging van primaire fossiele koolstof).
- Voldoen aan alle voorwaarden van de regeling.
- Haalbaarheid: financiële, technische, operationele en markthaalbaarheid, blijkend uit je projectplan en de bijlagen.
- Correcte toepassing van de NIKI CO2-emissiereductiemethode.
- Correcte toepassing van de NIKI-rekenmethode voor de subsidieberekening.
Wat je moet doen na toekenning
- Als subsidieontvanger moet je:
- Jaarlijks rapporteren over de voortgang van investeringsactiviteiten (op basis van mijlpalen) en, tijdens de exploitatiefase, over de resultaten op basis van een herberekening van de benodigde subsidie.
- Als je onder het Europese emissiehandelssysteem valt: jaarlijks verklaren of je gebruikmaakt van de opt-outregeling, of anders verklaren en aantonen dat je geen overtollige dispensatierechten hebt verhandeld of zal verhandelen.
- Eens per vijf jaar (of op verzoek) een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant laten opstellen over productieoutput, kostprijs en marktprijs.
- Belangrijke wijzigingen in je project direct melden; voor essentiële wijzigingen vraag je vooraf toestemming, onderbouwd met een beschrijving en argumentatie waarom de wijziging noodzakelijk is. Doe je dit niet, dan riskeer je verlies van subsidie voor het gewijzigde onderdeel of zelfs het hele project.
- Meewerken aan een evaluatie van de effecten van je project, voor zover dat redelijkerwijs van je verlangd kan worden.
- Eigenaar blijven van de NIKI-installatie gedurende zowel de investerings- als de exploitatiefase.
- Na afloop van het project: niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie openbaar maken in een kwalitatief voldoende verslag, en meewerken aan verspreiding van resultaten op verzoek van de minister.
- Op tijd starten: binnen 12 maanden na de beschikking (eventueel verlengbaar met 6 maanden op verzoek), en de installatie binnen 4 jaar na start in gebruik nemen (eventueel verlengbaar met 12 maanden), gevolgd door 10 exploitatiejaren.
Aanvragen die niet worden afgewezen, rangschikt RVO vervolgens uitsluitend op het uitgebrachte bod (subsidie-intensiteit in euro's per ton vermeden CO2): hoe lager het bod, hoe hoger de positie. Dit bod wordt zelf niet beoordeeld of aangepast, maar moet wel onderbouwd zijn met de subsidieberekening; een te groot verschil tussen bod en berekende benodigde subsidie kan tot afwijzing leiden op grond van onvoldoende financiële haalbaarheid.
Verplichte onderdelen van het projectplan
Het projectplan moet minimaal bevatten:
- Een beschrijving van het project inclusief planning, mijlpalenbegroting en go/no-go-momenten, onderbouwd met stukken.
- Een beschrijving van de technische haalbaarheid, inclusief energie- en massabalans van het productieproces.
- Een beschrijving van de financiële haalbaarheid: een productieoutputprognose over 10 jaar, een begroting met onderbouwing van referentie en productieoutput, kostprijs en marktprijs (volgens de NIKI-rekenmethode), en informatie over de financiering van je eigen aandeel.
- Een beschrijving van de markthaalbaarheid inclusief marktonderzoek.
- Een beschrijving van de operationele haalbaarheid inclusief juridische vereisten.
- Een onderbouwing van de gerealiseerde CO2-emissiereductie volgens de NIKI CO2-emissiereductiemethode.
- Een risicoanalyse met mitigerende maatregelen, inclusief een gevoeligheidsanalyse van de CO2-berekening.
Hoe vraag je de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie aan?
De NIKI is een tenderregeling: je moet vóór de sluitingsdatum een volledige aanvraag hebben ingediend. De laatst bekende sluitingsdatum was 30 september 2025 om 17:00 uur; de regeling is nu tijdelijk gesloten en een nieuwe ronde wordt in het najaar verwacht.
Stap 1: voorbereiding
Voordat je kunt aanvragen, moet de basic engineering van je project zijn afgerond; dit vormt de basis voor beide verplichte rekenmethodes. Zorg daarnaast voor:
- eHerkenning op minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten (aanvragen kan een paar dagen duren).
- Eventueel een gemachtigde intermediair (te regelen via Mijn RVO, onderwerp 'Verduurzaming Industrie').
Optioneel, maar aanbevolen: laat een projectideetoets uitvoeren via het projectideeformulier. Een projectadviseur van RVO bespreekt dan de slaagkans van je idee en kan wijzen op andere passende subsidies. Dit is zonder verplichting en helpt de aanvraag scherper voor te bereiden.
Stap 2: documenten verzamelen
Voor de aanvraag zelf heb je onder meer nodig:
- Het aanvraagformulier via Mijn RVO (bij de vorige ronde beschikbaar vanaf 1 september 2025, 9:00 uur).
- Stukken waaruit blijkt dat de basic engineering is afgerond.
- Een projectplan, met daarin onder meer een projectbeschrijving, technische/financiële/markt-/operationele haalbaarheidsstudies, de CO2-emissiereductieberekening, een risicobeoordeling en de bepaling van je subsidie-intensiteit (bod). Gebruik hierbij de 'Instructie Projectplan en Klimaatplan NIKI'.
- Een klimaatplan, met een beschrijving hoe het project past in je investeringsagenda naar een fossielvrije, klimaatneutrale productie in 2050, inclusief vervolgstappen, al gezette stappen en toekomstige stappen.
- Het ingevulde 'NIKI Rekenmodel CO2-emissiereductie' (Excel), verplicht voor de berekening van je CO2-reductie. Let op: gebruik de meest recente versie uit de bijlagen, een eerdere versie bevatte bugs.
- Het ingevulde 'NIKI Rekenmodel subsidie' (Excel), verplicht voor de berekening van de benodigde subsidie en je bod.
- Een verklaring 'Geen onderneming in moeilijkheden', in te vullen via het beslisschema OIM-verklaring en ondertekend door de aanvrager (en door elke deelnemende onderneming in een samenwerkingsverband). Doe dit ruimschoots voor de aanvraag.
- Een accountantsverklaring, specifiek een rapportage op basis van Standaard 3400 van de NBA, bij de onderbouwing van de productieoutput, kostprijs en marktprijs in de begroting.
- Gegevens over de aanvrager (KvK-nummer, adres, rekeningnummer) en de contactpersoon.
- De locatie waar de NIKI-installatie wordt geplaatst.
- Het bod (subsidie-intensiteit in euro's per ton CO2).
Stap 3: indienen
Je dient de volledige aanvraag digitaal in via Mijn RVO, vóór de sluitingsdatum van de tender. Let op de hersteltermijnregel bij tenders: na de sluitingsdatum accepteert RVO geen aanvullingen of wijzigingen meer op informatie die relevant is voor de inhoudelijke beoordeling (zoals het projectplan). Alleen gegevens zonder invloed op de beoordeling, zoals een bankrekeningnummer, mag RVO na sluiting nog opvragen. Is je aanvraag onvolledig ingediend, dan volgt een niet-inhoudelijke beoordeling en krijg je geen subsidie; in de beschikking staat hoe je hiertegen bezwaar kunt maken.
Heb je een negatieve incidentele kasstroom in jaar 5 tot en met 10 terwijl je project na tien jaar wel levensvatbaar is, dan geeft het rekenmodel een foutmelding waardoor indienen niet lukt. Neem in dat geval contact op met RVO via RVO_NIKI@rvo.nl.
Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
RVO beoordeelt je aanvraag binnen 13 weken. Deze termijn kan eenmalig met nog eens 13 weken worden verlengd. RVO rangschikt alle niet-afgewezen aanvragen op het bod (euro per ton vermeden CO2); wie het laagste bod heeft, staat hoogst. Subsidie wordt toegekend op volgorde van deze rangschikking totdat het subsidieplafond is bereikt.
Bij goedkeuring ontvang je een subsidiebeschikking met daarin het toegekende subsidiebedrag, de goedgekeurde projectbegroting, je bod, de gehanteerde WACC, het gehanteerde productievolume, de vermeden CO2 per ton NIKI-product, je verplichtingen als subsidieontvanger en details over de betaling.
Voorschotten
De uitbetaling verloopt in twee fasen:
- Investeringsfase: het voorschot bedraagt 40% van het maximaal verleende subsidiebedrag, of de totale investeringskosten volgens de goedgekeurde begroting, afhankelijk van welk bedrag het laagst is.
- Exploitatiefase: hierna volgt een voorschot voor de exploitatieactiviteiten. Dit voorschot kan binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar worden bijgesteld op basis van je jaarlijkse rapportage en het werkelijk gerealiseerde productievolume. Is te weinig uitgekeerd, dan ontvang je het verschil binnen zes weken na de bijstelling (met als grens het totale maximale voorschotbedrag). Is te veel uitgekeerd, dan wordt dit verrekend met toekomstige betalingen, of teruggevorderd als er geen betalingen meer volgen. De bijstelling bedraagt 60% van het verschil tussen het herberekende benodigde steunbedrag en het eerder verstrekte voorschot.
Verplichtingen tijdens de looptijd
- Je start de investeringsactiviteiten binnen 12 maanden na de beschikking (verlengbaar met 6 maanden op verzoek, indien passend en geboden).
- Je neemt de installatie binnen 4 jaar na de start van het project in gebruik (verlengbaar met 12 maanden op verzoek).
- Na ingebruikname volgen 10 exploitatiejaren, waarbij de installatie ook na deze periode operationeel en rendabel zonder subsidie moet blijven.
- Je levert jaarlijks een voortgangsrapportage via het formulier op Mijn RVO; de exacte data staan in je beschikking.
- Val je onder het Europese emissiehandelssysteem, dan bevat je jaarlijkse rapportage ook een verklaring over de opt-outregeling of over (niet-)verhandelde overtollige dispensatierechten. Heb je die toch verhandeld, dan wordt het geldende heffingstarief per verhandeld recht op je subsidie in mindering gebracht.
- Eens per vijf jaar (of op verzoek) voeg je een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant toe over productieoutput, kostprijs en marktprijs.
- Essentiële wijzigingen meld je vooraf, met een beschrijving en onderbouwing van de noodzaak; de beoordelingstermijn hiervoor is 8 weken, eenmalig verlengbaar met 8 weken. Doe je dit niet, dan riskeer je subsidieverlies voor het gewijzigde deel of het gehele project.
Vaststelling
Na afloop van je project (10 jaar na start van de exploitatiefase) vraag je subsidievaststelling aan via Mijn RVO, met een eindverslag dat een technische omschrijving van de installatie, een actuele subsidieberekening en een berekening van de gerealiseerde CO2-emissiereductie bevat. De beoordelingstermijn hiervoor is 13 weken, eenmalig verlengbaar met nog eens 13 weken. Bij vaststelling wordt te veel of te weinig ontvangen subsidie verrekend; het vastgestelde bedrag kan nooit hoger zijn dan het bij verlening toegekende bedrag.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 5 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- NIKI - Rekenmodel CO2-emissiereductie Excel document | 439.52 KBDownloadExcel · 16 pagina's
- NIKI Rekenmodel subsidie Excel document | 99.87 KBDownloadExcel · 6 pagina's
- regelingstekst in de StaatscourantDownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI)rvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Klimaat en Groene Groei (via RVO). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.