Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

MIT: R&D-Samenwerkingsprojecten

RVO (Rijksdienst voor Ondernemers)

Ook bekend als MIT R&D, MIT-RD

Wat is de MIT: R&D-Samenwerkingsprojecten?

MIT R&D-Samenwerkingsprojecten is bedoeld voor mkb'ers die samen met minimaal één andere mkb-onderneming een nieuw product, productieproces of dienst ontwikkelen. Het gaat om industrieel onderzoek en/of experimentele ontwikkeling, uitgevoerd door minstens 2 mkb'ers samen.

Je krijgt 35% van de subsidiabele kosten. Bij een klein project is de subsidie minimaal € 50.000 en maximaal € 200.000 per project, waarvan minimaal € 25.000 en maximaal € 100.000 per deelnemer. Bij een groot project (subsidiabele kosten boven € 571.428) is de subsidie minimaal € 200.000 en maximaal € 350.000 per project, waarvan minimaal € 25.000 en maximaal € 175.000 per deelnemer.

Je vraagt aan tussen 9 juni 2026, 9:00 uur en 15 september 2026, 17:00 uur, via het loket van RVO met eHerkenning (minimaal niveau eH2+ met machtiging RVO-diensten). Verplichte bijlage is het Model Projectplan; bij een groot project komt daar een gedetailleerde begroting op kostenpostniveau bij.

Het beschikbare landelijke budget is € 3.000.000, waarvan maximaal 50% (€ 1.500.000) voor grote projecten. Daarnaast is er regionaal budget per provincie. Aanvragen worden niet op volgorde van binnenkomst behandeld, maar via een tender: alle volledige en tijdige aanvragen die aan de formele eisen voldoen, worden onderling gerangschikt op kwaliteit. Alleen de hoogst scorende projecten binnen het budget krijgen subsidie.

Wie komt in aanmerking voor de MIT: R&D-Samenwerkingsprojecten?

Je komt in aanmerking als je voldoet aan deze harde eisen. Voldoe je niet aan één van deze punten, dan valt je aanvraag af, ook als je project inhoudelijk goed scoort.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een mkb
Je bent een mkb-onderneming
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemers).
  • Je bent mkb'er. De regeling is alleen voor mkb-ondernemingen, niet voor grote bedrijven. Je kunt dit zelf toetsen met de mkb-toets van RVO, maar je blijft zelf verantwoordelijk voor de juiste beoordeling.
  • Je werkt samen met minimaal 2 mkb'ers. Het project wordt uitgevoerd door een MIT-R&D-samenwerkingsverband: minimaal twee niet in een groep verbonden mkb-ondernemers. Ben je een eenpitter zonder samenwerkingspartner, dan kun je deze regeling niet gebruiken.
  • Je project bestaat uit industrieel onderzoek en/of experimentele ontwikkeling. Routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, productielijnen of diensten vallen hier niet onder, ook niet als die wijzigingen verbeteringen opleveren.
  • Geen deelnemer neemt meer dan 70% van de totale projectkosten voor zijn rekening. Is de verdeling schever, dan is het samenwerkingsverband niet "evenwichtig" en voldoet de aanvraag niet.
  • De looptijd van je project is maximaal 2 jaar.
  • Je vraagt minimaal € 25.000 subsidie per deelnemer aan. Onder dit bedrag komt een deelnemer niet in aanmerking.
  • Je dient je aanvraag op tijd in: tussen 9 juni 2026, 9:00 uur en 15 september 2026, 17:00 uur. Te laat is te laat, de tender kent geen uitzonderingen.
  • Je aanvraag is volledig. Alleen volledige aanvragen die op tijd zijn ontvangen en aan de formele criteria voldoen, worden inhoudelijk beoordeeld. Ontbreekt het verplichte Model Projectplan (en bij grote projecten de gedetailleerde begroting), dan wordt de aanvraag niet meegenomen in de rangschikking.
  • Alleen kosten van de mkb'ers zelf zijn subsidiabel. Kosten van niet-mkb-partijen in het samenwerkingsverband tellen niet mee.

Let op het verschil tussen klein en groot: bij subsidiabele kosten tot € 571.428 is het een klein project (subsidie € 50.000 - € 200.000 per project), bij kosten boven € 571.428 is het een groot project (subsidie € 200.000 - € 350.000 per project). Dit onderscheid bepaalt ook welke bijlagen verplicht zijn en uit welk deel van het budget je project wordt gefinancierd (voor grote projecten is maximaal 50% van het landelijke budget beschikbaar).

Zelfs als je aan alle eisen voldoet, is toekenning niet gegarandeerd: het budget is beperkt (€ 3.000.000 landelijk plus regionale budgetten) en de regeling werkt met een tender. Projecten worden gerangschikt op kwaliteit en alleen de hoogst scorende aanvragen binnen het budget krijgen subsidie. Het dossier vermeldt dat bij de vorige tender 12 van de 28 gerangschikte voorstellen binnen budget vielen; voldoen aan de eisen is dus geen garantie op subsidie.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie over de projectkosten die rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen en die je maakt ná indiening van de aanvraag en vóór het einde van het project. De kosten worden exclusief omzetbelasting meegenomen, tenzij je de btw niet kunt terugvorderen. Winstopslagen bij transacties binnen een groep (bijvoorbeeld tussen moeder- en dochterbedrijf) mogen niet worden meegerekend, tenzij die opslag ook gebruikelijk is bij soortgelijke transacties met partijen buiten de groep.

Er zijn vier subsidiabele kostenposten:

1. Directe loonkosten (eigen personeel)

Voor de personeelskosten kies je één van drie systematieken, die je voor het hele project consistent toepast:

  • Integrale kostensystematiek: je rekent met je eigen integrale uurtarief.
  • Loonkosten plus vaste-opslagsystematiek: je telt de directe loonkosten op en voegt daar een vaste opslag van 50% over de totale loonkosten aan toe.
  • Vaste-uurtarief-systematiek: je rekent met een vast uurtarief van € 60 per uur, ongeacht je werkelijke loonkosten. Bij de integrale kostensystematiek en de vaste-uurtarief-systematiek geldt de opslag van 50% niet, die is alleen van toepassing bij de loonkosten plus vaste-opslagsystematiek.

Let bij projectmanagement op: alleen uren die direct verbonden zijn met de inhoudelijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten zijn subsidiabel. Denk aan inhoudelijke discussies met medewerkers, het analyseren van technische risico's, het opstellen van inhoudelijke rapportages en het opstellen van specificaties. Niet subsidiabel zijn bijvoorbeeld escalatie naar een stuurgroep, het opstellen van een risicomanagementmodel, rapportages om aan subsidieverplichtingen te voldoen en administratieve verantwoording.

2. Projectspecifieke kosten: verbruikte materialen en hulpmiddelen

Dit zijn kosten van materialen en hulpmiddelen die tijdens het project worden verbruikt, gebaseerd op historische aanschafprijzen. Je mag deze kosten alleen apart opvoeren als ze niet al zijn verwerkt in het integrale tarief van je personeelskosten.

3. Projectspecifieke kosten: gebruik apparatuur

Dit zijn de afschrijvingskosten van aangeschafte apparatuur en uitrusting, en de kosten voor gebruik van bestaande apparatuur, berekend op basis van de technische levensduur. Ook deze kosten voer je alleen apart op als ze niet al in een integraal tarief van de personeelskosten zitten.

  • Gebruik je bestaande apparatuur, dan reken je de kosten toe naar evenredigheid van de tijd dat de apparatuur voor het project wordt gebruikt.
  • Schaf je apparatuur speciaal voor het project aan, dan voer je de afschrijvingskosten op.
  • Lease je apparatuur, dan mag je de leasetermijnen opvoeren, met uitzondering van de financieringskosten.
  • Je houdt rekening met een minimale afschrijvingstermijn van 5 jaar en voert alleen de afschrijving op over de looptijd van het project.
  • Voor alle gebruikte of aangeschafte apparatuur en uitrusting lever je een specificatie aan in het werkblad "Specificatie apparatuur" van de begroting.

4. Projectspecifieke kosten: aan derden verschuldigde kosten

Dit zijn kosten voor activiteiten die je uitbesteedt, zoals contractonderzoek, het inkopen van kennis en octrooionderzoek.

Wat niet subsidiabel is

  • Kosten van niet-mkb-partijen binnen het samenwerkingsverband: alleen kosten die de mkb'ers zelf maken, tellen mee.
  • Winstopslagen bij transacties binnen een groep, behalve als die opslag ook bij vergelijkbare transacties buiten de groep gebruikelijk is.
  • Kosten voor projectmanagement die niet direct met de inhoudelijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten samenhangen (zie voorbeelden hierboven).
  • Kosten die vóór indiening van de aanvraag of na het einde van het project zijn gemaakt.
  • Routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, processen of diensten (dit valt sowieso niet onder industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling en is dus geen subsidiabele activiteit).

Voor een groot project (subsidie tussen € 200.000 en € 350.000) is een gedetailleerde begroting op kostenpostniveau verplicht, met per deelnemer een deelbegroting. Gebruik hiervoor het model "Begroting MIT R&D Samenwerkingsprojecten 2026".

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt 35% van de subsidiabele kosten. Hoeveel dat concreet is, hangt af van of je project klein of groot is.

Klein project (subsidiabele kosten tot € 571.428):

  • De subsidie is minimaal € 50.000 en maximaal € 200.000 per project.
  • Per deelnemer is dat minimaal € 25.000 en maximaal € 100.000.

Groot project (subsidiabele kosten meer dan € 571.428):

  • De subsidie is minimaal € 200.000 en maximaal € 350.000 per project.
  • Per deelnemer is dat minimaal € 25.000 en maximaal € 175.000.

Bij meer deelnemers ligt het maximum per deelnemer dus lager dan het absolute plafond. Het dossier geeft als voorbeeld voor grote projecten: bij 2 deelnemers is € 175.000 per deelnemer het maximum, bij 3 deelnemers € 116.667 per deelnemer, en bij 4 deelnemers € 87.500 per deelnemer.

Twee grenzen kunnen het bedrag naar beneden bijstellen:

  • Eén deelnemer mag niet meer dan 70% van de totale projectkosten voor zijn rekening nemen. Neemt een deelnemer meer kosten op zich, dan is het samenwerkingsverband niet evenwichtig en voldoet de aanvraag niet.
  • Alleen kosten die daadwerkelijk door de mkb'ers zelf zijn gemaakt, tellen mee als subsidiabele kosten. Kosten van niet-mkb-partijen blijven buiten de berekening.

Op regelingsniveau is er ook een plafond: het landelijke budget is € 3.000.000, waarvan maximaal 50% (€ 1.500.000) beschikbaar is voor grote R&D-samenwerkingsprojecten. Daarnaast is er regionaal budget per provincie beschikbaar (bijvoorbeeld € 623.000 voor Flevoland tot € 5.250.000 voor Limburg/Noord-Brabant/Zeeland samen), maar het is aan het loket om te bepalen welk budget op jouw aanvraag van toepassing is.

Omdat het om een tender gaat, betekent voldoen aan de bedragen niet automatisch dat je ook het volledige bedrag krijgt: als het budget op is voordat jouw project aan de beurt komt in de rangschikking, krijg je niets, ongeacht de kwaliteit van je aanvraag binnen de eisen.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20269 jun 202615 sep 2026€ 3 mlnTender (rangschikking na sluiting)

Wat zijn de voorwaarden van de MIT: R&D-Samenwerkingsprojecten?

Hier val je op af

Voordat je project inhoudelijk wordt beoordeeld, toetst RVO eerst of je aanvraag aan de formele criteria voldoet. Voldoe je niet aan (één van) deze punten, dan word je niet meegenomen in de rangschikking:
Je aanvraag is volledig en op tijd ontvangen (tussen 9 juni 2026, 9:00 uur en 15 september 2026, 17:00 uur).
Je project wordt uitgevoerd door minimaal 2 mkb'ers, niet in een groep verbonden.
Eén deelnemer neemt niet meer dan 70% van de totale projectkosten voor zijn rekening.
Elke deelnemer vraagt minimaal € 25.000 subsidie aan.
De looptijd is maximaal 2 jaar.
Het verplichte Model Projectplan is volledig ingevuld en bijgevoegd; bij een groot project ook de gedetailleerde begroting.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Aanvragen die aan de formele eisen voldoen, worden beoordeeld op 4 rangschikkingscriteria. Voor elk criterium kun je maximaal 25 punten krijgen (dus maximaal 100 punten in totaal):
  2. Vernieuwing. Meer punten naarmate er meer technologische vernieuwing of wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaand product, proces of dienst wordt verwacht. Beoordeeld wordt onder meer hoe vernieuwend het beoogde resultaat is, hoe het project zich verhoudt tot internationale ontwikkelingen, wat de alternatieven zijn, wat de aard van de innovatie is, hoe vernieuwend de aanpak of onderzoeksmethode is, hoe haalbaar de innovatie is en wat het technologisch risico is.
  3. Economische waarde. Meer punten als er meer economische waarde wordt gecreëerd voor de deelnemers of voor de Nederlandse economie. Hierbij kijkt RVO naar de aansluiting op de strategische doelstellingen van de betrokken bedrijven, de concurrentiepositie, commerciële risico's en kwantitatieve gegevens per partner (huidige omzet, marktgrootte, verwacht marktaandeel, terugverdientijd, omzet- en winstverwachting, besparingen).
  4. Kwaliteit van de samenwerking. Meer punten naarmate de kwaliteit van de R&D-samenwerking hoger is. Dit moet minimaal blijken uit hoe de deelnemers elkaar aanvullen (complementariteit), de capaciteiten van de deelnemers, en de kwaliteit van de projectorganisatie (waaronder afspraken over projectleiding, stuurgroep en intellectueel eigendom).
  5. Positieve (maatschappelijke) impact. Meer punten als er meer positieve impact wordt gerealiseerd op de maatschappelijke thema's die in de regeling worden genoemd. Een project dat bijdraagt aan een prioritaire (deel)missie of NTS-technologie kan onder voorwaarden maximaal 25 punten extra krijgen: de score op dit criterium wordt dan verdubbeld. Voorwaarde daarvoor is dat het project voldoet aan de minimum kwaliteitsvereisten: een minimumscore van 10 punten per criterium, en een totaalscore van minimaal 50 punten over alle criteria samen.

Het dossier geeft geen exacte weging tussen de vier criteria onderling (elk telt gelijk mee, maximaal 25 punten), maar vermeldt wel dat alleen de hoogst scorende projecten binnen het beschikbare budget subsidie krijgen. Bij de tender van 2025 waren er bijvoorbeeld 28 gerangschikte voorstellen, waarvan de 12 hoogst scorende binnen budget vielen (grens lag toen tussen 870 en 886 punten op de gebruikte puntenschaal van dat jaar).

Wat je ná toekenning moet doen

Krijg je subsidie toegekend, dan gelden verplichtingen tijdens de looptijd van je project:

  • Wijzigingen doorgeven. Verander je iets in je projectplan of begroting, dan meld je dat bij RVO. Doe je dit niet, dan kan dat leiden tot sancties, waaronder gehele of gedeeltelijke terugvordering van je subsidie.
  • Voortgang rapporteren, afhankelijk van projectduur. Duurt je project korter dan 14 maanden, dan hoef je niet te rapporteren over de voortgang (RVO kan wel telefonisch of per e-mail contact opnemen). Duurt je project 14 maanden of langer, dan moet je 12 maanden na de startdatum een voortgangsrapportage indienen.
  • Vaststelling aanvragen. Binnen 13 weken na de einddatum van je project vraag je de vaststelling van je subsidie aan, met een verplicht eindverslag volgens het Model eindrapportage MIT R&D Samenwerkingsprojecten.
  • Controleverklaring bij hogere subsidies. Bedraagt je subsidie € 125.000 of meer, dan voeg je naast de eindrapportage ook een door een accountant afgegeven controleverklaring toe.
  • Medewerking aan controles. RVO controleert steekproefsgewijs of je aan de verplichtingen voldoet en of de activiteiten waarvoor je subsidie kreeg, daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Kom je de verplichtingen niet na, dan kan RVO de subsidie lager vaststellen of helemaal intrekken.
  • Eerder afronden. Wil je je project eerder afronden en de subsidie vervroegd laten vaststellen, dan dien je eerst een wijzigingsverzoek in om de einddatum naar voren te halen, voordat je de vaststelling aanvraagt.

Hoe vraag je de MIT: R&D-Samenwerkingsprojecten aan?

Je doorloopt de volgende stappen om R&D-Samenwerkingsprojecten aan te vragen.

Stap 1: bepaal het juiste loket

Voor de MIT-regeling zijn er regionale loketten en een landelijk RVO-loket, en dit verschilt per MIT-instrument. Gebruik de loketwijzer van RVO om te bepalen waar jij je aanvraag moet indienen.

Stap 2: bereid je aanvraag voor met de verplichte documenten

Voor elke aanvraag stel je het volgende verplichte document op:

  • Model Projectplan MIT R&D Samenwerkingsprojecten 2026 (Worddocument). Hierin beschrijf je onder meer je doelstellingen en eindresultaten, de technologische vernieuwing, de economische waarde (met kwantitatieve gegevens per deelnemer), de kwaliteit van de samenwerking, de impact op maatschappelijke programma's, je plan van aanpak en de noodzaak van subsidie. De aanbevolen omvang is maximaal 10 pagina's. Het dossier vermeldt niet wie dit document moet ondertekenen.

Voor een groot project (subsidiabele kosten boven € 571.428, subsidie tussen € 200.000 en € 350.000) is daarnaast verplicht:

  • Begroting MIT R&D Samenwerkingsprojecten 2026 (Excel-document), met een gedetailleerde, per kostenpost uitgesplitste begroting. Per deelnemer lever je een deelbegroting aan. In deze begroting kies je één van de drie systematieken voor personeelskosten (integraal, loonkosten plus opslag, of vast uurtarief van € 60) en specificeer je apparatuurkosten in het werkblad "Specificatie apparatuur". Controleer voor het indienen of elke deelnemer minimaal € 25.000 subsidie aanvraagt, geen deelnemer meer dan 70% van de kosten draagt, de subsidie per deelnemer niet boven € 175.000 uitkomt en de totale projectsubsidie niet boven € 350.000 uitkomt. De totaalbedragen in deze begroting moeten overeenkomen met de bedragen op het aanvraagformulier. Het dossier vermeldt niet wie dit document moet ondertekenen.

Let op: de penvoerder/aanvrager 1 is altijd deelnemer 1 op het aanvraagformulier.

Stap 3: dien je aanvraag digitaal in

Je kunt indienen vanaf 9 juni 2026, 9:00 uur tot en met 15 september 2026, 17:00 uur, via het RVO-loket (mijn.rvo.nl). Je logt in met eHerkenning, minimaal niveau eH2+, met machtiging RVO-diensten. Zonder deze machtiging kun je niet inloggen en dus niet aanvragen.

In het digitale aanvraagformulier vul je bovendien per deelnemer de activiteiten, werkzaamheden, verwachte resultaten en kosten in; dit staat los van de bijgevoegde documenten maar moet er wel mee overeenkomen.

Stap 4: check bij herindiening

Betreft je aanvraag een herindiening van een eerdere MIT-aanvraag (landelijk of regionaal)? Dan geef je in het projectplan het projectnummer van de andere aanvraag en het loket waar die is ingediend.

Wat gebeurt er als je iets vergeet?

Alleen volledige aanvragen die op tijd zijn ontvangen en aan de formele criteria voldoen, worden inhoudelijk beoordeeld en gerangschikt. Ontbreekt een verplicht document (projectplan, of bij een groot project de begroting), dan loop je het risico dat je aanvraag niet wordt meegenomen in de tender.

Het dossier vermeldt geen apart verplicht voortraject met een eigen, eerdere deadline (zoals een intentieverklaring of vooraanmelding) voor deze regeling; de enige genoemde deadline is die van de hoofdaanvraag op 15 september 2026, 17:00 uur.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

RVO beoordeelt eerst of je aanvraag volledig en op tijd is en aan de formele criteria voldoet. Vervolgens rangschikt RVO alle geldige aanvragen op basis van de 4 rangschikkingscriteria (vernieuwing, economische waarde, kwaliteit van de samenwerking, positieve impact). Omdat het om een tender gaat, ontvangen alleen de hoogst scorende projecten subsidie, tot het budget op is. Het dossier geeft geen concrete doorlooptijd (aantal weken of maanden) voor de beoordeling na de deadline van 15 september 2026.

Voorschot

Krijg je subsidie toegekend, dan ontvang je een voorschot van 90% van het toegekende bedrag. Dit voorschot wordt in delen uitgekeerd, volgens het schema dat in je subsidiebeschikking staat (het dossier specificeert dit schema niet verder; dat staat blijkbaar per beschikking).

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Wijzigingen melden. Wil je iets veranderen in je projectplan of begroting, dan geef je dat door aan RVO. Doe je dit niet, dan riskeer je sancties, waaronder gehele of gedeeltelijke terugvordering van je subsidie.
  • Voortgangsrapportage, afhankelijk van projectduur. Bij een project korter dan 14 maanden hoef je niet te rapporteren (RVO kan wel losstaand telefonisch of per e-mail contact opnemen). Bij een project van 14 maanden of langer moet je 12 maanden na de startdatum een voortgangsrapportage indienen.

Vaststelling en uitbetaling

Binnen 13 weken na de einddatum van je project vraag je de vaststelling van je subsidie aan. Hierbij stuur je een eindverslag mee, opgesteld volgens het Model eindrapportage MIT R&D Samenwerkingsprojecten. Dit eindverslag beslaat ongeveer 8 tot 10 pagina's en gaat in op: de resultaten per taak, een conclusie over het slagen van het project, een evaluatie van de samenwerking, een toelichting op afwijkingen ten opzichte van het projectplan, een toelichting op verschillen tussen geraamde en werkelijke kosten, knelpunten en oplossingen, vooruitzichten (vervolgtraject, markt, terugverdientijd) en communicatie/publiciteit rond het project.

Is je subsidie € 125.000 of meer, dan voeg je bovendien een door een accountant afgegeven controleverklaring toe aan je vaststellingsaanvraag.

Wil je je project eerder afronden en de subsidie vervroegd laten vaststellen, dan dien je eerst een wijzigingsverzoek in om de einddatum naar voren te halen. Pas na goedkeuring van die wijziging kun je de vaststelling aanvragen, met een eindrapportage over het gehele project.

Controle

RVO controleert in alle gevallen steekproefsgewijs of je aan je verplichtingen als subsidieontvanger hebt voldaan. Je kunt gevraagd worden dit aan te tonen, en ook aan te tonen dat de activiteiten waarvoor je subsidie kreeg daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Voldoe je niet aan de verplichtingen, dan kan RVO de subsidie lager vaststellen of volledig intrekken.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 3 documenten bij deze regeling, waarvan er 3 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over MIT: R&D-Samenwerkingsprojecten. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemers). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.