Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Fiscaal voordeel

Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen

RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Ook bekend als MIA, Vamil, MIA/Vamil

Wat is de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

MIA\Vamil zijn twee fiscale regelingen die belastingvoordeel geven als je investeert in een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel dat op de Milieulijst staat. Je krijgt geen subsidie op je bankrekening, maar een aftrekpost in je belastingaangifte.

De regeling is voor ondernemers die inkomsten- of vennootschapsbelasting betalen, ook overheidsorganisaties, stichtingen en verenigingen als zij vennootschapsbelasting betalen. Particulieren komen niet in aanmerking.

Met MIA trek je een percentage van je investeringskosten (27%, 36% of 45%, afhankelijk van het bedrijfsmiddel) extra af van je fiscale winst, boven op je gewone investeringsaftrek. Met Vamil mag je 75% van de investeringskosten willekeurig afschrijven, zodat je zelf bepaalt in welk jaar je dat voordeel pakt. Samen kan het netto voordeel oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag.

Je vraagt aan via het RVO-aanvraagportaal (mijn.rvo.nl). Eerst check je of jouw bedrijfsmiddel op de Milieulijst van het jaar van investeren staat en of het voldoet aan de eisen in de omschrijving. Daarna doe je de bestelling of tekent de koopovereenkomst, en vervolgens dien je binnen 3 maanden je aanvraag in. RVO beslist meestal binnen 8 weken. Je hoeft niet te wachten op die beslissing: je past het voordeel al toe in je belastingaangifte en past dit later zo nodig aan.

De regeling is nu open voor aanvragen. Het totale budget voor 2026 is € 155.000.000, waarvan € 135.000.000 voor MIA en € 20.000.000 voor Vamil.

Wie komt in aanmerking voor de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

Je komt mogelijk in aanmerking voor MIA\Vamil als je aan de volgende harde eisen voldoet. Voldoe je niet aan één van deze punten, dan valt je aanvraag af.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of ondernemer
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Wie mag aanvragen

  • Je bent ondernemer in Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
  • Je betaalt inkomsten- of vennootschapsbelasting. Overheidsorganisaties, stichtingen en verenigingen komen alleen in aanmerking voor het deel van hun activiteiten dat vennootschapsbelastingplichtig is.
  • Particuliere personen vallen buiten de regeling.

Eisen aan het bedrijfsmiddel

  • Het bedrijfsmiddel staat op de Milieulijst van het jaar waarin je de koopovereenkomst tekent of de bestelling plaatst. Gebruik je de lijst van een ander jaar, dan wordt je aanvraag afgewezen.
  • Het bedrijfsmiddel voldoet aan de specifieke eisen die in de codeomschrijving op de Milieulijst staan (denk aan certificaten of vergunningen).
  • Het bedrijfsmiddel is niet eerder gebruikt. Tweedehands (gereviseerd, gerefurbished of rebuilt) komt niet in aanmerking. Uitzondering: de kosten om een tweedehands bedrijfsmiddel aan te passen aan de Milieulijst-eisen, of tweedehands onderdelen die je zelf verwerkt in een zelfgemaakt bedrijfsmiddel, komen wel in aanmerking.
  • Bij (land)voertuigen geldt: fiscaal nieuw is een voertuig dat korter dan 6 maanden is gebruikt of maximaal 6.000 kilometer heeft gereden. Voldoet het voertuig hier niet aan, dan val je af (met uitzondering van bepaalde demo-modellen die soms als fiscaal nieuw gelden, en dat weer soms niet, afhankelijk van het geval).

Investeringsbedrag

  • Minimaal € 2.500 per aanvraag. Kom je daar niet aan, dan kan je aanvraag niet worden behandeld.
  • Maximaal € 25 miljoen per jaar en maximaal € 25 miljoen per bedrijfsmiddel, tenzij de codeomschrijving een lager maximum stelt.

Termijn

  • Je dient de aanvraag in binnen 3 maanden na het tekenen van de koopovereenkomst of het plaatsen van de bestelling (bij aanschafkosten), of binnen 3 maanden na het kwartaal waarin je de kosten maakte (bij voortbrengingskosten). Mis je deze termijn, dan loop je het belastingvoordeel definitief mis: te laat is te laat, er is geen coulance genoemd.

Samenloop met andere regelingen

  • Kreeg je voor dezelfde kosten al Energie-investeringsaftrek (EIA)? Dan krijg je voor die kosten geen MIA meer, Vamil kan dan nog wel.
  • Ontvang je al subsidie via AanZET, SSEB, STour, SWIM of SPRILA voor hetzelfde bedrijfsmiddel? Dan kom je niet in aanmerking voor MIA\Vamil.
  • Bij andere subsidies voor hetzelfde bedrijfsmiddel moet je die aftrekken van de aanschaf- of voortbrengingskosten (exploitatiesubsidies uitgezonderd).

Staatssteungrenzen

  • Voor de agrarische sector geldt dat alleen kleine en middelgrote ondernemingen staatssteun mogen ontvangen. Ben je een grote onderneming in de landbouw, dan val je af voor deze regeling.
  • De totale staatssteun (MIA\Vamil plus eventuele andere subsidies) moet binnen de Europese grenzen blijven. Overschrijd je die, dan moet je het te veel ontvangen voordeel inclusief wettelijke rente terugbetalen.

Waarvoor geldt de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

Je kunt MIA/Vamil aanvragen voor drie soorten kosten: aanschafkosten, voortbrengingskosten en milieu-advieskosten. In de codeomschrijving van je bedrijfsmiddel op de Milieulijst kunnen kosten voor specifieke onderdelen worden uitgesloten, dus check dit altijd per code.

Aanschafkosten

Dit zijn de kosten van aanschaf van een bedrijfsmiddel bij een leverancier. Hieronder valt:

  • de aanschafprijs;
  • aankoopkosten zoals transportkosten, invoerrechten en notariskosten;
  • kosten voor het bedrijfsklaar maken, zoals installatie- en montagekosten.

Voortbrengingskosten

Dit zijn kosten voor het in eigen beheer maken, samenstellen of bedrijfsklaar maken van het bedrijfsmiddel. Hieronder valt:

  • arbeidskosten (loon en overhead) van eigen of ingehuurde medewerkers;
  • kosten voor (tweedehands) materialen uit eigen magazijn;
  • kosten voor (tweedehands) onderdelen die je bij meerdere leveranciers zelf koopt en installeert.

Milieu-advieskosten

Kosten voor onderzoek naar de milieu-impact van je bedrijfsvoering, als opmaat naar een investering. Je vraagt deze kosten altijd aan in combinatie met aanschaf- en/of voortbrengingskosten, dus nooit los. Voorwaarden voor het onderzoek:

  • het beschrijft mogelijkheden om CO2-uitstoot te verminderen en/of grondstoffen te besparen in bestaande en toekomstige activiteiten;
  • het gaat over een bestaand proces dat je onderneming beheert;
  • het kijkt naar het ontwikkelen en aanpassen van processen en/of producten;
  • het geeft een overzicht van de belangrijkste grond- en hulpstoffen en de CO2-uitstoot van het proces;
  • het bevat een gespecificeerde opgave van alternatieve, economisch toepasbare technieken en methoden, inclusief de omvang van de vermindering van milieubelasting.

Je mag deze kosten alleen meenemen als: je onderneming tot het mkb behoort, de milieu-investering binnen 24 maanden na de adviesopdracht plaatsvindt, en het advies die investering aanbeveelt. Je mag ze niet meenemen als je de kosten al toeschrijft aan een andere milieu-investering, of als het advies binnen je eigen onderneming is opgesteld.

Overige kosten

  • Kosten voor onderdelen die technisch noodzakelijk en uitsluitend dienstbaar zijn aan het bedrijfsmiddel, zoals leidingen, appendages en meet- en regelapparatuur.
  • Kosten voor certificaten en meetrapporten, als de codeomschrijving dit vereist.

Kosten voor voertuigen specifiek

Kosten waarvoor je voordeel krijgt: aanschafprijs, accessoires af-fabriek, rijklaar maken, verwijderingsbijdrage, legeskosten (kentekenregistratie), in het buitenland gekochte voertuigen (onder voorwaarden), en ombouwkosten naar een volledig elektrisch voertuig (exclusief de aanschaf van dat voertuig zelf).

Kosten waarvoor je geen voordeel krijgt: losse onderdelen zoals winterbanden, dakkoffers, aanhangers of fietsendragers; ontvangen kortingen (aftrekken van het investeringsbedrag); ontvangen subsidie voor het voertuig (aftrekken van het investeringsbedrag); gebruikte voertuigen.

Kosten voor circulaire gebouwen specifiek

Alleen kosten die technisch noodzakelijk en uitsluitend dienstbaar zijn aan het circulaire gebouw komen in aanmerking, zoals bouwmaterialen en gebouwgebonden (energie-)installaties. Procesgebonden installaties vallen erbuiten. Uitgesloten zijn: interieur en inrichting (meubels, vloerbedekking, magazijnstellingen), aankoop van grond, sloop van een bestaand gebouw, reguliere terreininrichting (bestrating, verharding, losstaande bergingen, hekwerken). Biodiversiteitsversterkende en klimaatadaptieve maatregelen op het terrein (zoals regenwaterbuffers) komen wel in aanmerking, zolang ze niet wettelijk verplicht zijn. Een berging die vastzit aan de woning komt wel in aanmerking.

Wat nooit in aanmerking komt

Voor de volgende kosten krijg je nooit aftrek:

  • onderhoud;
  • grond;
  • vaartuigen voor representatieve doeleinden;
  • dieren;
  • financiële posten zoals effecten, vorderingen en goodwill;
  • officiële toestemmingen zoals vergunningen, ontheffingen en concessies.

Btw

Kun je de btw verrekenen? Dan meld je de investeringskosten exclusief btw. Kun je dat niet (bijvoorbeeld bij btw-vrijstelling)? Dan meld je de kosten inclusief btw.

Hoeveel subsidie krijg je?

MIA\Vamil zijn geen subsidiebedragen maar belastingvoordelen; hoeveel je concreet overhoudt hangt af van je eigen belastingtarief en winst.

MIA (Milieu-investeringsaftrek)

Je trekt een percentage van de investeringskosten extra af van je fiscale winst: 27%, 36% of 45%, afhankelijk van welke code op de Milieulijst je bedrijfsmiddel heeft. Dit komt boven op je gewone investeringsaftrek.

Rekenvoorbeeld uit het dossier: bij € 50.000 investering met aftrekpercentage 36% is de aftrek € 18.000. Bij een fiscale winst van € 75.000 en een belastingtarief van 25% levert dit een fiscaal voordeel op van € 4.500.

Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen)

Je mag 75% van de investeringskosten willekeurig (vrij te bepalen moment) afschrijven; de overige 25% schrijf je normaal af. Dit geeft geen extra aftrek, maar een liquiditeits- en rentevoordeel omdat je zelf kiest in welk (winstgevend) jaar je het effect pakt. Gemiddeld levert dit netto ongeveer 3% van het investeringsbedrag op (rekenvoorbeeld: € 50.000 x 3% = € 1.500).

Gecombineerd voordeel

MIA en Vamil samen kunnen netto oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag.

Maximum- en minimumbedragen

  • Minimaal € 2.500 per aanvraag komt in aanmerking.
  • Maximaal € 25.000.000 per jaar komt in aanmerking.
  • Maximaal € 25.000.000 per bedrijfsmiddel, tenzij de codeomschrijving op de Milieulijst een lager maximum aangeeft (bijvoorbeeld een maximaal bedrag per m² BVO of per voertuig).

Wanneer het bedrag omlaag gaat

  • Bepaalde bedrijfsmiddelen hebben een maximumbedrag per eenheid of een maximumpercentage van het investeringsbedrag in de Milieulijst; je krijgt dan alleen aftrek over dat gemaximeerde deel.
  • Een te hoog opgegeven investeringsbedrag per voertuig wordt automatisch afgetopt tot het maximum.
  • Korting die je op de aanschaf hebt gekregen, en subsidie die je al voor het bedrijfsmiddel ontvangt, moeten van het investeringsbedrag worden afgetrokken.
  • Voor circulaire woningen (code G 5202) geldt een apart forfaitbedrag van maximaal € 700 per vierkante meter BVO.

Totaalbudget

Het subsidieplafond voor 2026 is € 155.000.000, waarvan € 135.000.000 bestemd is voor MIA en € 20.000.000 voor Vamil. Als het budget in zicht komt van overschrijding, kan de minister van Financiën de regeling beperken, al is dit sinds 2008 niet meer voorgekomen omdat resterend budget meegaat naar het volgende jaar.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20271 jan 202615 aug 2026--
2026--€ 155 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen?

Hier val je op af

Het bedrijfsmiddel staat op de Milieulijst van het jaar van de koopovereenkomst of bestelling.
Het voldoet aan de eisen in de codeomschrijving.
Het is niet eerder gebruikt (fiscaal nieuw).
Het investeringsbedrag is minimaal € 2.500 per aanvraag.
De aanvraag wordt binnen 3 maanden ingediend (na besteldatum voor aanschafkosten, na het kwartaal voor voortbrengingskosten).
Je verklaart in het aanvraagformulier dat je totale staatssteun binnen de Europese grenzen blijft.

Wat je moet doen na toekenning

VerplichtingWanneer
Verkoop je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar nadat je MIA\Vamil toepaste, dan geldt een terugbetalingsverplichting via de desinvesteringsbijtelling in je belastingaangifte. Uitzonderingen: bij voortijdige beëindiging van een operationeel leasecontract (het bedrijfsmiddel blijft eigendom van de leasemaatschappij) en bij total loss geldt geen terugbetalingsverplichting.binnen 5 jaar nadat je MIA\Vamil toepaste

Beoordeling: geen puntensysteem, wel technische toetsing

Er is geen weging van criteria zoals bij subsidies met een puntenscore. RVO toetst een aanvraag op basis van harde ja/nee-criteria uit de codeomschrijving op de Milieulijst. Belangrijke toetsingspunten die steeds terugkomen:

  • *Past het bedrijfsmiddel bij de codeomschrijving?* RVO controleert dit aan de hand van de omschrijving, eventueel aangevuld met certificaten, plattegronden of kostenoverzichten bij een steekproefsgewijze controle.
  • *Bij bedrijfsmiddelen met een doelvoorschrift* (een algemenere omschrijving die ruimte laat voor innovatie): je moet aantonen dat je bedrijfsmiddel een veel betere milieuprestatie heeft dan een gangbare referentie-investering in dezelfde toepassing. Soms geldt ook een minimale terugverdientijd van 3 jaar ten opzichte van die referentie-investering, berekend als: meerprijs / (extra baten − extra lasten).
  • *Bij circulaire gebouwen*: drie mogelijke routes om aan de materiaaleis te voldoen (op de Milieulijst 2026): minimaal 50% hernieuwbare grondstoffen op volumebasis, of minimaal 25% hergebruikte bouwproducten, of een losmaakbaarheidsindex van minimaal 55%. Daarnaast gelden eisen aan duurzaam hout (CoC-certificaat), de MPG-score (op basis van A2-data, met een hoogte die afhangt van gebouwtype en -grootte), een materialenpaspoort en energieprestatie (BENG-2, minimaal 10% lager dan de Bbl-eis bij nieuwbouw, of minimaal 20% verbetering bij renovatie).
  • *Bij duurzame stallen en kassen*: investeringen in de bouw kunnen alleen in hun geheel onder één code gemeld worden; deelinvesteringen in dezelfde stal of kas moeten onder dezelfde code vallen omdat er een maximumbedrag per stal/kas geldt.

Wat je ná toekenning moet doen

*Belastingaangifte* Je past het toegekende percentage (27%, 36% of 45%) toe als aftrek in je belastingaangifte, en/of de 75% willekeurige afschrijving bij Vamil. Je hoeft niet te wachten op de RVO-beslissing om dit te doen; je kunt je aangifte later zo nodig wijzigen.

*Geen winst gemaakt?*

  • Bij vennootschapsbelasting: je verrekent de aftrek in het voorgaande jaar en alle jaren daarna.
  • Bij inkomstenbelasting: je verrekent de aftrek in de 3 voorafgaande jaren en de 9 volgende jaren. Overleg dit met je belastingadviseur.

*Certificering bij stallen* Na oplevering van een gemelde MDV-stal of Groen Label-kas moet je het definitieve certificaat behalen via een fysieke en administratieve audit door de certificatie-instelling. Je stuurt dit certificaat niet naar RVO, maar de belastinginspecteur kan het opvragen. In de beslissingsbrief staat de termijn waarbinnen dit moet zijn afgerond.

*Assessments bij circulaire gebouwen* Na oplevering moet binnen een jaar na oplevering én binnen vier jaar na validatie van het ontwerpassessment een opleverassessment worden gevalideerd door een onafhankelijke assessor, waarin onder meer het definitieve materiaalgebruik, de MPG en de energieprestatie van het gerealiseerde gebouw worden getoetst. Het materialenpaspoort moet dan beschikbaar zijn en gedurende de gehele levensduur van het gebouw actueel worden gehouden, inclusief een plan voor overdracht bij verkoop.

*Controle* RVO controleert aanvragen steekproefsgewijs. Bij controle van bijvoorbeeld MDV-stallen of Groen Label-kassen moet je een plattegrond, een (voorlopig) certificaat en een kostenoverzicht met datum, leverancier, onderdeel en bedrag per opdracht of factuur aanleveren; van facturen boven € 5.000 is een kopie verplicht.

*Publicatieplicht* Komt je steunbedrag boven € 100.000 uit (of boven € 10.000 in de landbouw- of visserijsector), dan geldt een Europese publicatieplicht over de ontvangen staatssteun.

Hoe vraag je de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen aan?

De aanvraag doorloopt vier stappen: voorbereiding, investeren, aanvragen en beslissing.

Stap 1: Voorbereiding

Check de code van je investering op de Milieulijst van het jaar waarin je gaat investeren. Gebruik altijd de lijst die geldt op de datum van je bestelling of koopovereenkomst, niet een andere. Controleer of je bedrijfsmiddel voldoet aan de eisen in de codeomschrijving.

Stap 2: Investeren

Je plaatst een bestelling of tekent een koopovereenkomst. Deze datum (niet de offerte-, installatie-, factuur- of betaaldatum) is bepalend voor je aanvraagtermijn en voor de vraag welke Milieulijst geldt.

Stap 3: Aanvragen

Je dient de aanvraag in binnen de geldende termijn:

  • Aanschafkosten: binnen 3 maanden na de besteldatum.
  • Voortbrengingskosten: binnen 3 maanden na het kwartaal waarin je de kosten maakte.
  • Milieu-advieskosten: altijd in combinatie met aanschaf- en/of voortbrengingskosten, met dezelfde termijn.

Je vraagt aan via het aanvraagportaal op mijn.rvo.nl. Voor jezelf log je direct in; voor iemand anders kan dit met of zonder ketenmachtiging. Gebruik altijd het aanvraagformulier van het jaar waarin je de aanschafdatum hebt (dus bij aanschaf in 2025 het formulier van 2025, ook als levering in 2026 plaatsvindt).

In het formulier geef je op:

  • de code en omschrijving van het bedrijfsmiddel (bij voertuigen: kies uit de positieve lijst als je type erop staat, anders "onbekend" met toelichting in het vrije tekstveld);
  • het aantal bedrijfsmiddelen en de prijs per stuk (let op punt/komma, een te hoog bedrag wordt automatisch afgetopt tot het maximum);
  • een verklaring dat de totale ontvangen staatssteun binnen de Europese grenzen blijft.

Verplichte documenten, afhankelijk van het bedrijfsmiddel

  • Bij circulaire gebouwen: een ontwerpassessment, gevalideerd door een BREEAM-NL of GPR Gebouw erkende, onafhankelijke assessor, binnen 3 maanden na de melding. Dit bevat onder meer een MPG-berekening, BENG-berekening, materiaalgebruikonderbouwing, een CoC-certificaat en verklaring van de aannemer over duurzaam hout (ondertekend door de (hoofd)aannemer), en de opdracht voor het materialenpaspoort.
  • Bij MDV-stallen en Groen Label-kassen: bij controle een plattegrond, een (voorlopig) certificaat en een kostenoverzicht met datum, leverancier, onderdeel en bedrag; van facturen boven € 5.000 is een kopie nodig.
  • Bij intrekking in het oudere aanvraagportaal: een ondertekend intrekkingsverzoek, getekend door de belastingplichtige zelf of door de gemachtigde.
  • Bij een fiscale eenheid: het moederbedrijf vraagt aan voor de investering van de dochter; heeft de dochter dit al gedaan, dan is een nieuwe aanvraag door de moeder niet nodig.

Meerdere bedrijfsmiddelen

Je kunt meerdere bedrijfsmiddelen met dezelfde bedrijfsmiddelcode op één formulier melden. Hebben de aankoopverplichtingen verschillende data, dan krijg je alleen aftrek voor de bedrijfsmiddelen die binnen 3 maanden na hun eigen aankoopdatum zijn ingediend. Bij verschil in merk of type moet je apart aanvragen.

Uitstel

Heb je meer tijd nodig om informatie aan te leveren? Log in via 'Aanvraag beheren', ga naar 'Mijn aanvragen' en vraag onder 'Taken' uitstel aan.

Wijzigen of intrekken

Je kunt de kosten in een ingediende aanvraag niet verhogen; wel kun je een extra aanvraag indienen (bij meer dan € 2.500 aan extra kosten) of de aanvraag intrekken en opnieuw indienen, met behoud van de oorspronkelijke indientermijn. Intrekken kan via 'Aanvraag beheren' > 'Mijn aanvragen' > 'Taken'; een intrekking is niet ongedaan te maken.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Ontvangstbevestiging

Na het indienen ontvang je binnen enkele uren een ontvangstbevestiging per e-mail met een referentienummer. Met dit nummer kun je later de status van je aanvraag (ontvangst, registratie, controle, beslissing en correspondentie) bekijken en er zo nodig op reageren.

Beoordeling en beslissing

RVO beoordeelt je aanvraag. De beslissing volgt meestal binnen 8 weken na aanvragen. Aanvragen worden steekproefsgewijs gecontroleerd, bijvoorbeeld bij MDV-stallen of Groen Label-kassen, waarbij RVO om een plattegrond, een (voorlopig) certificaat en een onderbouwd kostenoverzicht kan vragen.

Belastingaangifte, niet wachten op de beslissing

Je hoeft niet te wachten op de beslissing van RVO om het belastingvoordeel toe te passen: je verwerkt MIA en/of Vamil al in je belastingaangifte en kunt deze later zo nodig wijzigen. Er is geen voorschot- of vaststellingssysteem zoals bij een subsidie; het voordeel loopt volledig via de belastingaangifte bij de Belastingdienst.

Als je het niet eens bent, of iets wilt wijzigen

Je kunt je aanvraag intrekken, wijzigen, of aangeven dat je het niet eens bent met de beslissing van RVO. Dit doe je via het aanvraagportaal onder 'Mijn aanvragen'.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Verkoop je het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar na toepassing van MIA\Vamil, dan moet je dit via de desinvesteringsbijtelling in je belastingaangifte verwerken (met uitzondering van voortijdige beëindiging van operationele lease en total loss).
  • Bij MDV-stallen en Groen Label-kassen moet je na oplevering het definitieve certificaat behalen via een administratieve en fysieke audit door de certificatie-instelling. Je stuurt dit niet naar RVO; de belastinginspecteur kan het opvragen. De beslissingsbrief van RVO vermeldt de termijn waarbinnen dit moet gebeuren.
  • Bij circulaire gebouwen moet binnen een jaar na oplevering (en binnen vier jaar na validatie van het ontwerpassessment) een opleverassessment gevalideerd worden door een onafhankelijke assessor. Ook moet het materialenpaspoort gedurende de gehele levensduur van het gebouw actueel en beschikbaar blijven, inclusief een plan voor overdracht bij verkoop.
  • Overschrijdt je totale ontvangen staatssteun de Europese grenzen, dan moet je het te veel ontvangen bedrag inclusief wettelijke rente terugbetalen.
  • Boven € 100.000 steun (of € 10.000 in landbouw of visserij) geldt een Europese publicatieplicht over de ontvangen staatssteun.

Sluiting van de regeling

Bij dreigende budgetoverschrijding kan de minister van Financiën de MIA en/of Vamil beperken of buiten toepassing stellen; dit publiceert de minister in de Staatscourant. Investeringen gedaan vóór die publicatie mag je nog melden. Dit is sinds 2008 niet meer voorgekomen, omdat resterend budget doorschuift naar het volgende jaar.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Veelgestelde vragen over de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen

Welke Milieulijst moet ik gebruiken voor mijn aanvraag?

Gebruik de Milieulijst die geldt op de dag dat u de koopovereenkomst tekent of de bestelling doet.

Wat komt er volgend jaar op de Milieulijst?

De nieuwe Milieulijst wordt meestal in de laatste week van december in de Staatscourant gepubliceerd. Er worden geen mededelingen gedaan over de inhoud van de Milieulijst totdat de tekst is gepubliceerd.

Kan ik voor energiebesparende bedrijfsmiddelen MIA\Vamil aanvragen?

Nee, de MIA\Vamil stimuleert investeringen met een milieuvoordeel. Voor energiebesparende technieken kunt u belastingvoordeel aanvragen met de Energie-investeringsaftrek (EIA).

Wat moet ik doen nadat ik MIA en/of Vamil heb aangevraagd?

U krijgt een ontvangstbevestiging per e-mail en kunt MIA en Vamil toepassen in uw belastingaangifte zonder op de beslissing te wachten. U kunt uw aangifte later zo nodig wijzigen. Daarna beoordeelt RVO uw aanvraag en informeert u over de beslissing.

Hoe pas ik MIA\Vamil toe in mijn belastingaangifte?

Met de MIA trekt u het geldende percentage (27%, 36% of 45%) van de milieu-investeringskosten af van uw winst. Met de Vamil mag u 75% willekeurig afschrijven en de overige 25% op de normale manier. Heeft u geen winst, dan kunt u de aftrek verrekenen met eerdere en latere jaren, afhankelijk van of u vennootschaps- of inkomstenbelasting betaalt.

Moet ik geld terugbetalen als ik het bedrijfsmiddel binnen 5 jaar verkoop?

Ja, dan geldt een terugbetalingsverplichting via de desinvesteringsbijtelling in uw belastingaangifte.

Kan MIA\Vamil eerder sluiten door budgetoverschrijding?

Bij een budgetoverschrijding kan de minister van Financiën de regeling(en) beperken of buiten toepassing stellen, maar dit is sinds 2008 niet meer voorgekomen omdat overgebleven budget mee mag naar een volgend jaar. Een sluiting wordt gepubliceerd in de Staatscourant en investeringen van vóór die publicatie mag u nog melden.

Kan een overheidsorganisatie een beroep doen op MIA of Vamil?

Overheidsondernemingen zijn sinds 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting voor bepaalde activiteiten. Voor die belastingplichtige onderdelen kunnen zij een beroep doen op MIA en Vamil, mits de investering in het fiscaal belastingplichtige deel van de activiteiten is gedaan.

Kan een vereniging of stichting MIA of Vamil aanvragen?

Ja, als de stichting of vereniging belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting (beperkte belastingplicht), kan deze een beroep doen op MIA en Vamil voor het deel van de activiteiten dat als fiscale onderneming wordt beschouwd.

Kan ik MIA\Vamil combineren met andere subsidies?

Dat hangt af van het type subsidie. Bij sommige subsidies gelden staatssteunbeperkingen waardoor combineren niet mag. U kunt met een stroomschema nagaan of u met staatssteungrenzen te maken krijgt.

Moet ik investeringskosten inclusief of exclusief btw opgeven?

Kunt u de btw verrekenen, dan vraagt u MIA\Vamil aan voor de kosten exclusief btw. Kunt u de btw niet verrekenen, dan vraagt u aan voor de kosten inclusief btw.

Wie vraagt MIA\Vamil aan bij een fiscale eenheid?

Bij een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vraagt het moederbedrijf MIA\Vamil aan voor de investering van de dochter. Heeft het dochterbedrijf al aangevraagd, dan heeft dat geen gevolgen voor de beoordeling en is een nieuwe aanvraag door het moederbedrijf niet nodig.

Kan ik MIA\Vamil aanvragen voor meerdere bedrijfsmiddelen op één formulier?

Ja, dat kan als het om dezelfde bedrijfsmiddelen met dezelfde bedrijfsmiddelcode op de Milieulijst gaat. Bij verschillende aankoopdata door apart geplaatste opdrachten krijgt u alleen voordeel voor de bedrijfsmiddelen die binnen 3 maanden na de aankoopverplichting zijn ingediend.

Hoe trek ik een MIA\Vamil-aanvraag in?

Log in op het aanvraagportaal via 'Aanvraag beheren', ga naar 'Mijn aanvragen', open de aanvraag en trek deze onder 'Taken' in. Let op: een intrekking kunt u niet ongedaan maken.

Hoe wijzig ik een MIA\Vamil-aanvraag?

U kunt de kosten in een ingediende aanvraag niet verhogen. Wel kunt u een extra aanvraag indienen als de kosten meer dan € 2.500 zijn, of de aanvraag intrekken en een nieuwe indienen. De indientermijnen blijven hierbij gelden.

Hoe vraag ik uitstel aan voor het aanleveren van extra informatie?

Log in op het aanvraagportaal via 'Aanvraag beheren', ga naar 'Mijn aanvragen', open de aanvraag en vraag onder 'Taken' uitstel aan.

Krijg ik belastingvoordeel voor een laadpaal voor mijn e-voertuig?

Voor investeringen in 2026 krijgt u geen belastingvoordeel meer voor oplaadpunten voor zware voertuigen en mobiele werktuigen; hiervoor kunt u de SPRILA-regeling gebruiken. Alleen oplaadpunten voor elektrische fietsen staan nog op de Milieulijst 2026.

Komt een gebruikt/tweedehands voertuig in aanmerking voor MIA\Vamil?

Gebruikte/tweedehands voertuigen komen in beginsel niet in aanmerking, behalve als deze fiscaal als 'nieuw' worden gezien: korter dan 6 maanden in gebruik of niet meer dan 6.000 kilometer gereden.

Kan ik MIA aanvragen als ik mijn bestaande voertuig ombouw naar elektrisch?

Ja, voor de ombouwkosten kan dat, mits het voertuig nog een aantal jaren in eigendom van de aanvrager blijft. Bouwt u om en verkoopt u direct daarna, dan levert dit geen aftrekbaar voordeel op.

Hoe vraag ik MIA\Vamil aan voor een leasevoertuig?

Bij operational lease kan alleen de leasemaatschappij MIA en/of Vamil aanvragen, niet de klant. De leasemaatschappij kan het voordeel verwerken in de leasecalculatie, ook als het kenteken op naam van de klant staat.

Moet mijn hele gebouw voldoen aan de MIA-eisen als ik maar een deel meld?

Nee, alleen het gemelde gebouwdeel moet voldoen aan de eisen voor de MIA. Dit moet u wel aantonen.

Kan ik de inrichting en het interieur van mijn gebouw ook melden onder de Milieulijst-codes voor gebouwen?

Nee, inrichting en interieur horen niet bij het gebouw. Dit geldt ook voor procesinstallaties, aankoop van de grond, sloop van een bestaand gebouw en installaties voor duurzame energieopwekking.

Wanneer komen zonnepanelen in aanmerking voor de Vamil?

Zonnepanelen komen alleen in aanmerking voor de Vamil als ze voldoen aan de eisen van code C 1250, waaronder geen cadmium of fluor, specifiek ontworpen voor hoogwaardig recyclen, opname in de NMD met Productkaart Categorie 1, en een terugnamegarantie van de producent.

Krijg ik voor mijn investering zowel EIA als MIA?

Nee, kreeg u voor uw investeringskosten al investeringsaftrek via de EIA, dan krijgt u voor dezelfde kosten geen aftrek van de MIA. Voor de Vamil kunt u wel nog investeringsaftrek krijgen.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.