Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Leerkringen slimmer werken

Provincie Overijssel

Wat is de Leerkringen slimmer werken?

Leerkringen slimmer werken is een subsidie van de provincie Overijssel voor organisaties die een leerkring opzetten waarin mkb-bedrijven uit de industriesector leren om slimmer te werken. Het gaat om sociale innovatie: hoe je werk beter organiseert, medewerkers beter laat samenwerken en hun kennis en vaardigheden beter benut, zodat nieuwe technologie ook echt tot meer productiviteit leidt.

De subsidie is bedoeld voor onderwijsinstellingen, kennisinstellingen, innovatiecentra, ondernemersloketten, ZZP'ers, adviesbureaus of samenwerkingsverbanden van deze partijen. Jij organiseert, begeleidt en voert de leerkring uit voor een groep van 7 tot 10 mkb-bedrijven met een fysieke vestiging in Overijssel. De deelnemende bedrijven werken samen aan dezelfde of samenhangende leervragen, onder begeleiding van een deskundige facilitator, en dit moet leiden tot concrete maatregelen bij de bedrijven zelf. Denk aan anders samenwerken, medewerkers meer betrekken bij het verbeteren van werkprocessen, nieuwe vormen van leidinggeven of het anders verdelen van taken.

Je krijgt maximaal 100% van de subsidiabele kosten vergoed, met een maximum van € 100.000 per leerkring. Het gaat om kosten voor het opzetten, organiseren en uitvoeren van de leerkring, en voor het uitvoeren van maatregelen bij de deelnemende bedrijven. Er is voor 2026 en 2027 samen een budget van € 600.000 beschikbaar.

Je vraagt de subsidie aan via het digitale aanvraagformulier van de provincie Overijssel, waarbij je meteen de verplichte bijlagen uploadt, zoals een projectplan, een begroting in het verplichte format, deelnemersverklaringen en de-minimisverklaringen. Voor het aanvragen heb je eHerkenning (niveau EH3) nodig. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, dus zodra je aanvraag compleet is, telt de datum van indienen mee voor je plek in de rij.

Wie komt in aanmerking voor de Leerkringen slimmer werken?

Deze regeling stelt eisen aan zowel de aanvragende organisatie als aan de leerkring die je opzet. Wie niet aan alle punten voldoet, valt af.

Eisen aan de aanvrager:

  • Je bent de organisatie die de leerkring slimmer werken organiseert, begeleidt en uitvoert. Dit kan een onderwijsinstelling, kennisinstelling, innovatiecentrum, ondernemersloket, ZZP'er of adviesbureau zijn, of een samenwerkingsverband van deze partijen.
  • Je staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
  • Je hebt aantoonbaar ervaring met het organiseren van leerkringen sociale innovatie voor het mkb in de sector industrie. Zonder deze ervaring komt je aanvraag niet door.
  • Je bent nog niet gestart met de activiteit op het moment van aanvragen. Ben je al begonnen, dan val je af.
  • Je mag maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze regeling. Bij een derde aanvraag val je af.

Eisen aan de leerkring zelf:

  • De leerkring is alleen bedoeld voor mkb-bedrijven in de sector industrie met een fysieke vestiging in Overijssel. Bedrijven buiten Overijssel of buiten de industriesector tellen niet mee.
  • De leerkring is gericht op het verhogen van arbeidsproductiviteit door sociale innovatie en moet hier ook daadwerkelijk aan bijdragen bij de deelnemende Overijsselse mkb-bedrijven. Je moet dit kunnen onderbouwen.
  • Er is een duidelijk gestructureerd leerprogramma dat aansluit bij wat de deelnemende bedrijven nodig hebben.
  • De leerkring wordt begeleid door een deskundige en ervaren begeleider (facilitator).
  • De leerkring bestaat uit een samenwerking van minimaal 7 tot maximaal 10 mkb-bedrijven. Minder dan 7 of meer dan 10 deelnemende bedrijven voldoet niet aan de voorwaarden.
  • De deelnemende bedrijven werken aan (bijna) dezelfde leervraag, of aan samenhangende vragen, en dit leidt tot concrete maatregelen binnen de bedrijven. Ook dit moet je onderbouwen.
  • De deelnemende bedrijven zijn bereid om de opgedane kennis en ervaring na afloop te delen met andere ondernemingen, bijvoorbeeld via demonstraties, als ambassadeur of een andere vorm van maatschappelijke tegenprestatie.

Daarnaast geldt: als er sprake is van staatssteun, valt deze subsidie onder de Algemene de-minimisverordening. Ondernemingen die in financiële moeilijkheden verkeren of die een eerdere onrechtmatige steun nog niet hebben terugbetaald, komen niet in aanmerking als de subsidie onder de AGVV of LVV valt.

Het loket meldt dat de volledige voorwaarden vanaf 21 mei 2026 zijn terug te lezen in het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022, hoofdstuk 1 en paragraaf 6.27. Tot die tijd is de informatie op de productpagina je belangrijkste bron.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidie is bedoeld voor twee dingen: het opzetten, organiseren en uitvoeren van de leerkring zelf, en het uitvoeren van maatregelen bij de deelnemende bedrijven die voortkomen uit het leerproces in de leerkring. Er geldt een gesloten lijst van kostensoorten. Alleen deze kosten komen voor subsidie in aanmerking:

  • Inzet van experts, trainers, begeleiders (facilitators). Dit zijn de mensen die de leerkring inhoudelijk vormgeven en de deelnemende bedrijven begeleiden.
  • Procesbegeleiding. De organisatorische en procesmatige ondersteuning van het leertraject.
  • Scans of methodieken voor leren en implementatie. Instrumenten die je gebruikt om leerbehoeften vast te stellen of het leerproces te structureren.
  • Huur van externe locatie. Als je de leerkring niet in eigen ruimte kunt organiseren.
  • Catering. Kosten voor eten en drinken tijdens bijeenkomsten.
  • Vergaderfaciliteiten. Denk aan zaalhuur, apparatuur of andere faciliteiten voor bijeenkomsten.
  • Reiskosten. Reizen die nodig zijn voor het organiseren of uitvoeren van de leerkring.
  • Kosten voor communicatie, verslaglegging en monitoring. Bijvoorbeeld het vastleggen van de voortgang en resultaten van de leerkring.
  • Inhuur van expertise voor het uitvoeren van de maatregelen bij de deelnemende bedrijven. De kosten die nodig zijn om de concrete maatregelen die uit de leerkring voortkomen, ook echt bij de bedrijven te implementeren.

Deze kosten vallen onder twee hoofdcategorieën: personeelskosten en kosten van derden. Voor de kosten van arbeid van derden geldt een apart maximumtarief: € 130 per uur, exclusief btw. Reken je meer, dan komt het bedrag boven € 130 per uur niet voor subsidie in aanmerking.

Let op het onderscheid tussen "gewone" kosten en facilitaire kosten. Facilitaire kosten zijn expliciet: externe locatieverhuur, catering, vergaderfaciliteiten en reiskosten. Voor deze categorie geldt een aparte begrenzing: samen mogen ze niet meer dan 10% van de totale subsidie bedragen. Dit is een aanvullende beperking naast het algemene maximum van € 100.000 per leerkring en het percentage van 100% van de subsidiabele kosten. Plan je begroting dus zo dat de facilitaire kosten binnen die 10%-grens blijven, anders wordt het meerdere niet vergoed.

Er is geen expliciete lijst van kosten die uitgesloten zijn ("wat juist niet"). Wel volgt uit de gesloten opsomming van subsidiabele kostensoorten dat kosten die niet in deze lijst staan, niet voor subsidie in aanmerking komen. Denk bijvoorbeeld aan investeringen in apparatuur, gebouwen of andere zaken die niet direct verband houden met het opzetten en uitvoeren van de leerkring of het implementeren van de maatregelen bij de deelnemende bedrijven; dit soort kosten is simpelweg niet subsidiabel.

Voor de begroting is een vast format verplicht: je gebruikt het begrotingsformat van de provincie en levert ook een dekkingsplan aan. Het is aan te raden om dit format eerst in te vullen en op te slaan, en het daarna te uploaden bij het aanvraagformulier.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt maximaal 100% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen, met een maximum van € 100.000 per leerkring. Er geldt daarnaast een aparte begrenzing voor facilitaire kosten.

Concreet:

  • Maximale bijdrage: 100% van de subsidiabele kosten.
  • Maximumbedrag: € 100.000 per leerkring.
  • Facilitaire kosten (externe locatieverhuur, catering, vergaderfaciliteiten en reiskosten) mogen samen maximaal 10% van de totale subsidie bedragen. Geef je hier meer aan uit, dan komt het meerdere niet voor subsidie in aanmerking.
  • Kosten van arbeid van derden (bijvoorbeeld ingehuurde experts of trainers) komen voor subsidie in aanmerking tot een maximum van € 130 per uur, exclusief btw. Reken je een hoger uurtarief, dan wordt boven dit bedrag niet vergoed.

Het subsidieplafond voor 2026 en 2027 samen is € 600.000. Zodra dit bedrag is uitgekeerd, kunnen er geen nieuwe aanvragen meer worden toegekend, ook niet als je aanvraag verder aan alle voorwaarden voldoet. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen behandeld, dus wie eerder een compleet dossier indient, heeft meer kans op subsidie voordat het plafond is bereikt.

Er geldt geen minimumbedrag voor de subsidie. Je krijgt hooguit je subsidiabele kosten vergoed, tot dat maximum van € 100.000.

Wat zijn de voorwaarden van de Leerkringen slimmer werken?

Naast de knock-outeisen die bepalen of je überhaupt in aanmerking komt (zie "Kom ik in aanmerking?"), gelden er inhoudelijke voorwaarden waarop je aanvraag beoordeeld wordt, en verplichtingen voor tijdens en na de looptijd van de leerkring.

Hier val je op af

De belangrijkste knock-outeisen zijn:
Je bent ingeschreven bij de KvK.
Je hebt aantoonbare ervaring met het organiseren van leerkringen sociale innovatie voor het mkb in de industrie.
Je bent nog niet gestart met de activiteit op het moment van aanvragen.
Je vraagt niet voor een derde keer subsidie aan onder deze regeling (maximaal 2 keer toegestaan).
De leerkring bestaat uit minimaal 7 en maximaal 10 mkb-bedrijven uit de industriesector met een fysieke vestiging in Overijssel.
Als er sprake is van staatssteun onder de AGVV of LVV: je onderneming verkeert niet in financiële moeilijkheden en hebt geen onrechtmatige steun openstaan.

Inhoudelijke criteria waarop wordt getoetst

Er zijn geen expliciete wegingsfactoren of een puntensysteem, maar wel een reeks inhoudelijke eisen waar de leerkring aan moet voldoen en die je moet kunnen onderbouwen:

  • Bijdrage aan arbeidsproductiviteit: de leerkring moet gericht zijn op het verhogen van de arbeidsproductiviteit door sociale innovatie, en aantoonbaar bijdragen aan het verhogen van de arbeidsproductiviteit bij de deelnemende Overijsselse mkb-bedrijven. Je moet dit onderbouwen, bijvoorbeeld in je projectplan.
  • Kwaliteit van het leerprogramma: er moet een duidelijk gestructureerd leerprogramma zijn dat aansluit bij de behoeften van de deelnemende bedrijven.
  • Kwaliteit van de begeleiding: de leerkring wordt begeleid door een deskundige en ervaren facilitator.
  • Samenhang van de leervraag: de deelnemende bedrijven werken aan (bijna) dezelfde leervraag of aan samenhangende vragen, en dit leidt tot het invoeren van concrete maatregelen bij de deelnemende bedrijven. Ook dit moet je onderbouwen.
  • Kennisdeling: de deelnemende bedrijven zijn bereid om na afloop van de leerkring hun kennis en ervaring te delen met andere ondernemingen, bijvoorbeeld via demonstraties, als ambassadeur of via een andere vorm van maatschappelijke tegenprestatie.

Er is geen weging of puntentoekenning per criterium. Aanvragen worden afgehandeld in volgorde van ontvangst van complete aanvragen, niet op basis van een inhoudelijke ranking. Dat betekent dat het vooral van belang is dat je aanvraag volledig en goed onderbouwd is, en niet dat je met een hogere kwaliteit voorrang krijgt op andere aanvragers.

Wat moet je ná toekenning doen

Een aantal verplichtingen hangt samen met de subsidie, ook al staan ze niet allemaal onder een apart kopje "verplichtingen na toekenning":

  • Als er sprake is van de-minimissteun, moet je onmiddellijk melding doen bij de overheidsinstantie waar je de steunaanvraag hebt ingediend, als je onderneming vóór ontvangst van de verleningsbeschikking alsnog de-minimissteun of andere staatssteun voor dezelfde kosten ontvangt.
  • Bij een samenwerkingsverband gelden afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst die je hebt ingediend.
  • De deelnemende bedrijven moeten hun toezegging om kennis en ervaring te delen ook daadwerkelijk uitvoeren na afloop van de leerkring, bijvoorbeeld door het geven van demonstraties of het optreden als ambassadeur.
  • Je moet documenten waarmee de rechtmatige besteding van de steun kan worden aangetoond, kunnen overleggen als de provincie (of de Europese Commissie, tot tien jaar na verlening) daarom vraagt.

Voor de volledige set voorwaarden verwijst dit naar het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022, hoofdstuk 1 en paragraaf 6.27 Leerkringen slimmer werken, dat vanaf 21 mei 2026 na te lezen is via de link "Actuele wet- en regelgeving" op de productpagina. Voor exacte verplichtingen tijdens de looptijd, zoals rapportageverplichtingen of tussentijdse voortgangsmomenten, kun je het beste dit Uitvoeringsbesluit raadplegen.

Hoe vraag je de Leerkringen slimmer werken aan?

Je vraagt de subsidie aan via het digitale aanvraagformulier op de loketpagina van de provincie Overijssel. In dat formulier upload je gelijk alle verplichte bijlagen. Voor het inloggen op het formulier heb je eHerkenning nodig, niveau EH3.

Stap 1: bijlagen voorbereiden

Het loket raadt aan om de bijlagen eerst apart in te vullen en op te slaan, zodat je ze daarna kunt uploaden in het aanvraagformulier. Dit zijn de verplichte bijlagen:

  • Een projectplan. Hierin beschrijf je ook hoe je gaat voldoen aan de gestelde voorwaarden (zoals de omvang van de leerkring, de leervraag en de bijdrage aan arbeidsproductiviteit).
  • Een begroting en dekkingsplan. Hiervoor is het verplicht om het begrotingsformat van de provincie te gebruiken.
  • Deelnemersverklaringen van de deelnemende ondernemingen. Elk deelnemend bedrijf levert een eigen verklaring aan.
  • De-minimisverklaringen van de deelnemende ondernemingen. Hiervoor gebruik je de Verklaring de-minimissteun van de RVO. Deze verklaring wordt ondertekend door de functionaris (of functionarissen) van de onderneming die bevoegd is om de onderneming te vertegenwoordigen; bij private rechtspersonen is dat in beginsel het volledige bestuur, tenzij de statuten anders bepalen.
  • Een bewijs van bankrekening, alleen als je niet eerder subsidie van de provincie hebt ontvangen of als je rekeningnummer is gewijzigd. Bijvoorbeeld een kopie van een bankafschrift of een schermprint bij telebankieren, met naam en rekeningnummer zichtbaar. Stuur geen kopie van je bankpas mee.
  • Verleningsbrieven, alleen als je organisatie de afgelopen 3 jaar (geen belastingjaren) de-minimissteun heeft ontvangen van een andere partij dan de provincie Overijssel zelf.
  • Een machtiging, als je namens iemand anders aanvraagt en inlogt met je eigen eHerkenningsmiddel. Je kunt hiervoor het voorbeeldformat Machtiging van de provincie gebruiken. Heb je een ketenmachtiging, dan is deze bijlage niet nodig.

Extra bijlagen bij een samenwerkingsverband

Vraag je aan namens een samenwerkingsverband, dan komen deze bijlagen erbij:

  • Een samenwerkingsovereenkomst met de onderlinge afspraken tussen de samenwerkingspartners. De precieze inhoud hangt af van het soort samenwerking; op de website van RVO staat een voorbeeld samenwerkingsovereenkomst.
  • Een staatssteunverklaring van alle samenwerkingspartners. Hiervoor is het verplicht om het format "Bijlage staatssteunverklaringen AGVV of LVV" te gebruiken. Elke samenwerkingspartner vult dit formulier zelf in en ondertekent het, behalve de penvoerder: die vult de eigen gegevens rechtstreeks in het aanvraagformulier in. De ondertekening gebeurt door de tekeningsbevoegde bij de organisatie of het bedrijf, met vermelding van naam, KvK-nummer, adres en datum.
  • Verleningsbrieven van samenwerkingspartners, alleen als zij de afgelopen 3 jaar (geen belastingjaren) de-minimissteun hebben ontvangen die niet van de provincie Overijssel kwam.

Stap 2: aanvraag indienen

Je dient het complete formulier met alle bijlagen in via het digitale aanvraagformulier. Lukt het niet om de begroting of andere documenten te openen, lezen of gebruiken, dan kun je contact opnemen met het Overijssel Loket voor hulp.

Stap 3: compleetheidstoets

De provincie toetst of je aanvraag compleet is. Is dit niet het geval, dan vraagt de provincie om een aanvulling. Je aanvraag geldt als compleet op het moment dat de provincie alle gevraagde gegevens heeft ontvangen; dat is ook het moment dat telt voor de volgorde van binnenkomst.

Je vraagt dus aan zolang de regeling openstaat en er budget beschikbaar is.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

De provincie Overijssel behandelt aanvragen in volgorde van ontvangst van complete aanvragen: een aanvraag met alle gevraagde bijlagen. De subsidie wordt verleend totdat het beschikbare budget van € 600.000 (voor 2026 en 2027 samen) is bereikt. Is je aanvraag niet compleet, dan vraagt de provincie om een aanvulling; je aanvraag is compleet op het moment dat de provincie de gevraagde gegevens ontvangt, en dat moment bepaalt ook je plek in de rij van binnenkomst.

De behandeltermijn van je aanvraag is maximaal 13 weken.

Voor details over voorschotten, tussentijdse rapportageverplichtingen, het moment en de manier van uitbetaling en een eventuele eindverantwoording of eindrapportage na afloop van de leerkring geldt het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022, dat vanaf 21 mei 2026 raadpleegbaar is via de link "Actuele wet- en regelgeving" op de productpagina. Ook de Algemene Subsidieverordening Overijssel 2005 en de Algemene wet bestuursrecht (titel 4.2 subsidies) zijn op de subsidieregels van toepassing.

Tijdens en na de behandeling verwerkt de provincie persoonsgegevens van de aanvrager, onder meer om de aanvraag te beoordelen, te communiceren over de behandeling, te controleren of de subsidie doelmatig en rechtmatig is verstrekt, managementrapportages te maken en evaluatie- of klanttevredenheidsonderzoek uit te voeren. Deze gegevens worden niet langer bewaard dan wettelijk verplicht is volgens de Archiefwet. De provincie werkt voor deze regeling samen met partners buiten de eigen organisatie, waaronder mogelijk private partijen, en deelt complete subsidieaanvragen met deze partners onder afspraken die zijn afgestemd op de geldende wet- en regelgeving.

Is er sprake van de-minimissteun, dan geldt de verplichting om onmiddellijk melding te doen bij de provincie als je onderneming, vóór ontvangst van de verleningsbeschikking, alsnog de-minimissteun of andere staatssteun voor dezelfde kosten ontvangt. Ook moet je de onderliggende stukken kunnen overleggen als de provincie (of uiteindelijk de Europese Commissie) daar tot tien jaar na verlening om vraagt.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Leerkringen slimmer werken. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Overijssel. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.