GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Investeren in groen-economisch herstel

RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Ook bekend als EHF, Economisch Herstelfonds

Wat is de Investeren in groen-economisch herstel?

Investeren in groen-economisch herstel was een subsidie voor landbouwers die hun bedrijf duurzamer wilden maken, bijvoorbeeld met een plaatsspecifieke spuitmachine, precisiebemesting of een elektrische heftruck. De regeling is nu gesloten: je kunt niet meer aanvragen. Deze informatie is vooral bedoeld voor wie al een lopende aanvraag of toegekende subsidie heeft en wil weten wat de regels waren en zijn.

De subsidie gold voor 38 soorten investeringen, verdeeld over 5 categorieën: Precisielandbouw en Smart farming, Digitalisering, Water/droogte/verzilting, Duurzame bedrijfsvoering, en Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw. Je kreeg 60% van je subsidiabele kosten, of 75% als er binnen je bedrijf een bedrijfshoofd jonger dan 41 jaar was (jonge landbouwer). Per aanvraag gold een minimum van € 25.000 en een maximum van € 150.000 subsidie.

De aanvraagperiode liep van 20 december 2021, 9:00 uur, tot en met 14 februari 2022, 17:00 uur. Aanvragers stuurden onder meer offertes en, bij bepaalde categorieën, bewijs van een gestarte vergunningsprocedure mee. Omdat het budget per categorie beperkt was (€ 7,1 miljoen per categorie, in totaal € 35,5 miljoen), werden aanvragen niet op volgorde van binnenkomst behandeld maar gerangschikt op duurzaamheidsscore: hoe duurzamer de investering, hoe groter de kans op subsidie.

Wie subsidie kreeg, moest de investering uiterlijk 31 december 2024 afronden en binnen 13 weken daarna, uiterlijk 1 april 2025, vaststelling aanvragen. Na vaststelling geldt een instandhoudingsplicht van 5 jaar: de investering moet gebruiksklaar blijven en bij het bedrijf horen.

Wie komt in aanmerking voor de Investeren in groen-economisch herstel?

Deze regeling is gesloten. Je kunt niet meer aanvragen. Onderstaande eisen golden tijdens de laatste openstelling (20 december 2021 tot en met 14 februari 2022) en zijn nu vooral relevant om te begrijpen wie destijds afviel of waarom een lopend dossier zo beoordeeld is.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een landbouwbedrijf
Je sector valt onder SBI 01
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Wie kwam in aanmerking:

  • Je bent landbouwer met een landbouwbedrijf in Nederland.
  • Je investeert in een van de 38 soorten investeringen uit de 5 categorieën (A tot en met E) op de Lijst met investeringen. Staat je investering er niet op, dan krijg je geen subsidie.
  • Je hebt de opdracht aan de leverancier nog niet gegeven vóór het moment van je subsidieaanvraag. Heb je bijvoorbeeld al een offerte of opdrachtbevestiging ondertekend voordat je de aanvraag deed, dan krijg je voor die investering geen subsidie.

Knock-outs op het subsidiebedrag:

  • Je vraagt minimaal € 25.000 subsidie aan per aanvraag, behalve als je met een eenheidsprijs werkt of subsidie aanvraagt voor een waterbassin voor hemelwateropvang. Dan geldt geen minimum.
  • Je vraagt maximaal € 150.000 subsidie aan. Vraag je voor meerdere investeringen subsidie aan, dan geldt dit maximum voor het totaal.

Budget en rangschikking:

  • Het budget (€ 35,5 miljoen, verdeeld in € 7,1 miljoen per categorie) is verdeeld op duurzaamheidsscore, niet op volgorde van binnenkomst. Is er binnen een categorie niet genoeg budget voor alle aanvragers, dan krijgen de aanvragen met de hoogste duurzaamheidsscore voorrang. Is er daarna nog budget over, dan volgt loting onder de overige aanvragen. Aanvragen die buiten het budget vallen, worden afgewezen.
  • Val je binnen één categorie net buiten het budget waardoor je subsidiebedrag onder € 25.000 uitkomt voor die investering? Dan kun je nog wel subsidie krijgen voor een andere investering in een andere categorie, als die aanvraag apart is goedgekeurd.

Extra voorwaarde voor het hogere percentage (75%):

  • Je bedrijfshoofd is jonger dan 41 jaar op het moment van aanvragen. Dit mag ook als andere bedrijfshoofden 41 jaar of ouder zijn.
  • Je moet blokkerende en langdurige zeggenschap in het bedrijf kunnen aantonen (met uitzondering van eenmanszaken). Kun je dat niet aantonen, dan val je terug op het gewone percentage.

Vergunningen als voorwaarde:

  • Voor categorieën C2, C4, D2 en D3 heb je mogelijk een vergunning nodig. Bij de aanvraag is dit niet verplicht aanwezig, maar je moet uiterlijk bij de vaststellingsaanvraag de vergunning daadwerkelijk in bezit hebben. Zonder die vergunning op dat moment loop je het risico dat je project niet volledig subsidiabel blijkt.

Wie in ieder geval afvalt: bedrijven zonder landbouwactiviteit, investeringen die niet op de Lijst met investeringen staan, aanvragen onder het minimumbedrag (zonder eenheidsprijs of waterbassin-uitzondering), en aanvragen waarbij de opdracht aan de leverancier al vóór de aanvraag is gegeven.

Waarvoor krijg je subsidie?

Deze regeling gaf subsidie over de totale investeringskosten van 38 soorten investeringen, verdeeld over 5 categorieën. Welke kosten precies subsidiabel waren, verschilde sterk per investering; de volledige uitsplitsing staat in de Lijst met investeringen (Bijlage 5). Onderstaand een overzicht per categorie met de kern van wat wel en niet meetelde.

Categorie A: Precisielandbouw en Smart farming

  • A1 Groei en Oogsten: systemen voor inzicht in oogst- of groeivariabelen, plaatsspecifieke opbrengstmetingen, groeimonitoring via satelliet of drones. Punten: 17.
  • A2 Precisieberegening en -irrigatie: software voor sensor-gestuurde irrigatie, dripirrigatie/druppelslangen met besturing, vlaksproeiers (alleen met sproeibomen), sproeibomen, RWS, laagvolume sproeier voor nachtvorstbestrijding. Niet subsidiabel: reguliere beregeningshaspels, slang, beregeningsbomen. Punten: 16.
  • A3 Precisiebemesting: systemen voor plaatsspecifieke gewasbemesting, GPS/GIS-apparatuur inclusief bodemkaart (alleen in combinatie met deze systemen), installatiekosten. Niet subsidiabel: de tractor, zodebemester, software-abonnementen (tenzij onlosmakelijk verbonden en noodzakelijk). Voor deze categorie gelden ook eenheidsprijzen: fertigatie unit € 13.200 (montage/graafwerk niet subsidiabel), druppelslang bovengronds € 0,71 per meter, ondergronds € 1,01 per meter, weerstation € 2.180. Punten: 16.
  • A4 Precisiegewasbescherming: spuitmachines met driftreductie van minimaal 90%, machines voor plaatsspecifieke onkruid-/ziektebestrijding zonder middelen, vloeistofwerende vul- en wasplaats. Niet subsidiabel: de tractor, driftreducerende additieven. Het percentage restvloeistof- of driftreductie moet in projectplan en offerte staan. Punten: 16.
  • A5 Variabel zaaien en poten: (autonome) machines voor grondbewerking gecombineerd met variabel zaaien/poten/planten, GPS/GIS-apparatuur, installatiekosten. Punten: 14.

Categorie B: Digitalisering

  • B1 Digitale voorzieningen weidegang: registratie-/monitoringsystemen voor dieren, automatische weide-selectiepoorten, bijbehorende software en installatie. Niet subsidiabel: laptops, tablets, servicecontracten (tenzij noodzakelijk onlosmakelijk verbonden). Eenheidsprijs elektrische heftruck (D1, niet B1 maar ter vergelijking) € 29.750. Punten B1: 19.
  • B2 Beslissingsondersteunende softwaresystemen: modellen voor weersextremen, gewasbescherming, bemesting, oogstraming, planningssystemen, bodem/gewas/watersensoren. Niet subsidiabel: laptops, tablets, smartphones, servicecontracten. Punten: 19.
  • B3 Robotisering duurzame bestrijding: robots en drones voor herkenning en duurzame bestrijding van ziekten/plagen/onkruid. Punten: 19.
  • B4 Software korte ketens: software voor ketentransparantie (RFID op oogstkisten), digitaal communicatiemateriaal zoals websites. Niet subsidiabel: servicecontracten. Punten: 18.
  • B5 Robotisering akker- en weidevogels: drones voor geautomatiseerd ontwijken van nestlocaties. Punten: 14.
  • B6 EC-meters en monitoringssensoren: EC-meters, penetrometers, PH-meters, continuemeters, grondwater- en oppervlaktewatermeters, vochtsensoren, fosfaat- en nitraatmeters, bijbehorende software. Niet subsidiabel: servicecontracten. Punten: 10.

Categorie C: Water, droogte, verzilting

  • C1 Materieel tegen perceelafspoeling: drempelmachine, greppel/sleuvenfreesmachine. Punten: 17.
  • C2 Klimaatadaptieve, peilgestuurde drainage: aanleg of aanpassing van regelbare drainage. Hier kan een vergunning nodig zijn; bewijs van gestarte vergunningsprocedure moet bij de aanvraag, de vergunning zelf uiterlijk bij vaststelling. Punten: 16.
  • C3 Waterbeheervoorzieningen tegen erf- of afvalwaterverontreiniging: overdekte vloeistofdichte vul- en wasplaats, zuiveringssystemen voor spuitmachinewater, gesloten erf, kistenwasser met opvang, waterdichte opvangput, veegmachines. Niet subsidiabel: systemen voor lozen van drain-/afvalwater uit kassen, overkapping voeder- of mestopslag, erfverharding, hemelwatersysteem, kuilplaten, waterzuiveringsinstallatie in bepaalde gevallen. Punten: 15.
  • C4 Ondergrondse waterberging en bovengrondse wateropvang: waterbassins voor hemelwateropvang met leidingen, hekwerk, taludbescherming, graafwerk; freshmaker en infiltratiesystemen. Vergunning verplicht vóór vaststelling, bewijs van start bij aanvraag. Punten: 15. Let op: voor waterbassins geldt een aparte lump sum-berekening, geen eenheidsprijzenlijst.
  • C5 Stuwen: waterconserveringsstuw, knijpstuw, zoete stuw. Toestemming waterschap verplicht, bewijs meesturen. Punten: 14.
  • C6 Omgekeerde osmose: osmose-eenheid, opslagvoorzieningen voor concentraat en waswater, voorzieningen voor hergebruik van spuiwater. Niet subsidiabel: de luchtwasser zelf, spuiwater- en waswateropslag. Punten: 12.

Categorie D: Duurzame bedrijfsvoering

  • D1 Elektrische of waterstofvoertuigen: elektrische machines/werktuigen, oplaadpunten en -systemen, installatiekosten. Niet subsidiabel: elektrische personenvervoermiddelen, mestschuiven. Eenheidsprijs elektrische heftruck € 29.750. Punten: 19.
  • D2 Klimaatbestendige fruitteelt: hagelnetten boven fruit, regenkappen kersen en bessen. Alleen subsidiabel als benodigde vergunningen aanwezig zijn bij indiening (niet verplicht volgens hoofdtekst loket). Punten: 16.
  • D3 Aanpassing klimaatverandering: nachtvorst propeller, hagelnetten, regenkappen, meerkosten gehard glas in bestaande/nieuwe kassen. Niet subsidiabel: nieuwbouw van een kas. Punten: 16.
  • D4 Mestvergistingsinstallaties: kleinschalige bedrijfsvergisters tot maximaal 25.000 ton mest, mono/mestvergister met stikstofstripper, verwerkingsinstallaties (alleen samen met de vergister zelf). Niet subsidiabel: mestscheidingsinstallatie als apart onderdeel; opgewekte energie moet voor eigen bedrijf zijn. Punten: 16.
  • D5 Mestopslag en mestaanwending: bovenwettelijke mestopslag (langer dan 7, korter dan 10 maanden) en mestaanwending gericht op emissiereductie. Punten: 15.
  • D6 Aanpassen huisvesting: potstallen (vloer, overdekte opslag, beluchtings-/sproei-installatie). Niet subsidiabel: fundering, mestkelder, muren, dak, mestkanaal, sloopkosten oude vloer. Maximale opslagcapaciteit potstal 600 m³. Punten: 15.
  • D7 Potafdekinstallatie: elevator, doseersysteem, transportbanden, trilsysteem. Punten: 12.
  • D8 Mechanische mestscheiding: scheidingsapparatuur en installatiekosten. Punten: 10.
  • D9 Digestaatverdamping: machines die dunne fractie digestaat tot 70% verdampen, met afzuiging en luchtreiniging. Punten: 6.

Categorie E: Natuurinclusieve landbouw en Kringlooplandbouw

  • E1 Vergistingsinstallaties (plantaardig): plantaardige vergister en verwerkingsinstallaties, niet zonder de vergister zelf. Niet subsidiabel: mestvergisters. Punten: 17.
  • E2 Mengteelten: aangepaste zaaimachines, strokenfrees/-ploeg, oogstmachines voor strokenteelt/agroforestry/eiwitgewassen. Punten: 17.
  • E3 Vermindering bodemverdichting: grondwoelers, schijveneggen, cultivatoren, schoffels, wiedrobots, ecoploeg (max. 18 cm diep), vaste rijpaden (onbereden bedden minimaal 280 cm breed), luchtdrukwisselsystemen (max. 4 banden per systeem). Niet subsidiabel: trekkers, banden en wielen als zodanig, abonnementen, ploegen en spitmachines. Eenheidsprijzen ecoploeg: 7 scharen € 19.350, 8 scharen € 23.400, 9 of 10 scharen € 28.000. Punten: 16.
  • E4 Zaaimachines voor vanggewassen/groenbemesters: zaaimachines voor onderzaai, bijvoorbeeld gras bij mais. Punten: 15.
  • E5 Verwerken enkelvoudig krachtvoer: machines voor malen, pletten, snijden. Niet subsidiabel: voermengwagens, ruwvoerverwerking, opslag. Punten: 15.
  • E6 Combinatiemachine grondbewerking/zaaien: machines die spitten en zaaien/poten/planten combineren, GPS/GIS. Punten: 15.
  • E7 Hooidrooginstallatie: droogvlakken, droger, verdeelgrijper. Niet subsidiabel: afleverkosten. Punten: 14.
  • E8 Verwerken organisch restmateriaal: machines voor inwerken gewasresten/mest, maaimateriaal voor slootkanten, baggerspuit, compostage-/bokashi-installaties. Niet subsidiabel: universele grasmaaiers, vergisting met extern materiaal, afleverkosten, kiepwagens, opraapwagens. Punten: 14.
  • E9 Raffinage-installatie: mobiele installatie voor raffinage van groene plantaardige reststromen. Punten: 13.
  • E10 Niet-digitale voorzieningen weidegang: veeroosters, koetunnels, mobiele melkrobot. Niet subsidiabel: hardware zoals laptops/tablets, kavelpaden, abonnementen. Punten: 13.
  • E11 Opslagplaatsen organisch materiaal: opslag vaste mest, compost, bokashi voor langere termijn (meer dan 9 maanden). Punten: 12.
  • E12 Bokashi-fermenteerinstallatie: fermenteerinstallaties. Punten: 9.

Algemene regel bij offertes: alle kosten moeten in de offerte zijn uitgesplitst per investering. Zijn niet alle kosten uitgesplitst, dan geef je zelf aan voor welk onderdeel je subsidie aanvraagt. Verwacht je hogere kosten dan de marktprijs, dan moet je dat uitleggen en onderbouwen met leveranciersbewijs, anders wordt dat deel niet als subsidiabel gezien.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt subsidie als percentage van je subsidiabele investeringskosten, met een minimum en maximum subsidiebedrag per aanvraag.

Standaardpercentage: 60% van de subsidiabele kosten.

Verhoogd percentage voor jonge landbouwers: 75% van de subsidiabele kosten. Dit geldt als er binnen je landbouwbedrijf een bedrijfshoofd is dat jonger is dan 41 jaar op het moment van aanvragen, ook als de andere bedrijfshoofden 41 jaar of ouder zijn. Je moet dan wel blokkerende en langdurige zeggenschap aantonen.

Grenzen aan het subsidiebedrag:

  • Minimaal € 25.000 subsidie per aanvraag. Dit minimum geldt niet als je (uitsluitend) werkt met een eenheidsprijs, en ook niet voor een aanvraag voor een waterbassin voor hemelwateropvang.
  • Maximaal € 150.000 subsidie. Vraag je voor meerdere investeringen subsidie aan, dan is € 150.000 het maximum voor al die investeringen samen.

Werken met eenheidsprijzen: voor een aantal investeringen (zoals de elektrische heftruck of een ecoploeg) staat een vaste prijs vast, de eenheidsprijs. Dit is niet het subsidiebedrag maar het bedrag waarover je subsidiepercentage wordt berekend. Voorbeeld: kies je de elektrische heftruck (eenheidsprijs € 29.750) en ben je jonge landbouwer, dan krijg je 75% van € 29.750 = € 22.312,50 subsidie. Zijn je werkelijke kosten hoger of lager dan de eenheidsprijs, dan verandert je subsidiebedrag niet.

Uitzondering waterbassin voor hemelwateropvang: hiervoor geldt geen vaste eenheidsprijzenlijst, maar wel een vaste prijs (lump sum) die wordt vastgesteld op basis van de prijs die je in je aanvraag doorgeeft, als die prijs redelijk is en de kosten subsidiabel zijn. Voorbeeld: jonge landbouwer vraagt subsidie aan voor een waterbassin van € 40.000; 75% van € 40.000 = € 30.000 subsidie. Geef je bij de vaststellingsaanvraag andere kosten door, dan verandert dit bedrag niet. Vraag je subsidie aan voor een waterbassin, dan mag je geen subsidie voor een tweede investering aanvragen, en geldt ook hier geen minimumbedrag.

Bewijs bij hogere kosten dan marktprijs: verwacht je dat je kosten hoger zijn dan de prijzen die passen bij de markt, dan moet je dit onderbouwen met bewijs van je leverancier. Zonder dat bewijs beoordeelt het loket het te hoge deel als niet redelijk en krijg je daarover geen subsidie.

Budgetplafond per categorie: het totale budget van € 35,5 miljoen is verdeeld in 5 gelijke delen van € 7,1 miljoen per investeringscategorie. Raakt het budget in jouw categorie op, dan bepaalt je duurzaamheidsscore (en eventueel loting) of je nog subsidie krijgt, ongeacht het percentage of bedrag waar je normaal recht op zou hebben.

Wat zijn de voorwaarden van de Investeren in groen-economisch herstel?

Deze regeling is gesloten, maar de voorwaarden die golden zijn nog relevant voor lopende dossiers en voor het begrijpen van eerdere beslissingen.

Hier val je op af

Je aanvraag moest binnen de aanvraagperiode zijn ingediend: van 20 december 2021, 9:00 uur, tot en met 14 februari 2022, 17:00 uur.
De investering moest voorkomen op de Lijst met investeringen (Bijlage 5), binnen een van de 38 subsidiabele soorten investeringen.
Je mocht de leverancier nog geen opdracht hebben gegeven vóór het moment van je subsidieaanvraag. Was de offerte of opdrachtbevestiging al ondertekend voordat je de aanvraag verstuurde, dan viel die investering af.
Je aanvraag moest minimaal € 25.000 subsidie bedragen (met uitzondering van eenheidsprijzen en het waterbassin voor hemelwateropvang) en maximaal € 150.000 subsidie in totaal.
Voor categorieën C2, C4, D2 en D3 moest je, als een vergunning verplicht was, bij de vaststellingsaanvraag daadwerkelijk over de vergunning beschikken. Bij de aanvraag zelf was alleen bewijs van een gestarte vergunningsprocedure nodig (voor C2 en C4 volgens het stappenplan; voor D2 en D3 zegt de hoofdtekst dat dit niet verplicht is bij indiening, dus het dossier is hier niet volledig eenduidig).
Vroeg je subsidie aan als jonge landbouwer voor het 75%-percentage, dan moest je blokkerende en langdurige zeggenschap in het bedrijf kunnen aantonen met de juiste bijlagen (behalve bij een eenmanszaak).

Waarop wordt beoordeeld

  1. Omdat het budget beperkt is (€ 7,1 miljoen per categorie), werd niet op volgorde van binnenkomst beoordeeld maar op duurzaamheid. Elke soort investering uit de Lijst met investeringen heeft een vast puntenaantal (variërend van 6 punten voor de laagst scorende investering tot 19 punten voor de hoogst scorende, zoals B1, B2, B3 en D1). Hoe het scoren werkte:
  2. Vraag je subsidie aan voor één soort investering, dan krijgt je aanvraag het puntenaantal van die investering.
  3. Vraag je subsidie aan voor twee soorten investeringen binnen dezelfde categorie, dan wordt het gemiddelde van beide berekend. Voorbeeld: investering in B1 (19 punten) en B5 (14 punten) samen levert een score van 16,5 punten op.
  4. Vraag je subsidie aan voor investeringen in verschillende categorieën, dan wordt voor elke categorie apart een duurzaamheidsscore berekend, omdat het budget per categorie is verdeeld.
  5. De aanvragen met de hoogste duurzaamheidsscore binnen een categorie kregen als eerste subsidie. Was er daarna nog budget over binnen die categorie, dan volgde loting om te bepalen wie van de overige aanvragers nog subsidie kreeg. Aanvragen die buiten het beschikbare budget vielen, werden afgewezen.

Wat moet je ná toekenning (tijdens de looptijd)

  • Wijzigingen doorgeven: belangrijke wijzigingen in je investering, de looptijd van je project of onvoorziene situaties moet je zo snel mogelijk melden. Wijken je subsidiabele kosten meer dan 25% af van de kosten waarvoor je subsidie kunt krijgen, dan moet je dit ook doorgeven. Een wijzigingsverzoek kan alleen na de beslissing op je aanvraag.
  • Een wijziging wordt binnen 8 weken beoordeeld. Wordt de wijziging goedgekeurd, dan krijg je een nieuwe beslissing. Wordt hij afgewezen, dan blijft de eerdere beslissing gewoon geldig en krijg je bericht per e-mail.
  • Een wijziging mag niet leiden tot een hogere subsidie dan verleend, en mag niet leiden tot een duurzaamheidscore die zo laag wordt dat je aanvraag daardoor alsnog wordt afgewezen (dit kan alleen spelen als er voor de categorie niet genoeg budget is).
  • Geef je een wijziging door over je investering, dan mag je pas na de datum van dat wijzigingsverzoek een nieuwe opdracht aan de leverancier geven.
  • Geef je een wijziging niet door, en blijkt bij de vaststelling dat je een deel van je project niet of niet op tijd hebt uitgevoerd, dan krijg je niet alleen een lager subsidiebedrag maar mogelijk ook een extra sanctie (subsidieverlaging).
  • Je moet je investering uiterlijk 31 december 2024 hebben afgerond en binnen 13 weken daarna, uiterlijk 1 april 2025, vaststelling aanvragen.
  • Na vaststelling geldt een instandhoudingsplicht van 5 jaar. De investering moet gebruiksklaar blijven, in Nederland staan, en van het landbouwbedrijf of de jonge landbouwer blijven.
  • Houd je de investering (voor een deel van de periode) niet in stand, dan wordt de subsidie verlaagd over de periode dat je niet aan de plicht voldeed, en moet je dat bedrag terugbetalen. Uitzondering: stopt de productiecapaciteit door een faillissement dat niet door fraude is veroorzaakt, dan geldt de instandhoudingsplicht niet.
  • Vervang je een investering (bijvoorbeeld een machine) binnen de 5 jaar, dan mag dat alleen als de vervangende investering minstens even duurzaam is. Geef deze verandering door aan het loket.
  • Je mag na een toegekende beslissing nog van leverancier veranderen, maar dat is op eigen risico. De kosten moeten bij vaststelling nog boven het minimale subsidiebedrag van € 25.000 uitkomen, en de investering moet hetzelfde doel hebben als bij de oude leverancier. Wijzigt ook de machine zelf, dan is een wijzigingsverzoek aan te raden om zeker te weten of dit is toegestaan.
  • Je kunt geen deelbetaling of voorschot aanvragen; je betaalt de investering eerst zelf.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Investeren in groen-economisch herstel. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.