Status onbekendProvincie · Subsidie

Fietsprojecten en fietsparkeervoorzieningen (SRM)

Provincie Zuid-Holland

Wat is de Fietsprojecten en fietsparkeervoorzieningen (SRM)?

Deze subsidie is voor overheden die fietspaden willen aanleggen of verbeteren, of die fietsparkeervoorzieningen willen realiseren, bijvoorbeeld een fietsenstalling bij een treinstation. De provincie Zuid-Holland wil dat meer inwoners gaan fietsen, en steunt daarom projecten die daaraan bijdragen.

Je kunt subsidie krijgen voor vier soorten activiteiten: het verkennen waar een fietsproject of stalling het beste past (met een voorlopig ontwerp als resultaat), het maken van een definitief ontwerp inclusief kostenberekening, de daadwerkelijke aanleg van een fietspad, en de bouw van een fietsenstalling bij een treinstation.

Je krijgt maximaal 50% van je kosten vergoed, en in bepaalde gevallen tot 75% als je project ook bijdraagt aan doelen uit de Gebiedsagenda en het Fietsplan.

De regeling staat open van 12 mei 2025 tot en met 31 december 2028. Je vraagt aan als organisatie, met eHerkenning, via het aanvraagformulier op de website van de provincie. Particulieren kunnen deze subsidie niet aanvragen.

Bij je aanvraag stuur je in elk geval een intakebrief mee, een uitleg over hoe je CO2-uitstoot beperkt, een kostenberekening volgens de SSK-methode en het definitieve ontwerp. Koop je grond aan voor het project, dan voeg je ook een taxatierapport en een tekening van de grond toe. Welke bijlagen precies nodig zijn, hangt af van je project en staat aangegeven op het aanvraagformulier.

Voor eenvoudige standaardmaatregelen, zoals vrijliggende fietspaden, mag je in plaats van een uitgebreide SSK-berekening een normbedrag gebruiken. Daarvoor zijn een rekenmodel en een normbedragengids beschikbaar.

Wie komt in aanmerking voor de Fietsprojecten en fietsparkeervoorzieningen (SRM)?

Deze subsidie is alleen voor organisaties: overheden zoals gemeenten, waterschappen of recreatieschappen. Als particulier of bedrijf kun je hem niet aanvragen.

Harde eisen waarop je afvalt als je er niet aan voldoet:

  • Je fietsproject moet in de Uitvoeringsagenda 'Samen verder fietsen' staan. Staat je project daar niet in, dan komt het niet in aanmerking.
  • Het ontwerp moet voldoen aan de CROW-richtlijnen voor fietspaden en fietsenstallingen.
  • Bij een fietsenstalling geldt: iedereen moet er gebruik van kunnen maken en het gebruik moet gratis zijn. Een stalling met beperkte toegang of een gebruiksvergoeding voldoet niet.
  • Je moet aantonen dat je maatregelen neemt om zo min mogelijk CO2 uit te stoten bij het project, of uitleggen waarom je dat niet doet (bijvoorbeeld via energiebesparing of biobased materialen). Ontbreekt deze onderbouwing, dan is de aanvraag niet compleet.

Daarnaast gelden per activiteit voorwaarden die meetellen bij de beoordeling:

  • Verkenning en voorlopig ontwerp: er moet een rapport liggen over locatie, mogelijkheden, vergunningen en kosten, met een voorlopig ontwerp. Dit moet binnen 2 jaar na toekenning klaar zijn.
  • Definitief ontwerp: je gebruikt dit ontwerp om de kosten te berekenen. Ook dit moet binnen 2 jaar na toekenning klaar zijn.
  • Aanleg of bouw: de aanleg van de fietsinfrastructuur of de bouw van de fietsenstalling moet binnen 4 jaar na toekenning klaar zijn.

Let op: als je fietsproject ook een provinciale bijdrage heeft via de regionale Gebiedsagenda, dan mag je hiervoor geen aanvraag doen onder deze paragraaf. Je vraagt dan subsidie aan onder de paragraaf Gebiedsagenda infrastructurele projecten van de Subsidieregeling mobiliteit.

Voor een volledig overzicht van alle eisen verwijst het loket naar paragraaf 2.3.3 van de Subsidieregeling Mobiliteit Zuid-Holland; niet alle details daarvan staan op de loketpagina zelf.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor kosten die horen bij vier soorten activiteiten binnen een fietsproject of fietsparkeervoorziening: verkenning en voorlopig ontwerp, definitief ontwerp, aanleg of bouw, en (als dat nodig is) grondverwerving.

Berekeningswijze van de kosten

Standaard moet je de projectkosten onderbouwen met een kostenraming volgens de SSK-methode (Standaard Systematiek Kostenramingen, CROW-publicatie 137). Voor een beperkt aantal eenvoudige, standaard infrastructurele maatregelen mag je in plaats daarvan een normbedrag gebruiken. Dat geldt voor:

  • vrijliggende (brom)fietspaden
  • maatregelen die horen bij het project Duurzaam Veilig
  • bushaltes

Let op: de normbedragenberekening is alleen betrouwbaar bij projecten van meer dan € 50.000 aan investeringskosten en bij fietspaden langer dan 500 meter. Bij kleinere of afwijkende projecten moet je alsnog een SSK-raming maken.

Kostenrubrieken bij de SSK-raming (prestatiebegroting)

De prestatiebegroting werkt met deze hoofdrubrieken, elk met een eigen maximumpercentage of rekenregel:

  • Directe bouwkosten (rubriek A): kosten direct gekoppeld aan de hoeveelheden werkzaamheden, zoals man- en materiaaluren, materiaalkosten, huur, leveranties en onderaannemers.
  • Indirecte bouwkosten: maximaal 20% van de directe bouwkosten. Dit zijn eenmalige kosten (mobilisatie, inrichten werkterrein), algemene bouwplaatskosten, uitvoeringskosten, algemene kosten en winst/risico.
  • Risico's/onvoorziene bouwkosten: maximaal 5% van directe en indirecte bouwkosten samen.
  • Overige bijkomende kosten: maximaal 5% van directe en indirecte bouwkosten samen. Dit mag alleen bestaan uit vergunningen en leges, verzekeringen, direct projectmanagement, externe communicatie gericht op draagvlak, redelijke schadevergoedingen aan derden (exclusief planschade), en niet-verrekenbare/niet-compensabele btw.
  • Engineeringskosten (rubriek F): maximaal 12,5% van directe en indirecte bouwkosten. Dit betreft advieskosten van engineeringbureaus, zowel voor de opdrachtgever als voor de aannemer.
  • Vastgoedkosten (rubriek G): kosten voor aankoop van grond en onroerende zaken die bij het object horen.

Specifiek voor riolering geldt een aparte rekenregel: bij vervanging als gevolg van het fietsproject wordt uitgegaan van een afschrijving van 50 jaar. Bij 50% subsidiëring krijg je 1% van het totale bedrag vergoed voor elk jaar dat de riolering jonger is dan 50 jaar. Bij vervanging van een 40 jaar oude riolering wordt dus 10% gesubsidieerd (10 jaar eerder dan afschrijving, maal 1% per jaar).

Normbedragen: opslagpercentages

Als je een normbedrag gebruikt, gaat de gids uit van deze vaste opslagen om van directe kosten naar investeringskosten te komen (totale opslag 80%, exclusief btw, prijspeil 1 januari 2018):

  • Nader te Detailleren (NtD): 10% van de directe kosten.
  • Indirecte kosten: circa 21,3%, opgebouwd uit 2% eenmalige kosten, 2% algemene bouwplaatskosten, 5% uitvoeringskosten, 7% algemene kosten en 4% winst en risico.
  • Risicoreservering: 10% van de bouwkosten.
  • Engineeringskosten opdrachtgever en -nemer: 20%.
  • Overige bijkomende kosten: 3%, bedoeld voor leges, heffingen en verzekeringen.
  • Vastgoedkosten zijn uitgesloten van de normbedragen.

Wijk je af van deze standaardopslagen, bijvoorbeeld omdat de uitvoeringskosten of risico's in jouw project hoger zijn, dan moet je dat apart onderbouwen onder de rubriek 'Specials' met een eigen SSK-berekening.

Wat normbedragen wel en niet dekken

Voor nieuwbouw van een fietspad zijn inbegrepen: grondwerk, cunetzand, fundering, verharding (deklaag, onderlaag of straatlaag en opsluitbanden) en afwerking van de bermen. Niet inbegrepen zijn vastgoedkosten en het slopen of verplaatsen van grote objecten; die kosten vallen onder de Specials met een eigen SSK-onderbouwing.

Voor renovatie geldt het normbedrag voor het vervangen van de verharding (tegels of asfalt), inclusief belijning. De fundering wordt hierbij als goed beschouwd; is dat niet zo, dan moet je die kosten apart onderbouwen.

Voor grondwerk bij ophoging geldt een normbedrag op basis van hoogte, breedte van de verharding en breedte van de berm. Grondverbetering, toe- en afritten bij kunstwerken en verontreinigde grond hebben geen normbedrag en moeten apart met een SSK-onderbouwing worden aangetoond onder 'Specials'.

Voor bushaltes zijn de haltekom (57,75 m lang), het perron met abri, DRIS, fietsenrekken (per 8 fietsen) en haltemeubilair (hekwerk, bank, leunsteun, afvalbak, peukenzuil) met normbedragen gedekt. Grondverbetering, grondkeringen, taluds, het verleggen van kabels en leidingen, afwatering, riolering en minder-valide voorzieningen vallen hierbuiten en moeten apart onderbouwd worden.

Kosten die apart onderbouwd moeten worden (Specials)

Bijzondere kosten die niet binnen de normbedragen vallen, kun je apart opnemen, maar alleen met onderliggende stukken en een SSK-raming als deze kosten meer dan 10% van de totale kosten zijn. Zijn ze minder dan 5%, dan vallen ze onder Nader te Detailleren. Liggen ze tussen 5% en 10%, dan verhoog je de post Nader te Detailleren en onderbouw je dat.

Wat niet subsidiabel is

Kosten die buiten het object of het tracé van je project liggen, komen niet in aanmerking; kosten mogen alleen betrekking hebben op het aangegeven object of tracé. Verder geldt voor de prestatiebegroting een apart onderdeel "niet-subsidiabele kosten", wat aangeeft dat niet alle gemaakte kosten automatisch subsidiabel zijn, al specificeert het loket niet in detail welke kostenposten hieronder vallen.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt maximaal 50% van de kosten die je maakt. Dit percentage kan in sommige gevallen naar 75% als je project ook meewerkt aan doelen uit de Gebiedsagenda en het Fietsplan; kijk dan naar de subsidie Gebiedsagenda infrastructurele projecten. Voor wanneer precies dat hogere percentage geldt, is de enige voorwaarde dat het project aan die andere doelen moet bijdragen.

Op het aanvraagformulier vul je zelf het gevraagde subsidiebedrag in en geef je aan of dit inclusief of exclusief btw is. Ook geef je de totale projectkosten op volgens de SSK-raming, eveneens met vermelding van in- of exclusief btw.

Bij projecten die over meerdere jaren lopen, vraag je een voorschot aan. Dit voorschot is maximaal 80% en wordt uitgesplitst per jaar op basis van de liquiditeitsbehoefte van je project. Wijkt de liquiditeitsbehoefte later af van je prognose, dan moet je dit melden; dit kan aanleiding zijn om het voorschotregime aan te passen.

Bij de vaststelling worden de daadwerkelijk gemaakte kosten verrekend tot maximaal het toegekende subsidiebedrag. Kosten die hoger uitvallen dan begroot, komen dus niet automatisch voor extra subsidie in aanmerking.

Er geldt geen vast minimum- of maximumbedrag per aanvraag voor deze specifieke paragraaf. Wel geldt voor het gebruik van normbedragen (zie sectie "Waarvoor") dat de berekening alleen betrouwbaar is bij projecten vanaf € 50.000 aan investeringskosten.</tekst> </invoke>

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling12 mei 202531 dec 2028--

Wat zijn de voorwaarden van de Fietsprojecten en fietsparkeervoorzieningen (SRM)?

Wat je moet doen na toekenning

  • Je richt een projectorganisatie in met een projectleider, die minimaal één keer per kwartaal een tussentijds voortgangsverslag aanlevert aan de provincie.
  • Je houdt je aan de afgesproken tijdsplanning die je samen met de provincie hebt vastgesteld.
  • Wijzigt de liquiditeitsbehoefte van je project ten opzichte van je prognose, dan meld je dit op grond van de meldingsplicht. Dit kan gevolgen hebben voor het voorschotregime.
  • Bij een scopewijziging meld je dit vooraf schriftelijk aan de provincie. Meld je een scopewijziging pas achteraf, dan heb je geen recht op vergoeding van eventuele meerkosten.
  • Je bent verplicht de gespecificeerde standaard SSK-raming aan te leveren en mee te werken aan controles.
  • Uiterlijk binnen 26 weken na afronding van het project dien je een verzoek tot subsidievaststelling in bij de provincie, met de bijbehorende bescheiden zoals genoemd in de subsidieregeling en artikel 23 van de Asv 2013.

Voordat je verder kijkt naar de invulling van je aanvraag, moet je aan deze eisen voldoen, anders valt je aanvraag af:

  • Je bent een organisatie (overheid), geen particulier.
  • Je fietsproject staat in de Uitvoeringsagenda 'Samen verder fietsen'.
  • Het ontwerp voldoet aan de CROW-richtlijnen voor fietspaden en fietsenstallingen.
  • Bij een fietsenstalling: die is voor iedereen toegankelijk en gratis te gebruiken.
  • Je hebt geen provinciale bijdrage voor dit project via de Gebiedsagenda; anders vraag je aan onder de andere paragraaf.

De volgende inhoudelijke punten worden getoetst bij de aanvraag, afhankelijk van de activiteit waarvoor je aanvraagt:

  • Bij verkenning en voorlopig ontwerp: is er een rapport met onderzoek naar locatie, mogelijkheden, vergunningen en kosten, met een voorlopig ontwerp als resultaat?
  • Bij definitief ontwerp: is er een definitief ontwerp waarmee de kosten zijn berekend?
  • Bij aanleg of bouw: is de SSK-raming van de totale projectkosten met prestatiebegroting compleet en correct?
  • Bij alle activiteiten (behalve grondverwerving): heb je aangetoond dat je maatregelen neemt om CO2-uitstoot te beperken, of onderbouwd waarom je dat niet doet (bijvoorbeeld via energiebesparing of biobased materialen)? Wijk je af van de provinciale duurzaamheidsdoelstellingen, dan moet je dat toelichten.
  • Bij grondverwerving: is er een onafhankelijk taxatierapport en een overzichtstekening van de te verwerven gronden?

Voor een compleet overzicht van alle eisen: zie paragraaf 2.3.3 van de Subsidieregeling Mobiliteit Zuid-Holland; niet alle details daarvan staan hier uitgeschreven.

Elke activiteit heeft een eigen deadline die start op het moment van toekenning:

  • Verkenning en voorlopig ontwerp: klaar binnen 2 jaar na toekenning.
  • Definitief ontwerp: klaar binnen 2 jaar na toekenning.
  • Aanleg of bouw: klaar binnen 4 jaar na toekenning.

Eigendom, beheer en onderhoud

Bij de aanvraag (via de intakebrief) leg je vast wie na realisatie het eigendom, het beheer en het onderhoud van het fietsproject op zich neemt: de gemeente, het waterschap, het recreatieschap of een andere partij. Dit is geen keuzevrijheid achteraf, maar een afspraak die je vooraf vastlegt met de provincie.

Planologie en vergunningen

Je geeft in de intakebrief aan of er nog een bestemmingsplanprocedure moet worden doorlopen en of de benodigde vergunningen al (deels) in je bezit zijn. Ontbreken deze nog, dan licht je dat toe.

Bij de subsidievaststelling worden de daadwerkelijk gemaakte kosten verrekend tot maximaal het toegekende subsidiebedrag. Kosten die boven het toegekende bedrag uitkomen, worden niet extra vergoed.

Hoe vraag je de Fietsprojecten en fietsparkeervoorzieningen (SRM) aan?

Stap 1: voortraject en projectafspraken vastleggen

Voordat je de formele aanvraag indient, stel je een intakebrief op volgens het verplichte format "Format intakebrief fietsprojecten". Hierin leg je met de provincie de projectafspraken vast over onder meer scope, proces- en projectmanagement, ontwerpeisen, tijdsplanning, planologie en vergunningen, eigendom/beheer/onderhoud, grondverwerving, financiering, de te verrichten werkzaamheden en de subsidievaststelling. De intakebrief wordt ondertekend door de aanvragende organisatie (namens de aanvrager). Deze brief bevat ook een tabel met de vastgestelde tijdsplanning, in overleg met de contactpersoon van de provincie.

Stap 2: aanvraagformulier invullen

Je vult het "Aanvraagformulier fietsprojecten" in. Dit formulier bestaat uit meerdere onderdelen:

  • Deel A (Algemeen): gegevens van je organisatie, contactpersoon, rekeningnummer, gevraagd subsidiebedrag en projectnaam.
  • Deel B (Projectgegevens): projectsoort (fietsproject of fietsparkeervoorziening) en de projectfase/activiteit waarvoor je subsidie aanvraagt (verkenning en planstudie, definitief ontwerp, realisatie, grondverwerving, of een combinatie daarvan).
  • Deel C (Financiën): aangevraagde subsidie, totale projectkosten volgens de SSK-raming, btw-verrekening, eventuele cofinanciering en de liquiditeits- en voorschotbehoefte per jaar.
  • Deel D1/D2 (Bijlagen): overzicht van verplichte en aanvullende bijlagen die je meestuurt.
  • Deel E (Ondertekening): hier ondertekenen één of twee bevoegde personen (ondergetekende 1 en eventueel 2) met naam, functie, plaats en datum. Zij verklaren onder meer dat de gegevens naar waarheid zijn ingevuld, dat de organisatie niet in surseance of faillissement verkeert, en dat zij bevoegd zijn de aanvraag in te dienen.
  • Deel F (Machtiging, optioneel): als je een andere organisatie of persoon machtigt om de aanvraag namens jou te doen, vul je dit onderdeel in en ondertekenen zowel de volmachtgever als de gemachtigde.

Stap 3: verplichte bijlagen verzamelen

Welke bijlagen precies verplicht zijn, hangt af van de projectfase waarvoor je aanvraagt:

  • Definitief ontwerp: een toelichting waarin je aantoont dat je CO2-beperkende maatregelen neemt, of uitlegt waarom niet.
  • Realisatie: een SSK-raming van de totale projectkosten met prestatiebegroting, het definitieve ontwerp, en de toelichting over CO2-beperkende maatregelen.
  • Grondverwerving: een onafhankelijk taxatierapport van de te verwerven gronden en een overzichtstekening van die gronden.
  • Combinatie verkenning, planstudie en definitief ontwerp: de toelichting over CO2-beperkende maatregelen.
  • Combinatie definitief ontwerp en realisatie: de SSK-raming met prestatiebegroting en de toelichting over CO2-beperkende maatregelen.

Daarnaast stuur je altijd mee: de intakebrief, een uittreksel uit het KvK-register en het ingevulde aanvraagformulier zelf. Heb je cofinanciering, dan voeg je ook schriftelijke financiële toezeggingen van de cofinancierders toe.

Stap 4: aanvraag indienen

Je dient de aanvraag digitaal in via het online formulier op https://forms.zuid-holland.nl/eherk2p_eform_fietsprojecten. Hiervoor log je in met eHerkenning; je kunt deze subsidie niet als particulier aanvragen. Let op: het aanvraagformulier zelf vermeldt ook een postadres (Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. Bureau Subsidies, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag) voor het opsturen van het ingevulde formulier met bijlagen.

Termijn

De aanvraagperiode loopt van 12 mei 2025 tot en met 31 december 2028. Binnen deze periode kun je op elk moment een aanvraag indienen.

Hulpmiddelen bij het invullen

Voor het berekenen van de kosten kun je gebruikmaken van het "Rekenmodel subsidieregeling mobiliteit" (Excel) als je een normbedrag mag toepassen, met het "Stroomschema gebruik normbedragen subsidieregeling mobiliteit" om te bepalen of dat in jouw situatie mag. Deze zijn informatief en niet verplicht om mee te sturen. Heb je vragen over het rekenmodel, dan kun je contact opnemen met Nauzad Bakir via [email protected] of 06 5544 9474. Voor algemene vragen is er het Contactcentrum, bereikbaar via [email protected] of 070 441 6622.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Uitbetaling: voorschot

Bij meerjarige projectsubsidies splits je de totale kosten van je projectfase of activiteit uit over de betreffende jaren. Op basis hiervan wordt het voorschotregime bepaald. Het gewenste voorschot is maximaal 80% van de liquiditeitsbehoefte. Wijkt de liquiditeitsbehoefte later af van de prognose, dan ben je verplicht dit te melden op grond van de meldingsplicht; dit kan aanleiding zijn om het voorschotregime aan te passen.

Rapportage tijdens de looptijd

Volgens de intakebrief richt je een projectorganisatie in onder leiding van een projectleider. Deze projectleider communiceert tijdig met belanghebbende partijen, waaronder de provincie, en overlegt minimaal één keer per kwartaal een tussentijds verslag over de voortgang van het fietsproject.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je houdt je aan de tijdsplanning die je met de provincie hebt afgesproken en vastgelegd in de intakebrief.
  • Wijzig je iets aan de scope van het project, dan meld je dit vooraf schriftelijk aan de provincie. Meld je dit pas achteraf, dan heb je geen recht op vergoeding van eventuele meerkosten die daaruit voortvloeien.
  • Je werkt mee aan controles en verschaft alle gewenste informatie aan de functionarissen die de subsidieverstrekker daarvoor aanwijst.
  • Blijkt tijdens de uitvoering dat er nog een bestemmingsplanprocedure moet worden doorlopen of vergunningen ontbreken, dan licht je dit toe zoals afgesproken in de intakebrief.

Vaststelling en einduitbetaling

Uiterlijk binnen 26 weken na afronding van het project dien je een verzoek tot subsidievaststelling in bij de provincie. Hierbij stuur je de bescheiden mee die zijn genoemd in de subsidieregeling en in artikel 23 van de Asv 2013. Welke stukken dit precies zijn, staat in de regeling zelf en wordt overgenomen in de intakebrief.

Bij de vaststelling verrekent de provincie de daadwerkelijk gemaakte kosten tot maximaal het eerder toegekende (verleende) subsidiebedrag. Kosten die boven dat bedrag uitkomen, komen dus niet voor extra vergoeding in aanmerking.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 9 documenten bij deze regeling, waarvan er 2 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 1 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Fietsprojecten en fietsparkeervoorzieningen (SRM). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zuid-Holland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.