Status onbekendProvincie · Subsidie

Gebiedsagenda infrastructurele projecten (SRM)

Provincie Zuid-Holland

Wat is de Gebiedsagenda infrastructurele projecten (SRM)?

Deze subsidie is voor overheden (gemeenten, waterschappen en vervoerregio's) die infrastructurele projecten uitvoeren buiten de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De provincie Zuid-Holland wil dat mensen zich veilig, snel en prettig kunnen verplaatsen, en steunt daarom projecten die de bereikbaarheid en verkeersveiligheid verbeteren.

Je kunt subsidie krijgen voor de aanleg van wegen, rotondes en kruisingen, voor wegmarkeringen, voor de bouw van viaducten en tunnels, en voor kleine maatregelen die verkeersgedrag beïnvloeden (zoals een snelheidsscherm). Voor grotere gedragsmaatregelen bestaat een andere regeling: Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid.

Je krijgt maximaal 50% van je subsidiabele kosten vergoed. In sommige gevallen kan dit percentage hoger uitvallen; dat staat in artikel 2.8 van de subsidieregeling.

Om aanvraag te doen, moet je project al in de Gebiedsagenda Mobiliteit staan en in het jaar van aanvraag kunnen starten. Je vraagt aan met een projectplan, een kostenberekening (via SSK-methode of, bij eenvoudige maatregelen, een normbedrag) en een kopie van de gunning. Aanvragen doe je met eHerkenning via het aanvraagformulier van de provincie.

De regeling is open van 1 december 2025 tot en met 31 oktober 2026. Je project moet binnen 3 jaar na toekenning klaar zijn en het resultaat moet minstens 5 jaar zichtbaar blijven. Duurt je project langer dan een jaar, dan lever je jaarlijks een voortgangsrapport in.

Wie komt in aanmerking voor de Gebiedsagenda infrastructurele projecten (SRM)?

Deze subsidie is alleen voor overheden: gemeenten, waterschappen en vervoerregio's. Vraag je aan als particulier of als bedrijf, dan komt je aanvraag niet in behandeling.

Daarnaast gelden deze harde eisen (knock-out):

  • Je project staat in de Gebiedsagenda Mobiliteit en kan starten in het jaar waarvoor je de subsidie aanvraagt. Staat je project niet in de Gebiedsagenda, dan val je af.
  • Je project ligt buiten de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Ligt je project binnen die metropoolregio, dan komt het niet in aanmerking voor deze regeling.
  • Je hebt voor hetzelfde project geen subsidie Kwaliteit OV & bushaltes, Ketenmobiliteit of R-net-projecten gekregen. Deze regelingen zijn niet te combineren met de Gebiedsagenda infrastructurele projecten.
  • Je project levert een betere bereikbaarheid en meer verkeersveiligheid op, en draagt bij aan fijner wonen en leven in de provincie.
  • Je project is klaar binnen 3 jaar nadat je de subsidie hebt gekregen.
  • Het resultaat van je project is minstens 5 jaar zichtbaar (in stand gehouden).

Dit zijn de kerneisen. Een compleet overzicht staat in paragraaf 2.2.1 van de subsidieregeling Mobiliteit Zuid-Holland. Er kunnen dus meer eisen gelden dan hier genoemd.

Wie afvalt:

  • Particulieren en bedrijven (geen overheid).
  • Gemeenten, waterschappen of vervoerregio's met een project dat niet in de Gebiedsagenda Mobiliteit staat.
  • Projecten binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
  • Projecten die al subsidie krijgen via Kwaliteit OV & bushaltes, Ketenmobiliteit of R-net.
  • Projecten die pas na het aanvraagjaar kunnen starten, of die niet binnen 3 jaar klaar zijn.
  • Aanvragen die niet volledig zijn: alleen complete aanvragen komen in behandeling.

Let op: de beschikbare middelen per project staan vooraf vast in de Gebiedsagenda (er is per project een bedrag gereserveerd). Dat betekent dat je aanvraag moet passen bij een project dat al in die agenda is opgenomen, met het daarbij gereserveerde budget.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor infrastructurele projecten die de bereikbaarheid en verkeersveiligheid verbeteren. Het loket onderscheidt de volgende hoofdcategorieën van activiteiten, met daarbinnen specifieke kostensoorten en rekenregels.

Wegen, rotondes en kruisingen

Aanleg van wegen, toeritten, spoorkruisende wegdelen, fietspaden, fietsstroken, (fiets)tunnels, onderdoorgangen, kleine kunstwerken (duikers, overkluizingen), viaducten, fly-overs, bruggen, P+R-voorzieningen, fietsenstallingen en veerstoepen. Voor vrijliggende (brom)fietspaden mag je (bij projecten boven € 50.000 en een tracé langer dan 500 meter) een normbedrag gebruiken in plaats van een volledige SSK-raming. Het normbedrag voor fietspaden is opgebouwd uit: verharding (op basis van lengte en breedte, met een toeslag voor tegels in kleur), grondwerk bij ophoging boven het standaard profiel van 30 tot 40 cm, en voorzieningen zoals verlichting (op basis van lengte of aantal masten) en kabels.

Wegmarkeringen

Kosten voor pijlen en andere markeringen op de weg vallen onder de subsidiabele kosten van het wegproject.

Kleine gedragsmaatregelen (Duurzaam Veilig)

Kleine maatregelen die verkeersgedrag beïnvloeden, zoals een scherm dat de snelheid van bestuurders toont. Voor Duurzaam Veilig-maatregelen (drempels, verhoogde kruisingsvlakken, wegversmallingen, verkeersregelinstallaties) gelden ook normbedragen: drempels op basis van breedte (7,50 m bij 30 km/u, 10,80 m bij 50 km/u, 15,00 m bij 70 km/u) en hoogte van 12 cm, kruisingsvlakken op basis van oppervlak (klein: minder dan 100 m², groot: 100 tot 400 m²) en aantal aansluitende takken, en verkeersregelinstallaties op basis van aantal masten en rijstroken. Let op: grote gedragsmaatregelen vallen niet onder deze regeling maar onder de subsidie Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid.

Kostensoorten volgens de prestatiebegroting

De prestatiebegroting onderscheidt onder meer:

  • Fysieke voorbereidingskosten: opruimwerk, slopen, zagen, frezen; stort van afval, grond, asfalt; grondwerk (ontgraven, afvoeren, aanvoeren); drainage, kolken en kolkleidingen; verleggen van kabels en leidingen; tijdelijke verkeersmaatregelen; riolering (subsidiëring naar verhouding van resterende levensduur, uitgaande van 50 jaar afschrijving).
  • Weg- en bouwwerken en snelheidsremmende maatregelen: verhardingen, bestratingen, onderlagen, verkeersborden, wegbebaking en -markeringen, groenvoorzieningen, verkeersregelinstallaties en verlichting.
  • Verkeerscommunicatie: onder meer snelheidsremmende displays.
  • Duurzaamheidsmaatregelen: kosten voor opwekken van duurzame energie, energiebesparing, toepassing van duurzaam opgewekte energie en circulaire toepassing van materialen.
  • Engineeringskosten: kosten voor techniek, organisatie, milieutechnische, juridische en economische aspecten, ontwerp en onderzoek, inclusief begeleiding van de aanbesteding. Deze mogen maximaal 12,5% van de directe en indirecte bouwkosten bedragen.
  • Vastgoedkosten: aankoop van grond en onroerende zaken die bij het object horen.
  • Overige bijkomende kosten: vergunningen en leges, verzekeringen, direct projectmanagement, externe communicatie gericht op draagvlak, schadevergoedingen aan derden (exclusief planschade) en niet-verrekenbare BTW. Deze mogen maximaal 5% van de directe en indirecte bouwkosten bedragen.
  • Risico's/onvoorziene bouwkosten: maximaal 5% van directe en indirecte bouwkosten.
  • Indirecte bouwkosten (eenmalige kosten, algemene bouwplaatskosten, uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en risico): maximaal 20% van de directe bouwkosten.

Kosten die je moet onderbouwen met SSK of normbedrag

Alle kosten moet je onderbouwen met een SSK-raming (CROW-methodiek). Voor eenvoudige standaardmaatregelen (fietspaden, Duurzaam Veilig, bushaltes) mag je in plaats daarvan een normbedrag gebruiken. Kosten die buiten de normbedragen vallen ("Specials") moet je apart onderbouwen: is dit meer dan 10% van de totale kosten, dan is een volledige SSK-raming verplicht; is het minder dan 5%, dan telt het mee als Nader te Detailleren; tussen 5% en 10% verhoog je de post Nader te Detailleren met onderbouwing.

Wat niet subsidiabel is

Kosten mogen alleen betrekking hebben op het object en/of het aangegeven tracé, niet op het gebied daarbuiten. Vastgoedkosten zijn uitgesloten van de normbedragen voor fietspaden (die worden apart als special opgevoerd). Bij grondverbetering en toe- en afritten bij kunstwerken zijn geen normbedragen beschikbaar; deze moet je altijd met een SSK-onderbouwing aantonen. Planschadevergoedingen zijn uitgesloten van de overige bijkomende kosten. Ook zijn er niet-subsidiabele kosten die je apart in de prestatiebegroting vermeldt, al noemt het loket hiervoor geen uitgebreide lijst.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt maximaal 50% van de subsidiabele kosten van je project vergoed. Dit is het uitgangspunt voor alle infrastructurele projecten onder deze regeling.

In sommige gevallen kun je meer subsidie krijgen dan 50%. Voor de exacte voorwaarden waaronder dat percentage hoger uitvalt, staat artikel 2.8 van de subsidieregeling.

Een specifieke rekenregel die geldt, gaat over riolering die je vervangt als onderdeel van je project: bij 50% subsidiëring vanuit de provincie krijg je 1% van het totale bedrag vergoed voor elk jaar dat de riolering jonger is dan 50 jaar (uitgaande van een afschrijvingstermijn van 50 jaar). Vervang je bijvoorbeeld een riool van 40 jaar oud, dan wordt 10% daarvan gesubsidieerd (50 min 40 is 10 jaar, maal 1% per jaar).

Voor de onderbouwing van je kosten geldt: standaard gebruik je de SSK-methode (CROW publicatie 137). Voor een aantal eenvoudige maatregelen (vrijliggende fietspaden, Duurzaam Veilig-maatregelen en bushaltes) mag je in plaats daarvan een normbedrag gebruiken uit het rekenmodel. Dat normbedrag rekent met een vaste opslag van 80% (exclusief BTW) om van directe kosten naar investeringskosten te komen. Deze opslag is opgebouwd uit: 10% Nader te Detailleren, circa 21,3% indirecte kosten en 10% risicoreservering op de bouwkosten, plus 20% engineeringskosten en 3% overige bijkomende kosten op de voorziene kosten. In totaal komt dit neer op circa 180,52% van de directe kosten als investeringskosten (exclusief BTW).

Let op: het rekenmodel met normbedragen is alleen betrouwbaar voor projecten met meer dan € 50.000 aan investeringskosten, en voor (brom)fietspaden met een lengte van meer dan 500 meter. Bij kleinere projecten of kortere fietspaden moet je dus de volledige SSK-raming gebruiken.

Wijken je uitvoeringskosten of risico's in de praktijk af van wat in de normbedragen is opgenomen (bijvoorbeeld door een complexe omgeving), dan kun je deze extra kosten apart opvoeren onder "Specials", mits je dit onderbouwt met een aparte SSK-berekening.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling1 dec 202531 okt 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de Gebiedsagenda infrastructurele projecten (SRM)?

Hier val je op af

de bereikbaarheid verbetert,
de verkeersveiligheid vergroot,
bijdraagt aan fijner wonen en leven in de provincie.

Voordat je aanvraag inhoudelijk wordt beoordeeld, moet je voldoen aan deze eisen:

  • Je bent een overheid: gemeente, waterschap of vervoerregio. Particulieren kunnen niet aanvragen.
  • Je project staat in de Gebiedsagenda Mobiliteit en kan starten in het jaar waarvoor je de subsidie aanvraagt.
  • Je project ligt buiten de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
  • Je hebt voor dit project geen subsidie Kwaliteit OV & bushaltes, Ketenmobiliteit of R-net-projecten.
  • Je project is klaar binnen 3 jaar na toekenning van de subsidie.
  • Het resultaat van je project is minstens 5 jaar zichtbaar.
  • Je aanvraag is compleet: alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen.

Voor een uitgebreid overzicht van alle eisen verwijst het loket naar paragraaf 2.2.1 van de subsidieregeling Mobiliteit Zuid-Holland.

Beoordeling

De provincie werkt met de Gebiedsagenda: hierin staan alle projecten met het bedrag dat daarvoor gereserveerd is. Jouw aanvraag wordt beoordeeld tegen het project en het bijbehorende gereserveerde budget zoals dat in de Gebiedsagenda staat. De provincie controleert aanvragen op volledigheid; is je aanvraag niet compleet, dan wordt hij niet in behandeling genomen.

De beoordeling lijkt dus vooral te draaien om: staat je project in de Gebiedsagenda, past het bij het gereserveerde bedrag, en is je aanvraag volledig.

Inhoudelijke eisen aan je project

Deze punten onderbouw je in je projectplan.

Kostenonderbouwing als beoordelingsonderdeel

Een belangrijk deel van de beoordeling draait om de juistheid van je kostenberekening:

  • Voor complexe of niet-standaard maatregelen gebruik je de SSK-methode (CROW publicatie 137). Deze raming is een verplichte bijlage.
  • Voor eenvoudige, standaard maatregelen (vrijliggende fietspaden, Duurzaam Veilig-maatregelen, bushaltes) mag je een normbedrag gebruiken via het rekenmodel. Dit is alleen toegestaan bij projecten van meer dan € 50.000 aan investeringskosten, en voor fietspaden langer dan 500 meter.
  • Wijk je af van de standaard normbedragen (bijvoorbeeld door bijzondere omstandigheden, hogere risico's of hogere uitvoeringskosten), dan moet je dit apart onderbouwen met documenten en een SSK-berekening onder "Specials".
  • De indirecte bouwkosten mogen maximaal 20% van de directe bouwkosten zijn.
  • De engineeringskosten mogen maximaal 12,5% van de directe en indirecte bouwkosten zijn.
  • De overige bijkomende kosten mogen maximaal 5% van de directe en indirecte bouwkosten zijn.
  • Risico's/onvoorziene bouwkosten mogen maximaal 5% van directe en indirecte bouwkosten zijn.
  • Bedragen boven deze maximale percentages moet je specifiek motiveren.

Wat moet je ná toekenning doen

  • Je voert het project uit zoals beschreven in je projectplan en houdt je aan het gereserveerde budget uit de Gebiedsagenda.
  • Je zorgt dat het project binnen 3 jaar na toekenning klaar is.
  • Je houdt het resultaat van het project minstens 5 jaar in stand of zichtbaar.
  • Duurt je project langer dan 1 jaar, dan lever je elk jaar een rapport in over de voortgang.
  • Treden er risico's op die je in je SSK-raming had voorzien, dan moet je expliciet beschrijven waaruit deze risico's bestonden en tot welke resultaten of prestaties ze hebben geleid.
  • Kosten die je opvoert, mogen alleen betrekking hebben op het object of tracé van je project, niet op het gebied daarbuiten.

Hoe vraag je de Gebiedsagenda infrastructurele projecten (SRM) aan?

Je vraagt de subsidie aan via het online formulier van de provincie, met eHerkenning. Particulieren kunnen dit formulier niet gebruiken; het is alleen voor organisaties (gemeenten, waterschappen, vervoerregio's).

Stap 1: Check of je project in de Gebiedsagenda staat

Voordat je begint, moet je project al opgenomen zijn in de Gebiedsagenda Mobiliteit, met een gereserveerd bedrag. Zonder plek in de Gebiedsagenda kun je niet aanvragen.

Stap 2: Bepaal hoe je je kosten onderbouwt

Gebruik het stroomschema (Stroomschema gebruik normbedragen subsidieregeling mobiliteit) om te bepalen of je de SSK-methode moet gebruiken of een normbedrag mag toepassen. Normbedragen zijn er voor vrijliggende (brom)fietspaden, Duurzaam Veilig-maatregelen en bushaltes, maar alleen bij projecten van meer dan € 50.000 aan investeringskosten en fietspaden langer dan 500 meter. Gebruik je een normbedrag, dan reken je dit uit met het Rekenmodel subsidieregeling mobiliteit (Excel) en vul je de uitkomst in op het aanvraagformulier.

Stap 3: Verzamel de verplichte documenten

Met je aanvraag stuur je in elk geval mee:

  • Een projectplan: hierin beschrijf je het project, hoe het bijdraagt aan bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid, en de planning.
  • Een berekening van de kosten: een SSK-raming (verplichte bijlage) of, indien van toepassing, het ingevulde normbedrag uit het rekenmodel.
  • Een kopie van de gunning: het bewijs dat je opdracht hebt gegeven voor het werk (aanbesteding).

De aanvraag wordt als organisatie ingediend via eHerkenning, dus namens de gemeente, het waterschap of de vervoerregio.

Soms is meer informatie nodig. Dit staat in het aanvraagformulier zelf en kan onder meer gaan om:

  • Een machtiging: bewijs dat een persoon of organisatie namens jou (de aanvragende overheid) zaken mag doen. Wie dit ondertekent, hangt af van je interne mandatering.

Stap 4: Vul de prestatiebegroting in (aanbevolen)

Als hulpmiddel is er een prestatiebegroting subsidieregeling mobiliteit (Excel) met bijbehorende toelichting. Dit is een informatief voorbeelddocument: niet verplicht om mee te sturen, maar wel bedoeld om je kosten te structureren volgens de kostensoorten uit de regeling.

Stap 5: Dien je aanvraag in

Ga naar het aanvraagformulier via https://forms.zuid-holland.nl/eherk2p_eform_infrastructurele-gebiedsagenda. Log in met eHerkenning en vul het formulier in met je projectplan, kostenberekening en gunning als bijlagen.

Termijn

De aanvraagperiode is open van 1 december 2025 tot en met 31 oktober 2026. Je moet je aanvraag dus uiterlijk 31 oktober 2026 hebben ingediend.

Controle vooraf

Voordat je de aanvraagknop gebruikt, wordt gecheckt of je alle bijlagen hebt die onder "Nodig om een aanvraag te doen" staan. Ontbreekt er iets, dan wordt je aanvraag niet in behandeling genomen: alleen complete aanvragen worden beoordeeld.

Vragen tijdens het proces

Heb je een vraag over het rekenmodel voor normbedragen, dan kun je contact opnemen met Nauzad Bakir (e-mail [email protected], telefoon 06 5544 9474). Voor algemene vragen over de subsidie kun je bellen of mailen met het Contactcentrum ([email protected], 070 441 6622).

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

De provincie Zuid-Holland beoordeelt je aanvraag. Eerst wordt gecheckt of je aanvraag compleet is: alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Vervolgens wordt je aanvraag getoetst aan het project en het bedrag dat daarvoor in de Gebiedsagenda Mobiliteit is gereserveerd.

De provincie heeft geen concrete beslistermijn bekendgemaakt en ook geen specifiek moment voor bekendmaking van de uitkomst.

Uitbetaling

Voor de manier van uitbetalen (zoals voorschotten, betaling in termijnen, of betaling na afronding) raadpleeg je de volledige subsidieregeling of de toekenningsbeschikking.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Zodra je subsidie is toegekend, gelden deze verplichtingen:

  • Je project moet binnen 3 jaar na toekenning zijn afgerond.
  • Het resultaat van je project moet minstens 5 jaar zichtbaar blijven (in stand gehouden worden).
  • Duurt je project langer dan 1 jaar, dan lever je elk jaar een rapport in waarin je de voortgang van het project beschrijft.
  • Kosten die je opvoert, mogen alleen betrekking hebben op het object of het tracé van je project, niet op het gebied daarbuiten.
  • Treden tijdens de uitvoering risico's op die je in je kostenraming had voorzien (bijvoorbeeld onder de post Nader te Detailleren of de risicoreservering), dan moet je expliciet beschrijven waaruit deze risico's bestonden en tot welke prestaties of resultaten ze hebben geleid.
  • Wijk je tijdens de uitvoering af van de standaard opslagpercentages voor normbedragen (bijvoorbeeld doordat uitvoeringskosten of risico's hoger uitvallen dan voorzien), dan moet je deze meerkosten apart onderbouwen met documenten en een SSK-berekening.

Voor de vaststellingsprocedure na afloop van het project (zoals een eindverantwoording, einddeclaratie of accountantsverklaring), de manier waarop de provincie controleert of het project daadwerkelijk is uitgevoerd zoals beschreven, en eventuele terugvorderingsregels als je niet aan de verplichtingen voldoet, raadpleeg je de volledige subsidieregeling Mobiliteit Zuid-Holland en de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Gebiedsagenda infrastructurele projecten (SRM). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zuid-Holland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.