Status onbekendProvincie · Subsidie

Energietransitie infrastructuur (SRM)

Provincie Zuid-Holland

Wat is de Energietransitie infrastructuur (SRM)?

Met de subsidie Energietransitie infrastructuur kun je als wegbeheerder (of met toestemming van de beheerder) geld krijgen voor activiteiten die de infrastructuur over weg, spoor of water duurzamer en schoner maken. Denk aan maatregelen die energie besparen, duurzame energie opwekken of CO2-uitstoot verminderen.

De regeling is bedoeld voor overheden. Je kunt maximaal 80% van je subsidiabele kosten vergoed krijgen, met een maximum van € 300.000 per aanvraag. De aanvraagperiode loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028; subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, dus wachten met indienen kan betekenen dat het budget al op is.

Je vraagt de subsidie aan met het aanvraagformulier Energietransitie infrastructuur. Daarbij stuur je in elk geval mee: een projectplan, een berekening van de kosten (via de SSK-methode of, bij eenvoudige maatregelen, een normbedrag), bewijs van cofinanciering door andere organisaties, en een kopie van je vergunning voor de activiteit. Voor eenvoudige maatregelen zoals vrijliggende (brom)fietspaden, Duurzaam Veilig-maatregelen of bushaltes mag je een normbedrag gebruiken in plaats van een uitgebreide SSK-raming, mits je project boven bepaalde omvang uitkomt.

Het aanvraagformulier, het rekenmodel voor normbedragen en de bijbehorende toelichtingen zijn als voorbeelddocumenten beschikbaar op het loket, maar zijn niet verplicht om te gebruiken. Voor vragen over het rekenmodel kun je terecht bij een contactpersoon van de provincie; voor algemene vragen over de aanvraag is er een contactcentrum.

Wie komt in aanmerking voor de Energietransitie infrastructuur (SRM)?

Je komt alleen in aanmerking als je wegen beheert, of als je toestemming van een wegbeheerder hebt om de activiteiten uit te voeren. Ben je geen beheerder en heb je geen schriftelijke toestemming, dan valt je aanvraag af.

Doelgroep is overheid.

Daarnaast gelden deze harde eisen aan de activiteit zelf:

  • Je maakt de infrastructuur duurzamer dan gemiddeld. Een gangbare of standaard verduurzaming is niet genoeg.
  • De activiteit levert energiebesparing op, duurzame energie, of minder CO2-uitstoot. Het aanvraagformulier vraagt je minimaal één van deze drie onderwerpen aan te vinken: CO2-reductie, energiebesparing en/of duurzame energieopwekking.
  • De activiteit moet zonder subsidie niet kunnen doorgaan. Kun je het project ook zonder subsidie financieren, dan komt het niet in aanmerking.
  • De activiteit moet geschikt lijken om uit te breiden. Blijkt na onderzoek dat opschaling inderdaad kan, dan breid je de activiteit ook daadwerkelijk uit in je eigen organisatie.
  • Je moet de activiteit controleren en beoordelen (monitoren), en de resultaten daarvan beschikbaar maken voor anderen. Geheimhouden van je resultaten kan dus niet.
  • De gerealiseerde infrastructuur moet minimaal 5 jaar blijven bestaan na de realisatiedatum. Sloop of vervanging binnen die termijn is in strijd met de voorwaarden, tenzij je dit vooraf goed onderbouwt.

Een compleet overzicht van alle voorwaarden staat in paragraaf 2.2.3 van de Subsidieregeling mobiliteit Zuid-Holland.

Verder is voor de kostenonderbouwing van belang: als je project meerdere kalenderjaren beslaat, moet je een meerjarenplan met volledig tijdspad aanleveren. En de kosten van de berekening (SSK-raming of normbedrag) mogen alleen betrekking hebben op het object of tracé zelf, niet op werkzaamheden buiten dat gebied.

Let op bij gebruik van het rekenmodel voor normbedragen: dit is alleen betrouwbaar voor projecten met meer dan € 50.000 aan investeringskosten, en bij (brom)fietspaden alleen voor een lengte van meer dan 500 meter. Val je hieronder, dan moet je alsnog een volledige SSK-raming opstellen in plaats van het rekenmodel te gebruiken.

Wie hierdoor afvalt: organisaties zonder beheer of toestemming over de infrastructuur, projecten die ook zonder subsidie haalbaar zijn, projecten die niet aantoonbaar duurzamer zijn dan gemiddeld, en projecten waarbij de infrastructuur niet minstens 5 jaar in stand blijft.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor de kosten van activiteiten die de infrastructuur duurzamer en schoner maken. De kosten moet je onderbouwen met de SSK-methode (een gedetailleerde kostenraming), of, voor een beperkt aantal eenvoudige maatregelen, met een vast normbedrag. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende kostensoorten:

Directe bouwkosten (art. 2.5a)

Kosten die direct en specifiek voor de productie van de projectobjecten worden gemaakt: man- en materiaaluren, materiaalkosten, huren en leveranties, onderaannemers. Deze kosten zijn direct gekoppeld aan de hoeveelheden van het werk. Geen apart maximumpercentage; dit is de basis waarop andere opslagen worden berekend.

Indirecte bouwkosten (art. 2.5b)

Maximaal 20% van de directe bouwkosten (bij de SSK-methode; bij normbedragen geldt circa 21,3%, zie hoeveel-sectie). Bestaat uitsluitend uit: eenmalige kosten (mobilisatie/demobilisatie, inrichten en opruimen werkterrein), algemene bouwplaatskosten, uitvoeringskosten, algemene kosten (kantoor, bedrijfsleiding, administratie) en winst/risico (berekend over het totaal van loon-, materiaal-, onderaannemers- en materieelkosten).

Risico's bouwkosten / onvoorziene bouwkosten (art. 2.5c)

Maximaal 5% van de directe en indirecte bouwkosten samen (SSK-methode). Dit zijn kosten op basis van een risico-inschatting die aan vastgestelde objecten zijn gekoppeld. Treedt het risico op, dan moet je expliciet beschrijven waaruit het bestond en tot welke prestaties het heeft geleid.

Overige bijkomende kosten (art. 2.5e)

Maximaal 5% van de directe en indirecte bouwkosten samen (SSK-methode; bij normbedragen 3%). Uitsluitend voor: vergunningen en leges, verzekeringen, direct projectmanagement, externe communicatie gericht op draagvlak, redelijke schadevergoedingen aan derden (exclusief planschadeclaims) en niet-verrekenbare/niet-compensabele btw over subsidiabele kosten.

Engineeringskosten (art. 2.5d)

Maximaal 12,5% van de directe en indirecte bouwkosten samen (SSK-methode; bij normbedragen 20% van de voorziene kosten). Dit zijn kosten voor technisch, juridisch, milieutechnisch en economisch "denkwerk": ontwerp, studies en onderzoeken, en begeleiding van de aanbestedingsprocedure, zowel van adviesbureaus van de opdrachtgever als van de aannemer.

Fysieke voorbereidingskosten (rubriek A)

Kosten die zichtbaar moeten zijn in de SSK-raming, alleen voor zover object-gerelateerd en noodzakelijk. Onderverdeeld in: opruimwerk/slopen/zagen/frezen, stort van afval/grond/asfalt, grondwerk (ontgraven, afvoeren, aanvoeren, verwerken), drainage/kolken/kolkleidingen, verleggen van kabels en leidingen (gesubsidieerd conform de gemeentelijke of provinciale nadeelcompensatieregeling), tijdelijke verkeersmaatregelen, en riolering. Voor riolering geldt een aparte rekenregel op basis van afschrijving in 50 jaar: bij 50% subsidiëring krijg je 1% van het totale bedrag voor elk jaar dat de riolering jonger is dan 50 jaar (bijvoorbeeld bij noodzakelijke vervanging van een 40 jaar oud riool: 10 jaar te vroeg maal 1% is 10% subsidie op dat onderdeel).

Snelheidsremmende maatregelen en weg-/bouwwerken (rubrieken B/C)

Verhardingen, bestratingen en onderlagen, verkeersborden, wegbebakening en -markering, groenvoorzieningen, verkeersregelinstallaties en verlichting.

Verkeerscommunicatie (rubriek D)

Onder andere snelheidsremmende displays.

Duurzaamheidsmaatregelen (rubriek E)

Meerkosten door innovatie die leidt tot duurzame of energiebesparende maatregelen, meestal onderdeel van de directe bouwkosten: opwekken van duurzame energie, energiebesparing, toepassing van duurzaam opgewekte energie, en circulaire toepassing van producten en materialen.

Vastgoedkosten

Aankoop van grond en onroerende zaken die bij het object horen, vermeld als apart onderdeel in de prestatiebegroting. Bij normbedragen zijn vastgoedkosten juist uitgesloten.

Aanloopverliezen exploitatie

Subsidiabel met de aflopende percentages 100%/50%/10% over jaar één, twee en drie (zie hoeveel-sectie).

Wat niet subsidiabel is

De prestatiebegroting kent een aparte post "niet-subsidiabele kosten". Kosten mogen alleen betrekking hebben op het object of tracé zelf en niet op het gebied daarbuiten. Ook geldt: als de normbedragen-route gebruikt wordt, zijn vastgoedkosten en het slopen of verplaatsen van grote objecten bij nieuwbouw van fietspaden uitgesloten van het normbedrag zelf (deze moet je apart onderbouwen onder de Specials-rubriek met een eigen SSK-berekening).

Normbedragen als alternatief

Voor vrijliggende (brom)fietspaden, Duurzaam Veilig-maatregelen en OV-bushaltes mag je in plaats van een SSK-raming een normbedrag gebruiken uit het rekenmodel. Kosten die buiten het normbedrag vallen (bijvoorbeeld grondverbetering, kunstwerken, toe- en afritten) moet je apart onderbouwen met een eigen SSK-raming onder de rubriek "Specials", zeker als deze kosten meer dan 10% van de totale kosten bedragen. Zijn deze extra kosten minder dan 5%, dan vallen ze onder de post Nader te Detailleren; tussen 5% en 10% moet je die post verhogen en apart onderbouwen.</tekst> </invoke>

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt maximaal 80% van de subsidiabele kosten die je maakt. De provincie geeft nooit meer dan € 300.000 per aanvraag, ook niet als 80% van je kosten hoger uitvalt.

Voor aanloopverliezen in de exploitatie geldt een aflopend percentage per jaar: maximaal 100% in het eerste jaar, maximaal 50% in het tweede jaar en maximaal 10% in het derde jaar van de aanloopverliezen in exploitatie per jaar. Dit staat los van het algemene maximum van 80% en € 300.000 voor de overige subsidiabele kosten.

Bij bevoorschotting geldt een voorschot van maximaal 80%, aan te vragen bij de feitelijke start van de activiteiten (met bewijsstuk, bijvoorbeeld een kopie van de aanschaf van deelvoertuigen).

Voor de kostenonderbouwing met normbedragen geldt een vaste opslagstructuur die uiteindelijk uitkomt op een totale opslag van 80% om van directe kosten naar investeringskosten (exclusief btw) te komen:

  • Nader te detailleren (NtD): 10% van de directe kosten.
  • Indirecte kosten: circa 21,3%, opgebouwd uit 2% eenmalige kosten, 2% algemene bouwplaatskosten, 5% uitvoeringskosten, 7% algemene kosten en 4% winst en risico.
  • Risicoreservering: 10% van de bouwkosten (directe plus indirecte kosten).
  • Engineeringskosten opdrachtgever en -nemer: 20% van de voorziene kosten.
  • Overige bijkomende kosten: 3% voor leges, heffingen en verzekeringen.
  • Vastgoedkosten zijn uitgesloten van de normbedragen.

Bij het gebruik van de SSK-methode (in plaats van normbedragen) gelden net iets andere maximale percentages voor specifieke kostenposten, zoals beschreven in de sectie "Waarvoor krijg je subsidie". Wijk je met je normbedragberekening af van deze standaardopslagen (bijvoorbeeld door hogere risico's of uitvoeringskosten in een complexe omgeving), dan moet je dat apart onderbouwen; dit wordt niet automatisch meegeteld in het normbedrag.

Er is geen mechanisme beschreven waarmee je boven de 80% of boven € 300.000 kunt uitkomen.</tekst> </invoke>

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling1 jan 202631 dec 2028--

Wat zijn de voorwaarden van de Energietransitie infrastructuur (SRM)?

Wat je moet doen na toekenning

  • Je houdt de infrastructuur minimaal 5 jaar in stand na de realisatiedatum. Op het aanvraagformulier moet je al onderbouwen hoe je dit organisatorisch, technisch en financieel borgt.
  • Je monitort en evalueert de effecten van de activiteit (zoals CO2-reductie of energieopbrengst) en maakt de resultaten beschikbaar voor anderen.
  • Blijkt de activiteit na onderzoek geschikt voor opschaling, dan breid je die uit in je eigen organisatie.
  • Bij meerjarige projecten splits je de kosten uit over de betreffende jaren; hierop wordt het voorschotregime gebaseerd.
  • Wijkt de liquiditeitsbehoefte gaandeweg af van de eerder opgegeven prognose, dan ben je verplicht dit te melden op grond van de meldingsplicht. Dit kan leiden tot aanpassing van het voorschotregime.
  • Je werkt mee aan controles en verstrekt alle gewenste informatie aan de door de subsidieverstrekker aangewezen functionarissen (dit verklaar je bij ondertekening van de aanvraag).
  • Bij afwijkende omstandigheden in de kostenraming (bijvoorbeeld hogere risico's, hogere Nader te Detailleren-kosten dan 10%, of hogere indirecte kosten dan de norm) moet je dit apart onderbouwen met een SSK-raming, ook na de aanvraag als de situatie tijdens uitvoering wijzigt.

Voordat er naar kwaliteit wordt gekeken, moet je aan deze eisen voldoen, anders wordt je aanvraag niet in behandeling genomen of afgewezen:

  • Je beheert de weg zelf, of je hebt toestemming van de beheerder om de activiteit uit te voeren.
  • De activiteit maakt de infrastructuur duurzamer dan gemiddeld.
  • De activiteit zorgt voor energiebesparing, duurzame energie of minder CO2-uitstoot (minimaal één van deze drie, aan te vinken op het aanvraagformulier).
  • Zonder subsidie kan de activiteit niet doorgaan.
  • De aanvraag is compleet: projectplan, kostenberekening, bewijs van cofinanciering en kopie van de vergunning moeten zijn meegestuurd.
  • De infrastructuur blijft minimaal 5 jaar bestaan na de realisatiedatum.

Er is geen puntensysteem of wegingsfactoren. In plaats daarvan geldt: subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen. Dit betekent dat kwaliteit van het plan geen rol speelt bij de rangschikking, maar wel bij de inhoudelijke toets of je aan de eisen voldoet. Op het aanvraagformulier moet je onderbouwen:

  • Op welke manier de activiteit bijdraagt aan energietransitie: CO2-reductie, energiebesparing en/of duurzame energieopwekking, met een berekening of inschatting van het verwachte effect (ton CO2, kWh of m3 gas, kWp of kg H2) en of er sprake is van teruglevering of lokaal gebruik.
  • Op welke wijze de effecten worden gemonitord of geëvalueerd.
  • Wat de impact is op systeemniveau, bijvoorbeeld op fossielverbruik, ruimtelijk rendement of infrastructuurefficiëntie.
  • Of de activiteit invloed heeft op netcongestie of piekbelasting, en hoe daarmee wordt omgegaan.
  • Of het project potentie heeft voor opschaling naar andere locaties of als voorbeeldproject.
  • Hoe de activiteit landschappelijk, ruimtelijk en sociaal wordt ingepast, en of en hoe andere partijen worden betrokken.

Voor een compleet overzicht van alle voorwaarden staat dit in paragraaf 2.2.3 van de Subsidieregeling mobiliteit Zuid-Holland.

Op het aanvraagformulier wordt alleen "datum eindverantwoording" genoemd als planningsmoment, zonder verdere toelichting op wat die eindverantwoording precies inhoudt.

Hoe vraag je de Energietransitie infrastructuur (SRM) aan?

Je vraagt de subsidie aan met het aanvraagformulier Energietransitie infrastructuur, in te vullen en te ondertekenen door jou als aanvrager (of je gemachtigde). De aanvraagperiode loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028; subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, dus dien je aanvraag compleet en op tijd in.

Stap 1: bepaal je kostenonderbouwing

Ga eerst na of je project in aanmerking komt voor een normbedrag (vrijliggende (brom)fietspaden, Duurzaam Veilig-maatregelen of bushaltes) of dat je een volledige SSK-raming moet opstellen. Gebruik hiervoor het stroomschema gebruik normbedragen. Let op: normbedragen zijn alleen betrouwbaar bij projecten vanaf € 50.000 aan investeringskosten, en bij fietspaden vanaf 500 meter lengte. Gebruik je het rekenmodel, dan vul je het normbedrag in op het aanvraagformulier.

Stap 2: stel de verplichte bijlagen op

Bij de aanvraag stuur je in elk geval mee:

  • Projectplan. Bevat een overzicht van de prestaties/activiteiten waarvoor je subsidie vraagt, de bijbehorende doelstellingen, en per activiteit de benodigde materiële middelen. Loopt je project over meerdere kalenderjaren, dan is een meerjarenplan met volledig tijdspad verplicht.
  • Sluitende projectbegroting met onderbouwing van de duurzaamheidswinst (CO2-reductie, energiebesparing, duurzame opwek) en een toelichting waarom subsidie noodzakelijk is. Hierbij hoort:
  • 2.1 Format prestatiebegroting: overzicht van je prestaties/activiteiten, kosten, inkomsten en de gekoppelde subsidiebedragen.
  • 2.2 Een SSK-raming met alle projectkosten, óf het ingevulde rekenmodel normkosten (bij toepasselijke maatregelen).
  • Machtiging, alleen als je de aanvraag laat indienen door een gemachtigde. Moet ondertekend worden door zowel de volmachtgever als de gemachtigde.
  • Kopie van de gunning, indien deze al beschikbaar is.
  • Ondertekende de-minimisverklaring, volgens Verordening (EU) Nr. 1407/2013 over de-minimissteun.

Daarnaast vraagt de productpagina om: een berekening van de kosten, bewijs van cofinanciering (schriftelijke financiële toezeggingen van derden), en een kopie van je vergunning voor de activiteit.

Stap 3: vul het aanvraagformulier volledig in

Het formulier bestaat uit de onderdelen:

  • A. Algemeen: KvK-inschrijvingsnummer, naam organisatie, rechtsvorm, contactpersoon, rekeningnummer, gevraagd subsidiebedrag, en of je gebruikmaakt van een gemachtigde.
  • B. Projectgegevens: naam en doel van het project, locatie, en zeven inhoudelijke vragen over de bijdrage aan energietransitie, monitoring, systeemimpact, netcongestie, opschalingspotentie en ruimtelijke/sociale inpassing, plus een tabel met prestaties, kosten en gevraagde subsidie per jaar.
  • C. Planning: tijdvak van de activiteiten, ijkmomenten (datum start, datum ingebruikname, datum eindverantwoording) en een onderbouwing van de instandhouding gedurende minimaal 5 jaar.
  • D. Financiën: totale projectkosten, subsidiabele kosten, gevraagd subsidiebedrag, totale inkomsten, btw-verrekenbaarheid, en gegevens over cofinanciers met eventuele schriftelijke toezeggingen als bijlage.
  • E. Bevoorschotting: liquiditeits- en voorschotbehoefte per jaar (voorschot van maximaal 80%), aan te vragen bij de feitelijke start van de activiteiten.
  • F. Verplichte bijlagen (zie hierboven).
  • G. Ondertekening: verklaring dat de gegevens naar waarheid zijn verstrekt, bereidheid tot medewerking aan controles, kennis van de subsidieregeling, en bevoegdheid tot het indienen van de aanvraag. Ondertekend door de aanvrager (eventueel een tweede ondertekenaar).
  • M. Machtiging (indien van toepassing): gegevens van de gemachtigde, ondertekend door zowel de volmachtgever als de gemachtigde.

Stap 4: verstuur de aanvraag

Stuur het ingevulde formulier met bijlagen naar: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. Subsidies, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Heb je vragen over het rekenmodel, neem dan contact op met de genoemde contactpersoon bij de provincie. Voor algemene vragen over de aanvraag kun je terecht bij het Contactcentrum.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Subsidies) wordt gestuurd.

Toewijzing op volgorde van binnenkomst

De provincie verdeelt de subsidie op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen. Dat betekent dat de kwaliteit van je plan niet bepaalt of je voorrang krijgt op andere aanvragers; snelheid en volledigheid van indiening wel.

Bevoorschotting

Je kunt een voorschot aanvragen van maximaal 80%. Voor meerjarige projecten splits je de liquiditeitsbehoefte per jaar uit in het aanvraagformulier (onderdeel E); op basis daarvan wordt het voorschotregime bepaald.

Wijzigt de liquiditeitsbehoefte tijdens de looptijd ten opzichte van de eerder opgegeven prognose, dan ben je verplicht dit te melden (meldingsplicht). Dat kan aanleiding zijn om het bevoorschottingsregime aan te passen.

Aanloopverliezen exploitatie

Voor aanloopverliezen in de exploitatie geldt een aflopende vergoeding: maximaal 100% in het eerste jaar, maximaal 50% in het tweede jaar en maximaal 10% in het derde jaar van de aanloopverliezen in exploitatie per jaar.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je houdt je aan de instandhoudingstermijn van minimaal 5 jaar voor de gerealiseerde infrastructuur, gerekend vanaf de realisatiedatum.
  • Je monitort en evalueert de effecten van de activiteit en maakt de resultaten beschikbaar voor anderen.
  • Blijkt de activiteit geschikt voor opschaling, dan breid je die daadwerkelijk uit in je eigen organisatie.
  • Je meldt afwijkingen in de liquiditeitsbehoefte (meldingsplicht).
  • Je werkt mee aan controles en verstrekt gewenste informatie aan de door de subsidieverstrekker aangewezen functionarissen, zoals verklaard bij ondertekening van de aanvraag.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 6 documenten bij deze regeling, waarvan er 2 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Energietransitie infrastructuur (SRM). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zuid-Holland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.