Status onbekendProvincie · Subsidie

Ketenmobiliteit (SRM)

Provincie Zuid-Holland

Wat is de Ketenmobiliteit (SRM)?

Ketenmobiliteit (SRM) is een subsidie van de provincie Zuid-Holland voor organisaties die het overstappen tussen vervoersmiddelen makkelijker maken. Denk aan een deelfiets of deelscooter bij een treinstation, een mobiliteitshub waar reizigers overstappen, of een halte met fietskluizen en oplaadpunten. Het doel: meer mensen combineren vervoersmiddelen zodat ze sneller en makkelijker op hun bestemming komen.

De regeling is bedoeld voor overheid als doelgroep. Je komt alleen in aanmerking als je door de provincie bent aangewezen als concessiehouder voor deelmobiliteit, of als je wegbeheerder bent voor openbaar vervoer in Zuid-Holland. Als particulier kun je deze subsidie niet aanvragen.

Je kunt subsidie krijgen voor vier soorten activiteiten: infrastructurele aanpassingen aan een halte of hub, het aanleggen van een mobiliteitshub, het ontwikkelen van deelmobiliteit, of het draaiende houden (exploiteren) van een hub, deelvoertuigen of vervoer van en naar een halte. Je krijgt 50% van de kosten die je maakt vergoed. In 2026 is in totaal € 100.000 beschikbaar, verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen.

Aanvragen doe je met het verplichte aanvraagformulier exploitatiesubsidie ketenmobiliteit, plus een projectplan, een kostenberekening, een kopie van de gunning en een de-minimisverklaring. Je stuurt dit op naar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. Bureau Subsidies. De aanvraagperiode loopt van 1 januari 2026 tot en met 30 november 2026.

Wie komt in aanmerking voor de Ketenmobiliteit (SRM)?

Deze subsidie is bedoeld voor overheid als doelgroep, niet voor particulieren. Het loket meldt expliciet: "Je kunt deze subsidie niet als particulier aanvragen."

Harde eisen waarop je afvalt:

  • Je bent niet door de provincie aangewezen als concessiehouder om deelmobiliteit aan te bieden, en je bent ook geen wegbeheerder voor openbaar vervoer in Zuid-Holland. Zonder een van deze twee statussen kom je niet in aanmerking.
  • Je activiteit past niet bij een van de vier genoemde doelen: overstappen tussen vervoersmiddelen mogelijk maken, de kwaliteit van het OV verbeteren en meer OV-gebruik stimuleren, of de bereikbaarheid in de provincie verbeteren. Voldoet je project aan geen van deze drie, dan val je af.
  • Je activiteit veroorzaakt ongewenste concurrentie met bestaand openbaar vervoer. Dit is een uitsluitingsgrond.
  • Je vraagt aan voor infrastructurele aanpassingen bij een halte of mobiliteitshub, maar kunt niet aantonen dat je binnen 3 jaar na subsidieverlening klaar bent. Voor andere activiteiten geldt: je moet binnen 1 jaar na subsidieverlening zijn begonnen.
  • Je dient je aanvraag in na 30 november 2026 of vóór 1 januari 2026: buiten de aanvraagperiode wordt niet beoordeeld.
  • Het subsidieplafond van € 100.000 is al bereikt door eerdere complete aanvragen. Omdat er op volgorde van binnenkomst wordt verdeeld, val je dan af ondanks een op zich goede aanvraag.
  • Je aanvraag is niet compleet: ontbreekt het projectplan, de kostenberekening, de kopie van de gunning of de de-minimisverklaring, dan telt je aanvraag niet mee voor de volgorde van binnenkomst.

Let op bij de kostenonderbouwing: als je subsidie aanvraagt voor infrastructurele maatregelen, moet je de kosten in principe onderbouwen met de SSK-methode. Voor eenvoudige, standaard maatregelen (vrijliggende (brom)fietspaden, Duurzaam Veilig-maatregelen, bushaltes) mag je een normbedrag gebruiken uit de normbedragengids, maar dat rekenmodel is alleen betrouwbaar bij projecten van meer dan € 50.000 aan investeringskosten en, voor fietspaden, een lengte van meer dan 500 meter. Val je daarbuiten, dan moet je toch de volledige SSK-raming aanleveren.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je kunt subsidie krijgen voor kosten die horen bij een van de vier activiteiten die de regeling ondersteunt. Voor elke kostensoort geldt een eigen rekenregel of onderbouwingsmethode.

Infrastructurele aanpassingen aan een halte of mobiliteitshub

Denk aan een wachtruimte, fietskluizen of oplaadpunten voor elektrische voertuigen. Voor deze kosten geldt in principe de SSK-methode (kostenraming volgens CROW publicatie 137). Voor drie typen eenvoudige, standaard maatregelen mag je in plaats daarvan een normbedrag uit de normbedragengids gebruiken:

  • Vrijliggende (brom)fietspaden. Het normbedrag is opgebouwd uit rubriek I (verharding inclusief fundering, cunetzand en onderhoud), rubriek II (grondwerk voor ophogingen), rubriek III (voorzieningen zoals openbare verlichting en VRI's) en rubriek V (specials zoals kunstwerken en grondverbetering). Reken hier de standaard opslag van 80% overheen om van directe kosten naar investeringskosten te komen.
  • Maatregelen die horen bij het project Duurzaam Veilig, zoals drempels, verhoogde kruisingsvlakken, wegversmallingen en verkeersregelinstallaties. Ook hier gelden normbedragen per type maatregel (bijvoorbeeld drempelbreedte 7,50 m bij 30 km/uur, 10,80 m bij 50 km/uur, 15,00 m bij 70 km/uur).
  • Bushaltes: een standaard bushaltekom van 57,75 m lang en 2,65 m diep, een perron met abri (6 m of optioneel 9 m), DRIS, fietsenrekken per 8 fietsen, en haltemeubilair (hekwerk, bankje, leunsteun, afvalbak, peukenzuil). Elk onderdeel heeft een eigen normbedrag per stuk of per meter.

Let op: deze normbedragen zijn alleen betrouwbaar voor projecten van meer dan € 50.000 aan investeringskosten en, bij fietspaden, een lengte van meer dan 500 meter. Kom je daar niet aan, dan moet je toch de volledige SSK-raming aanleveren. Het prijspeil van de normbedragen is 1 januari 2018.

Kosten die niet onder de standaard normbedragen vallen (bijvoorbeeld kunstwerken, grondverbetering, verontreinigde grond, achterstallig onderhoud) vallen onder rubriek "Specials". Zijn deze kosten meer dan 10% van de totale kosten, dan moet je ze onderbouwen met stukken en een SSK-raming. Zijn ze minder dan 5%, dan tellen ze mee als Nader te Detailleren. Liggen ze tussen 5% en 10%, dan verhoog je de post Nader te Detailleren en licht je dat toe.

Mobiliteitshub aanleggen

Kosten voor het inrichten van een verzamelpunt van vervoersmiddelen waar gebruikers kunnen overstappen.

Deelmobiliteit ontwikkelen

Kosten voor het aanbieden van een vervoersmiddel dat iedereen tegen betaling kan gebruiken (bijvoorbeeld deelfietsen, deelscooters).

Exploiteren van een hub, deelvoertuigen of vervoer van/naar een halte

Dit betreft de aanloopverliezen in exploitatie: de kosten van het draaiend houden van de voorziening. Deze kosten worden opgenomen in de prestatiebegroting (format prestatiebegroting, onderdeel T1) met onderbouwing van de verwachte invulling van de ketenmobiliteit, zoals het aantal deelfiets- of deelscooterritten per mobiliteitshub.

Wat niet subsidiabel is of apart onderbouwd moet worden

  • Vastgoedkosten zijn uitgesloten van de normbedragen.
  • Stortkosten van grond zijn niet meegenomen; ervan wordt uitgegaan dat overtollige grond binnen 15 km van het werk wordt verwerkt.
  • Verontreinigde grond is niet in de normbedragen verwerkt; dit moet je apart opgeven onder Specials.
  • Toe- en afritten bij kunstwerken en grondverbetering hebben geen normbedrag; hiervoor is altijd een SSK-onderbouwing nodig.
  • Activiteiten die ongewenste concurrentie met bestaand openbaar vervoer opleveren, komen niet in aanmerking.

Bij elke kostensoort, of je nu de SSK-methode of een normbedrag gebruikt, geldt: 50% van de subsidiabele kosten kan als subsidie worden aangevraagd, binnen het beschikbare plafond van € 100.000 voor 2026.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt 50% van de kosten die je maakt vergoed. In 2026 is er in totaal € 100.000 subsidie beschikbaar voor deze regeling; is dat plafond bereikt, dan komt er dat jaar niets meer bij, ook niet als jouw aanvraag verder aan alle eisen voldoet.

Voor exploitatiesubsidie (het draaiende houden van een hub, deelvoertuigen of vervoer van/naar een halte) geldt volgens het aanvraagformulier een aflopend percentage over de aanloopverliezen: maximaal 100% in het eerste jaar, maximaal 50% in het tweede jaar en maximaal 10% in het derde jaar van de aanloopverliezen in exploitatie per jaar. Dit staat in het aanvraagformulier onder verwijzing naar artikel 2.50, eerste lid, onder c, van de Subsidieregeling mobiliteit. Het loket zelf noemt op de productpagina alleen het algemene percentage van 50% van de kosten; het aanvraagformulier geeft dus een specifiekere staffel voor exploitatiekosten.

Bij bevoorschotting kun je een voorschot aanvragen van maximaal 80% van de liquiditeitsbehoefte. Dit voorschot vraag je aan bij de feitelijke start van de activiteiten, met bewijs zoals een kopie van de aanschaf van deelvoertuigen.

Voor infrastructurele maatregelen die je onderbouwt met een normbedrag geldt een vaste opslag van 80% om van directe kosten naar investeringskosten (exclusief btw) te komen, opgebouwd uit 10% Nader te Detailleren, circa 21,3% indirecte kosten, 10% risicoreservering over de bouwkosten, 20% engineeringkosten en 3% overige bijkomende kosten. Het prijspeil van deze normbedragen is 1 januari 2018; de gids meldt niet of hier nog een actuele index op wordt toegepast. Wijk je af van deze standaardopslagen, dan moet je dat apart onderbouwen onder de rubriek Specials, en dat weegt mee in je subsidiabele kosten en dus in het uit te betalen bedrag (50% daarvan).

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling1 jan 202630 nov 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de Ketenmobiliteit (SRM)?

Wat je moet doen na toekenning

VerplichtingWanneer
Startverplichting: bij infrastructurele aanpassingen aan een halte of mobiliteitshub moet je binnen 3 jaar na de subsidie klaar zijn. Bij andere activiteiten (mobiliteitshub aanleggen, deelmobiliteit ontwikkelen, exploiteren) moet je binnen 1 jaar na subsidieverlening zijn begonnen.binnen 3 jaar na de subsidie klaar zijn
Het aanvraagformulier specificeert dit verder: uiterlijk 1 jaar na de datum van verlening moeten de gesubsidieerde activiteiten zijn gestart (conform artikel 2.59, lid 1 van de Subsidieregeling mobiliteit).uiterlijk 1 jaar na de datum van verlening moeten de ge
Verantwoording: bij een subsidie van meer dan € 25.000 moet je binnen 26 weken na de einddatum van het project de eindverantwoording indienen.binnen 26 weken na de einddatum van het project de e
Meldingsplicht: wijkt de liquiditeitsbehoefte af van de eerder opgegeven prognose, dan ben je verplicht dit te melden. Dit kan aanleiding zijn om het voorschotregime te wijzigen.
Medewerking aan controle: je verklaart bij ondertekening van het aanvraagformulier bereid te zijn alle gewenste informatie te verschaffen aan de door de subsidieverstrekker aangewezen functionarissen en mee te werken aan controles.
Als je een normbedrag hebt gebruikt in plaats van een volledige SSK-raming, moet je dat normkostenberekening kunnen tonen als onderbouwing bij je prestatiebegroting.

Deze eisen bepalen of je überhaupt in aanmerking komt:

  • Je bent geen particulier: deze subsidie is voor overheid als doelgroep.
  • Je bent door de provincie aangewezen (concessiehouder) om deelmobiliteit aan te bieden, of je bent wegbeheerder voor openbaar vervoer in Zuid-Holland.
  • Je activiteit zorgt niet voor ongewenste concurrentie met bestaand openbaar vervoer.
  • Je dient je aanvraag in tussen 1 januari 2026 en 30 november 2026.
  • Je aanvraag is compleet: aanvraagformulier plus alle verplichte bijlagen (projectplan, kostenberekening, kopie van gunning, de-minimisverklaring, en indien van toepassing een machtiging).

Waarop wordt beoordeeld

Er geldt geen inhoudelijk beoordelingscriterium met weging of gradaties. In plaats daarvan geldt één duidelijke verdelingsregel: "We verdelen de subsidie op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen." Dat betekent dat kwaliteit van het plan geen rol speelt bij de verdeling zolang je aan de eisen voldoet; het gaat om wie het eerst een compleet dossier instuurt. Daarnaast gelden drie inhoudelijke eisen waaraan je activiteit moet voldoen (minstens één van de drie):

  • Je zorgt ervoor dat mensen kunnen overstappen op een ander vervoersmiddel.
  • Je verbetert de kwaliteit van het openbaar vervoer en zorgt dat meer mensen het OV gebruiken.
  • Je zorgt voor een betere bereikbaarheid in de provincie.

Deze drie eisen zijn gelijkwaardige alternatieven en niet gewogen ten opzichte van elkaar.

Eisen aan de onderbouwing

Voor infrastructurele maatregelen geldt dat je de kosten met de SSK-methode moet onderbouwen, tenzij je gebruik kunt maken van een normbedrag (voor vrijliggende (brom)fietspaden, Duurzaam Veilig-maatregelen of bushaltes). Het stroomschema in de normbedragengids helpt bepalen welke route voor jouw project geldt. Extra kosten die buiten de standaard normbedragen vallen en meer dan 10% van de totale kosten zijn, moet je apart onderbouwen met een SSK-raming.

Voor het complete overzicht van eisen gelden ook paragraaf 2.3.2 van de Subsidieregeling mobiliteit Zuid-Holland en de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland. Daarin kunnen aanvullende voorwaarden staan die hier niet genoemd zijn.

Hoe vraag je de Ketenmobiliteit (SRM) aan?

De aanvraagperiode loopt van 1 januari 2026 tot en met 30 november 2026. Omdat het beschikbare budget van € 100.000 op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen wordt verdeeld, loont het om niet te wachten tot de deadline: is het plafond eerder bereikt, dan is er voor latere aanvragen geen geld meer, ook al is de deadline nog niet verstreken.

Stap 1: Verzamel de verplichte bijlagen

Volgens het aanvraagformulier heb je de volgende documenten nodig:

  • Projectplan. Een overzicht van de prestaties/activiteiten waarvoor je subsidie vraagt, de nagestreefde doelstellingen en per activiteit de benodigde materiële middelen. Bij een aanvraag over meerdere kalenderjaren is een meerjarenplan met volledig tijdspad nodig. Dit document stel je zelf op; het aanvraagformulier vermeldt geen aparte ondertekening hiervoor buiten de algemene ondertekening van de aanvraag.
  • Sluitende prestatiebegroting (format prestatiebegroting). Hierin staan je prestaties, kosten en inkomsten gekoppeld aan de gevraagde subsidiebedragen, met onderbouwing van de verwachte invulling van de ketenmobiliteit (bijvoorbeeld het aantal deelfiets- of deelscooterritten per mobiliteitshub).
  • SSK-raming of normkostenberekening. Een volledige SSK-raming met alle projectkosten, of (als je project daarvoor in aanmerking komt) de uitkomst van het Rekenmodel normkosten Subsidieregeling mobiliteit.
  • Machtiging, indien van toepassing. Nodig als een andere persoon of organisatie namens jou de aanvraag indient. Dit document moet door beide partijen worden ondertekend: de volmachtgever en de gemachtigde.
  • Kopie van de gunning. Bewijs dat je deelmobiliteit in de provincie mag aanbieden, indien deze al beschikbaar is.
  • Ondertekende de-minimisverklaring. Hierin geef je aan of je de afgelopen jaren staatssteun hebt ontvangen, conform de EU-de-minimisverordening.

Daarnaast vraagt het formulier, als er cofinanciering is, om schriftelijke financiële toezeggingen van de cofinancierende partijen als bijlage.

Stap 2: Vul het aanvraagformulier in

Het "Aanvraagformulier exploitatiesubsidie ketenmobiliteit" bestaat uit de onderdelen: A Algemeen (organisatiegegevens, contactpersoon, rekeningnummer), B Projectgegevens (naam, doel en locatie project, prestaties en kosten per jaar), C Planning (tijdvak activiteiten, ijkmomenten zoals startdatum, ingebruiknamedatum en datum eindverantwoording), D Financiën (of je btw kunt verrekenen of compenseren), E Bevoorschotting & liquiditeitsbehoefte (liquiditeitsbehoefte per jaar en gewenst voorschot, maximaal 80%), F Verplichte bijlagen (overzicht), en G Ondertekening.

Stap 3: Ondertekening

Onder G Ondertekening verklaart de ondergetekende dat alle gegevens naar waarheid zijn verstrekt, dat hij/zij bereid is mee te werken aan controles, de Subsidieregeling mobiliteit Zuid-Holland te hebben gelezen en bevoegd te zijn de aanvraag in te dienen. Dit onderdeel wordt ondertekend door de aanvrager (naam, functie, plaats, datum, handtekening); er is ruimte voor een optionele tweede ondertekenaar. Bij machtiging (onderdeel H) ondertekenen zowel de volmachtgever als de gemachtigde apart.

Stap 4: Versturen

Stuur het ingevulde aanvraagformulier met alle bijlagen naar: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. Bureau Subsidies, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag.

Heb je vragen over het rekenmodel voor normbedragen, dan kun je contact opnemen met Nauzad Bakir (e-mail [email protected], telefoon 06 5544 9474). Voor algemene vragen over de subsidie kun je het Contactcentrum mailen ([email protected]) of bellen (070 441 6622).

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Verdeling van het budget

De subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen.

Startverplichting

Na verlening van de subsidie geldt: bij infrastructurele aanpassingen aan een halte of mobiliteitshub moet je binnen 3 jaar klaar zijn met de activiteit. Bij andere activiteiten (mobiliteitshub aanleggen, deelmobiliteit ontwikkelen, exploiteren) moet je binnen 1 jaar zijn begonnen. Het aanvraagformulier noemt hierbij specifiek dat de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk 1 jaar na de datum van verlening gestart moeten zijn, conform artikel 2.59, lid 1 van de Subsidieregeling mobiliteit.

Bevoorschotting

Je kunt een voorschot krijgen van maximaal 80% van je liquiditeitsbehoefte. Dit voorschot vraag je aan bij de feitelijke start van de activiteiten; je stuurt dan bewijs mee, bijvoorbeeld een kopie van de aanschaf van deelvoertuigen. Het voorschotregime wordt bepaald op basis van de liquiditeitsbehoefte die je in het aanvraagformulier per jaar hebt opgegeven.

Meldingsplicht tijdens de looptijd

Wijkt de werkelijke liquiditeitsbehoefte af van de eerder opgegeven prognose, dan ben je verplicht dit te melden. Dit kan ertoe leiden dat het bevoorschottingsregime wordt aangepast.

Verantwoording en vaststelling

Voor subsidies van meer dan € 25.000 geldt dat je de besteding moet verantwoorden binnen 26 weken na de einddatum van het project. In het aanvraagformulier geef je bij "IJkmomenten" onder Planning ook een geplande datum voor de eindverantwoording op.

Overige verplichtingen tijdens de looptijd

Je verklaart bij de aanvraag bereid te zijn alle gewenste informatie te verstrekken aan de door de provincie aangewezen functionarissen en mee te werken aan controles. Dit betekent dat de provincie tijdens en na de looptijd van het project kan vragen om inzage in stukken of om nadere toelichting.

Voor een volledig beeld hiervan verwijst het loket naar paragraaf 2.3.2 van de Subsidieregeling mobiliteit Zuid-Holland, die hier niet is meegeleverd.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 6 documenten bij deze regeling, waarvan er 1 verplicht is bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Ketenmobiliteit (SRM). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zuid-Holland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.