GeslotenProvincie · Subsidie

Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's 2026

Provincie Noord-Brabant

Wat is de Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's 2026?

Deze regeling is voor gemeenten in Noord-Brabant om geld te krijgen voor mobiliteitsprojecten die al zijn opgenomen in de regionale mobiliteitsprogramma's. Denk aan snelfietsroutes, veilige schoolfietsroutes, toegankelijke bushaltes, verkeersveiligheidsmaatregelen en gedragscampagnes zoals opfriscursussen fietsen of doortrapdagen.

Je kunt alleen aanvragen als gemeente of als gemeenschappelijke regeling met rechtspersoonlijkheid tussen gemeenten, en alleen voor een project dat met naam en bedrag terugkomt in Bijlage 1 bij deze regeling. Die bijlage is vastgesteld tijdens de portefeuillehoudersoverleggen van de vier stedelijke regio's: Metropoolregio Eindhoven, West-Brabant, 's-Hertogenbosch en Breda-Tilburg. Staat jouw project niet op die lijst, dan kun je in deze ronde geen aanvraag doen.

Je krijgt 100% van het bedrag dat in Bijlage 1 voor jouw project staat. Dat bedrag is vaak een deel van de totale projectkosten (bijvoorbeeld 50% of 80%, afhankelijk van het type project), maar voor sommige kleinere posten is het bedrag gelijk aan de volledige kosten. Het totale budget voor deze aanvraagronde is € 29.516.216.

Je vraagt aan via het digitale aanvraagformulier van de provincie Noord-Brabant, dat je ondertekent met een digitale handtekening via eHerkenning (niveau 2+, met specifieke machtiging voor het ondertekenen van subsidieaanvragen). De aanvraagperiode liep van 20 mei 2026 tot en met 9 juli 2026. Op dit moment is die termijn verstreken en kun je geen nieuwe aanvraag meer indienen; deze informatie is dus alleen nog inhoudelijk te raadplegen. Na afronding van je project meld je dit met het format gereedmelding, waarna de provincie de bijdrage definitief vaststelt.

Wie komt in aanmerking voor de Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's 2026?

Deze bijdrage is niet voor iedereen open. Er gelden duidelijke grenzen aan wie mag aanvragen en waarvoor.

Wie mag aanvragen

  • Gemeenten.
  • Gemeenschappelijke regelingen met rechtspersoonlijkheid tussen gemeenten.

Andere partijen, zoals bedrijven, stichtingen, individuele burgers of regio's zonder rechtspersoonlijkheid, vallen af. Alleen de genoemde overheidspartijen kunnen een aanvraag indienen.

De belangrijkste knock-out: je project moet op de lijst staan

Dit is de meest bepalende eis. De regeling keert alleen bijdragen uit voor projecten die met naam en toegekend bedrag zijn opgenomen in Bijlage 1 (Lijst projecten Bijdrageregeling Regionale Mobiliteitsprogramma's 2026). Deze lijst is tijdens portefeuillehoudersoverleggen per regio vastgesteld en bevat per project al een indiener, totale projectkosten en een toegekende bijdrage. Sta je niet op deze lijst met een eigen projectnummer (zoals MRE-2026-XXX, SRWB-2026-XXX, SRSH-2026-XXX of SRBT-2026-XXX), dan kun je voor 2026 geen aanvraag doen. Dit is geen regeling waarbij je vrij een eigen mobiliteitsproject indient: het voortraject (opname op de lijst via het portefeuillehoudersoverleg) is dus al doorlopen vóórdat de aanvraagperiode begint.

Locatie- en doeleis

  • Het project wordt geheel of gedeeltelijk uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant.
  • Het project is gericht op het verbeteren van de mobiliteit in de provincie Noord-Brabant.
  • Het project vloeit voort uit het regionaal mobiliteitsprogramma.

Termijn

Je kunt alleen aanvragen tussen 20 mei 2026 en 9 juli 2026. Deze termijn is inmiddels verstreken; er kan op dit moment geen aanvraag meer worden ingediend. Deze informatie is dus vooral relevant om te begrijpen hoe de regeling werkte, niet om nu nog in te dienen.

Budget

Het subsidieplafond is € 29.516.216 voor de hele aanvraagperiode. Gezien de vaste lijst met vooraf toegekende bedragen per project lijkt het budget al verdeeld over de opgenomen projecten.

Overige voorwaarden

Er gelden overige voorwaarden, te vinden in de volledige Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's Noord-Brabant 2026 en in de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant.

Kortom: je valt af als je geen gemeente of gemeenschappelijke regeling bent, als je project niet voorkomt in Bijlage 1, of als je project niet in Noord-Brabant wordt uitgevoerd of niet gericht is op mobiliteitsverbetering.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidiabele kosten zijn niet vastgelegd in algemene regels of tarieven per eenheid. In plaats daarvan werkt de regeling met een vaste lijst (Bijlage 1) waarin per concreet project de totale projectkosten en de toegekende bijdrage al zijn vastgesteld. Er is dus geen los kostenmodel dat je zelf toepast; het gaat om vooraf bepaalde bedragen per project.

Uit Bijlage 1 is wel op te maken welke soorten projecten en kostenposten worden gefinancierd, per deelprogramma. Dit zijn de categorieën:

Regionale programmaondersteuning

Kosten voor de bemensing van het programmateam van de regio (bijvoorbeeld de "jaarlijkse regionale bijdrage" bij Metropoolregio Eindhoven) en procesondersteuning van de regio (bij 's-Hertogenbosch en bij "governance" in Breda-Tilburg). Deze posten worden voor 100% vergoed volgens de bedragen in de bijlage.

Onderzoek en planvorming

Bijvoorbeeld onderzoek naar BRT (bus rapid transit), een integraal handelingsperspectief voor een station, quick scans naar spoorbarrières, of deelonderzoeken naar haltekwaliteit en doorstroming op een BRT-corridor. Deze kosten worden deels vergoed; het percentage verschilt per project, zoals te zien in de toegekende bijdrage ten opzichte van de totale kosten.

Maatregelen voor verkeersveiligheid op schoolfietsroutes

Fysieke infrastructuurmaatregelen zoals fietsstroken, fietsoversteken, verbrede fietspaden, schoolzonebebakening en kruispuntaanpassingen. In de regio Breda-Tilburg is voor "veilige schoolfietsroutes" een bijdrage van 50% van de projectkosten door de provincie vastgelegd; in andere regio's varieert het vergoede percentage per project, af te lezen uit de verhouding tussen totale kosten en toegekende bijdrage in de bijlage.

Verkeersveiligheid, mensgerichte maatregelen

Fysieke en organisatorische maatregelen gericht op verkeersveiligheid in een gemeente. In de regio Breda-Tilburg geldt hiervoor een bijdrage van 80% van de projectkosten door de provincie. In andere regio's ("basisafspraken" in West-Brabant, "verkeersveiligheid" in 's-Hertogenbosch) ligt het vergoede percentage vaak rond de 80%, maar dit is per project apart in de bijlage vastgelegd en niet als algemene regel geformuleerd.

Gedragsgerichte verkeersprojecten

Voorlichtings- en gedragscampagnes, zoals opfriscursussen fietsen, doortrapdagen, dode-hoeklessen, BOB-campagnes, alcohol- en drugsvoorlichting en schoolverkeersquizzen. Deze projecten krijgen in de Metropoolregio Eindhoven doorgaans een bijdrage van 80% van de projectkosten (bijvoorbeeld € 40.812,50 aan kosten met € 32.650 bijdrage), berekend per project.

Snelfietsroutes

Grote infrastructurele projecten voor snelfietsroutes tussen gemeenten (zoals Deurne-Helmond, Gemert-Eindhoven en Helmond-Gemert). De totale projectkosten liggen hier vaak in de miljoenen, en de toegekende bijdrage is een relatief klein deel daarvan, verdeeld over de betrokken gemeenten. Bijvoorbeeld: de snelfietsroute Gemert-Eindhoven kost in totaal € 34.821.000, met bijdragen die per gemeente variëren van € 63.975 tot € 4.591.696.

Toegankelijke bushaltes en overstaphaltes (Bravoflex)

Fysieke aanpassingen aan bushaltes om ze toegankelijk te maken, en voorzieningen bij overstaphaltes zoals fietsenstallingen. Sommige van deze posten worden voor 100% vergoed (bijvoorbeeld de uitbreiding van een fietsenstalling bij een Bravoflex-halte), andere voor 50% (zoals toegankelijke bushaltes in West-Brabant).

Mobiliteitstransitie in steden en kleine kernen

Grotere infrastructuurprojecten in stedelijk gebied of kleine kernen, zoals kruispuntaanpassingen, herinrichting van straten en het opwaarderen van wegen. De toegekende bijdrage ligt hier doorgaans op 50% van de projectkosten, maar dit verschilt per project.

Aanleg van OV-haltes

Aanpassing of aanleg van nieuwe OV-haltes in verband met een nieuwe concessie, met een bijdrage van 50% van de projectkosten in het voorbeeld dat in de bijlage staat.

Wat niet wordt vergoed of onduidelijk blijft

Er is geen algemene lijst van uitgesloten kosten (zoals btw, interne uren, of kosten vóór een bepaalde datum) bekendgemaakt. Ook is er geen overkoepelende rekenregel of tarief per eenheid (per meter fietspad, per halte, etc.); alles loopt via het vaste bedrag per project in Bijlage 1. Voor de precieze regels over welke kostensoorten binnen een project wel of niet subsidiabel zijn, gelden de volledige Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's Noord-Brabant 2026 en de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant. Je kunt dus niet zelf nieuwe kostenposten toevoegen aan een al toegekend project; het format gereedmelding vraagt achteraf om de werkelijke kosten te vergelijken met het begrote bedrag per (deel)activiteit.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van de bijdrage is vastgelegd per project in Bijlage 1 en bedraagt 100% van het bedrag dat in die bijlage voor jouw project staat opgenomen. Er is dus geen los, algemeen percentage van de subsidiabele kosten dat je zelf berekent: het bedrag ligt al vast per projectnummer.

Belangrijk is dat "100% van de bedragen in bijlage 1" niet betekent dat alle projectkosten worden vergoed. Bijlage 1 laat zien dat de toegekende bijdrage vaak een deel is van de totale projectkosten. Voorbeelden uit de lijst:

  • Bij "Verkeersveiligheid mensgerichte maatregelen" in de regio Breda-Tilburg wordt gerekend met 80% bijdrage van de Provincie Noord-Brabant (PNB) over de projectkosten.
  • Bij "Veilige schoolfietsroutes" in dezelfde regio geldt 50% bijdrage PNB.
  • Bij sommige kleinere of vaste posten, zoals de jaarlijkse regionale bijdrage voor bemensing van het programmateam MRE (€ 20.000 kosten, € 20.000 bijdrage) of de overstaphalte-voorzieningen Bravoflex (100% bijdrage), wordt wel het volledige bedrag gedekt.
  • Bij grote infrastructuurprojecten zoals de snelfietsroutes ligt de toegekende bijdrage vaak veel lager dan de totale projectkosten (bijvoorbeeld Snelfietsroute Gemert-Eindhoven met € 34.821.000 totale kosten en bijdragen die per indienende gemeente uiteenlopen van enkele tienduizenden tot ruim € 4,5 miljoen).

Het percentage dat feitelijk wordt vergoed, verschilt dus sterk per project en per deelprogramma, en staat vast in Bijlage 1. Je kunt dit percentage niet zelf beïnvloeden of ophogen: het bedrag is al bepaald tijdens het portefeuillehoudersoverleg voordat de aanvraagperiode began.

Plafond

Het totale subsidieplafond voor deze aanvraagperiode is € 29.516.216. Dit is het maximum dat de provincie in deze ronde over alle projecten samen uitkeert.

Ondergrens, bovengrens en aanpassingen

Er geldt geen algemene ondergrens of bovengrens per aanvraag los van Bijlage 1, en er zijn geen regels over indexering, opslag voor btw, of ophoging bij bijvoorbeeld vertraging of meerwerk. Een lagere realisatie van de kosten leidt vermoedelijk tot een lagere vaststelling, gezien de strekking van het format gereedmelding (zie de sectie "Na je aanvraag").

Samengevat: het bedrag dat je krijgt is een vast bedrag per project uit Bijlage 1, dat varieert van enkele duizenden euro's (bijvoorbeeld € 2.350 voor een kleine schoolzone-maatregel) tot enkele miljoenen euro's (bijvoorbeeld ruim € 4,5 miljoen voor de snelfietsroute Deurne-Helmond). Dit bedrag kan alleen omhoog of omlaag bewegen op basis van wat er bij de vaststelling wordt vastgesteld, afhankelijk van de daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling20 mei 20269 jul 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's 2026?

Hier val je op af

Je bent een gemeente, of een gemeenschappelijke regeling met rechtspersoonlijkheid tussen gemeenten. Andere aanvragers worden niet in behandeling genomen.
Je project staat met naam, indiener en bedrag vermeld in Bijlage 1 bij de regeling. Dit is de belangrijkste voorwaarde: zonder vermelding in deze lijst is een aanvraag niet mogelijk. De lijst is per stedelijke regio (Metropoolregio Eindhoven, West-Brabant, 's-Hertogenbosch, Breda-Tilburg) opgesteld tijdens de portefeuillehoudersoverleggen, dus vóórdat de aanvraagperiode opende.
Het project wordt geheel of gedeeltelijk uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant.
Het project is gericht op het verbeteren van de mobiliteit in de provincie Noord-Brabant.
De aanvraag wordt digitaal ingediend en ondertekend binnen de indienperiode van 20 mei 2026 tot en met 9 juli 2026. Aanvragen is op dit moment niet meer mogelijk.
De digitale ondertekening gebeurt met eHerkenning niveau 2+, met de specifieke machtiging "ondertekenen subsidieaanvragen provincie Noord-Brabant". Zonder deze machtiging kun je het formulier niet rechtsgeldig ondertekenen.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Er is geen apart beoordelingsproces met wegingsfactoren of een puntensysteem voor de aanvraag zelf. Dat komt doordat de kern van de beoordeling al heeft plaatsgevonden vóór de aanvraagperiode: de opname van een project in Bijlage 1, met een vastgesteld bedrag, is tijdens de portefeuillehoudersoverleggen per regio bepaald. Voor de aanvraag die je binnen de indienperiode doet, lijkt het er dus vooral op aan te komen dat je aanvraag overeenkomt met wat al in Bijlage 1 is vastgelegd (juiste projectnaam, juiste indiener, juiste bedrag).

Wat je moet doen na toekenning

  • Je houdt de uitvoering bij ten opzichte van het begrote bedrag en de werkelijke projectkosten, inclusief de eigen bijdrage van de gemeente.
  • Na afronding van het project dien je een gereedmelding in via het format gereedmelding. Hierin vermeld je: gemeente, projectnaam, het kenmerk van de brief waarin de provinciale bijdrage is verleend (met datum), de verklaring welke van de drie situaties van toepassing is, het begrote bedrag, de werkelijke projectkosten, de eigen bijdrage, en per onderdeel of het is uitgevoerd (ja/nee) met een omschrijving. Bijzonderheden moet je toelichten in de daarvoor bestemde ruimte op het formulier.
  • Het formulier wordt ondertekend door het bestuur (van de gemeente of gemeenschappelijke regeling), met een datum van ondertekening.
  • Naast de gereedmelding kun je ook een voortgangsverslag indienen of een melding doen via afzonderlijke digitale formulieren, voor situaties tijdens de looptijd van het project.
  • Voor het verzoek tot definitieve vaststelling van de bijdrage gebruik je het formulier "Indienen verzoek tot vaststelling".
  • Voor de volledige set aan verplichtingen (bijvoorbeeld over administratie, controle of aanbestedingsregels) geldt de volledige Bijdrageregeling en de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant.

Wat als je project verandert

Het format gereedmelding laat zien dat de provincie er rekening mee houdt dat een project niet altijd exact zoals aangevraagd wordt uitgevoerd. Bij de gereedmelding kruis je een van drie situaties aan:

  • Het project is gereed en geheel conform de aanvraag uitgevoerd.
  • Het project is gereed maar niet (geheel) conform de aanvraag uitgevoerd; je geeft dan per onderdeel aan wat wel en niet is uitgevoerd, en de vaststelling wordt hierop aangepast.
  • Het project is niet uitgevoerd; in dat geval wordt het voorschot teruggevorderd.

Dit betekent dat wijzigingen in de uitvoering ten opzichte van de aanvraag direct gevolgen hebben voor het definitieve bedrag: het bedrag uit Bijlage 1 is dus niet automatisch gegarandeerd als je project anders loopt dan gepland.

Bezwaar

Tegen het besluit op je aanvraag kun je binnen zes weken bezwaar maken.

Hoe vraag je de Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's 2026 aan?

Let op: volgens het loket is de aanvraagtermijn voor deze ronde verstreken. De onderstaande stappen beschrijven hoe het proces werkte toen de regeling open was, van 20 mei 2026 tot en met 9 juli 2026.

Stap 1: controleer of je project op Bijlage 1 staat

Voordat je iets indient, check je of jouw project met naam en bedrag voorkomt in Bijlage 1 (Lijst projecten Bijdrageregeling Regionale Mobiliteitsprogramma's 2026). Alleen projecten die tijdens de portefeuillehoudersoverleggen van je stedelijke regio zijn vastgesteld, komen in aanmerking. Zonder vermelding in deze lijst kun je geen aanvraag indienen.

Stap 2: vul het digitale aanvraagformulier in

Je vraagt de bijdrage aan via het digitale aanvraagformulier van de provincie Noord-Brabant. Dit formulier onderteken je met een digitale handtekening.

  • Document: digitaal aanvraagformulier.
  • Ondertekenaar: degene die namens de gemeente of gemeenschappelijke regeling bevoegd is, via eHerkenning niveau 2+ met de specifieke machtiging "ondertekenen subsidieaanvragen provincie Noord-Brabant". Zonder deze machtiging kun je niet rechtsgeldig ondertekenen.

Stap 3: kies eventueel voor de Berichtenbox

In het aanvraagformulier kun je aangeven of je voor de verdere communicatie gebruik wilt maken van de Berichtenbox voor bedrijven, een beveiligd e-mailsysteem. Dit is geen verplicht document, maar een keuze die je in het formulier zelf maakt.

Stap 4: dien de aanvraag in binnen de termijn

De aanvraagperiode liep van 20 mei 2026 tot en met 9 juli 2026. Buiten deze periode kon en kan niet worden aangevraagd.

Indieningsadres en contact

Aanvragen en vragen lopen via:

  • Provincie Noord-Brabant, Subsidies, Brabantlaan 1, 5216 TV 's-Hertogenbosch (postadres: Postbus 90151, 5200 MC 's-Hertogenbosch).
  • Telefonisch: 073 681 28 12.
  • Voor inhoudelijke vragen: de Afdeling Subsidies, via [email protected] of (073) 681 28 12. De bereikbaarheidstijden staan op www.brabant.nl/openingstijden.

Documenten tijdens en na de looptijd (niet bij de aanvraag zelf, maar relevant voor het hele proces)

Naast het aanvraagformulier noemt het loket drie aparte digitale formulieren die je tijdens of na de uitvoering van je project gebruikt:

  • Format gereedmelding: dit formulier vul je in als je project is afgerond. Je vermeldt de gemeente, de projectnaam, het kenmerk en de datum van de brief waarin de provincie de bijdrage heeft verleend, en je kruist aan of het project geheel conform de aanvraag is uitgevoerd, deels afwijkt, of niet is uitgevoerd. Je vult het begrote bedrag, de werkelijke projectkosten en de eigen bijdrage in, en geeft per onderdeel aan of het is uitgevoerd, met een omschrijving. Dit document wordt ondertekend door het bestuur (van de gemeente of gemeenschappelijke regeling), met de datum van ondertekening.
  • Melding: een digitaal formulier voor het doen van een melding tijdens de looptijd van je project.
  • Voortgangsverslag: een digitaal formulier om de voortgang van je project te rapporteren.
  • Verzoek tot vaststelling: het formulier waarmee je, na afronding, de provincie vraagt de bijdrage definitief vast te stellen.

Bezwaar

Ben je het niet eens met het besluit op je aanvraag, dan kun je binnen zes weken bezwaar maken.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang het duurt

De Afdeling Subsidies van de provincie Noord-Brabant is het aanspreekpunt voor vragen, en de aanvraag en beoordeling verlopen via de afdeling Subsidies op het adres Brabantlaan 1 in 's-Hertogenbosch.

Besluit en bezwaar

Na de beoordeling ontvang je een besluit op je aanvraag. Ben je het daarmee niet eens, dan kun je binnen zes weken bezwaar maken.

Uitbetaling: voorschot en vaststelling

Uit het format gereedmelding valt af te leiden dat er met een voorschot wordt gewerkt: als een project niet wordt uitgevoerd, vordert de provincie het voorschot terug. Dit betekent dat je normaal gesproken (een deel van) de bijdrage vooruitbetaald krijgt, voordat het project is afgerond.

De definitieve vaststelling van de bijdrage volgt na afronding van het project, via het "verzoek tot vaststelling". Bij deze vaststelling wordt gekeken naar de gereedmelding:

  • Is het project geheel conform de aanvraag uitgevoerd, dan blijft het toegekende bedrag naar verwachting in stand.
  • Is het project gereed maar niet (geheel) conform de aanvraag uitgevoerd, dan wordt de vaststelling van de bijdrage aangepast op basis van wat je in het format gereedmelding hebt ingevuld per onderdeel.
  • Is het project niet uitgevoerd, dan wordt het voorschot teruggevorderd.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Tijdens de uitvoering van je project houd je bij wat de werkelijke projectkosten zijn ten opzichte van het begrote bedrag, en wat je eigen bijdrage als gemeente is. Het loket biedt hiervoor, naast de gereedmelding, ook aparte digitale formulieren voor een voortgangsverslag en een melding. Dit formulier is beschikbaar voor wie een subsidie of bijdrage heeft ontvangen.

Gereedmelding in detail

Zodra je project is afgerond, vul je het format gereedmelding in. Hierin geef je aan:

  • de gemeente en projectnaam,
  • het kenmerk en de datum van de brief waarin de provincie de bijdrage heeft verleend,
  • welke van de drie situaties van toepassing is (geheel conform aanvraag, deels afwijkend, of niet uitgevoerd),
  • het begrote bedrag, de werkelijke projectkosten en de eigen bijdrage,
  • per onderdeel of het is uitgevoerd (ja/nee), met een omschrijving,
  • eventuele bijzonderheden in de daarvoor bestemde toelichtingsruimte.

Dit formulier wordt ondertekend door het bestuur van de gemeente of gemeenschappelijke regeling, met vermelding van de datum van ondertekening.

Meer informatie

Voor meer details verwijst het loket naar de volledige Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's Noord-Brabant 2026 en de Algemene bijdrageverordening Noord-Brabant.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Bijdrageregeling regionale mobiliteitsprogramma's 2026. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Noord-Brabant. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.