Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Wat is de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021?
De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021 was een subsidie voor ondernemers die in het 4e kwartaal van 2021 flink omzet verloren door de coronamaatregelen. De regeling hielp bij het betalen van vaste bedrijfslasten zoals huur en verzekeringen. De regeling is gesloten: aanvragen kon van 20 december 2021, 8:00 uur tot en met 11 februari 2022, 17:00 uur.
Je kwam in aanmerking als je bedrijf minimaal 20% omzetverlies had in het 4e kwartaal van 2021 ten opzichte van het 4e kwartaal van 2019 of het 1e kwartaal van 2020 (je koos zelf de gunstigste periode). Deze omzetverliesgrens was eenmalig verlaagd van 30% naar 20%, zodat meer ondernemers in aanmerking kwamen. Vrijwel alle ondernemers in Nederland die aan de voorwaarden voldeden, konden aanvragen, met een aparte vestiging in Nederland als voorwaarde (met enkele uitzonderingen voor bijvoorbeeld horeca en markthandel).
Het subsidiepercentage was 100%: bij 100% omzetverlies kreeg je 100% van je berekende vaste lasten vergoed. Let op: het ging om berekende vaste lasten op basis van CBS-branchecijfers, niet om je werkelijke lasten. Het minimum was € 1.500 per kwartaal, het maximum € 550.000 voor mkb en € 600.000 voor grote ondernemingen.
Je vroeg de subsidie zelf online aan met eHerkenning of DigiD. Na goedkeuring kreeg je binnen 8 weken (grote ondernemingen: 13 weken) een beslissing en meestal binnen 5 werkdagen een voorschot. Na afloop van de periode volgde de definitieve vaststelling op basis van je werkelijke omzet.
Wie komt in aanmerking voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021?
De TVL Q4 2021 is gesloten (aanvragen kon tot en met 11 februari 2022, 17:00 uur), maar de eisen tonen wie er destijds recht op had en waarom sommige aanvragen werden afgewezen.
Harde eisen (knock-out):
- Omzetverlies: je bedrijf had meer dan 20% omzetverlies in het 4e kwartaal van 2021 vergeleken met het 4e kwartaal van 2019 óf het 1e kwartaal van 2020. Je koos zelf de gunstigste referentieperiode. Deze grens was eenmalig verlaagd van 30% naar 20% (aangekondigd op 21 december 2021).
- Vaste lasten: je berekende vaste lasten (op basis van het percentage vaste lasten van je hoofdactiviteit, niet je werkelijke lasten) waren minimaal € 1.500 per kwartaal.
- Inschrijving KVK: je bedrijf stond vóór 30 juni 2020 ingeschreven bij KVK, had een SBI-code, en je had je niet met terugwerkende kracht ingeschreven of je SBI-code aangepast om in aanmerking te komen.
- Hoofdactiviteit: de SBI-code waarmee je op 15 maart 2020 stond ingeschreven telde (bij inschrijving tussen 16 maart en 30 juni 2020: de hoofdactiviteit van 30 juni 2020).
- Vestiging: je had minimaal één vestiging in Nederland met een adres dat afwijkt van je privéadres, of een vestiging met een eigen opgang/toegang los van de woning. Uitzonderingen golden voor bepaalde horeca en ambulante sectoren zoals markthandel, kermisexploitanten, taxibedrijven, rijscholen, goederenvervoer en post- en koeriersdiensten.
- Uitgesloten SBI-codes: je hoofdactiviteit mocht niet vallen onder codes 64, 65, 66 (financiële instellingen en verzekeraars, met enkele uitzonderingen zoals 64.2, 64.30.3, 66.21 en 66.22), 84 (openbaar bestuur), 85 (publiek bekostigd onderwijs), 97, 98 en 99. Had je alléén SBI-code 64.2, 64.30.3 of 70.10 als hoofdactiviteit zonder relevante nevenactiviteit, dan viel je ook af.
- Niet in financiële moeilijkheden: op 31 december 2019 mocht je onderneming (of de groep) niet in moeilijkheden verkeren (zoals meer dan de helft van het aandelenkapitaal verdwenen door verliezen, een lopende insolventieprocedure, of niet-terugbetaalde reddings- of herstructureringssteun). Ook mocht je bedrijf niet failliet zijn of surséance van betaling hebben.
- Maximale staatssteun: je totale coronasteun onder de Tijdelijke Kaderregeling mocht niet boven € 2,3 miljoen komen (voor de hele groep samen als je onderdeel was van een groep). Voor visserij en aquacultuur gold € 345.000, voor primaire landbouw € 290.000.
- Eén aanvraag per groep: grote ondernemingen die tot een groep verbonden ondernemingen hoorden, konden maar één keer per groep aanvragen. Een tweede aanvraag uit dezelfde groep werd afgewezen.
- Amateursportclubs konden in één kwartaal niet zowel TVL als TASO gebruiken.
- Zorgondernemers mochten alleen TVL aanvragen als, na aftrek van continuïteitsbijdragen van zorginkopers, nog steeds minimaal 20% omzetverlies overbleef.
Wie afviel: bedrijven zonder aparte vestiging (buiten de uitzonderingen), bedrijven met een uitgesloten SBI-code, bedrijven die na 30 juni 2020 zijn opgericht, bedrijven met te weinig omzetverlies of te lage berekende vaste lasten, en bedrijven die al aan hun staatssteunmaximum zaten.
Waarvoor krijg je subsidie?
De TVL Q4 2021 vergoedde geen losse kostenposten of facturen, maar een berekend percentage van je vaste lasten als geheel. Er is dus geen lijst met subsidiabele kostensoorten met eigen tarieven zoals bij een investeringssubsidie: het bedrag werd generiek berekend op basis van branchegegevens.
Hoe de vaste lasten werden bepaald
RVO gebruikte niet je werkelijke vaste lasten, maar een vast percentage per branche, afkomstig van het CBS. Dit percentage geeft aan hoe groot het gemiddelde aandeel vaste lasten in de omzet is voor bedrijven met jouw SBI-code (hoofdactiviteit). De rekenregel was:
vaste lasten = normale omzet x aandeel vaste lasten in %
Dit percentage vaste lasten verschilde dus per branche en stond vooraf vast; je kon het niet onderbouwen met eigen facturen of bonnen. Je kon het percentage opzoeken bij je SBI-code op een aparte pagina.
Voorwaarde aan de vaste lasten
De berekende vaste lasten moesten na deze berekening hoger zijn dan € 1.500 per kwartaal. Was je berekende bedrag lager, dan kwam je niet in aanmerking, ook niet als je werkelijke lasten hoger waren.
Wat telt niet als omzet (en dus ook niet mee in de berekening)
Voor de berekening van omzetverlies (en daarmee indirect voor de hoogte van de subsidie) golden strikte regels over wat wel en niet als omzet meetelt:
- Omzet is alle inkomsten zonder de ontvangen btw en vóór aftrek van kosten en vaste lasten.
- Ontvangen TVL of andere coronasteun (zoals TOGS, NOW) telt niet mee als omzet.
- Als je btw-aangifte deed, gebruikte je de posten Prestaties binnenland (1a, 1b, 1c en 1e) en Prestaties naar of in het buitenland (3a, 3b en 3c) van je btw-aangifte als omzet.
Wat je nodig had als bewijs bij afwijkende omzetcijfers
Als je (een deel van) je omzet niet via btw-aangifte kon aantonen, of als je omzetgegevens bij de vaststelling wilde aanpassen, kon je de volgende bewijsstukken gebruiken:
- btw-aangiftes van de subsidieperiode (en eventueel de referentieperiode, als de omzet afwijkt van je aanvraag).
- Een duidelijke uitdraai uit je boekhoudprogramma, met bedrijfsnaam, omzetbedrag en de periodes goed zichtbaar.
- Een goedgekeurde en gedeponeerde jaarrekening.
Bij voorkeur gebruikte je de btw-aangifte(s) van het 4e kwartaal van 2021 als bewijs voor je werkelijke omzet bij de vaststelling.
Geen vergoeding voor werkelijke kosten
Een belangrijk punt om te onthouden: de TVL vergoedde niet je daadwerkelijke huur, energiekosten, verzekeringen of andere vaste lasten. Zelfs als je werkelijke vaste lasten veel hoger (of lager) waren dan het berekende bedrag, veranderde dat niets aan de hoogte van je subsidie. De vergoeding was volledig gebaseerd op de generieke CBS-branchepercentages gecombineerd met je omzetverlies.
Kosten voor het accountantsproduct of derdenverklaring
Voor aanvragen van € 25.000 of hoger (bij inschrijving tussen 16 maart en 30 juni 2020) was een derdenverklaring nodig, en voor aanvragen van € 125.000 of hoger een accountantsproduct. Deze verklaringen zelf zijn geen subsidiabele kostenpost binnen de TVL. Het gaat om verplichte onderbouwingsdocumenten, niet om kosten die je via de TVL terugkrijgt.
Fiscale behandeling
De TVL zelf is onbelast: je gaf het bedrag op bij de rubrieken 'Vrijgestelde winstbestanddelen' en 'Buitengewone baten en lasten' in je aangifte inkomstenbelasting over 2021. Je betaalde hierover geen belasting. (Let op: over de TVL Startersregeling Q4 2021 betaalde je wel inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting, maar die regeling valt buiten de TVL Q4 2021 zelf.)
Hoeveel subsidie krijg je?
Het subsidiepercentage was 100%. Had je 100% omzetverlies, dan kreeg je 100% van je berekende vaste lasten als tegemoetkoming. Het ging daarbij om berekende vaste lasten op basis van CBS-branchecijfers voor jouw SBI-code, niet om je werkelijke vaste lasten.
De rekenformule was: subsidie = normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 100%.
- Normale omzet (referentieomzet): je omzet in de referentieperiode (Q4 2019 of Q1 2020, of een afwijkende periode als je later bent gestart), exclusief btw en exclusief ontvangen coronasteun zoals TVL, TOGS of NOW.
- Omzetverlies in %: (normale omzet - verwachte omzet oktober-december 2021) / normale omzet x 100. Dit moest minimaal 20% zijn.
- Aandeel vaste lasten in %: het gemiddelde percentage vaste lasten van jouw branche volgens het CBS, gekoppeld aan je SBI-code.
Grenzen aan het bedrag:
- Minimum: € 1.500 per kwartaal (dit was ook de ondergrens voor de berekende vaste lasten).
- Maximum: € 550.000 per kwartaal voor mkb-bedrijven en € 600.000 per kwartaal voor grote ondernemingen (niet-mkb).
- Maximale staatssteun in totaal (Tijdelijke Kaderregeling, alle coronasteun samen): € 2,3 miljoen. Dit was met de TVL Q4 2021 verhoogd vanaf € 1,8 miljoen. Bereikte je deze grens, dan ontving je het bedrag tot € 2,3 miljoen.
- Voor visserij en aquacultuur gold een maximum van € 345.000 (verhoogd vanaf € 270.000).
- Voor primaire productie van landbouwproducten gold een maximum van € 290.000 (verhoogd vanaf € 225.000), inclusief de opslag voor speciale kosten land- en tuinbouw.
Bij een aanvraag onderdeel van een groep verbonden ondernemingen gold het staatssteunmaximum voor de hele groep samen.
Na de aanvraag kreeg je een voorschot van 80% op basis van je verwachte omzetverlies. Bij de vaststelling werd je werkelijke omzet vergeleken met de schatting. Was je werkelijke omzetverlies gelijk aan de schatting, dan behield je het voorschot en kreeg je de resterende 20%. Was het omzetverlies hoger uitgevallen, dan ging de subsidie omhoog. Was het lager, dan kreeg je minder dan 20% uitgekeerd of moest je een deel van het voorschot terugbetalen.
Wat zijn de voorwaarden van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021?
Knock-outeisen (wie afvalt)
Wat je moet doen na toekenning
- Je moest na afloop van de subsidieperiode je werkelijke omzet doorgeven bij het vaststellingsverzoek (uiterlijk 30 november 2022, 23:59 uur, na verlenging van de oorspronkelijke deadline van 1 november 2022).
- Bij afwijkende of zelf ingevulde omzetcijfers moest je bewijsstukken aanleveren (btw-aangiftes, boekhoudkundige uitdraai of jaarrekening).
- Bij een aanvraag van € 125.000 of hoger moest je bij de vaststelling een accountantsproduct (samenstellingsverklaring volgens Standaard 4416N, of een rapport van feitelijke bevindingen volgens Standaard 4400N bij onafhankelijkheidsbedreiging) aanleveren.
- Grote ondernemingen moesten bij de vaststelling opnieuw een overzicht van alle verbonden ondernemingen (met KVK-nummers) aanleveren.
- Was je werkelijke omzetverlies lager dan geschat, dan kreeg je minder subsidie uitgekeerd of moest je een deel van het voorschot terugbetalen.
- Je moest de TVL correct opgeven in je aangifte inkomstenbelasting over 2021, bij 'Vrijgestelde winstbestanddelen' en 'Buitengewone baten en lasten'.
- Diende je later een suppletie in bij de Belastingdienst die aantoont dat je niet meer aan de voorwaarden voldeed, dan kon de subsidie alsnog worden ingetrokken.
- Je moest er rekening mee houden dat RVO tot 5 jaar na de definitieve vaststelling kan controleren en daarbij aanvullend bewijs kan opvragen.
- Ontving je meer dan € 100.000 (of € 10.000 voor primaire landbouw en visserij), dan werden je gegevens (naam, vestigingsplaats, sector, mkb-status, bedrag en doel) gepubliceerd binnen een jaar na de verleningsbeschikking en minimaal 10 jaar beschikbaar gehouden, volgens de Europese staatssteunregels. RVO publiceerde op verzoek van de minister ook gegevens onder de € 100.000 drempel, al gold hiervoor geen Europese verplichting.
- Moest je geld terugbetalen, dan mocht dit in 6, 12, 18 of 24 maanden, of via een persoonlijke betalingsregeling, zonder rente.
De volgende eisen waren harde voorwaarden. Voldeed je aan één van deze punten niet, dan kwam je niet in aanmerking:
- Minimaal 20% omzetverlies in het 4e kwartaal van 2021 vergeleken met Q4 2019 of Q1 2020.
- Berekende vaste lasten van minimaal € 1.500 per kwartaal (op basis van het CBS-percentage voor jouw hoofdactiviteit).
- Inschrijving bij KVK vóór 30 juni 2020, met een SBI-code en geen achteraf aangepaste inschrijving of SBI-code om voor de subsidie in aanmerking te komen.
- Minimaal één vestiging in Nederland met een adres dat afwijkt van je privéadres (of een eigen opgang/toegang), behalve bij uitgezonderde sectoren zoals bepaalde horeca (SBI 56.10.1, 56.10.2, 56.30) en ambulante bedrijven (markthandel, kermis, taxi's, rijscholen, goederenvervoer, koeriers, etc.).
- Geen uitgesloten SBI-code als hoofdactiviteit (codes 64, 65, 66 met enkele uitzonderingen, 84, 85, 97, 98, 99), en geen uitgesloten SBI-code als nevenactiviteit als je hoofdactiviteit 64.2, 64.30.3 of 70.10 was.
- Geen 'onderneming in moeilijkheden' op 31 december 2019 (denk aan verdwenen aandelenkapitaal door verliezen, lopende insolventieprocedure, niet-afgeronde reddings- of herstructureringssteun).
- Geen faillissement of surséance van betaling op het moment van aanvraag.
- Niet boven het staatssteunmaximum van € 2,3 miljoen (of € 345.000 voor visserij/aquacultuur, € 290.000 voor primaire landbouw) na ontvangst van deze subsidie.
- Eén aanvraag per groep verbonden ondernemingen bij grote ondernemingen.
- Amateursportclubs: niet zowel TVL als TASO in hetzelfde kwartaal.
- Zorgondernemers: na aftrek van continuïteitsbijdragen van zorginkopers nog steeds minimaal 20% omzetverlies.
De TVL Q4 2021 werkte niet op volgorde van binnenkomst of op kwaliteit van een plan: iedere aanvraag die aan de voorwaarden voldeed, kreeg subsidie. RVO toetste puur of je aan de voorwaarden voldeed (omzetverlies, vaste lasten, vestiging, SBI-code, financiële gezondheid, staatssteunmaximum). Er was dus geen concurrentie tussen aanvragers om een beperkt budget; wel een harde aanvraagdeadline (11 februari 2022, 17:00 uur).
Extra check: mkb of grote onderneming
Voordat je aanvroeg, moest je zeker weten of je een mkb-onderneming of grote onderneming was. Dit kon je met de mkb-toets bepalen. Een grote onderneming (of groep) heeft meer dan 250 fte in dienst, of een netto omzet van meer dan € 50 miljoen én een balanstotaal van meer dan € 43 miljoen (inclusief alle partner- en verbonden ondernemingen, in Nederland en buitenland). Je kon dit na het indienen van je aanvraag niet meer wijzigen; bleek achteraf dat je de verkeerde status had gekozen, dan moest je in overleg met RVO de aanvraag intrekken en opnieuw indienen, met vertraging als gevolg.
Wat is een 'groep verbonden ondernemingen'? Onder meer als een onderneming meer dan 50% van de aandelen in een andere onderneming heeft, de meerderheid van het bestuur kan benoemen of ontslaan, een gezamenlijke leiding heeft met een andere onderneming, of als het gaat om een franchisenemer die niet los staat van de franchisegever.
Hoe vraag je de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021 aan?
De TVL Q4 2021 was open voor aanvragen van 20 december 2021, 8:00 uur tot en met 11 februari 2022, 17:00 uur. De aanvraag deed je zelf online, vanuit huis.
Stap 1: bepaal of je mkb of grote onderneming bent
Voordat je begon, moest je zeker weten of je een mkb-onderneming of grote onderneming was (met de mkb-toets), want dit kon je na het indienen niet meer wijzigen. Was dit toch verkeerd ingevuld, dan moest je de aanvraag intrekken en later opnieuw indienen: vertraging dus.
Stap 2: verzamel de basisgegevens
Voor iedere aanvraag had je nodig:
- Inloggegevens: eHerkenning niveau 3 met machtiging 'RVO diensten op niveau eH3' (of hoger), of DigiD. Bij gebruik van DigiD moest je zelf bij KVK geregistreerd staan als eigenaar of bestuurder.
- KVK-nummer van je onderneming (niet het vestigingsnummer of RSIN).
- Contactgegevens: naam, telefoonnummer, e-mailadres.
- Bankrekeningnummer op naam van je onderneming (bij een eenmanszaak zonder zakelijke rekening mocht je privérekeningnummer, mits daar de zakelijke transacties op liepen).
- De omzet van oktober tot en met december 2021.
- Omzetgegevens van je referentieperiode. Welke periode(s) je kon kiezen, hing af van je startdatum:
- Ingeschreven vóór 1 april 2019, of tussen 1 april-30 juni 2019, of tussen 1 juli-30 september 2019: Q4 2019 of Q1 2020.
- Ingeschreven tussen 1 oktober-31 december 2019: Q1 2020 of Q3 2020.
- Ingeschreven tussen 1 januari-31 maart 2020: Q2 2020 of Q3 2020.
- Ingeschreven tussen 1 april-30 juni 2020: alleen Q3 2020.
- Bij minimaal 3 weken zwangerschapsverlof in beide reguliere referentieperiodes: Q3 2020, met een zwangerschapsverklaring of soortgelijk bewijsstuk als bijlage.
- Onderbouwing van je omzet: btw-aangiftes voor het deel van de omzet waarover je btw-aangifte deed. Deed je geen btw-aangifte over (een deel van) je omzet, dan voegde je andere onderbouwing toe, bij voorkeur een uitdraai uit je boekhoudprogramma of een jaarrekening.
Stap 3: soms extra documenten verplicht bij de aanvraag
Deze documenten moesten direct bij de aanvraag worden meegestuurd en konden niet later worden toegevoegd:
- Derdenverklaring: verplicht als je onderneming tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 is ingeschreven én je vraagt € 25.000 of meer aan. Wordt opgesteld en ondertekend door een onafhankelijke deskundige (accountant, fiscalist of boekhouder), met eHerkenning niveau eH3 (machtiging 'RVO diensten op niveau eH3' of hoger). De verklaring gaat over het opgegeven omzetverlies en de echtheid van de onderneming. Je uploadde de pdf van deze verklaring zelf bij je aanvraag, met het KVK-nummer van de deskundige.
- Accountantsproduct (rapport van feitelijke bevindingen, Standaard 4400N): verplicht bij een aanvraag van € 125.000 of hoger. Wordt opgesteld door een accountant en bevestigt: alle verbonden ondernemingen en hun KVK-nummers, je relevante omzet in subsidie- en referentieperiode, en dat je de maximale staatssteun niet overschreden hebt. Starters die € 125.000 of meer aanvragen, leveren zowel de derdenverklaring als het accountantsproduct aan.
- Grote ondernemingen: een verklaring 'niet in financiële moeilijkheden' (ingevuld en ondertekend door de aanvrager) en een overzicht van alle tot de groep behorende ondernemingen met KVK-nummers, op het moment van aanvraag, in de referentieperiode en in de subsidieperiode. Deze gegevens vulde je in op het aanvraagformulier zelf.
Stap 4: indienen
Je diende de aanvraag online in vóór 11 februari 2022, 17:00 uur. Lukte dit niet door bijzondere omstandigheden zoals zwangerschapsverlof, dan kon je je melden bij het klantcontactcentrum.
Stap 5: wachten op beoordeling
Na indienen beoordeelde RVO je aanvraag. Binnen 8 weken (grote ondernemingen: 13 weken) kreeg je een beslissing per e-mail. Deze termijn kon eenmalig met 8 weken (grote ondernemingen: 13 weken) worden verlengd; je werd hierover altijd geïnformeerd.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
RVO beoordeelde je aanvraag op basis van de voorwaarden (KVK-inschrijving, SBI-code, omzetverlies, vaste lasten, vestiging, financiële gezondheid en staatssteunmaximum). Alleen aanvragen ontvangen tussen 20 december 2021, 08:00 uur en 11 februari 2022, 17:00 uur werden in behandeling genomen.
Beoordelingstermijn en beslissing
Binnen 8 weken (bij grote ondernemingen: 13 weken) hoorde je of je aanvraag werd goedgekeurd. Je ontving de beslissing per e-mail. RVO had de mogelijkheid deze termijn eenmalig met nog eens 8 weken (grote ondernemingen: 13 weken) te verlengen; als dit nodig was, kreeg je hierover altijd bericht.
Voorschot
Werd je aanvraag goedgekeurd, dan kreeg je een voorschot van 80% op basis van je verwachte omzetverlies. Dit voorschot stond meestal binnen 5 werkdagen na verzending van de beslissing op je rekening.
Vaststelling: de definitieve berekening
Na afloop van de subsidieperiode (1 oktober tot en met 31 december 2021) vroeg RVO je per e-mail naar je werkelijke omzet: dit is de vaststelling. Je gaf deze gegevens op nadat je het vaststellingsverzoek ontving. De deadline hiervoor was oorspronkelijk 1 november 2022, 23:59 uur, maar is verlengd tot uiterlijk 30 november 2022, 23:59 uur.
Vaak had RVO het formulier al voor je ingevuld met gegevens van de Belastingdienst en hoefde je alleen akkoord te geven. Moest je de omzetgegevens zelf invullen of aanpassen, dan gaf je je inkomsten door zonder btw, met bewijsstukken: bij voorkeur de btw-aangifte(s) van het 4e kwartaal van 2021, of een boekhoudkundige uitdraai of jaarrekening. Ontbrak bewijs, dan duurde de definitieve berekening langer.
Uitkomst van de vaststelling
- Was je werkelijke omzetverlies gelijk aan je schatting: je behield het voorschot van 80% en ontving de resterende 20%.
- Was je werkelijke omzetverlies hoger dan geschat: de subsidie ging omhoog.
- Was je werkelijke omzetverlies lager dan geschat: je kreeg minder dan 20% uitgekeerd, of moest een deel van het voorschot terugbetalen.
Bij een aanvraag van € 125.000 of hoger moest je bij de vaststelling opnieuw een accountantsproduct aanleveren (een samenstellingsverklaring volgens Standaard 4416N, of bij onafhankelijkheidsbedreiging een rapport van feitelijke bevindingen volgens Standaard 4400N). Grote ondernemingen moesten bij de vaststelling opnieuw een overzicht van alle verbonden ondernemingen met KVK-nummers aanleveren.
Terugbetalen
Moest je (een deel van) het voorschot terugbetalen, dan kon dit in 6, 12, 18 of 24 maanden, of via een persoonlijke betalingsregeling. RVO rekende geen rente over het terug te betalen bedrag.
Bezwaar, controle en verplichtingen tijdens de looptijd
Was je het niet eens met de beslissing over je aanvraag of vaststelling, dan kon je bezwaar maken. RVO kon tot 5 jaar na de definitieve vaststelling je aanvraag achteraf controleren en daarbij aanvullend bewijs opvragen. Bleek bij controle dat je geen recht had op de subsidie, dan moest je het bedrag terugbetalen. Diende je na toekenning een suppletie in bij de Belastingdienst waaruit blijkt dat je niet meer aan de voorwaarden voldeed, dan kon RVO de subsidie alsnog intrekken.
Fiscaal en publicatie
De TVL is onbelast; je gaf het bedrag op in je aangifte inkomstenbelasting over 2021 bij 'Vrijgestelde winstbestanddelen' en 'Buitengewone baten en lasten'. Ontving je meer dan € 100.000 (of meer dan € 10.000 bij primaire landbouw en visserij), dan werden je gegevens gepubliceerd binnen een jaar na de verleningsbeschikking en minimaal 10 jaar beschikbaar gehouden, conform de Europese staatssteunregels. Ook onder de € 100.000 drempel publiceerde RVO, op verzoek van de minister, vrijwillig gegevens.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- KaderregelingDownloadDocument
Vraag het dossier
Stel een vraag over Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q4 2021rvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.