Status onbekendProvincie · Subsidie

Subsidie Bevordering economie en concurrentiekracht (Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v.) (vervallen)

Provincie Limburg

Wat is de Subsidie Bevordering economie en concurrentiekracht (Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v.) (vervallen)?

Deze subsidie van de Provincie Limburg is vervallen: je kunt er niet meer op aanvragen. Toen de regeling nog liep, ondersteunde ze projecten die het Limburgse vestigingsklimaat verbeterden en de concurrentiekracht van Limburg vergrootten, met als achterliggend doel het behoud en de ontwikkeling van goede banen.

De regeling had twee onderdelen. Het eerste was gericht op de instroom van 45plussers op de arbeidsmarkt; dit onderdeel was al gesloten voordat de hele regeling verviel. Het tweede onderdeel richtte zich op bredere projecten voor vestigingsklimaat en concurrentiekracht, met een doorlopend indieningsmoment (het hele jaar aanvragen mogelijk) en zonder einddatum voor de regeling zelf.

Doelgroep waren organisaties zoals bedrijven, stichtingen, verenigingen en zzp'ers. Een project moest bijdragen aan een van de economische beleidskaders van de provincie, zoals de Sociale Agenda Limburg 2025, verschillende Human Capital Agenda's (ICT, Agrofood, Life Science & Health, Chemie & Materialen, Zorg, Logistiek), het Techniekplan Limburg, het Investeringsprogramma Toerisme en Recreatie, de Strategische agenda buurtaal en internationalisering, Limburgse Land- en Tuinbouw loont 2, en het Convenant Social Return - duurzaam opleiden.

Belangrijke voorwaarden waren onder meer: het project moest goed onderbouwd en haalbaar zijn met perspectief op continuïteit, een samenwerkingsverband van meerdere partners zijn, innovatief zijn of innovatie stimuleren, "stuwend" zijn (dus ook bijdragen aan de economische ontwikkeling van andere organisaties in Limburg) en voor meer dan 50% in Limburg worden gerealiseerd of van specifieke betekenis voor Limburg zijn.

Omdat de regeling vervallen is, is er nu geen aanvraagproces meer. Deze tekst dient dus vooral ter informatie over hoe de regeling functioneerde.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidie Bevordering economie en concurrentiekracht (Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v.) (vervallen)?

Deze regeling is vervallen. Nieuwe aanvragen zijn niet meer mogelijk, in geen van de twee onderdelen van de regeling.

Voor de instroom van 45plussers geldt: dit onderdeel is al gesloten en hier kun je sowieso niet meer op aanvragen.

Voor projecten die het vestigingsklimaat verbeteren en de concurrentiekracht vergroten gold, zolang de regeling nog liep, het hele jaar door een open loket. Ook dat is inmiddels niet meer relevant omdat de regeling als geheel is vervallen.

Toen de regeling nog actief was, gold voor dat tweede onderdeel de volgende doelgroep en de volgende harde eisen:

Wie kon aanvragen

  • Organisaties: bedrijven, stichtingen, verenigingen en zzp'ers.
  • Volgens de onderliggende regeling (Nadere subsidieregels 2013 e.v.) kon subsidie alleen worden verstrekt aan een rechtspersoon, een maatschap of vennootschap. Natuurlijke personen kwamen niet in aanmerking.

Knock-out eisen aan het project

Een project viel af als het niet voldeed aan elk van de volgende punten:

  • Niet goed onderbouwd en niet haalbaar, of zonder perspectief op continuïteit (uitzondering: pilotprojecten met een experimenteel karakter, waarbij continuïteit vooraf redelijkerwijs niet valt vast te stellen; Gedeputeerde Staten beoordeelden dit).
  • Geen samenwerkingsverband van meerdere partners.
  • Niet innovatief en droeg niet bij aan innovatie stimuleren.
  • Niet stuwend: het project moest, naast bijdragen aan de eigen activiteiten van de aanvrager, ook in aanzienlijke mate bijdragen aan de economische ontwikkeling van andere organisaties in Limburg.
  • Voor minder dan 50% gerealiseerd in Limburg en niet van specifieke betekenis voor Limburg.
  • Een lokaal karakter (organisaties en/of projecten met een louter lokaal karakter kwamen niet in aanmerking, tenzij een specifiek subsidiekader uitdrukkelijk anders bepaalde).

Overige weigeringsgronden

  • Als de provincie voor dezelfde activiteit al op een andere manier subsidieerde, of de activiteit onder een andere provinciale regeling viel.
  • Als het project gericht was op de continuïteit van de eigen onderneming of instelling (in plaats van op bredere economische ontwikkeling).
  • Als er andere, eigen of reguliere middelen beschikbaar waren om het project te financieren.

Het loket adviseert voor de volledige voorwaarden de volledige tekst van de regeling te raadplegen; niet alle criteria staan op de loketpagina zelf.

Waarvoor krijg je subsidie?

Deze regeling is vervallen, dus er zijn geen actuele kostensoorten meer waarvoor je kunt aanvragen.

Subsidiabele kosten bij het 45plus-onderdeel

Bij dit onderdeel ging het niet om declarabele kostenposten zoals bij een reguliere projectsubsidie, maar om vaste bedragen per gerealiseerd resultaat:

  • Basissubsidie: € 500 per niet-werkende werkzoekende (nww) 45plusser die instroomde in het project. Dit was een vast bedrag, onafhankelijk van daadwerkelijk gemaakte kosten.
  • Plaatsingsgerelateerde subsidie (bonus): een aanvullend vast bedrag per daadwerkelijk geplaatste nww-er van 45plus, met een hoogte die afhing van de duur en omvang van het dienstverband (zie sectie "Hoeveel krijg je" voor de exacte bedragen en staffels).

Uitgesloten kosten

Dit stond aanvullend op de bepalingen in de Algemene Subsidieverordening 2012 Provincie Limburg.

Weigeringsgronden die feitelijk ook als "niet-subsidiabel" werkten

Naast de directe uitsluiting van materiaalkosten golden bredere weigeringsgronden die bepaalden welke projecten (en daarmee kosten) niet in aanmerking kwamen:

  • Projecten waarvoor de provincie al op een andere manier subsidieerde, of die onder een andere provinciale subsidieregeling vielen.
  • Projecten gericht op de continuïteit van een onderneming of instelling zelf (in plaats van op bredere economische ontwikkeling of instroom).
  • Situaties waarin andere (eigen, reguliere) middelen of inkomsten gebruikt konden worden om het project te financieren.

Bevoorschotting als vorm van kostenvergoeding

Bij subsidies vanaf € 25.000 vond bevoorschotting plaats bij honorering van de subsidie: 100% van de basissubsidie werd direct bevoorschot, plus 50% van de in de aanvraag beargumenteerde plaatsingsresultaten. Dit gaf aanvragers dus al voorafgaand aan daadwerkelijke plaatsing een deel van het verwachte subsidiebedrag.

Voor het onderdeel vestigingsklimaat en concurrentiekracht

Wel is duidelijk dat de aard van de projecten in dit onderdeel breder en diverser was: ze moesten bijdragen aan een van de genoemde economische beleidskaders van de provincie, zoals de Human Capital Agenda's voor ICT, Agrofood, Zorg, Life Science & Health en Chemie & Materialen, en Logistiek, het Techniekplan Limburg, het Investeringsprogramma Toerisme en Recreatie, de Strategische agenda buurtaal en internationalisering, Limburgse Land- en Tuinbouw loont 2, en het Convenant Social Return - duurzaam opleiden.

Uit de achtergronddocumenten (de HCA's en de kadernotitie Vitaal Bedrijfsleven) blijkt dat activiteiten binnen dit brede beleidsveld heel divers konden zijn: van onderzoek naar de arbeidsmarkt, opzetten van proefprojecten voor scholing en beroepenontwikkeling, tot innovatieprojecten in het MKB. Concrete, uniform geldende tarieven of rekenregels voor kostensoorten binnen dit onderdeel van de subsidieregeling zelf staan echter niet in het beschikbare dossier; hiervoor verwijst het loket naar de volledige tekst van de regeling.

Let op: aangezien de regeling vervallen is, is geen van deze informatie meer bruikbaar voor het indienen van een nieuwe aanvraag. Deze uitleg dient uitsluitend ter informatie over hoe de regeling destijds functioneerde.

Hoeveel subsidie krijg je?

Deze regeling is vervallen, dus er is nu geen bedrag meer aan te vragen.

Deze bedragen komen uit de onderliggende Nadere subsidieregels 2013 e.v. (en de voorganger uit 2012):

Basissubsidie

  • € 500 per niet-werkende werkzoekende (nww) 45plusser.
  • Maximaal € 50.000 aan basissubsidie (bij 100 nww-ers van 45plus).

Plaatsingsgerelateerde subsidie (bonus), maximaal € 2.000 per ingestroomde nww-er van 45plus

Volgens de versie van 18 juli 2014:

  • € 2.000 bij een contract van 12 maanden of meer, gemiddeld minimaal 12 uur per week (ook bij payrollconstructie of 1 jaar werk als zzp'er voor gemiddeld minimaal 12 uur per week).
  • € 1.000 bij een contract van 6 tot 12 maanden, gemiddeld minimaal 12 uur per week (zelfde geldt voor payroll of 6 tot 12 maanden als zzp'er).
  • € 500 bij een contract van 3 tot 6 maanden, gemiddeld minimaal 12 uur per week (zelfde voor payroll of minimaal 3 maanden als zzp'er).

In de eerdere versie van 20 juni 2013 golden iets andere voorwaarden: € 2.000 bij een jaarcontract van meer dan 12 uur per week, € 1.000 bij een halfjaarcontract van meer dan 12 uur per week, en € 500 bij vrijwilligerswerk (voor maximaal 25% van het aantal te plaatsen personen).

Maximum per aanvrager

  • Maximaal 100 personen per aanvrager waarvoor subsidie kon worden aangevraagd.
  • Dus een maximale subsidie (basis- plus plaatsingsgerelateerde subsidie) van € 250.000 per aanvrager.

Let op: omdat de regeling vervallen is, zijn deze bedragen niet meer van toepassing op nieuwe aanvragen.

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie Bevordering economie en concurrentiekracht (Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v.) (vervallen)?

Deze regeling is vervallen. Onderstaande voorwaarden gaven destijds richting aan beoordeling en verplichtingen, maar zijn niet meer bruikbaar voor nieuwe aanvragen.

Wat je moet doen na toekenning

VerplichtingWanneer
*Meldingsplicht.* De subsidieontvanger moest onverwijld schriftelijk melding doen aan Gedeputeerde Staten zodra aannemelijk was dat de gesubsidieerde activiteiten niet, of niet geheel, zouden worden uitgevoerd, of dat niet (geheel) aan de wettelijke en in de subsidiebeschikking opgenomen verplichtingen of voorwaarden zou worden voldaan. Deze melding kon aanleiding zijn om het subsidiebedrag ten nadele van de ontvanger te wijzigen.
Voor het 45plus-onderdeel golden daarnaast specifieke rapportage-achtige verplichtingen rond meetbaarheid en controleerbaarheid van het resultaat in termen van plaatsing, en moest het project binnen een vaste termijn na subsidieverlening starten en tot resultaat leiden.binnen een vaste termijn na subsidieverlening starte

Voor het onderdeel vestigingsklimaat/concurrentiekracht golden volgens de onderliggende Nadere subsidieregels 2013 e.v. de volgende harde eisen, waarbij niet-voldoen leidde tot weigering:

  • De aanvrager moest een rechtspersoon, maatschap of vennootschap zijn; natuurlijke personen kwamen niet in aanmerking.
  • Het project mocht niet al op een andere manier door de provincie gesubsidieerd worden, en mocht niet onder een andere provinciale subsidieregeling vallen.
  • Het project mocht niet uitsluitend gericht zijn op de continuïteit van de eigen onderneming of instelling.
  • Er mochten geen andere (eigen, reguliere) middelen beschikbaar zijn om het project te financieren.

Voor het (al gesloten) 45plus-onderdeel golden aanvullend eigen knock-outs, zoals een minimum van 10 personen per aanvraag, een maximum van 100 personen per aanvrager, en de eis dat minimaal 50% van de benoemde personen daadwerkelijk instroomde naar werk.

Voor het onderdeel vestigingsklimaat/concurrentiekracht werden aanvragen getoetst aan de volgende afzonderlijke criteria.

  • *Kwaliteit van het projectvoorstel.* Beoordeeld werd of er sprake was van een solide financieel-economische, organisatorische, juridische, bestuurlijke en planologische basis. De aanvrager moest zelf in staat zijn het project uit te voeren of te laten uitvoeren. Ook moest er een duidelijk perspectief op continuïteit zijn na afloop van het project, zowel inhoudelijk als financieel; dit kon bijvoorbeeld blijken uit een kansrijke aanvraag voor Europese of nationale cofinanciering. Voor "pilotprojecten" met een experimenteel karakter gold de continuïteitseis niet; Gedeputeerde Staten beoordeelden zelf of hiervan sprake was.
  • *Samenwerking met partners.* Alleen aanvragers die samen met één of meer partners een actieve rol speelden in de verwezenlijking van het project kwamen in aanmerking.
  • *Innovatie.* Het project moest zelf innovatief zijn, of innovatie stimuleren: leiden tot nieuwe producten, diensten, processen of organisatievormen. De innovatie moest niet alleen nieuw zijn voor de aanvrager zelf, maar ook voor de Limburgse markt of sector waarin de aanvrager actief was.
  • *Stuwend karakter.* Het project moest naast een bijdrage aan de eigen activiteiten van de aanvrager ook in aanzienlijke mate bijdragen aan de economische ontwikkeling van andere organisaties in Limburg (multipliereffect). Organisaties of projecten met een puur lokaal karakter kwamen hierdoor in principe niet in aanmerking, tenzij een specifiek onderliggend subsidiekader dit uitdrukkelijk anders bepaalde.
  • *Passendheid binnen beleidskaders.* Het project moest naar het oordeel van Gedeputeerde Staten passen binnen en een wezenlijke bijdrage leveren aan de vastgestelde economische beleidskaders (zoals de Strategische kadernotitie Economie & Concurrentiekracht) en aan minstens één van de daarin genoemde beleidsterreinen: investerings- en exportbevordering, innovatiekracht binnen de topsectoren, "Limburg een sterk merk", of onderwijs en arbeidsmarkt.
  • *Realisatie in of betekenis voor Limburg.* Het project moest geheel of voor meer dan 50% in Limburg worden gerealiseerd, of van specifieke betekenis zijn voor Limburg.
  • *Extra eisen bij een negatief investeringsadvies van het Innovatiefonds.* Voor aanvragen van kennisinstellingen en MKB'ers die via het Innovatiefonds waren ingediend met een negatief investeringsadvies maar een positief inhoudelijk advies van de adviescommissie, gold dat het project moest voldoen aan de uitgangspunten van het investeringsreglement van de Beheer Innovatiefonds Provincie Limburg B.V. Voor kennisinstellingen gold bovendien dat maximaal 20% van de totale kosten mocht worden ingezet voor algemene projectkosten (projectmanagement), en dat minimaal 80% van de kosten toerekenbaar moest zijn aan implementatie van innovatie in het MKB.

Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten konden in gevallen waarin de regeling niet voorzag zelf een beslissing nemen, en konden van een bepaling afwijken als toepassing daarvan naar hun oordeel tot kennelijke onbillijkheden zou leiden.

Voor de volledige en actuele criteria verwees het loket zelf naar de volledige tekst van de subsidieregeling; niet alle details staan op de loketpagina.

Hoe vraag je de Subsidie Bevordering economie en concurrentiekracht (Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v.) (vervallen) aan?

Deze regeling is vervallen: er is momenteel geen aanvraagproces meer om te doorlopen. Onderstaande beschrijving is uitsluitend informatief en laat zien hoe het proces destijds werkte, toen de regeling nog openstond.

Wanneer je kon indienen

  • Voor het onderdeel instroom 45plussers golden vaste indieningstermijnen (bijvoorbeeld tot en met 28 februari 2015 in de versie van 2014, of tranches lopend vanaf 20 juni 2013 in de eerste versie). Dit onderdeel is inmiddels al langer gesloten, los van het vervallen van de hele regeling.
  • Voor het onderdeel vestigingsklimaat en concurrentiekracht kon het hele jaar door een aanvraag worden ingediend, zolang de regeling actief was.

Waar en hoe je indiende

  • De aanvraag moest worden ingediend bij Gedeputeerde Staten, met gebruik van het standaardaanvraagformulier op de website van de provincie Limburg.
  • De aanvraag moest volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend zijn en werd verzonden naar het op het formulier aangegeven adres (destijds: Gedeputeerde Staten van Limburg, afdeling Vergunningen en Subsidies, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht).

Verplichte bijlagen

Volgens de onderliggende regeling moesten in ieder geval de volgende documenten worden toegevoegd:

  • *Activiteitenplan.* Hierin beschreef de aanvrager de voorgenomen activiteiten. Bij aanvragen voor het 45plus-onderdeel moest hierin specifiek worden aangegeven op welke wijze werd voldaan aan de algemene en specifieke subsidiecriteria van dat onderdeel. Voor het onderdeel vestigingsklimaat/concurrentiekracht moest het activiteitenplan aangeven waar de subsidiegelden aan besteed werden en hoe de financiering na de gesubsidieerde periode geregeld zou zijn.
  • *Sluitende en gespecificeerde begroting.* Deze moest worden opgesteld conform het "Format begroting projectsubsidies provincie Limburg", een vast provinciaal sjabloon.
  • Het standaard aanvraagformulier zelf, dat rechtsgeldig ondertekend moest zijn.

Behandelvolgorde

  • Aanvragen werden behandeld in volgorde van binnenkomst.
  • Bepalend was de datum van de poststempel. Bij persoonlijk aangeleverde aanvragen gold de ontvangststempel van de provincie Limburg, of de datum van het verkregen ontvangstbewijs.
  • Bij onvolledig ingediende aanvragen gold de datum waarop de aanvraag volledig was als peildatum, niet de datum van de eerste (onvolledige) indiening.

Advies vooraf

De toelichting bij de regeling gaf aan dat het, vanwege de complexiteit van het economische beleidsterrein, sterk werd aanbevolen om vóór het indienen van de aanvraag in overleg te treden met medewerkers van het cluster Economie en Innovatie van de provincie, om te komen tot een goed onderbouwde en volledige aanvraag.

Subsidieplafond

Voor het onderdeel 45plus stelden Gedeputeerde Staten een apart subsidieplafond vast, verdeeld over jaartranches; de verdeling gebeurde op basis van het tijdstip waarop een aanvraag volledig was. Bij meerdere volledige aanvragen op dezelfde datum die niet allemaal binnen het plafond konden worden gehonoreerd, vond prioritering plaats door Gedeputeerde Staten. Aanvragen ingediend na het bereiken van het plafond werden afgewezen.

Omdat de regeling nu vervallen is, is geen van deze stappen meer van toepassing op nieuwe aanvragen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Deze regeling is vervallen, dus er loopt nu geen actief beoordelings- of uitbetalingsproces meer. De onderstaande informatie beschrijft hoe dit destijds georganiseerd was, uitsluitend ter achtergrond.

Beoordeling

  • Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg beoordeelden de aanvragen en besloten over subsidieverlening.
  • Aanvragen werden behandeld in volgorde van binnenkomst (op basis van poststempel, ontvangststempel, of de datum waarop een aanvraag volledig was).
  • Voor het 45plus-onderdeel gold een subsidieplafond per jaartranche; bij overschrijding van het plafond op één datum vond prioritering plaats door Gedeputeerde Staten, en werden aanvragen na het bereiken van het plafond afgewezen.

Bevoorschotting en uitbetaling

Voor het 45plus-onderdeel is dit concreet uitgewerkt: bij subsidies vanaf € 25.000 vond bevoorschotting plaats bij honorering van de subsidie. Dit voorschot bestond uit 100% van de basissubsidie plus 50% van de in de aanvraag beargumenteerde plaatsingsresultaten.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • *Meldingsplicht:* de subsidieontvanger moest onverwijld schriftelijk melden aan Gedeputeerde Staten zodra aannemelijk was dat de gesubsidieerde activiteiten niet, of niet geheel, zouden worden uitgevoerd, of dat niet (volledig) aan de wettelijke en in de beschikking opgenomen verplichtingen of voorwaarden zou worden voldaan. Deze melding kon leiden tot wijziging van het subsidiebedrag ten nadele van de ontvanger.
  • Voor het 45plus-onderdeel gold een harde looptijd-eis: het project moest binnen 3 maanden na subsidieverlening starten (in de versie van 2013) en binnen 15 maanden na subsidieverlening leiden tot resultaat in termen van plaatsing, met een uiterlijke einddatum (31 december 2015 in de 2013-versie, 31 december 2016 in de 2014-versie).
  • Resultaten moesten voor dit onderdeel meetbaar en controleerbaar zijn in termen van daadwerkelijke plaatsing van deelnemers naar werk.

Omdat de regeling is vervallen, zijn deze bepalingen nu niet meer van toepassing op nieuwe gevallen; ze golden alleen voor lopende of afgeronde dossiers uit de periode dat de regeling actief was.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 11 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 3 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidie Bevordering economie en concurrentiekracht (Nadere subsidieregels ter bevordering van de economie en concurrentiekracht 2013 e.v.) (vervallen). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Limburg. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.