Subsidieregeling praktijkleren
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ook bekend als Subsidieregeling praktijkleren BES, Praktijkleren Caribisch Nederland
Wat is de Subsidieregeling praktijkleren?
De Subsidieregeling praktijkleren is een tegemoetkoming voor werkgevers die een praktijk- of werkleerplaats aanbieden aan leerlingen, studenten, promovendi of technologisch ontwerpers in opleiding (toio's). Je krijgt een bijdrage in de kosten die je maakt voor de begeleiding, of in de loon- of begeleidingskosten bij promovendi en toio's. Het doel is beter opgeleid personeel dat beter is voorbereid op de arbeidsmarkt, met extra aandacht voor sectoren met personeelstekorten, wetenschappelijk personeel en kwetsbare groepen.
De regeling is bedoeld voor werkgevers die begeleiding bieden aan: vmbo-leerlingen (leerwerktraject of entreeopleiding, 3e/4e leerjaar), mbo-bbl-studenten, hbo-studenten in een duaal of deeltijdtraject binnen bepaalde sectoren, leerlingen in het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs (laatste leerjaar), en promovendi of toio's die met een universiteit samenwerken.
Je krijgt maximaal € 2.800 per volledig gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats per studiejaar. Dit bedrag is een richtbedrag: het definitieve bedrag hangt af van het beschikbare budget en het totaal aantal goedgekeurde aanvragen.
Je vraagt de subsidie altijd achteraf aan, na afloop van de begeleiding in het school- of studiejaar. Voor studiejaar 2025-2026 kan dat van 2 juni 2026, 9:00 uur tot en met 17 september 2026, 17:00 uur, via het aanvraagportaal van RVO. Je logt in met eHerkenning niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3. Werk je met een intermediair, dan is een ketenmachtiging nodig.
RVO beoordeelt alle op tijd ingediende aanvragen en zet uiterlijk 30 december het besluit klaar in het portaal. Bij een positieve beslissing ontvang je het bedrag binnen twee weken op je rekening. De beschikking is direct de definitieve vaststelling; een aparte vaststelling hoef je niet aan te vragen.
Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling praktijkleren?
Of je in aanmerking komt, hangt af van het type opleiding dat je begeleidt. Er gelden voor elke onderwijscategorie eigen knock-outeisen. Val je buiten deze categorieën, dan krijg je geen subsidie.
Algemene knock-outs (alle categorieën)
- Je bent werkgever en biedt een praktijk- of werkleerplaats aan (geen uitzendkracht die je uitleent aan een andere organisatie: die begeleiding telt niet).
- Je vraagt aan na afloop van de begeleiding in het school- of studiejaar, niet vooraf of tijdens.
- Je hebt een geldige, door alle partijen ondertekende (praktijkleer/leerwerk/stage)overeenkomst.
- Je beschikt over een aanwezigheids- en begeleidingsadministratie per leerling of student.
- Alleen de weken/maanden waarin daadwerkelijk begeleiding is gegeven tellen mee; weken van volledige afwezigheid (ziekte, verlof, vakantie) vallen af.
Mbo
- Alleen de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) komt in aanmerking. Bol, de derde leerweg (ovo), EVC-trajecten en losse keuzedelen vallen af.
- Je bedrijf is erkend leerbedrijf bij SBB voor de betreffende opleiding.
- Minimaal 610 klokuren praktijk per studiejaar (naar rato bij kortere periode).
- De opleiding staat in het Crebo, is gericht op een volledig diploma en de onderwijsinstelling biedt minimaal 200 begeleide onderwijsuren per studiejaar.
- De student staat ingeschreven in het ROD van DUO.
Vmbo
- Alleen leerlingen in het 3e of 4e leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg, ingericht als leerwerktraject of entreeopleiding. Andere leerjaren of leerwegen vallen af.
- Erkend leerbedrijf bij SBB voor vmbo.
- Minimaal 640 klokuren (leerwerktraject, max. 1.280) of 610 klokuren (entreeopleiding) per schooljaar.
Praktijkonderwijs en vso
- Alleen het laatste leerjaar komt in aanmerking.
- Leerling volgt minimaal 1 dag per week binnenschools onderwijs en maximaal 4 stagedagen per week.
- Erkend leerbedrijf bij SBB, minimaal 640 klokuren stage.
- Bij vso: uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht, of leerwerktraject/entreeopleiding binnen vervolgonderwijs.
Hbo
- Alleen duale of deeltijdtrajecten; voltijdopleidingen vallen af.
- Opleiding valt binnen techniek, landbouw en natuurlijke omgeving, gezondheidszorg, of gedrag en maatschappij. Andere sectoren vallen af.
- Het praktijkdeel moet een verplicht onderdeel van de opleiding zijn; deeltijdopleidingen zonder verplichte beroepsuitoefening vallen af.
- Opleiding staat in het Overzicht Erkenningen ho, gericht op een volledig diploma.
- Non-formele opleidingen (zoals brancheopleidingen) komen nooit in aanmerking, ook niet als ze in het NLQF zijn ingeschaald.
Promovendi en toio's
- De begeleidende universiteit moet een van de met naam genoemde openbare of bijzondere universiteiten zijn. Bijzondere universiteiten, academische ziekenhuizen en de genoemde privaatrechtelijke onderzoeksorganisaties vallen af.
- Er is een geldige overeenkomst tussen werkgever en kennisinstelling met daarin de financiering van de loonkosten geregeld.
Val je in een van deze categorieën, dan vraag je aan via het aanvraagportaal met eHerkenning niveau 3 (met machtiging RVO-diensten eH3). Zonder correcte eHerkenning kun je niet aanvragen.
Waarvoor krijg je subsidie?
De Subsidieregeling praktijkleren vergoedt geen concrete kostenposten zoals facturen of loonstroken die je moet declareren. In plaats daarvan krijg je een vast bedrag per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats, als tegemoetkoming voor de begeleidingsinspanning die je als werkgever levert. Er is dus geen declaratiesysteem met tarieven per kostensoort zoals bij veel andere subsidies; het bedrag wordt berekend op basis van weken of maanden begeleiding, niet op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten.
Begeleidingskosten leerlingen en studenten (vmbo, mbo-bbl, hbo, pro, vso)
Voor deze categorieën is de subsidie een tegemoetkoming in de begeleidingskosten die je als werkgever maakt tijdens de beroepspraktijkvorming (BPV). Het gaat om de tijd en inspanning die je praktijkbegeleider of leermeester besteedt aan het begeleiden van de leerling of student, niet om een specifiek uurtarief of gedeclareerde kostenpost. De rekenregel is gebaseerd op het aantal weken waarin daadwerkelijk begeleiding is gegeven:
- Vmbo, pro, vso, mbo-bbl: aantal weken begeleiding gedeeld door 40 (het maximum), vermenigvuldigd met € 2.800.
- Hbo: aantal weken begeleiding gedeeld door 42 (het maximum), vermenigvuldigd met € 2.800.
Weken waarin de leerling of student volledig afwezig was, bijvoorbeeld door ziekte, verlof of vakantie, tellen niet mee. Het maakt voor de resterende weken niet uit hoeveel uren of dagen per week de leerling aanwezig was, zolang de wettelijke urennorm voor de BPV in de subsidieperiode is gehaald.
Urennormen per categorie
- Mbo-bbl: minimaal 610 klokuren per studiejaar (naar rato bij kortere periode).
- Vmbo leerwerktraject: minimaal 640 en maximaal 1.280 klokuren per schooljaar.
- Vmbo entreeopleiding: minimaal 610 klokuren.
- Praktijkonderwijs en vso: minimaal 640 klokuren.
- Hbo: geen apart minimum aantal klokuren genoemd, wel een minimum van 42 weken begeleiding voor het volledige subsidiebedrag.
Loon- of begeleidingskosten promovendi en toio's
Voor promovendi en toio's is de subsidie wél expliciet een tegemoetkoming in de loonkosten (als de werkgever de promovendus of toio in dienst heeft, of de loonkosten financiert via een overeenkomst met de universiteit) of in de begeleidingskosten (als de universiteit de begeleiding verzorgt). De rekenregel:
- Aantal maanden gewerkt aan het onderzoek of de ontwerpopdracht (maximaal 12 per studiejaar) gedeeld door 12, vermenigvuldigd met het aantal contracturen per week (maximaal 36) gedeeld door 36, vermenigvuldigd met € 2.800.
Extra subsidie klimaat- en energietransitie (alleen mbo)
Voor mbo-studenten in een opleiding die in bijlage 4 van de regeling staat en die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie, komt er automatisch een extra bedrag bovenop de reguliere subsidie: maximaal € 500 per volledige leerplaats van 40 weken begeleiding. Dit is alleen mogelijk als de praktijkleerplaats al voor de reguliere subsidie in aanmerking komt; het is geen aparte kostenpost maar een opslag op hetzelfde begeleidingsbedrag.
Wat NIET voor subsidie in aanmerking komt
- Begeleiding van studenten in de beroepsopleidende leerweg (bol), de derde leerweg (ovo), EVC-trajecten of losse keuzedelen bij mbo.
- Begeleiding van hbo-studenten in een voltijdopleiding, of in een deeltijdtraject buiten de sectoren techniek, landbouw en natuurlijke omgeving, gezondheidszorg, of gedrag en maatschappij.
- Non-formele opleidingen (zoals brancheopleidingen), ook niet als deze in het NLQF zijn ingeschaald op een niveau vergelijkbaar met formele opleidingen.
- Weken waarin geen daadwerkelijke begeleiding heeft plaatsgevonden, ook al staat de leerling formeel ingeschreven.
- Begeleiding door uitzend- of detacheringsbureaus van werknemers die zij uitlenen aan een andere (inlenende) organisatie: alleen begeleiding in het eigen bedrijf van het uitzendbureau zelf telt mee.
- Kosten gerelateerd aan studievertraging: de subsidie geldt alleen voor de nominale duur van de opleiding.
Cumulatie met andere subsidieregelingen is toegestaan; de regeling zelf bevat geen bepaling die dit uitsluit. Let wel op eventuele cumulatiebeperkingen in andere regelingen zelf.
Hoeveel subsidie krijg je?
Je krijgt maximaal € 2.800 per volledig gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats per studiejaar. Dit is een richtbedrag: het definitieve bedrag per plek wordt pas na de sluitingsdatum berekend op basis van het beschikbare budget en het totaal aantal goedgekeurde aanvragen per onderwijscategorie. Vraagt de hele categorie meer subsidie aan dan er budget is, dan wordt het bedrag van € 2.800 naar beneden bijgesteld en evenredig verdeeld. Je kunt aan de vastgestelde bedragen op de website dus geen rechten ontlenen.
Hoe de berekening werkt
Voor vmbo, pro, vso en mbo-bbl: aantal weken begeleiding (max. 40 weken per studiejaar) gedeeld door 40, vermenigvuldigd met € 2.800. Voorbeeld: 20 weken begeleiding = 20/40 x € 2.800 = € 1.400.
Voor hbo geldt hetzelfde principe, maar met een maximum van 42 weken: aantal weken gedeeld door 42, vermenigvuldigd met € 2.800. Voorbeeld: 21 weken begeleiding = 50% van € 2.800.
Voor promovendi en toio's: aantal maanden onderzoek/opleiding (max. 12 per studiejaar) gedeeld door 12, vermenigvuldigd met aantal contracturen per week (max. 36) gedeeld door 36, vermenigvuldigd met € 2.800. Voorbeeld: 6 maanden bij 18 uur per week = 6/12 x 18/36 x € 2.800 = € 700.
Het subsidiebedrag geldt per volledige nominale duur van de opleiding: je krijgt dus nooit meer dan het maximum voor de nominale studieduur, ook niet bij studievertraging.
Budget per onderwijscategorie (studiejaar 2025-2026)
- Vmbo/vso/pro: € 1.000.000
- Mbo: € 259.317.000
- Hbo: € 22.000.000
- Wo: € 2.200.000
Extra subsidie klimaat- en energietransitie (alleen mbo)
Begeleid je een mbo-student in een opleiding die in bijlage 4 van de regeling staat vermeld en die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie? Dan krijg je bovenop de reguliere subsidie automatisch een extra bedrag van maximaal € 500 per volledige leerplaats (40 weken begeleiding). Voor 2025-2026 is hiervoor € 7 miljoen beschikbaar. Ook dit bedrag wordt naar rato herberekend op basis van het aantal goedgekeurde aanvragen en het beschikbare budget; je hoeft er zelf niets voor te doen, het wordt automatisch meegenomen als de opleidingscode in bijlage 4 staat.
Let op: alle genoemde bedragen zijn onder voorbehoud van goedkeuring van de 1e wijzigingsbegroting door de Eerste en Tweede Kamer.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2025-2026 | 2 jun 2026 | 17 sep 2026 | € 7 mln | - |
| 2025/2026 | - | 17 sep 2026 | - | - |
| 2026-2027 | 1 aug 2026 | - | € 8 mln | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidieregeling praktijkleren?
De voorwaarden vallen uiteen in knock-outeisen (harde eisen waarop je afvalt) en administratieve verplichtingen die je na toekenning moet blijven naleven. Er is geen inhoudelijke kwaliteitsbeoordeling of puntensysteem: RVO beoordeelt of je aan de voorwaarden voldoet, en verdeelt bij overvraag het budget evenredig over alle tijdig ingediende, volledige aanvragen binnen een onderwijscategorie. Het gaat dus niet om "wie het beste plan heeft", maar om "wie aan de eisen voldoet en op tijd heeft ingediend".
Mbo: alleen bbl-studenten, erkend leerbedrijf bij SBB, opleiding in het Crebo gericht op een volledig diploma, minimaal 200 begeleide onderwijsuren per studiejaar door de onderwijsinstelling, minimaal 610 klokuren praktijk, inschrijving in het ROD van DUO.
Vmbo: alleen 3e/4e leerjaar basisberoepsgerichte leerweg (leerwerktraject of entreeopleiding), erkend leerbedrijf bij SBB, 610-1.280 klokuren afhankelijk van het traject, inschrijving in het ROD.
Praktijkonderwijs/vso: alleen laatste leerjaar, erkend leerbedrijf, minimaal 640 klokuren, maximaal 4 stagedagen en minimaal 1 dag binnenschools onderwijs per week, inschrijving in het ROD.
Hbo: alleen duaal/deeltijd, opleiding in de sectoren techniek, landbouw en natuurlijke omgeving, gezondheidszorg of gedrag en maatschappij, praktijkdeel verplicht onderdeel van de opleiding, opleiding in het Overzicht Erkenningen ho, inschrijving in het ROD.
Promovendi/toio's: begeleidende universiteit moet op de limitatieve lijst staan, geldige overeenkomst met afspraken over financiering van loon- of begeleidingskosten.
Administratieve eisen die gelden als voorwaarde voor subsidie
Voor alle categorieën geldt dat je moet beschikken over:
- Een geldige en volledig ondertekende overeenkomst (praktijkleerovereenkomst, leerwerkovereenkomst of stageovereenkomst, afhankelijk van de categorie). Deze wordt opgesteld door de onderwijsinstelling en getekend door het leerbedrijf, het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling, de leerling/student, en (bij minderjarigen) de wettelijke vertegenwoordiger.
- Een aanwezigheidsregistratie op dag- of weekbasis. Aanwezigheidsuren op school gelden niet als bewijs; het moet gaan om aanwezigheid bij de beroepspraktijkvorming.
- Een begeleidingsadministratie waaruit blijkt dat er daadwerkelijk begeleiding heeft plaatsgevonden en hoe de leerdoelen zijn behaald, bijvoorbeeld via een BPV-werkboek, opdrachten of evaluatieverslagen.
- Bij een mbo-student die een beveiligersopleiding volgt: een kopie van de geldige legitimatiepas (groen of grijs).
RVO neemt alle tijdig ingediende, complete aanvragen in behandeling; er is geen "wie het eerst komt, het eerst maalt"-systeem binnen de aanvraagperiode. Wel geldt: is er meer subsidie aangevraagd dan er budget is binnen een onderwijscategorie, dan verdeelt RVO het budget evenredig over de ingediende aanvragen. Concreet betekent dit dat het richtbedrag van € 2.800 (of € 500 voor de klimaat/energie-toeslag) naar beneden wordt bijgesteld voor iedereen in die categorie. Er zijn geen aparte beoordelingscriteria met wegingsfactoren; de check is puur of aan de voorwaarden is voldaan.
Wat je ná toekenning moet doen
- Bewaarplicht: je moet de relevante documenten (overeenkomst, aanwezigheids- en begeleidingsadministratie) 5 jaar bewaren na het studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt.
- Je moet de administratie op verzoek kunnen tonen; RVO voert steekproefsgewijs controles uit tussen januari en oktober na het besluit.
- De bewijslast ligt bij jou als werkgever: je moet per leerling of student kunnen aantonen dat aan de voorwaarden is voldaan.
- Blijkt bij controle dat niet aan de voorwaarden is voldaan (bijvoorbeeld: weken zonder daadwerkelijke begeleiding toch opgevoerd), dan vordert RVO de ten onrechte uitbetaalde subsidie terug.
- Er is geen aparte vaststellingsaanvraag nodig: de beschikking die je ontvangt, is direct de vaststelling.
- Als de leerling of student tussentijds stopt (bijvoorbeeld door een mismatch of ziekte), kun je nog steeds subsidie aanvragen voor de weken waarin je daadwerkelijk begeleiding hebt gegeven. Weken zonder begeleiding, bijvoorbeeld tijdens zwangerschapsverlof, komen niet in aanmerking, maar hervat je de begeleiding later, dan bouw je weer subsidie op tot het maximum.
- Bij een bedrijfsfusie, -overname of wijziging van rechtsvorm kan de nieuwe entiteit de subsidie aanvragen over de gehele begeleidingsperiode, omdat het in de kern om dezelfde leerwerkplaats gaat.
Let op: dit is een aanvraag achteraf. Je kunt nooit vooraf subsidie "reserveren"; je vraagt pas aan nadat de begeleiding in het studiejaar is afgerond.
Hoe vraag je de Subsidieregeling praktijkleren aan?
Je dient de aanvraag altijd achteraf in, na afloop van de begeleiding in het school- of studiejaar. Voor studiejaar 2025-2026 kan dat van 2 juni 2026, 9:00 uur tot en met 17 september 2026, 17:00 uur, via het digitale aanvraagportaal van RVO. Begin al vanaf april met je voorbereiding: zorg dat je eHerkenning op orde is en je administratie compleet is, want je kunt pas indienen als de begeleidingsperiode echt is afgelopen (bijvoorbeeld: loopt de begeleiding tot en met 31 juli, dan kun je pas na die datum indienen, eerder indienen met die einddatum wordt niet geaccepteerd).
Wat je vooraf nodig hebt
- eHerkenning niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3. Vraag dit ruim op tijd aan.
- Als je een intermediair inschakelt, of zelf als intermediair voor een ander bedrijf aanvraagt: een ketenmachtiging. Dit kan enkele weken duren, dus regel dit tijdig.
- Per leerling of student: de ondertekende (praktijkleer/leerwerk/stage)overeenkomst, getekend door het leerbedrijf, de onderwijsinstelling en de leerling/student (en bij minderjarigheid de wettelijke vertegenwoordiger).
- Je aanwezigheids- en begeleidingsadministratie, bijvoorbeeld ingevuld met de formats "Urenverantwoording BPV" (mbo/vmbo/vso/pro of hbo) of de "Verklaring BPV", ondertekend door de praktijkbegeleider en de leerling/student (bij de verklaring: ook door de begeleider vanuit de onderwijsinstelling). Gebruik van deze formats is niet verplicht; je eigen administratie mag ook, zolang die dezelfde informatie bevat.
Stap 1: Startpagina
Na inloggen met eHerkenning zie je algemene informatie over het aanvraagproces en kun je de xlsx-bestanden downloaden om meerdere studenten in één keer op te voeren.
Stap 2: Uw gegevens
Je selecteert de contactpersoon en controleert het rekeningnummer. Je kiest hier ook voor welke onderwijscategorieën je een aanvraag indient; meerdere categorieën in één aanvraag is mogelijk.
Stap 3: Leerbedrijven
Deze stap geldt niet voor hbo en promovendi/toio's. Je ziet een lijst met leerbedrijven die volgens SBB bij je KVK-nummer horen; ontbreekt een leerbedrijf, dan voeg je het handmatig toe. Zorg dat je leerbedrijfgegevens (vooral het KVK-nummer) vooraf correct staan bij SBB, via MijnSBB.
Stap 4: Studenten
Je voert per onderwijscategorie de leerlingen of studenten op. Bij mbo worden de gegevens automatisch aangevuld op basis van het BSN, mits er bij DUO een BPV-registratie bekend is. Klopt de registratie niet of ontbreekt die, dan kun je de student handmatig opvoeren, al kan dit tot een melding leiden. Voor grotere aantallen gebruik je het bijbehorende xlsx-bestand per onderwijscategorie (mbo, vmbo, pro, vso arbeidsmarktgericht, vso vervolgonderwijs, hbo, of promovendi/toio). Gebruik alleen de actuele bestanden van het lopende studiejaar; oudere bestanden werken niet. Je kunt per aanvraag maximaal 600 studenten opvoeren; heb je er meer, verdeel ze dan over minimaal twee aanvragen.
Let bij mbo op: heeft een student meerdere BPV-periodes in hetzelfde studiejaar (bijvoorbeeld door een niveauwissel), voer die dan apart op via de kolommen voor periode 1, 2 en eventueel 3.
Stap 5: Controleren en indienen
Je controleert je aanvraag, kunt de conceptversie als pdf downloaden, en geeft de verplichte verklaringen af (onder andere over de bewaartermijn van 5 jaar) voordat je definitief indient. Na indiening krijg je een zaaknummer en een notificatiemail ter bevestiging; controleer of je deze hebt ontvangen.
Aandachtspunten
- Het hele proces is digitaal; RVO stuurt geen papieren post.
- Vraag je aan voor meerdere vestigingen onder hetzelfde KVK-nummer, dan kan dat in één aanvraag zonder ketenmachtiging. Gaat het om aparte KVK-nummers, dan is per bedrijf een aparte aanvraag nodig, eventueel via één intermediair met ketenmachtiging.
- Loopt de begeleiding over meerdere studiejaren door, dan dien je elk jaar opnieuw een aanvraag in voor de begeleiding die in dát studiejaar is gegeven.
Voor de Caribisch Nederland-variant (Bonaire) gelden een andere aanvraagperiode (1 tot en met 17 september 2026) en fysieke inleverlocaties in Kralendijk; deze openstelling staat volgens het loket op het moment van schrijven als tijdelijk gesloten vermeld.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
RVO beoordeelt je aanvraag. Bij de beoordeling worden gegevens van DUO (informatie over de student), SBB (informatie over de erkenning als leerbedrijf) en KVK (informatie over je bedrijf) gebruikt om te controleren of je aanvraag klopt.
Doorlooptijd en besluit
De beoordelingsperiode loopt van augustus tot en met december. RVO neemt uiterlijk 30 december een besluit over je aanvraag en zet dit klaar in het aanvraagportaal. Je ontvangt hiervan een notificatiemail. Heeft een intermediair je aanvraag ingediend, dan krijgt de intermediair deze mail en heeft die inzage in de beslissing.
Belangrijk: RVO kan pas het definitieve subsidiebedrag per volledige praktijkleerplaats vaststellen nadat alle aanvragen binnen een onderwijscategorie zijn beoordeeld. Pas dan wordt duidelijk of het richtbedrag van € 2.800 gehandhaafd blijft, of naar beneden wordt bijgesteld omdat er meer is aangevraagd dan er budget is.
Uitbetaling
Is de beslissing positief, dan ontvang je het bedrag binnen 2 weken op je bankrekening. Op je dagafschrift herken je de betaling aan het zaaknummer van je aanvraag (in het formaat PLXXXXXXXX). Zorg dat je financiële administratie hiervan tijdig op de hoogte is.
Geen aparte vaststelling nodig
De beschikking die je ontvangt, is direct de vaststelling van de subsidie. Je hoeft dus geen aparte vaststellingsaanvraag in te dienen zoals bij sommige andere regelingen gebruikelijk is; er volgt geen tussentijds voorschot gevolgd door een eindafrekening. Je krijgt in één keer het definitieve bedrag.
Verplichtingen tijdens en na de looptijd
Ook na uitbetaling blijven verplichtingen gelden:
- Bewaarplicht: je bewaart de overeenkomst, aanwezigheidsadministratie en begeleidingsadministratie 5 jaar na het studiejaar waarvoor de subsidie is verstrekt.
- Controle: RVO voert van januari tot en met oktober na de uitbetaling steekproefsgewijze controles uit. Daarbij wordt gecontroleerd of de vereiste administratie aanwezig is en of in de aangevraagde weken of maanden daadwerkelijk begeleiding is gegeven.
- De bewijslast ligt bij jou: je moet de administratie per leerling of student kunnen tonen als RVO daarom vraagt.
- Blijkt bij controle dat niet aan de voorwaarden is voldaan, bijvoorbeeld doordat weken zonder daadwerkelijke begeleiding toch zijn opgevoerd, dan vordert RVO de ten onrechte uitbetaalde subsidie terug.
Loopt de begeleiding door in een volgend studiejaar?
Dan is dit besluit alleen definitief voor het studiejaar waarover je hebt aangevraagd. Voor de begeleiding in het volgende studiejaar dien je opnieuw, jaarlijks, een aparte aanvraag in na afloop van dat studiejaar.
Voor de Caribisch Nederland-variant geldt een afwijkende termijn: RVO neemt daar uiterlijk 1 november een besluit en betaalt bij een positieve beslissing uiterlijk medio november uit, in Amerikaanse dollars tegen de koers die jaarlijks per 1 januari wordt vastgesteld.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 21 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- PapiamentuDownloadPDF · 4 pagina's
En nog 13 andere bestanden in het dossier.
Veelgestelde vragen over de Subsidieregeling praktijkleren
Wat vul ik in als einddatum in het aanvraagformulier 2026?
Het studiejaar verschilt per onderwijscategorie: voor vmbo, VSO, PRO, entree in vmbo en mbo loopt het van 1 augustus tot en met 31 juli, en voor hbo, promovendi en toio's van 1 september tot en met 31 augustus. U vraagt de subsidie aan na afloop van de begeleiding. Bij mbo wordt de juiste begin- en einddatum automatisch opgehaald uit het Register Onderwijsdeelnemers van DUO. Bij andere categorieën vult u dit zelf in, en u kunt pas indienen na de einddatum van de begeleiding.
Hoe dien ik een aanvraag in als de begeleiding van een student over meerdere studiejaren loopt?
U dient de aanvraag in per studiejaar, per leerling/student en per opleiding. Vmbo/mbo-studiejaren lopen van 1 augustus tot en met 31 juli, en hbo/promovendi/toio-studiejaren van 1 september tot en met 31 augustus. Voor elk studiejaar geeft u het aantal weken begeleiding op dat in dat jaar heeft plaatsgevonden, waarbij weken van ziekte en verlof niet meetellen.
Kan ik zonder burgerservicenummer (bsn) van de student een aanvraag indienen?
Ja, als een student geen bsn heeft, bijvoorbeeld een buitenlandse student, kan de aanvraag ook worden gedaan met een onderwijsnummer van DUO. Dit is niet mogelijk voor wo-studenten (promovendi en toio's).
Hoe kan ik als werkgever de begeleide onderwijsuren en de uren beroepspraktijkvorming aantonen?
Uit uw aanwezigheidsadministratie moet blijken of de student aanwezig is geweest bij de beroepspraktijkvorming. Daarnaast moet de onderwijsinstelling kunnen aantonen dat de student aanwezig is geweest bij de begeleide onderwijsuren. In alle gevallen moet een aanwezigheidsregistratie worden bijgehouden die u beschikbaar kunt stellen ter verantwoording.
Wie mag subsidie aanvragen bij een bedrijfsfusie, -overname of wijziging van rechtsvorm?
Als uw ondernemingsvorm is gewijzigd, kan de nieuwe entiteit aanvragen over de gehele periode, omdat het in feite om dezelfde leerwerkplaats gaat. Bij overname of fusie geldt hetzelfde: de nieuwe eigenaar of entiteit kan de subsidie aanvragen over de gehele periode en beschikt dan ook over de praktijkleren-administratie.
Hoe berekent RVO de hoogte van de subsidie?
Voor vmbo, pro, vso en mbo-bbl geldt het aantal weken praktijkbegeleiding (max. 40 weken per studiejaar) gedeeld door 40, vermenigvuldigd met € 2.800. Bij hbo is dit maximaal 42 weken gedeeld door 42, vermenigvuldigd met € 2.800. Voor promovendi en toio's geldt het aantal maanden onderzoek gedeeld door 12, vermenigvuldigd met het aantal uren per week (max. 36) gedeeld door 36, vermenigvuldigd met € 2.800. Het bedrag van € 2.800 wordt verlaagd als er meer subsidie wordt aangevraagd dan het beschikbare budget in een categorie.
Kan ik subsidie aanvragen bij minder dan 40 weken begeleiding in het studiejaar?
Ja, ook voor een kortere begeleidingsperiode kunt u subsidie aanvragen. U moet dan wel naar rato voldoen aan de urennorm. Bijvoorbeeld bij 20 weken begeleiding: 20 gedeeld door 40 is 0,5, dus 0,5 x € 2.800 = € 1.400.
Wat is de beroepspraktijkvorming urennorm en wat geldt er bij een kortere begeleidingsperiode?
Bij begeleiding gedurende het hele studiejaar moet de BPV minimaal 610 klokuren omvatten voor mbo-studenten en minimaal 640 uur voor vmbo/PRO/VSO-leerlingen. Bij een kortere begeleidingsperiode wordt naar verhouding gekeken, bijvoorbeeld bij 6 maanden begeleiding minimaal 6/12 x 610 = 305 klokuren voor mbo of 6/12 x 640 = 320 klokuren voor vmbo/PRO/VSO.
Hoe gaat RVO om met de nominale duur van de opleiding?
Het ministerie verstrekt subsidie alleen voor de nominale duur van de opleiding, gerelateerd aan het aantal jaar van de opleiding. Vertraging waardoor de nominale duur wordt overschreden is niet subsidiabel. Bij tussentijds stopzetten, zoals door zwangerschapsverlof, verandert de nominale duur niet, maar kunt u tijdens het verlof geen subsidie aanvragen omdat er geen praktijkbegeleiding is.
Wat gebeurt er met de subsidie als een student doorstroomt naar een opleiding op een hoger niveau?
Vanaf de start van de nieuwe, hogere opleiding gaat de nominale duur van die opleiding opnieuw in. De werkgever krijgt, als aan de voorwaarden wordt voldaan, een tegemoetkoming voor maximaal de nominale duur van de nieuwe opleiding, totdat de student zijn diploma haalt en wordt uitgeschreven. Dit geldt ook bij doorstroom van niveau 1 naar 2, en niveau 2 naar 3.
Vallen EVC-trajecten en maatwerktrajecten onder de Subsidieregeling praktijkleren?
EVC-trajecten vallen niet onder de subsidieregeling. Een mbo-bbl-opleiding die wordt gevolgd na een EVC-traject kan wel subsidie krijgen als deze volledig aan de eisen voldoet. Een maatwerktraject komt alleen voor subsidie in aanmerking als het traject volledig aan de eisen van een mbo-bbl-opleiding en de regeling voldoet.
Kan een uitzendbureau of detacheringsbureau aanspraak maken op de Subsidieregeling praktijkleren?
Een uitzendbureau of detacheringsbureau kan voor zichzelf subsidie aanvragen als het een erkend leerbedrijf is en de student zelf begeleidt in het eigen bedrijf. Voor werknemers die worden uitgezonden of gedetacheerd bij andere organisaties kan het bureau geen subsidie aanvragen, omdat de inlenende organisatie de begeleiding doet.
Mag ik meerdere opleidingssubsidies combineren of stapelen?
Ja, cumulatie is mogelijk. De regeling bevat geen bepalingen die dit uitsluiten. Let er wel op dat dit bij andere regelingen mogelijk wel is uitgesloten.
Kan een deel van de 200 uurnorm voor begeleide onderwijsuren worden ingevuld met e-learning?
Over e-learning als onderdeel van het onderwijsprogramma zijn op dit moment onvoldoende goede voorbeelden bekend die aan de wettelijke eisen voldoen. De onderwijsinstelling is verantwoordelijk voor een kwalitatief goed onderwijsprogramma, waarvan praktijkleren een belangrijk onderdeel is.
Blijf ik recht houden op subsidie als de student stopt met de praktijkopleiding bij mij?
Ja, als de student besluit te stoppen met de beroepspraktijkvorming bij uw bedrijf, blijft u in aanmerking komen voor subsidie over de weken waarin u wel begeleiding heeft gegeven. De einddatum van uw aanvraag is dan de datum waarop de student stopte met werken in de BPV bij uw bedrijf.
Hoe vraag ik subsidie aan als de BPV van de student doorloopt in het volgende schooljaar?
U vraagt de subsidie per studiejaar aan. Dit betekent dat u eerst een aanvraag indient voor de weken begeleiding in het eerste schooljaar van de BPV, en vervolgens in het volgende schooljaar opnieuw een aanvraag indient voor de weken begeleiding die u in dat schooljaar heeft gegeven.
Is er een minimum of maximum aantal BBL-studenten per bedrijf waarvoor ik subsidie kan aanvragen?
Nee, er is geen minimum of maximum aantal studenten. Een belangrijke voorwaarde is wel dat uw bedrijf de capaciteit heeft om de studenten in de praktijk te begeleiden.
Kan ik aanspraak maken op subsidie voor meerdere studenten in één aanvraag?
Ja, u kunt meerdere studenten toevoegen aan het aanvraagformulier. Voor elke student moet u wel een praktijkovereenkomst en het formulier voor aanwezigheid en taken (urenverantwoording) aanleveren.
Kom ik nog in aanmerking voor subsidie als mijn leerbedrijf niet is erkend door de ROA (Caribisch Nederland)?
Nee, uw bedrijf moet een erkend leerbedrijf zijn en de student moet in de praktijk worden begeleid door een erkende praktijkbegeleider of leermeester.
Zijn er kosten verbonden aan de erkenningsprocedure en trainingen van praktijkbegeleiders bij de ROA (Caribisch Nederland)?
Nee, hieraan zijn geen kosten verbonden. De ROA organiseert regelmatig trainingen; hiervoor kunt u contact opnemen met de ROA.
Komen bedrijven die gebruikmaken van 'vliegende leermeesters' ook in aanmerking voor subsidie (Caribisch Nederland)?
Ja, deze bedrijven komen ook in aanmerking voor subsidie.
Welke sectoren komen in aanmerking voor de hbo-subsidie?
Het gaat om hbo-opleidingen binnen de sectoren techniek, landbouw en natuurlijke omgeving, gezondheidszorg, of gedrag en maatschappij. De opleiding moet een duaal- of deeltijdtraject zijn, gericht op een volledig diploma, met het praktijkdeel als verplicht onderdeel.
Kom ik in aanmerking voor subsidie als ik een student met een buitenlandse opleiding begeleid?
Ja, als Nederlandse werkgever kunt u mogelijk aanspraak maken op de subsidie voor een student met een buitenlandse (duaal/deeltijd) opleiding in de betreffende sectoren. U vraagt dan bij DUO een verklaring aan waaruit blijkt dat de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding, en heeft deze verklaring nodig bij het indienen van de subsidieaanvraag.
Wanneer komt een mbo-student in aanmerking voor de extra subsidie voor klimaat- en energietransitie?
U komt in aanmerking als u een mbo-student begeleidt die een opleiding volgt die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie en die is opgenomen in bijlage 4 van de regeling. U krijgt alleen extra subsidie als de praktijkleerplaats ook in aanmerking komt voor de reguliere subsidie praktijkleren. De extra subsidie wordt automatisch aangevraagd als u subsidie aanvraagt voor een student met een opleidingscode uit die bijlage.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidieregeling praktijkleren. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Subsidieregeling praktijklerenrvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.