Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Fysieke investeringen leefbaar platteland

Provincie Overijssel

Ook bekend als Activiteit A, Activiteit B, Activiteit C, Gebied Engbertsdijksvenen

Wat is de Fysieke investeringen leefbaar platteland?

Deze subsidie is bedoeld voor fysieke investeringen die een dorp leefbaar houden: denk aan voorzieningen, ontmoetingsplekken of andere bouwkundige aanpassingen die bijdragen aan wonen, werken en samenleven op het platteland. Let op: voor Activiteit C (Gebied Engbertsdijksvenen) is het budget al ruim overschreden. Het loket adviseert bij vragen contact op te nemen met het Overijssel Loket.

De regeling kent drie varianten. Activiteit A is voor kleine projecten: één of meerdere fysieke maatregelen in een dorp, aan te vragen door een stichting, vereniging of coöperatie. Activiteit C is vergelijkbaar maar specifiek voor Gebied Engbertsdijksvenen (het Natura2000-gebied plus de dorpen Kloosterhaar, Sibculo, Westerhaar Vriezenveensewijk, De Pollen, West Geesteren, Bruinehaar en Langeveen). Activiteit B is voor grote, samenhangende projecten in en rond een dorp, en kan alleen door een Overijsselse gemeente worden aangevraagd.

Met "dorp" bedoelt de provincie een dorp met kern en buitengebied van maximaal 15.000 inwoners (CBS-cijfers), dus geen wijk of buurtschap bij een stad.

Je krijgt bij kleine projecten (A) 50% van de subsidiabele kosten, te verhogen tot 75% bij inzet van vrijwilligersuren, met een minimum van € 50.000 en maximum van € 100.000. Bij Engbertsdijksvenen (C) is dat 90%, te verhogen tot 100%, met een maximum van € 70.000. Grote projecten (B) krijgen maximaal 50% met een maximum van € 500.000 per gemeente.

Aanvragen doe je met eHerkenning via het digitale aanvraagformulier op het Overijssel Loket. Voor kleine projecten (A) moet je eerst advies vragen bij de Leader adviesgroep; voor grote projecten (B) bespreek je het initiatief eerst met een provinciale beleidsmedewerker.

Wie komt in aanmerking voor de Fysieke investeringen leefbaar platteland?

Wie mag aanvragen hangt af van het type project. Bij een klein project (Activiteit A of C) is de aanvrager een stichting, vereniging of coöperatie. Bij een groot project (Activiteit B) is alleen een Overijsselse gemeente aanvraagbevoegd. Vraagt een particulier, bedrijf of individu aan, dan val je af.

Je bent een stichting of vereniging of coöperatie of gemeente
De definitieve beoordeling ligt bij Provincie Overijssel.

Een harde eis voor alle activiteiten is dat het gaat om een dorp: de kern plus het bijbehorende buitengebied mag volgens de CBS Kerncijfers wijken en buurten 2023 maximaal 15.000 inwoners hebben. Gaat het om een wijk of buurtschap in of aan een stad, dan komt het project niet in aanmerking. Ligt de activiteit in een kern met meer dan 15.000 inwoners op het moment van indiening, dan val je ook af; het loket verwijst dan naar de regelingen 2.8 Vitaliteit van dorpen en steden of 5.12 Regionale Hubs Overijssel.

Voor eHerkenning (niveau EH3) is verplicht om de aanvraag te kunnen doen.

Een aantal soorten activiteiten is expliciet uitgesloten voor alle varianten:

  • Alleen procesactiviteiten zonder dat deze leiden tot een fysieke maatregel (zoals het opstellen van een dorpsplan). Dit geldt niet voor activiteit C. Voor puur proces verwijst het loket naar de regelingen 7.21 Dorpsplannen en 7.22 Planvorming, uitwerking en analyses leefbaar platteland.
  • Fysieke maatregelen die vooral gericht zijn op winst maken.
  • Publieke investeringen die noodzakelijk zijn voor nieuwe woningen; daarvoor kan mogelijk regeling 2.15 Betaalbaar wonen in kleine steden en dorpen gebruikt worden.
  • Activiteiten die tot de reguliere taak of bedrijfsvoering van de gemeente horen.

Voor Activiteit B (groot project) gelden extra knock-outeisen:

  • Het dorp (inclusief buitengebied) heeft minimaal 500 inwoners.
  • De begrote kosten zijn minimaal € 400.000.
  • Het dorp heeft niet eerder subsidie ontvangen op grond van regeling 2.14 of 2.2 Leefbaar Platteland, of een ASV-subsidie, van in totaal meer dan € 150.000.
  • Er is nog geen subsidie verstrekt of aangevraagd voor dezelfde fysieke maatregelen op grond van de Provinciale cofinancieringsregeling Regiodeal Regio Zwolle II.

Voor kleine projecten (A en C) geldt bovendien dat het initiatief is afgestemd met de betreffende gemeente en bijdraagt aan minimaal twee van zes thema's (bereikbare voorzieningen, blijven wonen, lokale economie, noaberschap, gezonde leefomgeving, duurzaamheid). Voor A geldt daarnaast dat de gemeente minimaal 25% van de gevraagde provinciale subsidie meebetaalt; voor C is deze cofinancieringseis niet van toepassing.

Voor alle activiteiten geldt dat je over de benodigde vergunningen moet beschikken, of aannemelijk moet maken dat je die krijgt: ontbreekt een vergunning bij aanvraag, dan verleent de provincie de subsidie onder voorwaarde. Let vooral op de Natuurvergunning Stikstof: veel projecten hebben die nodig, en zonder (geactualiseerde) vergunning kan de provincie weliswaar subsidie verlenen maar geen voorschot uitkeren totdat de vergunning binnen is of aangetoond is dat die niet nodig is.

Tot slot: is het beschikbare (deel)budget al bereikt, dan val je alsnog af, ook als je aan alle eisen voldoet. Voor Activiteit C is dat budget van € 70.000 nu al ruim overschreden.

Waarvoor krijg je subsidie?

Welke kosten meetellen verschilt per activiteit.

Voor kleine projecten (Activiteit A en C) komen twee kostensoorten in aanmerking:

  • Personeelskosten.
  • Kosten van derden (bijvoorbeeld aannemers, leveranciers of adviesbureaus), onderbouwd met offertes.

Voor grote projecten (Activiteit B) komen alleen kosten van derden in aanmerking; personeelskosten van de gemeente zelf tellen dus niet mee.

Eigen bijdrage en ureninzet Bij kleine projecten mag de eigen bijdrage bestaan uit een geldbijdrage of uit ureninzet van vrijwilligers. Voor vrijwilligersuren geldt een vast tarief van € 15 per uur. Deze uren moeten worden bijgehouden en controleerbaar zijn, en worden zowel aan de kostenkant als de batenkant in de begroting opgenomen. Zet je vrijwilligersuren in als eigen bijdrage, dan kan het subsidiepercentage hoger uitvallen (zie hoeveel).

Bij kleine projecten (A) betaalt de gemeente daarnaast een geldbijdrage van minimaal 25% van de gevraagde provinciale subsidie; dit geldt niet voor Activiteit C. Bij grote projecten (B) betaalt de gemeente minimaal 50% van de gevraagde provinciale subsidie.

Wat niet in aanmerking komt (voor alle activiteiten):

  • Kosten voor regulier onderhoud en beheer van de fysieke maatregelen.
  • Investeringen die grotendeels bestaan uit energieopwekking of energiebesparing, zoals een zonnepark of windmolen. Een investering in duurzame energie mag wel onderdeel zijn van de begroting, zolang die niet het grootste deel van de investering vormt.

Verplichte begrotingsformats Voor de begroting en dekkingsplan is het gebruik van een vast format verplicht:

  • Kleine projecten: het Begrotingsformat Fysieke investeringen leefbaar platteland (kleine projecten), of voor Engbertsdijksvenen het specifieke Begrotingsformat Fysieke investeringen leefbaar platteland (Engbertsdijksvenen).
  • Grote projecten: het Begrotingsformat Fysieke investeringen leefbaar platteland (grote projecten).

Bij kleine projecten moet je bovendien alle offertes van de op de begroting vermelde (loon)kosten van derden meesturen. Let op: in verband met staatssteunregels mag de offerte niet door jou als aanvrager ondertekend zijn, behalve onder het voorbehoud dat je de subsidie daadwerkelijk ontvangt.

Staatssteun Is er sprake van staatssteun, dan valt de subsidie onder de Algemene de-minimisverordening, de De-minimisverordening Landbouw of de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). De de-minimisverordeningen worden gebruikt voor kleinere subsidiebedragen, de AGVV voor grotere bedragen. Heeft je organisatie in de afgelopen 3 jaar (geen belastingjaren) al de-minimissteun ontvangen die niet van de provincie zelf kwam, dan moet je de verleningsbrieven daarvan meesturen.

De precieze voorwaarden en toelichting op kostensoorten staan in het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022, hoofdstuk 1 en paragraaf 7.25.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van de subsidie en de maximale bedragen verschillen per activiteit.

Activiteit A (klein project)

  • De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
  • Dit percentage kan omhoog naar 75% als de eigen bijdrage bestaat uit inzet van vrijwilligersuren.
  • De subsidie is minimaal € 50.000 en maximaal € 100.000.
  • Vrijwilligersuren tellen voor € 15 per uur mee in de begroting, zowel als kosten als als baten (dekking).
  • De gemeente betaalt zelf minimaal 25% van de gevraagde provinciale subsidie als geldbijdrage (dit staat los van het subsidiepercentage dat de provincie geeft).

Activiteit C (Gebied Engbertsdijksvenen, klein project)

  • De subsidie is maximaal 90% van de subsidiabele kosten.
  • Dit percentage kan omhoog naar 100% als de eigen bijdrage bestaat uit inzet van vrijwilligersuren.
  • De subsidie is maximaal € 70.000. Er is voor Activiteit C geen apart genoemd minimumbedrag.
  • De gemeentelijke cofinancieringseis van 25% geldt hier niet.
  • Let op: het budget voor Activiteit C (€ 70.000 deelplafond) is met de ontvangen aanvragen al ruim overschreden.

Activiteit B (groot project)

  • De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
  • Het maximum is € 500.000 per gemeente. De gemeente kan dit bedrag in meerdere keren en voor meerdere projecten aanvragen, maar in totaal blijft € 500.000 het maximum per gemeente.
  • De gemeente betaalt zelf minimaal 50% van de gevraagde provinciale subsidie als geldbijdrage.
  • Blijkt bij de verantwoording dat er winst is gemaakt op de gesubsidieerde activiteiten, dan wordt de subsidie lager vastgesteld. Er wordt dan het subsidiepercentage uit de verlening vermenigvuldigd met de winst op de gesubsidieerde activiteiten, en dat bedrag wordt op de subsidie in mindering gebracht.

Bij alle activiteiten is de subsidie een maximumbedrag: je krijgt niet automatisch het volledige percentage of maximum uitgekeerd als de werkelijke kosten lager uitvallen.

Beschikbaar budget in totaal en per deelplafond (periode 2024-2027):

  • Totaal subsidieplafond: € 8.670.000.
  • Kleine projecten Leadergebied Noord-Overijssel: € 1.700.000.
  • Kleine projecten Leadergebied Zuidwest-Twente: € 1.200.000.
  • Kleine projecten Leadergebied Noordoost-Twente: € 600.000.
  • Kleine projecten Leadergebied Salland: € 600.000.
  • Kleine projecten Gebied Engbertsdijksvenen: € 70.000 (dit deelbudget is al ruim overschreden).
  • Grote projecten: € 4.500.000.

Wat zijn de voorwaarden van de Fysieke investeringen leefbaar platteland?

Voordat je aanvraagt, moet je aan een aantal knock-outeisen voldoen (zie ook "kom ik in aanmerking"): het juiste aanvragerstype (stichting, vereniging of coöperatie voor A/C; gemeente voor B), het dorp moet maximaal 15.000 inwoners hebben, en voor B geldt een minimum van 500 inwoners en € 400.000 aan begrote kosten. Ontbreekt een van deze knock-outeisen, dan wijst de provincie de aanvraag af zonder verdere inhoudelijke toets.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Op inhoud wordt onder meer beoordeeld op:
  2. Bijdrage aan minimaal twee van zes thema's: voldoende bereikbare voorzieningen, blijven wonen in je dorp (jong en oud), versterking van de lokale economie, noaberschap versterken, gezonde en mooie leefomgeving, duurzaamheid. Dit geldt voor alle activiteiten.
  3. Puntentabel 1: de fysieke maatregelen moeten minimaal het aantal punten scoren dat per onderdeel in deze puntentabel is opgenomen. Het dossier noemt geen concrete puntengrenzen per onderdeel; die staan in de puntentabel bij de regeling zelf.
  4. Voor kleine projecten (A) wordt bovendien een adviesbeoordeling van de Leader adviesgroep meegenomen, die eveneens op basis van Puntentabel 1 tot stand komt. Is dit advies volgens jou niet voldoende, dan kun je in het aanvraagformulier zelf een onderbouwing geven.
  5. Openbare toegankelijkheid: de resultaten van de fysieke maatregel moeten openbaar toegankelijk zijn voor het hele dorp en het bijbehorende buitengebied.
  6. Voor Activiteit B specifiek: het initiatief moet een behoefte van de bewoners van het dorp vervullen.

Aanvullende voorwaarden bij toekenning

  • De activiteiten van kleine projecten (A/C) moeten binnen 3 maanden na de verleningsdatum starten en binnen 24 maanden na de verleningsdatum zijn uitgevoerd.
  • De activiteiten van grote projecten (B) moeten binnen 24 maanden na de verleningsdatum starten en binnen 5 jaar zijn uitgevoerd.
  • Beheer en onderhoud van de fysieke maatregel moeten voor minimaal 3 jaar na oplevering organisatorisch en financieel geregeld zijn (blijkt uit de exploitatiebegroting in het projectplan).
  • Je bent verplicht de opgedane kennis en ervaring te delen met initiatiefnemers van dorpsplannen in andere Overijsselse dorpen met vergelijkbare initiatieven.
  • Je moet zelf zorgen dat je over de juiste vergunningen beschikt; subsidie en vergunningverlening zijn losse procedures. Is bij aanvraag nog geen vergunning verleend, dan geldt de subsidie onder voorwaarde dat je die vergunning alsnog krijgt. Vooral bij de Natuurvergunning Stikstof kan de provincie besluiten geen voorschot uit te keren totdat de vergunning binnen is of is aangetoond dat die niet nodig is; dit wordt dan in de subsidiebeschikking vermeld.
  • Bij Activiteit B: is bij de verantwoording sprake van winst op de gesubsidieerde activiteiten, dan wordt de subsidie lager vastgesteld (subsidiepercentage x winst wordt afgetrokken).

Vergunningen: een aandachtspunt vooraf Het loket waarschuwt expliciet dat voor veel projecten een Natuurvergunning Stikstof nodig is, wat door recente uitspraken van de Raad van State (eind december/begin 2025) moeilijker te verkrijgen is. Je kunt met de Aeriuscalculator berekenen of je project onder de grens van 0,005 Mmol stikstofuitstoot blijft; is dat het geval, dan is geen Natuurvergunning Stikstof nodig (maar mogelijk wel een andere vergunning, bijvoorbeeld voor geluid). Het loket adviseert dit vooraf te onderzoeken voordat je grotere financiële uitgaven doet, om te voorkomen dat je zonder voorschot komt te zitten. Voor gemeentelijke vergunningen kun je terecht bij je gemeente, voor provinciale vergunningen bij het Overijssel Loket.

Deelplafonds en volgorde van binnenkomst De provincie handelt aanvragen af in volgorde van ontvangst van complete aanvragen, dus met alle gevraagde bijlagen. Subsidie wordt verleend totdat het beschikbare (deel)budget bereikt is. Dit betekent dat kwaliteit op zich niet bepalend is voor de volgorde van behandeling, maar wel voor de uiteindelijke toekenning: voldoet je aanvraag niet aan de puntentabel of de thema-eis, dan wordt hij afgewezen, ook als het budget nog niet op is. Is het (deel)budget al bereikt voordat jouw complete aanvraag binnen is, dan val je alsnog buiten de boot, zoals nu al het geval is bij Activiteit C.

Hoe vraag je de Fysieke investeringen leefbaar platteland aan?

Het aanvraagproces verschilt per activiteit en bestaat uit een voortraject en de daadwerkelijke aanvraag. Voor alle activiteiten heb je eHerkenning (niveau EH3) nodig om het digitale aanvraagformulier op het Overijssel Loket te kunnen invullen.

Stap 1: voortraject (verplicht, met eigen deadlines)

Voor Activiteit A (klein project): je vraagt eerst advies aan bij de Leader adviesgroep in het gebied waar het initiatief plaatsvindt.

  • Je neemt contact op met de Leadercoördinator van jouw gebied (Noord-Overijssel, Salland, Noordoost-Twente of Zuidwest-Twente); de contactgegevens staan op de productpagina.
  • De Leadercoördinator bespreekt je project en helpt je tot een compleet plan te komen, en kan je een format voor een projectplan toesturen.
  • De Leadercoördinator stuurt je plan naar de Leaderadviesgroep, die het beoordeelt op basis van Puntentabel 1.
  • Let op: de Leaderadviesgroep vergadert op vaste data. Je plan moet tijdig zijn aangeleverd om in de eerstvolgende vergadering te worden behandeld; je Leadercoördinator weet de exacte vergaderdata en aanlevertermijnen.
  • Na beoordeling ontvang je van de Leadercoördinator het ingevulde adviesformulier. Vind je het advies niet voldoende, dan kun je later in het aanvraagformulier zelf een onderbouwing toevoegen.

Voor Activiteit C (Engbertsdijksvenen): dit voortraject met de Leaderadviesgroep geldt niet; het adviesformulier is voor deze activiteit geen verplichte bijlage.

Voor Activiteit B (groot project): je bespreekt het project eerst met een provinciale beleidsmedewerker leefbaar platteland. Voor een afspraak mail je naar het daarvoor bestemde e-mailadres of naar het Overijssel Loket.

Stap 2: aanvraag indienen

Je vraagt aan via het digitale aanvraagformulier op de productpagina, waar je ook direct de bijlagen uploadt.

Verplichte bijlagen bij kleine projecten (A en C):

  • Adviesformulier van de Leaderadviesgroep, ingevuld door de Leadercoördinator (geldt niet voor Activiteit C).
  • Begroting en dekkingsplan, opgesteld met het verplichte Begrotingsformat (kleine projecten) of, voor Engbertsdijksvenen, het specifieke format voor dat gebied.
  • Bewijs van de gemeentelijke cofinanciering: een beschikking, brief of ander document waarin het toegezegde bedrag staat (voor A verplicht; voor C niet, omdat daar geen cofinancieringseis geldt).
  • Alle offertes van de op de begroting vermelde (loon)kosten van derden. De offerte mag niet door jou als aanvrager ondertekend zijn, behalve onder voorbehoud van subsidieverlening.
  • Een projectplan met onder meer: aanleiding, bijdrage aan de leefbaarheidsthema's, draagvlak, verhouding tot toekomstige ontwikkelingen, een schetsontwerp, beheer en onderhoud voor minimaal 3 jaar (organisatorisch en financieel), financiering en investeringsbegroting, organisatie, communicatie naar inwoners, planning, kennisdeling met andere dorpen, en overige relevante informatie voor de beoordeling op Puntentabel 1.
  • Verleningsbrieven van eventueel ontvangen de-minimissteun in de afgelopen 3 jaar (alleen als die steun niet van de provincie zelf kwam).
  • Bewijs van bankrekening (bankafschrift of schermprint bij telebankieren, met naam en rekeningnummer zichtbaar) als je niet eerder subsidie van de provincie ontving of je rekeningnummer is gewijzigd. Geen kopie van de bankpas meesturen.
  • Ondertekende machtiging als je het formulier als gemachtigde invult, met het voorbeeldformulier van de provincie.

Verplichte bijlagen bij grote projecten (B):

  • Begroting en dekkingsplan met het verplichte Begrotingsformat (grote projecten).
  • Een projectplan, met dezelfde onderdelen als bij kleine projecten, aangevuld met (bij meerdere maatregelen) een beschrijving van hoe de maatregelen zich tot elkaar verhouden.
  • Ondertekende machtiging als je het formulier als gemachtigde invult.

Het loket raadt aan om bijlagen eerst in te vullen en op te slaan voordat je ze uploadt. Kun je een document niet openen, lezen of gebruiken, dan helpt het Overijssel Loket verder.

Volgorde van behandeling

Aanvragen worden behandeld in volgorde van ontvangst van complete aanvragen (met alle gevraagde bijlagen). Is een aanvraag niet compleet, dan wordt om aanvulling gevraagd; pas na ontvangst van de nagestuurde bijlagen is de aanvraag compleet en wordt hij in behandeling genomen. Complete aanvragen gaan voor en worden direct in behandeling genomen. Er wordt verleend totdat het beschikbare budget (of deelplafond) bereikt is.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

De provincie Overijssel beoordeelt je aanvraag. De behandeltermijn is maximaal 13 weken, gerekend vanaf het moment dat je aanvraag compleet is (dus met alle gevraagde bijlagen). Stuur je bijlagen na, dan gaat de aanvraag pas in behandeling zodra die nagestuurde stukken binnen zijn.

Toekenning en voorschot Voldoet je aanvraag aan alle knock-outeisen en beoordelingscriteria, en is er nog budget beschikbaar binnen het relevante (deel)plafond, dan ontvang je een subsidiebeschikking (verleningsbrief). Is voor jouw project een vergunning nodig die er nog niet is, met name de Natuurvergunning Stikstof, dan verleent de provincie de subsidie wel, maar betaalt mogelijk geen voorschot uit totdat je de vergunning hebt gekregen of hebt aangetoond die niet nodig te hebben. Dit wordt dan expliciet in de beschikking vermeld. Het is dus zaak om vergunningen zo vroeg mogelijk te regelen om vertraging in de uitbetaling te voorkomen.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • De activiteiten moeten binnen de gestelde termijnen starten en zijn uitgevoerd: voor kleine projecten (A/C) binnen 3 maanden starten en binnen 24 maanden gereed; voor grote projecten (B) binnen 24 maanden starten en binnen 5 jaar gereed.
  • Je houdt ureninzet van vrijwilligers bij en zorgt dat die controleerbaar is, als je die als eigen bijdrage inzet.
  • Je zorgt dat beheer en onderhoud van de fysieke maatregel voor minimaal 3 jaar na oplevering organisatorisch en financieel geregeld zijn, zoals beschreven in het projectplan.
  • Je deelt de opgedane kennis en ervaring met initiatiefnemers van dorpsplannen in andere Overijsselse dorpen met vergelijkbare initiatieven.
  • Je zorgt zelf voor de benodigde vergunningen; subsidie en vergunning zijn afzonderlijke trajecten.
  • De resultaten van de fysieke maatregel blijven openbaar toegankelijk voor het hele dorp en het bijbehorende buitengebied.

Vaststelling en verantwoording Bij grote projecten (Activiteit B) wordt de subsidie vastgesteld op het verleende bedrag, tenzij uit de verantwoording blijkt dat er winst is gemaakt op de gesubsidieerde activiteiten. In dat geval wordt de subsidie lager vastgesteld: het subsidiepercentage uit de verlening wordt vermenigvuldigd met de winst over de gesubsidieerde activiteiten, en dat bedrag wordt op de subsidie in mindering gebracht. Voor kleine projecten (A/C) noemt het dossier geen aparte winstregeling; daar is de subsidie in alle gevallen een maximumbedrag.

Persoonsgegevens en delen van informatie De provincie verwerkt persoonsgegevens van de aanvrager om de aanvraag te beoordelen, te communiceren tijdens de behandeling, te controleren of de subsidie doelmatig en rechtmatig is verstrekt, en voor managementrapportages en evaluatieonderzoek. Volledige subsidieaanvragen worden gedeeld met samenwerkingspartners, waaronder mogelijk private partijen, met afspraken die zijn afgestemd op de geldende wet- en regelgeving. Persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan wettelijk verplicht volgens de Archiefwet.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Fysieke investeringen leefbaar platteland. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Overijssel. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.