Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)
Gedeputeerde Staten van Limburg
Ook bekend als POP3 Paragraaf 4, Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 Paragraaf 4, Subsidieverordening POP3 Limburg Paragraaf 4, Uitvoering LEADER projecten, Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)
Wat is de Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)?
Deze regeling is vervallen: er kunnen geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. De Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 (POP3) van Provincie Limburg was het provinciale kader voor Europese plattelandssubsidies, uitgevoerd samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). POP3 liep tot en met 31 december 2022, met 2021 en 2022 als overbruggingsjaren tussen het oude en het nieuwe Europese landbouwbeleid (GLB), gefinancierd met nieuw geld maar volgens de oude regels.
De regeling was gericht op vijf onderwerpen: innovatie, verduurzaming en concurrentiekracht in de landbouw, jonge landbouwers (JOLA), natuur en landschap, verbetering van waterkwaliteit, en LEADER (plattelandsontwikkeling vanuit de lokale gemeenschap). Doelgroepen waren onder meer landbouwers, jonge landbouwers na bedrijfsovername, samenwerkingsverbanden voor innovatie, grondeigenaren en -gebruikers, waterschappen, gemeenten, natuur- en landschapsorganisaties en lokale actiegroepen (LAG's).
De hoogte van de subsidie verschilde sterk per paragraaf en werd vastgesteld in de bijbehorende openstellingsbesluiten: van 30% tot 100% van de subsidiabele kosten, afhankelijk van het type activiteit.
De opvolger van POP3 is het Nationaal Strategisch Plan (NSP), met vergelijkbare openstellingen voor landbouw. Voor nieuwe aanvragen verwijst de provincie naar de Verordening Europese Landbouwsubsidies. Vragen over deze vervallen regeling of over lopende POP3-projecten kunnen alleen per e-mail worden gesteld aan de provincie, of via RVO voor het vervolgtraject van al verleende subsidies (voorschotten, wijzigingen, voortgangsrapportages en vaststelling).
Wie komt in aanmerking voor de Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)?
Deze regeling is vervallen: er kunnen geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. Onderstaande eisen golden toen de regeling nog open was, en zijn nog relevant als je een lopend project onder POP3 hebt.
Wat gold er, per onderdeel:
Algemeen (hoofdstuk 1 van de verordening)
- Je project moest overwegend plaatsvinden in de provincie Limburg, of de resultaten moesten aantoonbaar ten goede komen aan ingezetenen of belangen van Limburg. Anders werd de aanvraag geweigerd.
- Je mocht niet starten met de uitvoering (behalve voorbereidingshandelingen) voordat de aanvraag was ingediend.
- Voor dezelfde activiteit en dezelfde kosten mocht niet al subsidie zijn aangevraagd of verstrekt tot het Europees toegestane maximum, en niet al uit een ander EU-budget zijn gefinancierd.
- Ondernemingen in moeilijkheden (zoals gedefinieerd in Vo (EU) 651/2014 of Vo (EU) 702/2014) kwamen niet in aanmerking; je moest hierover een verklaring afgeven.
- Had je een openstaand terugvorderingsbevel van de Europese Commissie, dan viel je af.
- Voor tenderregelingen gold: een aanvraag die minder scoorde dan het minimaal vereiste aantal punten (doorgaans 60% van het totaal, tenzij het openstellingsbesluit anders bepaalde) werd afgewezen.
Per paragraaf, wie kon aanvragen
- Paragraaf 1 (trainingen, workshops, demonstraties): de aanbieder van de kennisoverdracht, met voldoende gekwalificeerd en getraind personeel.
- Paragraaf 2a (fysieke investeringen innovatie): landbouwers en groepen van landbouwers.
- Paragraaf 3 (JOLA, jonge landbouwers): jonge landbouwers die niet ouder waren dan 40 jaar, met een landbouwkundige opleiding of minimaal drie jaar werkervaring, die zich voor het eerst als bedrijfshoofd vestigden en daadwerkelijke, langdurige zeggenschap over het bedrijf hadden (blokkerende zeggenschap bij belangen boven € 25.000 en mede belast met de dagelijkse bedrijfsvoering). Een commanditaire vennoot voldeed hier niet aan. Was er al eerder subsidie van € 1 of meer verstrekt voor hetzelfde landbouwbedrijf onder deze of vergelijkbare regelingen, dan werd de aanvraag geweigerd.
- Paragraaf 4 (infrastructuur landbouwbedrijven): landbouwers, grondeigenaren, pachters, kavelruilstichtingen, landbouworganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten en natuur- en landschapsorganisaties.
- Paragraaf 5 en 6 (niet-productieve investeringen natuur/landschap/water): landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouw-, natuur- en landschapsorganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten en samenwerkingsverbanden hiervan. Er moest een directe link met de landbouw zijn.
- Paragraaf 7/8 (samenwerking voor innovatie/EIP): een samenwerkingsverband van minimaal twee partijen, waarvan minstens één landbouwer of een landbouwvertegenwoordigende organisatie. Het samenwerkingsverband moest nieuw opgericht zijn of de activiteit moest nieuw zijn voor een bestaand verband; reguliere bedrijfsvoering van bestaande samenwerking kwam niet in aanmerking.
- Hoofdstuk 3 LEADER: afhankelijk van de fase konden publieke en private rechtspersonen, ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid, de LAG of de penvoerder van de LAG aanvragen, mits het project paste binnen de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS).
Er gold geen overkoepelende harde ondergrens voor alle paragrafen samen; voor LEADER Zuid-Limburg gold wel een projectomvang tussen € 10.000 en € 200.000 (met uitzondering mogelijk bij gemeentegrensoverschrijdende projecten met bijzondere toegevoegde waarde).
Waarvoor krijg je subsidie?
De regeling is vervallen; onderstaande kostensoorten golden voor lopende of afgeronde POP3-projecten en verschilden per paragraaf.
Algemene regels die voor alle paragrafen golden
- Kosten kwamen alleen in aanmerking als ze zijn gemaakt nadat de aanvraag was ingediend, met uitzondering van voorbereidingskosten (architecten, adviseurs, haalbaarheidsstudies), die subsidiabel konden zijn als ze binnen een jaar of een in het openstellingsbesluit genoemde termijn vóór de aanvraag zijn gemaakt.
- Personeelskosten werden berekend door de bestede uren te vermenigvuldigen met een uurtarief op basis van bruto jaarloon plus 43,5% werkgeverslastenopslag plus 15% overheadopslag, gedeeld door 1.720 uur (bij een 40-urige werkweek). Maximaal 1.720 uur per persoon per jaar was subsidiabel; bij parttime werk naar rato.
- Als alternatief kon (indien het openstellingsbesluit dit toestond) een vereenvoudigde kostenoptie worden gebruikt: overige kosten x 20% plus 15% overheadopslag, of totale overige kosten als 40% van de directe personeelskosten.
- Bijdragen in natura (werk, diensten, grond, onroerend goed zonder betaalbewijs) waren subsidiabel tot maximaal de marktwaarde, met een onafhankelijke taxatie bij grond of onroerend goed.
- Onbetaalde eigen arbeid werd gewaardeerd op € 35 per uur; onbetaalde arbeid van vrijwilligers op € 22 per uur, beide alleen als de werkelijke arbeidstijd controleerbaar was.
- Kosten voor aankoop van grond waren subsidiabel tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten (15% in verwaarloosde gebieden of voormalige industriezones, indien het openstellingsbesluit dit bepaalde).
- Niet subsidiabel waren onder meer: rente, bankkosten, financieringskosten, kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties, vervangingsinvesteringen, verrekenbare of compensabele btw, winstopslagen binnen een samenwerkingsverband, en (bij landbouwinvesteringen) de aankoop van productierechten, betalingsrechten, dieren, zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen.
Per paragraaf specifiek
*Paragraaf 1 (trainingen, workshops, demonstraties):* kosten voor procesbegeleiders en adviseurs, materiaalkosten, ruimtehuur en faciliteiten, drukwerk en website, koop/huurkoop van fysieke investeringen nodig bij demonstraties, projectmanagement en -administratie, algemene kosten. Niet subsidiabel: ontwikkeling van nieuwe kennis, cursussen die onderdeel zijn van regulier onderwijs, en eigen uren van deelnemende landbouwers.
*Paragraaf 2a (fysieke investeringen innovatie):* bouw of verbetering van onroerende zaken, verwerving/leasing van onroerende zaken, aankoop van grond, koop/huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde, algemene kosten, projectmanagement. Optioneel (als openstellingsbesluit dit toestond): software, octrooien/licenties/merken, tweedehands machines, voorbereidingskosten.
*Paragraaf 3 (JOLA):* bouw/verbetering onroerende zaken, verwerving/leasing onroerende zaken, koop/huurkoop nieuwe machines en installaties, algemene kosten, projectmanagement. Optioneel: software, octrooien/licenties/merken, tweedehands machines, voorbereidingskosten. Let op: aankoop van grond staat hier niet als standaard subsidiabele kostensoort genoemd bij JOLA.
*Paragraaf 4 (infrastructuur):* bij planvorming/draagvlakontwikkeling: kosten voor draagvlakontwikkeling, inhuur kavelruilcoördinatoren, faciliteren aankoop ruilgronden, opstellen verkavelingsplannen, vacatiegelden gebiedscommissies, kadaster- en notariskosten, projectmanagement. Bij verkavelingsverbetering en bedrijfsverplaatsing: bovenstaande plus bouw/verbetering onroerende zaken, verwerving/leasing, aankoop grond, nieuwe machines en installaties, algemene kosten; bij verplaatsing ook kosten van demontage, verhuizing en wederopbouw van bestaande voorzieningen.
*Paragraaf 5 en 6 (niet-productieve investeringen natuur/landschap/water):* bouw/verbetering onroerende zaken, verwerving/leasing, aankoop grond, nieuwe machines en installaties, algemene kosten, projectmanagement, mits met aangetoonde directe link met de landbouw. Optioneel: software, octrooien/licenties/merken, tweedehands installaties, voorbereidingskosten.
*Paragraaf 7/8 (samenwerking voor innovatie/EIP):* bij oprichting van het samenwerkingsverband: kosten voor werving van deelnemers, netwerken, opstellen projectplan en samenwerkingsovereenkomst, projectmanagement. Let op: voorbereidingskosten voor déze oprichtingsfase zijn expliciet uitgesloten van subsidie. Bij uitvoering: coördinatiekosten, kosten voor verspreiding van resultaten, operationele kosten direct verbonden aan het project, projectmanagement. Bij een fysieke investering binnen het project: bouw/verbetering onroerende zaken, verwerving/leasing, aankoop grond, nieuwe machines en installaties, algemene kosten, en optioneel software, octrooien/licenties/merken, tweedehands machines en voorbereidingskosten voor de investering zelf.
*LEADER (hoofdstuk 3):* voor capaciteitsopbouw: opleidingen, haalbaarheidsstudies, opstellen van de Lokale Ontwikkelingsstrategie, adviseurs, raadpleging belanghebbenden, projectmanagement. Voor uitvoering van LEADER-projecten: alle kosten die in het openstellingsbesluit subsidiabel zijn gesteld, mits gemaakt voor projecten die passen binnen de goedgekeurde LOS. Voor lopende kosten van de LAG: operationele kosten, opleidingskosten, PR-kosten, kosten voor financiële diensten (in afwijking van de algemene regel dat bankkosten niet subsidiabel zijn), monitoring en evaluatie, projectmanagement, plus promotie- en voorlichtingskosten.
Hoeveel subsidie krijg je?
Omdat de regeling vervallen is, gelden deze bedragen alleen nog voor al lopende, eerder verleende subsidies. De percentages en bedragen verschilden sterk per paragraaf:
- Paragraaf 1 (trainingen, workshops, demonstraties): 80% van de subsidiabele kosten.
- Paragraaf 2a (fysieke investeringen innovatie): 40% van de subsidiabele kosten.
- Paragraaf 3 (JOLA, jonge landbouwers): 30% van de subsidiabele kosten als het landbouwbedrijf volledig uit jonge landbouwers bestaat. Zijn er ook niet-jonge bedrijfshoofden, dan gaat dit percentage omlaag met 20 procentpunt per niet-jonge landbouwer, tot maximaal 80% verlaging. Kies je voor berekening op basis van de verdeling van het eigen vermogen, dan is de subsidie 30% van de subsidiabele kosten vermenigvuldigd met het percentage eigen vermogen dat in handen is van jonge landbouwers. De subsidie is maximaal € 20.000. Komt de berekening uit op minder dan € 10.000, dan wordt er niets uitgekeerd.
- Paragraaf 4 (infrastructuur landbouwbedrijven):
- Planvorming/draagvlakontwikkeling: 100% van de kosten.
- Verbetering verkavelingsstructuur: 100% voor procedurekosten en inpassingsmaatregelen/aankoop ruilgronden, 40% voor investeringen om kavels beter bewerkbaar te maken.
- Verplaatsing van bedrijven: 100% als de verplaatsing niet leidt tot verhoging van productiecapaciteit, waarde of rentabiliteit; anders 40% voor het deel dat wél tot die verhoging leidt en 100% voor het overige deel. Investeringen om kavels beter bereikbaar te maken: 40%.
- Paragraaf 5 en 6 (niet-productieve investeringen natuur/landschap/water): 100% van de subsidiabele kosten.
- Paragraaf 7/8 (samenwerking voor innovatie/EIP): bij landbouwproducten 100% voor oprichtingskosten, 70% voor coördinatiekosten uitvoering, 40% voor productieve investeringen en 100% voor niet-productieve investeringen (bij paragraaf 8 kan voor landbouwers 60% gelden als dat apart subsidiabel is gesteld). Bij activiteiten zonder link met landbouwproducten: 25% voor grote ondernemingen, 35% voor middelgrote en 45% voor kleine ondernemingen, met een verhoging van 15 procentpunt als het samenwerkingsverband een mkb-partij bevat die niet meer dan 70% van de kosten draagt, of als een onderzoeks-/onderwijsinstelling minstens 10% van de kosten draagt.
- LEADER, lopende kosten LAG: 100% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van 25% van de totale publieke uitgaven voor de ontwikkelingsstrategie.
Het openstellingsbesluit van de betreffende paragraaf en jaargang bepaalde welk exact percentage, plafond of drempelbedrag van toepassing was; de verordening zelf geeft steeds het kader waarbinnen Gedeputeerde Staten dit vaststelden.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2021-2023 | 8 jun 2021 | 11 feb 2023 | € 770k | Wie het eerst komt (fcfs) |
| 2018-2020 | 5 feb 2018 | 31 dec 2020 | € 800k | - |
| 2018 | 5 nov 2018 | 14 dec 2018 | € 2,1 mln | Tender (rangschikking na sluiting) |
| 2017 | 23 jan 2017 | 29 dec 2017 | € 600k | Wie het eerst komt (fcfs) |
| 2017 | 18 sep 2017 | 27 okt 2017 | € 2,8 mln | Tender (rangschikking na sluiting) |
| 2014-2022 | - | - | - | Tender (rangschikking na sluiting) |
Wat zijn de voorwaarden van de Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4)?
De regeling is definitief gesloten voor nieuwe aanvragen. Onderstaande beoordelings- en verplichtingenstructuur gold voor aanvragen die zijn gedaan tijdens de openstellingsperiodes, en is nog relevant voor lopende, al verleende subsidies.
Hier val je op af
Wat je moet doen na toekenning
- Starten met de uitvoering moest uiterlijk twee maanden na dagtekening van de subsidiebeschikking, tenzij anders bepaald.
- Een deugdelijke administratie voeren met urenregistratie, inkoopdossier en bewijsstukken, te bewaren tot 5 jaar na de vaststellingsbeschikking.
- Jaarlijks een voortgangsverslag indienen met beschrijving van uitgevoerde activiteiten, afwijkingen van het projectplan, bijdrage aan de doelstellingen, geplande activiteiten, eventuele inloopmaatregelen en financiële voortgang.
- Wijzigingen in het project (andere kosten, andere investering, gedeeltelijke uitvoering) altijd eerst melden via een wijzigingsverzoek en pas uitvoeren na goedkeuring; dit kan alleen tijdens de uitvoering, niet meer bij de vaststelling. Niet vooraf gemelde wijzigingen kunnen leiden tot afwijzing van kosten, korting op de subsidie of vaststelling op nihil.
- Communicatie- en publicatieverplichtingen: op een professionele website altijd het project en de ontvangen POP3-steun vermelden, en dit ook doen in nieuwsbrieven, uitnodigingen en andere publicaties, met de voorgeschreven logo's en slogans uit het Handboek POP3.
- Bij projecten vanaf € 50.000 aan steun: vanaf de startdatum een informatiebord of -plaquette plaatsen op de projectlocatie, zichtbaar voor het publiek, met een bewijs van plaatsing bij het eerste contact met RVO. Niet of niet tijdig publiceren kan een sanctie opleveren van maximaal 5% van de vast te stellen subsidie.
- Bij investeringen: de investering gebruiksklaar hebben op het moment van de vaststellingsaanvraag, en bij investeringen in infrastructuur of productieve investeringen deze minimaal 5 jaar in stand houden (3 jaar bij mkb-bedrijven of door mkb gecreëerde banen). Bij niet-naleving wordt de subsidie naar rato verlaagd, tenzij er sprake was van een niet-frauduleus faillissement.
- Bij aanbestedingsplicht: de Aanbestedingswet correct volgen en het volledige aanbestedingsdossier bewaren; fouten kunnen leiden tot een korting tot 0% subsidie voor de betreffende opdracht.
- Medewerking verlenen aan toezichthouders van RVO, NVWA, Rijk, provincie, Europese Commissie of Rekenkamer.
- Vervreemding van de onderneming of grond waarop de activiteit betrekking heeft, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op de dag van vervreemding melden.
- Bij samenwerkingsverbanden: alle deelnemers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor onverschuldigd betaalde subsidie, en de penvoerder voert de projectadministratie.
- De aanvraag tot subsidievaststelling moest uiterlijk binnen drie jaar na de subsidiebeschikking, of anders uiterlijk 1 april 2025, worden ingediend, tenzij de verleningsbeschikking een andere termijn noemde.
Voor de meeste paragrafen met rangschikking op selectiecriteria golden: Effectiviteit, Haalbaarheid/kans op succes, Efficiëntie, en voor innovatiegerichte paragrafen ook Innovativiteit; bij infrastructuurparagrafen kwam daar Urgentie bij in plaats van Innovativiteit. Per criterium was 0 tot 5 punten te behalen, vermenigvuldigd met een wegingsfactor van 1 tot 4 die per openstellingsbesluit werd vastgesteld. Tenzij anders bepaald, moest minimaal 60% van het totaal te behalen punten worden gehaald.
Voor paragraaf 3 (JOLA) en sommige investeringsparagrafen werd in plaats daarvan gerangschikt op basis van een vooraf vastgestelde investeringslijst met een puntenaantal per investeringscategorie.
Voor LEADER-projecten (hoofdstuk 3, § 3) selecteerde de Lokale Actiegroep (LAG) op basis van de goedgekeurde Lokale Ontwikkelingsstrategie, met criteria op vier aspecten: bijdrage aan de doelen van de LOS, mate waarin het project past bij de LEADER-werkwijze (bottom-up, integraal, innovatief, samenwerkend, gebiedsgericht), financiële en organisatorische haalbaarheid, en efficiency/doelmatigheid. Voor Zuid-Limburg gold specifiek: minimaal 20 punten volgens vier clusters (LOS-doelen, LEADER-werkwijze, organisatie/haalbaarheid, doelmatigheid), met per cluster een eigen minimumscore (respectievelijk 4, 6, 6 en 4 punten). Voor adviesvorming moest minimaal de helft plus één van de stemgerechtigde LAG-leden aanwezig zijn, waarvan minstens 50% de private sector vertegenwoordigde.
Hoe vraag je de Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4) aan?
Deze regeling is definitief gesloten: er kan geen nieuwe aanvraag meer worden ingediend voor welke paragraaf dan ook. Onderstaande procedure gold tijdens de openstellingsperiodes en is nog relevant als achtergrond bij lopende dossiers.
Stap 1: aanvraag indienen
Een aanvraag om subsidie werd ingediend bij Gedeputeerde Staten, met het meest recente aanvraagformulier en alle verplichte bijlagen, binnen de in het openstellingsbesluit genoemde periode. Verplichte onderdelen van de aanvraag waren:
- een begroting van de kosten met toelichting;
- een financieringsplan;
- een opgave van elders aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten;
- een overzicht van projectinkomsten;
- een projectplan met doelstellingen, probleemanalyse, uitvoeringswijze, verwachte resultaten, realisatietermijn en toetsingswijze.
Bij een realisatietermijn langer dan een jaar kwamen daar een meerjarenbegroting met liquiditeitsplanning en een gefaseerd tijdschema bij. Bij mogelijke negatieve omgevingseffecten van een investering was een verkenning daarvan verplicht.
Bij een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid moest de aanvraag daarnaast bevatten: een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst (met verklaring van hoofdelijke aansprakelijkheid voor onverschuldigde betalingen), een verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen, en bewijs dat de penvoerder door de deelnemers is aangewezen.
Voor JOLA-aanvragen (paragraaf 3) golden extra bijlagen: het gekozen berekeningsmodel voor de subsidie, het KvK-nummer, de notariële akte van aandelenoverdracht of oprichting (met aandelenregister) of de door alle maten getekende maatschapsakte, en een projectplan met een beschrijving van de investeringen per categorie. Koos de aanvrager voor berekening op basis van de verdeling van het eigen vermogen, dan was ook een controleverklaring verplicht.
Voor LEADER-projecten in Zuid-Limburg gold een eigen route via de LAG: de initiatiefnemer meldde zich eerst bij het loket van de LAG-secretaris voor een verkennend intakegesprek (getoetst aan het toetsingskader eerste toets), werkte het idee vervolgens uit in een projectplan volgens het LEADER/LOS-format en diende dit formeel in bij de LAG én bij de provincie en RVO voor ontvankelijkheidstoetsing. De LAG-secretaris toetste het plan aan de selectiecriteria op het selectieformulier voor beoordeling.
Stap 2: ontvangstbevestiging en behandeling
Bij LEADER ontving de aanvrager een schriftelijke ontvangstbevestiging met de datum van de LAG-vergadering waarin de aanvraag zou worden behandeld. Bij tenderregelingen werden aanvragen na sluiting van de openstellingsperiode gezamenlijk beoordeeld en gerangschikt.
Stap 3: beoordeling
Aanvragen werden beoordeeld door een door Gedeputeerde Staten ingestelde, externe, onafhankelijke adviescommissie (bij de meeste paragrafen) of door de LAG (bij LEADER). Bij JOLA gold in plaats van tendering een investeringslijst. De beoordeling resulteerde in een advies aan Gedeputeerde Staten, dat bij LEADER zwaarwegend was maar niet bindend.
Stap 4: besluit
Gedeputeerde Staten besliste binnen 22 weken na afloop van de periode waarin de aanvraag moest zijn ontvangen. Bij LEADER kon Gedeputeerde Staten afwijken van het LAG-advies als zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten.
Stap 5: subsidiebeschikking en overeenkomst
Na een positief besluit zorgde de provincie voor de subsidiebeschikking en RVO voor de subsidieovereenkomst (bij LEADER). Vanaf dat moment gold de verplichting uiterlijk binnen twee maanden te starten met de uitvoering, tenzij anders bepaald.
Voor lopende dossiers verliep verdere afhandeling (voorschotaanvragen, wijzigingsverzoeken, voortgangsrapportages en de aanvraag tot vaststelling) via het Ketenportaal RVO (bij aanvragen via RVO) of het POP3 webportaal (bij aanvragen via Stimulus), waarbij voor het webportaal de 'Handleiding POP3 Webportal' als leidraad gold.
Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 9 documenten bij deze regeling, waarvan er 1 verplicht is bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Authentieke versie bestandsgrootte: 1,2 MbDownloadPDF · 48 pagina'sVerplicht
Dit is de authentieke, officieel bekendgemaakte tekst van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3), die je nodig hebt om de volledige algemene en specifieke voorwaarden voor subsidieverlening te kennen; vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg.
- NieuwsbriefDownloadWord · 2 pagina'sAanbevolen
Deze nieuwsbrief voor aanvragers informeert je over de verplichtingen rondom het melden van wijzigingen tijdens de uitvoering en over de publicatievoorwaarden die gelden na subsidieverlening.
- Nieuwsbrief voor aanvragersDownloadWord · 2 pagina'sAanbevolen
Deze nieuwsbrief voor aanvragers (dezelfde inhoud als de algemene nieuwsbrief) legt uit hoe je wijzigingen in je project moet melden en aan welke communicatie- en publicatievoorwaarden je tijdens de uitvoering moet voldoen.
- Lokale Ontwikkelings Strategie (LOS) Zuid-LimburgDownloadPDF · 45 pagina'sAanbevolen
De Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) Zuid-Limburg is het kaderplan van de Lokale Actiegroep waarin strategie, doelen, organisatie en selectiecriteria voor LEADER-projecten in Zuid-Limburg staan, en dient als toetsingskader bij het indienen en beoordelen van LEADER-projectaanvragen.
- Handleiding POP3 WebportalDownloadPDF · 16 pagina'sAanbevolen
De Handleiding POP3 Webportal legt uit hoe je via het webportal wijzigingsverzoeken, voortgangsrapportages, declaraties en eindafrekeningen indient nadat je subsidie is verleend.
- Handleiding POP3 WebportalDownloadPDF · 16 pagina'sAanbevolen
Deze handleiding (dezelfde als hierboven) heb je nodig om na subsidieverlening je aanvraag, betaalverzoeken en rapportages te beheren via het POP3 webportal.
- Authentieke versie bestandsgrootte: 253 KbDownloadPDF · 2 pagina'sAanbevolen
Dit is het officiële Wijzigingsbesluit Beleidsregels verlagen subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP), vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 6 maart 2018, dat aangeeft volgens welke regels subsidies verlaagd kunnen worden.
- AanbestedingsdossierDownloadPDF · 2 pagina'sAanbevolen
Dit Aanbestedingsdossier (dubbel vermeld) heb je nodig om je aanbestedingsdocumentatie compleet en volgens de eisen in je projectdossier te verzamelen bij subsidieaanvragen of betalingsverzoeken met aanbesteding.
En nog 1 andere bestanden in het dossier.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven (POP3 Paragraaf 4). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2022 Provincie Limburg (POP3)limburg.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gedeputeerde Staten van Limburg. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.