GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Investeringsregeling POP3+ 2022

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Ook bekend als POP3+

Wat is de Investeringsregeling POP3+ 2022?

De Investeringsregeling POP3+ 2022 was bedoeld voor landbouwers die hun bedrijf moderner of duurzamer wilden maken, bijvoorbeeld met automatische weide-selectiepoorten of een waterbassin. Je kon tot 40% subsidie krijgen voor een investering die bijdraagt aan een duurzamer landbouwbedrijf.

De regeling is inmiddels gesloten voor nieuwe aanvragen. De aanvraagperiode liep van 1 december 2022 tot en met 31 januari 2023. Het totale budget was € 25.027.000, met een maximum van € 150.000 subsidie per bedrijf.

Heb je destijds een aanvraag gedaan en is die goedgekeurd? Dan loopt je dossier nog door. Je kunt tot en met 31 december 2024 vaststelling van je subsidie aanvragen. Daarna bepaalt RVO je definitieve subsidiebedrag en volgt binnen 6 weken de uitbetaling.

De regeling gold voor investeringen die op een vaste lijst staan, verdeeld over vijf categorieën: precisielandbouw en smart farming, digitalisering, water/droogte/verzilting, duurzame bedrijfsvoering, en natuurinclusieve en kringlooplandbouw. Denk aan systemen voor precisiebemesting, elektrische landbouwvoertuigen, waterbassins of mestvergistingsinstallaties. Elke investeringssoort heeft eigen regels over welke kosten wel en niet subsidiabel zijn, en een eigen aantal duurzaamheidspunten dat meetelde bij de beoordeling.

Aanvragen liep via Mijn RVO, met een aanvraagformulier en verplichte bijlagen zoals een projectplan. Na toekenning had je 1,5 jaar de tijd om je investering uit te voeren en te betalen, waarna je vaststelling aanvroeg met facturen, betaalbewijzen en opdrachtbevestigingen als bewijsstukken.

Wie komt in aanmerking voor de Investeringsregeling POP3+ 2022?

De Investeringsregeling POP3+ 2022 is gesloten (de aanvraagperiode liep van 1 december 2022 tot en met 31 januari 2023), maar de eisen laten precies zien wie er destijds wel en niet voor in aanmerking kwam.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een landbouwbedrijf
Je sector valt onder SBI 01
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Je bedrijf

  • Je hebt een actief landbouwbedrijf met landbouwactiviteiten. Een groot deel van je werk bestaat uit landbouwactiviteiten.
  • Je staat met primaire landbouwproductie ingeschreven bij KVK, met de juiste SBI-code.
  • Je moest op 15 mei 2023 actieve landbouwer zijn (blijkt uit je KVK-registratie).
  • Afhankelijk van je situatie moest je accountant het formulier Samenstellingsverklaring invullen.

De investering zelf

  • Je vraagt subsidie aan voor maximaal 2 investeringen: dat zijn één of twee losse machines of systemen met verschillende doelen. Twee identieke investeringen (bijvoorbeeld twee dezelfde spuitmachines) mogen niet. Twee niet-identieke investeringen binnen dezelfde categorie mogen wel.
  • De investering staat op de Lijst met investeringen (categorieën A tot en met E). Staat je machine of systeem er niet op, dan komt die niet in aanmerking.
  • Je koopt een nieuwe machine of installatie voor gebruik in je eigen bedrijf. Tweedehands valt af.
  • De investering mag geen vervanging zijn van een soortgelijke machine of installatie. Vervang je een oude machine door een duurzamere (bijvoorbeeld een dieseltractor door een elektrische), dan geldt dit niet als vervangingsinvestering en kun je wel subsidie krijgen.
  • Je geeft de leverancier pas opdracht nadat je de ontvangstbevestiging van je aanvraag hebt ontvangen. Teken je eerder een offerte of opdrachtbevestiging, dan val je af voor die investering.

Specifiek bij (mest)vergisting

  • Investeer je in een (mono)mestvergistingsinstallatie, dan mag je niet meer energie opwekken dan je bedrijf verbruikt. Wek je meer op, dan word je gezien als energieleverancier en krijg je geen subsidie.
  • Bij monomestvergisting geldt bovendien: je komt niet in aanmerking als je ook een aanvraag hebt gedaan voor de SDE++ regeling.

Dubbele aanvragen

  • Heb je voor dezelfde investering ook subsidie aangevraagd bij de provincie (Limburg, Zeeland, Friesland of Utrecht hadden vergelijkbare regelingen) en wijst de provincie je subsidie toe? Dan moet je je RVO-aanvraag intrekken. Voor één investering kan maar één keer subsidie worden uitgekeerd.

Samenwerkingsverbanden

Vraag je aan namens een samenwerkingsverband, dan moet je extra bijlagen meesturen: een machtiging penvoerder, een samenwerkingsovereenkomst en een verklaring dat de partners niet in financiële moeilijkheden verkeren.

Het maximale subsidiebedrag is € 150.000 per bedrijf.

Waarvoor krijg je subsidie?

Subsidie werd alleen verstrekt voor investeringen die op de officiële Lijst met investeringen staan. Deze lijst is verdeeld in vijf categorieën, elk met eigen subsidiabele en niet-subsidiabele kosten en een eigen aantal duurzaamheidspunten.

Categorie A: Precisielandbouw en smart farming

  • A1 Groei en oogsten (17 punten): digitale systemen voor oogst- en groeivariabelen, plaatsspecifieke opbrengstmetingen, monitoring via satelliet of drones.
  • A2 Precisieberegening en -irrigatie (17 punten): sensor-gestuurde irrigatiesoftware, dripirrigatie/druppelslangen met besturing, wortelbewateringsystemen, laagvolume sproeiers tegen nachtvorst, elektrische aansturing. Niet subsidiabel: reguliere beregeningshaspels en slang, sproeibomen voor gewasbescherming.
  • A3 Precisiebemesting (17 punten): systemen voor plaatsspecifieke gewasbemesting, GPS/GIS-apparatuur inclusief bodemkaart (alleen samen met een subsidiabel systeem), bijbehorende installatiekosten. Niet subsidiabel: de tractor waaraan gekoppeld wordt, zodebemester, abonnementen op software-updates (behalve als onlosmakelijk verbonden en noodzakelijk voor functioneren).
  • A4 Precisiegewasbescherming (18 punten): spuitmachines met driftreductie van minimaal 95%, volledig gescheiden vloeistofsystemen, vloeistofwerende vul- en wasplaats met opvang, mechanische onkruidbestrijding op basis van plaatsspecifieke waarneming, spotspray-systemen. Niet subsidiabel: de tractor, kosten voor driftreducerende additieven. Let op: het percentage restvloeistof- of driftreductie moet in het projectplan en op de offerte staan.
  • A5 Variabel zaaien en poten (15 punten): (autonome) machines voor grondbewerking gecombineerd met variabel zaaien/poten/planten, GPS/GIS-apparatuur, installatiekosten.

Categorie B: Digitalisering

  • B1 Digitale voorzieningen voor weidegang (18 punten): systemen voor registratie en monitoring bij weidegang, automatische weide-selectiepoorten, bijbehorende software en installatiekosten. Niet subsidiabel: laptops, tablets en andere hardware, abonnementen (behalve indien onlosmakelijk verbonden en noodzakelijk).
  • B2 Beslissingsondersteunende softwaresystemen (18 punten): modellen voor weersextremen, gewasbescherming, bemesting, oogstraming, emissiearm uitrijden van mest. Niet subsidiabel: computers, laptops, tablets, smartphones, abonnementen (met dezelfde uitzondering).
  • B3 Robotisering duurzame bestrijding (19 punten): robots en drones voor het herkennen en duurzaam bestrijden van ziekten/plagen/onkruiden.
  • B4 EC-meters en monitoringssensoren (14 punten): alleen subsidiabel in combinatie met een investering in A2 of A3. Denk aan EC-meters, penetrometers, pH-meters, grondwater- en oppervlaktewatermeters.

Categorie C: Water, droogte, verzilting

  • C1 Klimaat-adaptieve, peilgestuurde drainage (17 punten): aanleg of aanpassing van peilgestuurde drainage. Let op: hiervoor kan een vergunning via het waterschap nodig zijn; het bewijs van de start van de vergunningsprocedure moet met de aanvraag mee, en de vergunning moet er zijn vóór de vaststelling.
  • C2 Waterbeheervoorzieningen tegen erfafspoeling (16 punten): overdekte vloeistofdichte vul- en wasplaatsen, zuiveringssystemen voor was- en spoelwater, opvangputten voor afvalwater. Niet subsidiabel: systemen voor lozen van drain- of afvalwater uit kassen, overkappingen voor voeder- of mestopslag, erfverharding, hemelwatersystemen, waterzuiveringsinstallaties.
  • C3 Ondergrondse waterberging, bovengrondse wateropvang en stuwen (17 punten): waterbassins en -silo's, pijpleidingen, installatie- en graafwerk, ondergrondse wateropslag, stuwen. Ook hier moeten vergunningen via het waterschap toegekend zijn vóór de vaststelling.

Categorie D: Duurzame bedrijfsvoering

  • D1 Elektrische of waterstof aangedreven voertuigen (19 punten): volledig elektrische of waterstof/biogas aangedreven zelfrijdende tractoren en oogstmachines, oplaadpunten op eigen terrein. Niet subsidiabel: elektrische auto's/fietsen voor personen, mest- en voerschuiven, heftrucks, shovels, grasmaaiers, zonnepanelen.
  • D2 Monomestvergistingsinstallaties (17 punten): vergisters tot maximaal 25.000 ton mest, gas- of biogasleidingen langer dan 1 km, droog-, opschoon- en compressie-installaties. De opgewekte energie moet voor eigen gebruik zijn; energieleverancier worden is niet subsidiabel. Let op: niet mogelijk in combinatie met een SDE++ aanvraag.
  • D3 Bovenwettelijke mestopslag (17 punten): opslag tussen 7 en 10 maanden en mestaanwending die emissiereductie realiseren.
  • D4 Potafdekinstallatie boom-, vaste planten- of sierteelt (12 punten): elevator, doseersysteem, transportbanden, trilsysteem.
  • D5 Mechanische mestscheidingsinstallatie (11 punten): apparatuur die ruwe mest scheidt in een dikke en dunne fractie, plus installatiekosten.
  • D6 Machines voor het verdampen van dunne fractie digestaat (6 punten): machines die tot 70% van de dunne fractie kunnen verdampen.

Categorie E: Natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw

  • E1 Vergistingsinstallaties, niet-mest (16 punten): plantaardige vergisters en verwerkingsinstallaties, mits energie voor eigen gebruik blijft.
  • E2 Mengteelten zoals strokenteelt en nieuwe teelten (17 punten): zaaimachines voor ondergewassen, strokenfrees, oogstmachines voor mengteelten. Niet subsidiabel: trekkers.
  • E3 Agroforestry en meerjarig kruidenrijk grasland (16 punten): aangepaste machines, plantgoed van houtige gewassen, zaaizaad voor kruidenrijk grasland. Niet subsidiabel: windsingels, kweekgoed, hakhout met korte omlooptijd.
  • E4 Vermindering bodemverdichting (18 punten): niet kerende bodembewerking, vaste rijpaden, wiedrobots, luchtdrukwisselsystemen (max. vier banden per systeem). Niet subsidiabel: trekkers, banden en wielen, abonnementen, ploegen en spitmachines.
  • E5 Verwerken enkelvoudig krachtvoer (16 punten): machines voor malen, pletten en snijden van gerst en tarwe. Niet subsidiabel: voermengwagens, opslag zoals sleufsilo's.
  • E6 Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal (14 punten): machines voor inwerken van gewasresten, mestverwerkingsinstallaties, materiaal voor maaien van slootkanten. Niet subsidiabel: kiepwagens, silagewagens.
  • E7 Niet-digitale voorzieningen voor weidegang (14 punten): oversteekplaatsen zoals veeroosters, mobiele melkrobot, schuilmogelijkheden. Niet subsidiabel: kavelpaden.
  • E8 Opslagplaatsen voor verwerking tot compost (11 punten): opslag van vaste mest of compost voor langere termijn (meer dan 9 maanden).

Algemene regels die voor alle categorieën gelden

Je krijgt alleen subsidie voor nieuwe machines en installaties, geen tweedehands aankopen. De investering mag geen vervanging zijn van een soortgelijke machine (tenzij het gaat om een duurzamere versie). Abonnementen op software-updates en servicecontracten zijn in de meeste categorieën uitgesloten, behalve als ze onlosmakelijk verbonden zijn met de investering en noodzakelijk zijn voor het functioneren ervan.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je kon maximaal 40% subsidie krijgen voor je investering, met een maximum van € 150.000 per bedrijf. Het totale budget voor de regeling was € 25.027.000.

Wel is duidelijk dat het geld per investeringscategorie werd verdeeld: RVO berekent de duurzaamheidspunten per categorie, niet gemiddeld over meerdere categorieën heen. Doe je twee investeringen in dezelfde categorie, dan wordt het gemiddelde aantal punten van die twee berekend.

Wat je definitieve bedrag beïnvloedt

  • De 10%-regel. Bij de vaststelling vergelijkt RVO het bedrag dat je zelf bij de vaststellingsaanvraag opgeeft met het bedrag dat RVO zelf berekent. Wijkt dit meer dan 10% af, dan wordt je subsidie verlaagd met het volledige verschil tussen beide bedragen. Geef je kosten op die niet subsidiabel zijn, maar kun je bewijzen dat je hier geen schuld aan hebt, dan wordt je bedrag niet met dit verschil verlaagd.
  • Financial lease. Je krijgt subsidie over de volledige aanschafwaarde als de voorfinancier de leverancier volledig heeft betaald, je leaseovereenkomst uiterlijk 31 december 2030 stopt en je via de koopoptie juridisch eigenaar wordt.
  • Huurkoop. Is de leverancier nog niet volledig betaald, dan krijg je subsidie over de termijnen die je vóór je vaststellingsaanvraag al hebt betaald. Hoe korter de huurovereenkomst, hoe meer subsidie je over de betaalde termijnen kunt krijgen.
  • Sanctie bij communicatie. Voldoe je niet (op tijd) aan de communicatieverplichtingen over je POP3+-subsidie, dan krijg je een sanctie van 5% korting.
  • Instandhoudingsplicht niet gehaald. Houd je de investering niet de volledige periode in stand, dan verlaagt RVO de subsidie over de periode dat je hier niet aan voldeed, en wordt dit bedrag terugbetaald.
  • Wijziging met invloed op rangschikking. Heeft een doorgegeven wijziging invloed op de rangschikking van je aanvraag, dan kan het zijn dat je (deels) geen subsidie meer krijgt. Een wijziging mag hoe dan ook niet leiden tot een hoger subsidiebedrag dan al verleend was.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20221 dec 202231 jan 2023€ 25 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Investeringsregeling POP3+ 2022?

Deze eisen bepalen of je überhaupt in aanmerking komt:

  • Je bedrijf is een actief landbouwbedrijf met landbouwactiviteiten, ingeschreven bij KVK met de juiste SBI-code voor primaire landbouwproductie. Je moest op 15 mei 2023 actieve landbouwer zijn.
  • Je vraagt subsidie aan voor maximaal 2 investeringen, en deze mogen niet identiek zijn (twee dezelfde machines voor hetzelfde doel).
  • De investering staat op de Lijst met investeringen.
  • Je koopt een nieuwe machine of installatie, geen tweedehands. De investering mag geen vervanging zijn van een soortgelijke machine, tenzij het gaat om een duurzamere vervanging.
  • Je geeft de leverancier pas opdracht nadat je de ontvangstbevestiging van je aanvraag hebt ontvangen. Eerder tekenen van een offerte of opdrachtbevestiging betekent geen subsidie voor die investering.
  • Bij investering in een (mono)mestvergistingsinstallatie: je wekt niet meer energie op dan je bedrijf verbruikt, anders word je gezien als energieleverancier.
  • Bij monomestvergisting specifiek: je hebt geen aanvraag lopen bij de SDE++ regeling.
  • Bij investeringen in categorie C1, D2 of D3 kan een vergunning via het waterschap of de gemeente nodig zijn. Voor definitieve vaststelling moet je die vergunning in bezit hebben.

RVO berekent deze punten per categorie, niet gemiddeld over meerdere categorieën. Doe je twee investeringen binnen dezelfde categorie, dan telt het gemiddelde van beide investeringen.

Wat je ná toekenning moet doen

Na goedkeuring van je aanvraag gelden verplichtingen tijdens de uitvoering en na vaststelling:

  • Je voert je investeringsproject uit binnen 1,5 jaar na goedkeuring, inclusief betaling.
  • Je houdt een administratie bij van alle inkomsten en uitgaven, met een compleet inkoopdossier op je naam (facturen, opdrachtbevestigingen, betaalbewijzen). Je bewaart deze administratie minimaal 7 jaar nadat de subsidie is uitbetaald.
  • Je geeft belangrijke wijzigingen (aan de investering, de looptijd van het project, of onvoorziene situaties) zo snel mogelijk door. Geef je een wijziging niet door en blijkt bij vaststelling dat je het project niet (op tijd) volledig hebt uitgevoerd, dan krijg je naast een lager subsidiebedrag mogelijk ook een sanctie (extra verlaging).
  • Geef je een wijziging door die een nieuwe opdracht aan de leverancier betreft, dan mag je deze opdracht pas geven na de datum van het wijzigingsverzoek.
  • Je communiceert over je investering en informeert het publiek daarbij over de POP3+-subsidie, met de voorgeschreven slogan en logo's. Bij grotere projecten gelden extra eisen, zoals een informatiebord. Voldoe je hier niet (op tijd) aan, dan krijg je een sanctie van 5%.
  • Na afronding van het project vraag je zo spoedig mogelijk, en uiterlijk op 31 december 2024, vaststelling van je subsidie aan via Mijn RVO.
  • Na vaststelling geldt een instandhoudingsplicht: je doet geen belangrijke wijzigingen, houdt de investering gebruiksklaar en in Nederland, en de investering blijft onderdeel van het landbouwbedrijf. Deze plicht geldt tot en met 5 jaar na subsidievaststelling. Verplaats je de investering buiten de EU, dan geldt een termijn van 10 jaar (dit geldt niet voor MKB).
  • Houd je de investering niet (voor de hele periode) in stand, dan verlaagt RVO de subsidie over de periode dat je er niet aan voldeed en wordt dit bedrag terugbetaald. Bij faillissement of overmacht (zonder fraude) dien je een wijzigingsverzoek in, waarna RVO beoordeelt of je moet terugbetalen.
  • Vervang je de investering na vaststelling (bijvoorbeeld een machine na 4 jaar), dan geldt de instandhoudingsplicht mogelijk nog steeds. Geef dit door en wacht de beslissing van RVO af voordat je verkoopt.
  • Heb je bij vaststelling andere subsidies gemeld die verbonden zijn met de betaling van je investering? Dat wordt gecontroleerd.
  • Wees alert op de 10%-regel: wijkt het definitieve, door RVO berekende subsidiebedrag meer dan 10% af van wat je zelf bij de vaststellingsaanvraag hebt opgegeven, dan verlaagt RVO je subsidie met het volledige verschil (tenzij je kunt aantonen dat je geen schuld had aan de afwijking).

Hoe vraag je de Investeringsregeling POP3+ 2022 aan?

De regeling is gesloten; deze stappen golden voor de aanvraagperiode van 1 december 2022 00:00 tot en met 31 januari 2023 17:00. Ben je al aanvrager, dan zijn de vervolgstappen (wijzigen, vaststellen) nog wel relevant.

Stap 1: Aanvraag indienen (tot en met 31 januari 2023, 17:00)

Je vroeg de subsidie aan via Mijn RVO.

  • Voor elke investering geef je aan binnen welke categorie en soort (bijvoorbeeld A1 Groei en oogsten) je aanvraagt, met een omschrijving van de investering.
  • Bij een monomestvergistingsinstallatie: onderbouwing van je gemiddelde energieverbruik per jaar, met de energienota's van elektriciteit en gas, om te bewijzen dat je geen energieleverancier wordt.
  • Bij investeringen in categorie C1, D2 of D3 waarvoor een vergunning nodig is: een bewijsstuk van de start van de vergunningsprocedure bij het waterschap.
  • Bij een aanvraag namens een samenwerkingsverband: een machtiging penvoerder (ondertekend door de deelnemers die de penvoerder machtigen), een samenwerkingsovereenkomst (ondertekend door alle samenwerkingspartners) en een verklaring niet in financiële moeilijkheden voor partners (ondertekend door de betreffende ondernemingen).
  • Bij A4 Precisiegewasbescherming: het percentage restvloeistofreductie of driftreductie moet vermeld staan in het projectplan en op de offerte.

Let op: je mag de leverancier pas opdracht geven nadat je de ontvangstbevestiging van RVO hebt ontvangen. Teken je eerder, dan val je af voor die investering.

Stap 2: Ontvangstbevestiging

RVO stuurt je per brief een ontvangstbevestiging van je aanvraag. Vanaf dat moment mag je pas een opdracht aan de leverancier geven.

Stap 3: Beslissing op je aanvraag

Alle aanvragers hebben inmiddels een beslissing gekregen. Je vindt deze in Mijn dossier. Is je aanvraag goedgekeurd, dan volgt een beslisbrief met de voorwaarden en regels waaraan je je moet houden tijdens de uitvoering.

Stap 4: Investeringsproject uitvoeren (binnen 1,5 jaar)

Na goedkeuring heb je 1,5 jaar de tijd om je investeringsproject uit te voeren en te betalen. Je houdt een administratie bij van alle inkomsten en uitgaven, met facturen, opdrachtbevestigingen en betaalbewijzen op je naam. Wijzigingen (aan de investering, de looptijd, of door onvoorziene situaties) geef je zo snel mogelijk door via het wijzigingsformulier. Je ontvangt binnen 6 weken een brief met de beoordeling van je wijzigingsverzoek en, bij toestemming, een nieuwe aangepaste beslissing.

Stap 5: Vaststelling aanvragen (uiterlijk 31 december 2024)

Heb je je project afgerond, dan vraag je zo spoedig mogelijk, en uiterlijk op 31 december 2024, vaststelling aan via Mijn RVO. Hierbij stuur je voor elke investering verplichte bijlagen mee:

  • Factuur van de investering(en): met je (bedrijfs)naam, de factuurdatum, het factuurnummer, de gegevens van je leverancier, uitgesplitste kostenonderdelen en de prijs met en zonder btw. Heb je meerdere facturen, dan voeg je deze samen tot één pdf, genummerd op datum.
  • Betaalbewijs: een kopie van je bankafschrift of rekeningoverzicht met je bankrekeningnummer, je (bedrijfs)naam, adres en woonplaats, de betaaldatum en een omschrijving met de bankgegevens van de leverancier en het factuurnummer.
  • Opdrachtbevestiging: met je (bedrijfs)naam, adres en woonplaats, de gegevens van je leverancier, de omschrijving van de investering, het opdrachtnummer, het totaalbedrag (met en zonder btw), de datum van bevestiging, en handtekeningen van jou en je leverancier.
  • Nota's van je elektriciteits- en gasleverancier: verplicht als je investeerde in een (mest)vergistingsinstallatie en je bedrijfssituatie is gewijzigd na verlening (bijvoorbeeld door nieuwbouw, uitbreiding of afbouw).
  • Bewijsstukken van publicatie, plaquette of informatiebord/bouwbord: als bewijs dat je aan de communicatieverplichting hebt voldaan.
  • Vergunning(en): als je nog geen vergunning had opgestuurd voor investeringen in bijvoorbeeld categorie C1, D2 of D3, dan stuur je die nu mee.

Kies je financial lease, dan stuur je bovendien mee: koopovereenkomst of opdrachtbevestiging, leaseovereenkomst, amortisatieschema, facturen, betaalbewijs van de investering aan de leverancier, en betaalbewijs van de eerste betaling aan de leasepartij.

Kies je huurkoop, dan stuur je mee: (huur)koopovereenkomst, opdrachtbevestiging, amortisatieschema, facturen en betaalbewijzen van de afgeloste termijnen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

RVO beoordeelt je aanvraag en, later, je vaststellingsaanvraag. Voor de oorspronkelijke subsidieaanvragen hebben alle aanvragers inmiddels een beslissing gekregen; deze vind je in Mijn dossier.

Beoordeling van wijzigingsverzoeken

Geef je tijdens de uitvoering een wijziging door, dan ontvang je binnen 6 weken een brief met de beoordeling. RVO kijkt of de wijziging voldoet aan de voorwaarden en of deze invloed heeft op de rangschikking. Krijg je toestemming, dan ontvang je een nieuwe, aangepaste beslissing. Een wijziging mag niet leiden tot een hogere subsidie dan al verleend was. Betreft de wijziging een nieuwe opdracht aan de leverancier, dan mag je deze opdracht pas geven na de datum van het wijzigingsverzoek.

Beoordeling van de vaststellingsaanvraag

Na het versturen van je vaststellingsaanvraag ontvang je binnen 13 weken een beslissing. RVO controleert daarbij:

  • of de opdrachtbevestigingen, facturen, betaalbewijzen en eventuele extra bewijsstukken (zoals vergunningen) aanwezig en compleet zijn;
  • of je aanvraag voldoet aan de voorwaarden en verplichtingen uit de beslisbrief verlening;
  • of je andere subsidies die verbonden zijn met de betaling van je investering(en) hebt gemeld;
  • of je voor alle opgegeven kosten subsidie mag aanvragen.

Heeft RVO aanvullende informatie van je nodig, dan wordt de beoordelingsperiode verlengd met het aantal dagen dat jij nodig had om die informatie op te sturen.

Uitbetaling

Is je vaststellingsaanvraag goedgekeurd, dan betaalt RVO de subsidie binnen 6 weken uit.

De 10%-regel

Bij de vaststelling berekent RVO je definitieve subsidiebedrag en vergelijkt dit met het bedrag dat je zelf bij de vaststelling hebt aangevraagd. Wijkt dit meer dan 10% af, dan verlaagt RVO je subsidie met het volledige verschil tussen beide bedragen. Kun je aantonen dat je geen schuld had aan het opgeven van niet-subsidiabele kosten, dan blijft deze verlaging achterwege.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Tijdens de uitvoering (maximaal 1,5 jaar) houd je een volledige administratie bij van inkomsten en uitgaven, met een compleet inkoopdossier op je naam. Je bewaart deze minimaal 7 jaar na uitbetaling van de subsidie. Belangrijke wijzigingen geef je zo snel mogelijk door; niet-gemelde wijzigingen die bij vaststelling naar boven komen, kunnen naast een lager subsidiebedrag ook een sanctie opleveren, en bij invloed op de rangschikking mogelijk het vervallen van de subsidie.

Verplichtingen na vaststelling

Na vaststelling geldt een instandhoudingsplicht van 5 jaar: je doet geen belangrijke wijzigingen, houdt de investering gebruiksklaar en in Nederland, en de investering blijft onderdeel van het landbouwbedrijf. Bij verplaatsing buiten de EU geldt een termijn van 10 jaar (niet voor MKB). Houd je de investering niet (voor de hele periode) in stand, dan verlaagt RVO de subsidie over die periode en vordert dit terug. Bij faillissement of overmacht zonder fraude dien je een wijzigingsverzoek in; RVO beoordeelt dan of terugbetaling nodig is. Wil je de investering na vaststelling vervangen, meld dit dan en wacht de beslissing van RVO af voordat je verkoopt.

Ook de communicatieverplichting loopt door: je informeert het publiek over de ontvangen POP3+-subsidie volgens de voorgeschreven regels. Doe je dit niet op tijd of niet volgens de voorwaarden, dan volgt een sanctie van 5% korting op je subsidie.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Investeringsregeling POP3+ 2022. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.