Subsidieregeling Maatschappelijke Zorg Leidse regio
Gemeente Leiden
Wat is de Subsidieregeling Maatschappelijke Zorg Leidse regio?
De subsidie Maatschappelijke zorg Leidse regio is bedoeld voor maatschappelijke organisaties en stichtingen die activiteiten organiseren voor inwoners van de Leidse regio (Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude) die te maken hebben met beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Het gaat om activiteiten die bijdragen aan het voorkomen van kwetsbare situaties en aan de transformatie van de maatschappelijke zorg in de regio, zoals beschreven in het programmaplan 'Alle inwoners horen erbij'.
Er zijn twee categorieën. Categorie A is voor bestaande initiatieven: activiteiten die je in 2024 al uitvoerde en waarvoor je al subsidie ontving vanuit de centrumregeling Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke Zorg Leidse regio 2024. Dit is een jaarlijkse subsidie. Categorie B is voor nieuwe initiatieven: op zichzelf staande, eenmalige projecten die nog niet eerder liepen.
Voor categorie A is in 2026 in totaal € 4.103.785 beschikbaar, met een maximum van € 2.500.000 per aanvraag. Voor categorie B is € 400.000 beschikbaar, met een maximum van € 200.000 per aanvraag.
Je vraagt aan via het subsidieloket van de gemeente Leiden, met DigiD of eHerkenning (niveau 2+ of hoger). Voor bestaande initiatieven moet je uiterlijk 1 juli vóór het subsidiejaar indienen; voor nieuwe initiatieven uiterlijk 13 weken voordat de activiteit start. Een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeelt je aanvraag op basis van een puntensysteem; je hebt minimaal 20 punten nodig om in aanmerking te komen.
Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling Maatschappelijke Zorg Leidse regio?
Of je in aanmerking komt, hangt af van welke categorie past bij jouw activiteiten. Voor beide categorieën gelden een aantal basiseisen, en daarnaast eigen voorwaarden per categorie.
Voor iedereen geldt:
- Je bent een maatschappelijke organisatie of stichting (rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid), actief in de Leidse regio (Oegstgeest, Leiderdorp, Zoeterwoude, Voorschoten of Leiden).
- Je activiteiten dragen bij aan de transformatie van de maatschappelijke zorg in de Leidse regio, zoals beschreven in het programmaplan.
- Je activiteiten betreffen geen reguliere maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo, de Participatiewet of de Jeugdwet. Dat soort individuele zorgindicaties valt buiten deze regeling.
Categorie A, bestaande initiatieven, is alleen voor jou als:
- je in 2024 al activiteiten uitvoerde in de Leidse regio;
- je daarvoor al subsidie ontving vanuit de centrumregeling Samenwerkingsovereenkomst Maatschappelijke Zorg Leidse regio 2024.
Ben je nieuw of ontving je in 2024 nog geen subsidie via die centrumregeling, dan val je hier af.
Categorie B, nieuwe initiatieven, is alleen voor jou als:
- je initiatief op zichzelf staat (geen voortzetting van een bestaande, al gesubsidieerde activiteit);
- je initiatief uitvoering geeft aan het programmaplan en bijdraagt aan de transformatie van de maatschappelijke zorg.
Je valt hier af als je voor dezelfde activiteiten al subsidie ontvangt vanuit een andere subsidieregeling van een van de Leidse regiogemeenten. Stapelen van gemeentelijke subsidies voor hetzelfde initiatief kan dus niet.
Een harde afwijzingsgrond die voor beide categorieën geldt: je aanvraag moet minimaal 20 punten scoren in het bijbehorende beoordelingsformulier (categorie A heeft een schaal tot 42 punten, categorie B tot 26 punten). Haal je die 20 punten niet, dan wordt de subsidie geweigerd, ongeacht of er nog budget is.
Daarnaast gelden de algemene weigeringsgronden uit de Algemene Subsidieverordening Leiden 2026. Zo kan de subsidie ook geweigerd worden als je activiteiten niet aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van de gemeente, als je ook zonder subsidie voldoende eigen middelen hebt om de kosten te dekken, als de aanvraag niet past binnen het gemeentelijk beleid, of als je solvabiliteit (eigen vermogen ten opzichte van totaal vermogen) te laag is.
Let op: de aanvraag wordt op volgorde van binnenkomst beoordeeld binnen het beschikbare subsidieplafond. Ook als je aan alle inhoudelijke eisen voldoet en de puntendrempel haalt, kan de pot dus leeg zijn als je te laat indient.
Waarvoor krijg je subsidie?
De regeling vergoedt geen vaste kostenposten met vaste tarieven, zoals bij een investeringssubsidie. In plaats daarvan financier je met deze subsidie de uitvoering van activiteiten en projecten op het gebied van maatschappelijke zorg (beschermd wonen en maatschappelijke opvang) die passen binnen het programmaplan 'Alle inwoners horen erbij'. Het dossier werkt niet met aparte kostensoorten en tarieven per eenheid (zoals een bedrag per uur of per m²); in plaats daarvan beoordeel je zelf via een sluitende begroting welke kosten nodig zijn om de activiteit uit te voeren.
Wat wél subsidiabel is, blijkt uit de aard van de twee categorieën:
- Categorie A, bestaande initiatieven: kosten voor de voortzetting van activiteiten die in 2024 al liepen en die bijdragen aan de transformatiedoelstellingen van de maatschappelijke zorg in de Leidse regio. Dit is een jaarlijkse, structurele subsidie voor doorlopende activiteiten.
- Categorie B, nieuwe initiatieven: kosten voor een eenmalig, op zichzelf staand project of nieuwe activiteit die uitvoering geeft aan het programmaplan. Dit is een eenmalige subsidie, dus voor incidentele projecten, niet voor structurele exploitatie.
Bij beide categorieën vraag je een gespecificeerde, sluitende begroting aan, met daarin ook je reserve en eigen vermogen. De subsidie moet dus in verhouding staan tot de werkelijke kosten van de activiteiten en de eventuele overige financieringsbronnen (cofinanciering of middelen van derden) die je al hebt. Voor categorie B is bovendien "de mate waarin de aanvrager zelf cofinanciert en/of middelen genereert bij derden" zelfs een apart beoordelingspunt (2 van de 26 punten), dus cofinanciering vergroot je kansen.
Wat expliciet niet subsidiabel is:
- Reguliere maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo, de Participatiewet of de Jeugdwet. Dit zijn individuele, geïndiceerde zorgtrajecten die via andere wettelijke kaders lopen en vallen buiten de reikwijdte van deze regeling.
- Activiteiten waarvoor je al subsidie ontvangt vanuit een andere subsidieregeling van een van de Leidse regiogemeenten (geldt met name voor categorie B; dubbele financiering van dezelfde activiteit is uitgesloten).
Het dossier noemt verder geen normbedragen, uurtarieven, staffels of maximale vergoedingspercentages per kostenpost (zoals bijvoorbeeld bij een investeringsregeling gebruikelijk is). Er is dus geen lijst van "loonkosten € X per uur" of "materiaalkosten tot Y% van de begroting". De enige harde bedragsgrenzen zijn de maximale subsidiebedragen per aanvraag (zie de sectie Hoeveel krijg je) en de subsidieplafonds per categorie.
Bij de aanvraag moet je bovendien inhoudelijk onderbouwen waarom de gevraagde kosten nodig zijn, via de beoordelingscriteria: je beschrijft de doelen en resultaten van de activiteiten, je ervaring (bij categorie A) of het innovatieve karakter (bij categorie B), je netwerk, en bij categorie A ook de kwaliteitsborging (certificering, cliënttevredenheidsonderzoek). Deze onderbouwing bepaalt mede of de gevraagde kosten als redelijk worden beoordeeld.
Bij verantwoording achteraf (zie de secties Voorwaarden en Na je aanvraag) moet je met een financieel verslag laten zien welke inkomsten en uitgaven daadwerkelijk aan de activiteiten zijn verbonden. Voor subsidies vanaf € 100.000 gaat dit uitgebreider, met een balans en een accountantscontrole volgens het verantwoordings- en controleprotocol van de gemeente. De gemeente toetst dus achteraf of het geld daadwerkelijk aan de aangevraagde activiteiten is besteed; niet-bestede of oneigenlijk bestede bedragen kunnen leiden tot een lagere vaststelling of terugvordering.
Hoeveel subsidie krijg je?
De hoogte van je subsidie hangt af van de categorie waarin je aanvraagt en van het beschikbare budget in dat jaar.
Voor categorie A, bestaande initiatieven, is in 2026 in totaal € 4.103.785 beschikbaar. Per aanvraag kun je maximaal € 2.500.000 krijgen. Het loket noemt hierbij geen minimumbedrag of vast percentage van de kosten; de subsidieregeling zelf noemt in artikel 10 een ander maximum per aanvraag (€ 3.000.000), terwijl de productpagina en het loket € 2.500.000 als maximum aanhouden. Het dossier is op dit punt niet eenduidig; ga uit van het laagste, op de aanvraagpagina genoemde bedrag van € 2.500.000, tenzij de gemeente anders aangeeft.
Voor categorie B, nieuwe initiatieven, is in totaal € 400.000 beschikbaar. Per aanvraag kun je maximaal € 200.000 krijgen.
Er worden geen vaste percentages van de subsidiabele kosten genoemd; je vraagt een bedrag aan dat past bij je begroting, tot het geldende maximum. Wel moet de hoogte van het gevraagde bedrag "redelijk zijn in relatie tot de te verrichten activiteiten, te leveren prestaties en overige financieringsbronnen" (dit is ook een apart beoordelingscriterium, tot 10 punten, bij categorie A).
Belangrijk is dat de complete aanvragen op volgorde van binnenkomst worden beoordeeld, binnen het subsidieplafond. Is het plafond van € 4.103.785 (categorie A) of € 400.000 (categorie B) bereikt, dan komen latere, ook goedgekeurde aanvragen niet meer aan bod. Hoe eerder en completer je indient, hoe groter de kans op het volledige bedrag.
Het college kan het subsidieplafond bovendien verlagen als het plafond is vastgesteld vóórdat de gemeentebegroting voor dat jaar is goedgekeurd en de aanvraagtermijn daarvóór ligt. Bij bekendmaking van zo'n voorwaardelijk plafond wordt daarop gewezen; houd hier dus rekening mee bij een aanvraag voor een toekomstig jaar.
Bij de beoordeling van de hoogte van het subsidiebedrag wordt ook gekeken naar je eigen vermogen: bij jaarlijkse subsidies telt een eigen vermogen tot 10% van je totale jaaromzet als weerstandsvermogen en blijft dat buiten beschouwing, maar een hoger eigen vermogen kan leiden tot een lagere subsidie of afwijzing.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | - | 1 jul 2026 | € 4,1 mln | - |
| 2026-bestaand | - | 1 jul 2025 | € 4,1 mln | - |
| 2026-nieuw | - | - | € 400k | - |
| 2026-2029 | - | - | - | Wie het eerst komt (fcfs) |
| 2026 | - | - | € 4,5 mln | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidieregeling Maatschappelijke Zorg Leidse regio?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Belang van de activiteiten voor het programmaplan, blijkend uit inhoudelijke jaarverslagen: 20 punten (het zwaarst wegende criterium).
- Redelijkheid van het gevraagde subsidiebedrag ten opzichte van de activiteiten, prestaties en overige financieringsbronnen: 10 punten.
- Relevant netwerk (samenwerkingsrelaties met andere organisaties, cliëntbelangenbehartigers, ervaringsdeskundigen, deelname aan landelijke overleggremia), aan te tonen met samenwerkingsdocumenten, deelnamelijsten of gezamenlijke aanvragen: 8 punten.
- Kwaliteitsborging via cliëntervaringsonderzoek of certificering: 2 punten.
- Mate waarin je rekening houdt met nieuwe ontwikkelingen en innovatie: 2 punten.
- Bijdrage van de activiteiten aan de doelstellingen van het programmaplan: 10 punten.
- Innovatief karakter: het aanbod bestaat nog niet in de Leidse regio, is een 'best practice' uit een andere regio, en/of betreft samenwerking tussen organisaties, of heeft een positief maatschappelijk effect: 8 punten.
- Relevant netwerk, op dezelfde manier aan te tonen als bij categorie A: 6 punten.
- Mate van eigen cofinanciering en/of het aantrekken van middelen bij derden: 2 punten.
Je hebt minimaal 20 van de 42 punten nodig, dus bijna de helft van het maximum.
Ook hier geldt de drempel van 20 van de 26 punten, dus een relatief hoge lat.
Wat moet je ná toekenning doen?
Na toekenning betaalt het college de subsidie in één keer als voorschot uit, op het moment van verlening. Het definitieve bedrag wordt pas later vastgesteld, na verantwoording. Welke verantwoording geldt, hangt af van het bedrag:
- Tot en met € 5.000: het college stelt de subsidie direct vast, of ambtshalve binnen 13 weken na de uiterste uitvoeringsdatum. Je kunt verplicht worden om op verzoek aan te tonen dat de activiteiten zijn uitgevoerd; er wordt steekproefsgewijs gecontroleerd.
- Vanaf € 5.000 tot € 100.000: je dient zelf een aanvraag tot vaststelling in, met een inhoudelijk verslag (resultaten en bereik) en een financieel verslag (inkomsten en uitgaven, met de gemeentelijke subsidie apart zichtbaar). Bij een eenmalige subsidie binnen 13 weken na afronding van de activiteiten; bij een jaarlijkse subsidie vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar.
- Vanaf € 100.000: dezelfde termijnen, maar met een uitgebreidere verantwoording: een inhoudelijk verslag met toelichting op de behaalde impact ten opzichte van de beoordelingscriteria, een financiële verantwoording (integraal in de jaarrekening of apart), een balans met toelichting, én een controleverklaring van een accountant volgens het verantwoordings- en controleprotocol van de gemeente.
Verder gelden gedurende de looptijd algemene verplichtingen uit de Algemene Subsidieverordening: je voert de activiteiten daadwerkelijk uit, je meldt direct als aannemelijk wordt dat je de activiteiten niet (geheel) gaat uitvoeren of niet aan de verplichtingen kunt voldoen, en je betaalt niet-bestede subsidie op eerste verzoek terug. Ook moet je het college schriftelijk informeren over onder meer beëindiging van de activiteiten, ontbinding van je organisatie, relevante wijzigingen in de financiële verhouding met derden, en wijziging van rechtsvorm, bestuurders of doel van je stichting. Je activiteiten moeten bovendien open staan voor alle groepen, zonder onderscheid naar bijvoorbeeld ras, godsdienst, leeftijd of seksuele geaardheid.
Dien je de verantwoording niet op tijd in, dan volgt na een eenmalig rappel binnen 6 weken een ambtshalve vaststelling, met terugvordering van het verleende bedrag.
Hoe vraag je de Subsidieregeling Maatschappelijke Zorg Leidse regio aan?
Het aanvraagproces verschilt per categorie, vooral qua timing. Je dient in beide gevallen in via het subsidieloket van de gemeente Leiden, waarvoor je inlogt met DigiD (als individu) of eHerkenning niveau 2+ of hoger (als organisatie). Via de aanvraagknop op de productpagina kom je automatisch bij het juiste formulier.
Stap 1: bepaal je categorie en timing
- Bestaand initiatief (categorie A): je diende in 2024 al activiteiten uit en ontving daarvoor al subsidie via de centrumregeling. Uiterste indieningsdatum: 1 juli vóór het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
- Nieuw initiatief (categorie B): je hebt een nieuw, op zichzelf staand project. Uiterste indieningsdatum: 13 weken vóór de geplande startdatum van de activiteit.
Mis je deze termijn, dan kun je voor dat jaar of die activiteit geen aanvraag meer indienen; het dossier geeft geen coulanceregeling voor te late aanvragen.
Stap 2: verzamel de verplichte onderdelen van je aanvraag
Voor beide categorieën geldt dat je aanvraag minimaal bestaat uit:
- Een beschrijving van de activiteiten waarvoor je subsidie aanvraagt. Bij categorie A werk je hierin uit: de doelen en resultaten en de bijdrage aan het programmaplan, je ervaring met de voorgestelde activiteiten, je relevante netwerk, en de kwaliteitsborging (certificering en cliënttevredenheidsonderzoek, niet ouder dan één jaar). Bij categorie B werk je uit: de doelen en resultaten en de bijdrage aan het programmaplan, de datum of looptijd van de activiteit, het innovatieve karakter, en je relevante netwerk.
- Een gespecificeerde, sluitende begroting, waarin ook je reserve en eigen vermogen zijn opgenomen. Dit document maak je zelf op; de regeling schrijft geen vast begrotingsformat voor, maar wel de verplichte inhoud (inkomsten, uitgaven, reserve, eigen vermogen).
Bij categorie A geldt aanvullend dat de aanvraag door één organisatie of door meerdere organisaties gezamenlijk kan worden ingediend. In het laatste geval treedt één organisatie op als penvoerder en is verantwoordelijk voor de indiening.
Volgens de Algemene Subsidieverordening geldt bovendien dat je bij een eerste aanvraag voor een jaarlijkse subsidie ook een exemplaar van je oprichtingsakte, je statuten, je jaarverslag, je jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar meestuurt. Dit is relevant als je voor het eerst een jaarlijkse (categorie A) subsidie aanvraagt.
Stap 3: dien in via het subsidieloket
Je logt in met DigiD of eHerkenning (niveau 2+), vult het juiste formulier in en dient de aanvraag inclusief bijlagen digitaal in. Bij voorkeur gebeurt dit digitaal; schriftelijke indiening is ook mogelijk volgens de regeling zelf, maar het loket werkt met het digitale formulier.
Het dossier vermeldt geen aparte ondertekeningsvereisten (zoals "moet getekend worden door de bestuurder" of een specifiek verklaringsformulier), anders dan dat de aanvraag wordt ingediend door de rechtspersoon zelf (bij categorie A eventueel via een aangewezen penvoerder). Voor de exacte ondertekening en eventuele aanvullende formats verwijst de regeling naar het aanvraagformulier op het subsidieloket zelf.
Heb je vragen tijdens het proces, dan kun je mailen naar subsidie@leiden.nl of bellen met 14 071.
Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- programmaplan ‘Alle inwoners horen erbijDownloadPDF · 42 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidieregeling Maatschappelijke Zorg Leidse regio. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Subsidie Maatschappelijke zorg Leidse regiogemeente.leiden.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gemeente Leiden. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.