Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

Subsidie Circular Plastics NL

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Ook bekend als CPNL

Wat is de Subsidie Circular Plastics NL?

Circular Plastics NL (CPNL) is subsidie voor bedrijven en onderzoekers die samen werken aan het recyclen van plastic. Je vraagt subsidie aan voor een onderzoeksproject (onderzoek of ontwikkeling van methodieken en technieken) of een showcase (het verduurzamen van de keten van een plasticmateriaal, op pilot- of demonstratieschaal). Beide moeten passen binnen één van de acht vastgestelde onderwerpen, zoals betere recyclebaarheid van verpakkingen, terugwinning van plastic uit afvalstromen, textielsortering, voorbewerking van gemengd plasticafval, mechanische recycling, dissolutie, depolymerisatie of devulkanisatie/decrosslinking.

De regeling is voor partijen in de hele plastic- en recyclingketen: afvalinzamelaars, afvalverwerkers, recyclers, compounders, polymeerproducenten, converters, engineers, merkeigenaren, eindproducenten, kennis- en onderzoeksorganisaties. Je vraagt altijd aan in een samenwerkingsverband van minstens twee organisaties, waarvan minimaal één onderneming.

Voor onderzoeksprojecten is maximaal € 1,5 miljoen subsidie beschikbaar per project (totaal budget € 3 miljoen), voor showcases maximaal € 7,5 miljoen per project (totaal budget € 37 miljoen). Het totale subsidieplafond is € 40.000.000.

Je vraagt aan via het eLoket van RVO met eHerkenning (minimaal niveau EH3), tussen 21 april 2026, 09:00 uur en 6 oktober 2026, 17:00 uur. De aanvraag bestaat onder meer uit een projectplan, begroting, machtigingsformulier en verklaringen over staatssteun. Het is een tenderregeling: aanvragen worden na sluiting onderling vergeleken en gerangschikt op kwaliteit, niet op volgorde van binnenkomst.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidie Circular Plastics NL?

Je komt alleen in aanmerking als je aan een aantal harde eisen voldoet. Voldoe je hier niet aan, dan wijst RVO je aanvraag af zonder dat er nog naar de inhoud gekeken wordt.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of onderzoeksorganisatie of non-profit
Je sector valt onder SBI plastic, recycling, afvalverwerking
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Samenwerkingsverband verplicht. Je vraagt niet alleen aan. Er moeten minstens twee organisaties meedoen, waarvan minimaal één onderneming. Doet alleen een groep onderzoeksorganisaties mee zonder onderneming, dan val je af. Zijn organisaties in je samenwerkingsverband aan elkaar verbonden (bijvoorbeeld moeder- en dochterbedrijf, waarbij de ene zeggenschap heeft over de andere)? Dan mogen die allebei subsidie krijgen, maar het samenwerkingsverband moet daarnaast ook nog uit andere, niet-verbonden partijen bestaan.

Vestiging in Nederland. Alle partijen in het samenwerkingsverband moeten een vestiging of dochteronderneming in Nederland hebben. Een postbus is niet genoeg: het gaat om duurzaam beschikbaar personeel en technische middelen in Nederland, en dat moet zo zijn op het moment dat de subsidie wordt uitbetaald.

Project moet bij een onderwerp passen. Je project moet vallen binnen één van de acht vastgestelde onderwerpen (twee voor onderzoeksprojecten, zes voor showcases). Bij het indienen kies je één onderwerp; je kunt niet hetzelfde project voor twee onderwerpen indienen. Past je project bij geen van de onderwerpen, dan val je af.

Nog niet gestart. Je project mag niet gestart zijn vóórdat je de aanvraag indient. Je mag ook nog geen verplichtingen (zoals een opdracht) zijn aangegaan voor die tijd. Of er al betaald is, maakt niet uit: het gaat om het moment van de verplichting.

Looptijd binnen de grens. Onderzoeksprojecten mogen maximaal 4 jaar duren, showcases maximaal 5 jaar. Is het niet aannemelijk dat je project binnen die termijn klaar is (denk ook aan benodigde vergunningen), dan wordt de aanvraag afgewezen.

Financiering en haalbaarheid. Je aanvraag wordt ook afgewezen als er gegronde vrees is dat de betrokkenen het project niet kunnen financieren, als er onvoldoende vertrouwen is dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project uit te voeren, of als er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid.

Geen onderneming in moeilijkheden. Een onderneming die kwalificeert als 'onderneming in moeilijkheden' (OIM) krijgt geen subsidie onder de staatssteunkaders die hier gelden (AGVV). Zit er ook maar één OIM-onderneming in je samenwerkingsverband, dan kan de hele aanvraag worden afgewezen. Kwalificeert je onderneming als OIM, dan kun je alleen nog subsidie krijgen via de-minimissteun, met een plafond van € 300.000 per zelfstandige onderneming over 3 jaar (lager voor bepaalde sectoren).

Volledigheid op tijd. Aanvragen die op de sluitingsdatum, 6 oktober 2026 17:00 uur, niet compleet zijn, worden afgewezen zonder herstelmogelijkheid. Na 17:00 uur is aanvullen niet meer mogelijk.

Onvoldoende score op beoordelingscriteria. Ook na goedkeuring op de bovenstaande punten kun je nog afvallen: elk beoordelingscriterium moet minimaal een 3 (op een schaal van 1 tot 5) scoren. Scoor je op één criterium onvoldoende, dan wordt je aanvraag afgewezen, ook al is de rest goed.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidiabele kosten zijn de kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan je project. De hoogte van de vergoeding hangt af van het soort activiteit en van het type organisatie.

Loonkosten (A1). Je kunt kiezen uit drie systematieken, en per deelnemer maar één ervan gebruiken:

  • Integrale kostensystematiek: geschikt voor grote organisaties die vaker subsidie bij RVO aanvragen.
  • Loonkosten plus 50% opslag: de directe loonkosten van projectmedewerkers, vermeerderd met een opslag van 50%.
  • Vast uurtarief van € 60,00: te gebruiken als er geen loonkosten worden gemaakt maar wel arbeid wordt verricht.

Machinekosten (A2/A3). Afschrijvingskosten van aangeschafte machines en apparatuur zijn subsidiabel, met een minimale afschrijvingstermijn van 5 jaar. Alleen afschrijvingskosten die binnen de projectperiode vallen komen in aanmerking. Gebruik je een machine niet uitsluitend voor het project, dan mag je de kosten alleen meenemen als je een sluitende tijdregistratie bijhoudt; de kosten worden dan naar evenredigheid van het gebruik voor het project meegenomen (afgezet tegen de normale bezetting).

Materiaalkosten (A3/A4). Verbruikte materialen (stoffen bestemd voor eenmalig gebruik binnen het project, die na bewerking geen zelfstandige zaak meer zijn) en hulpmiddelen (zelfstandige zaken speciaal voor het project aangeschaft, niet langer dan het project gebruikt en daarna niet meer bruikbaar) zijn subsidiabel.

Kosten van derden / uitbesteding (A4/A6). Besteed je een deel van de activiteiten uit aan een derde partij, dan kunnen die kosten aan het project worden toegerekend. Er moet dan een uitbestedingsovereenkomst zijn gesloten, en de derde mag niet in een groep, cv, vof of maatschap met jou verbonden zijn.

Subsidiepercentages per activiteit en organisatietype

  • Industrieel onderzoek: 80% voor onderzoeksorganisaties (EU-definitie), 50% voor overige kennisinstituten, 70% voor kleine bedrijven, 60% voor middelgrote bedrijven, 50% voor grote bedrijven.
  • Experimentele ontwikkeling: 80% voor onderzoeksorganisaties, 25% voor overige kennisinstituten, 45% voor kleine bedrijven, 35% voor middelgrote bedrijven, 25% voor grote bedrijven.
  • Demonstratieproject: 60%, 50% en 40% (percentage over de extra investeringskosten ten opzichte van een referentie-investering, alleen mogelijk bij onderwerpen 3 t/m 8).
  • Niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties (IO of EO of combinatie): 80%.
  • Overige niet-economische activiteiten gericht op kennisverspreiding en overige projectactiviteiten van bedrijven gericht op kennisverspreiding: 100%, met een maximum van € 50.000 per onderzoeksproject en € 25.000 per showcase.

Demonstratieprojecten: referentie-investering. Bij investeringen in een demonstratie-installatie krijg je alleen subsidie over de meerkosten ten opzichte van een referentie-investering (het nulscenario: wat je zonder subsidie had gedaan, bijvoorbeeld de huidige manier van afvalverwerking of een minder milieuvriendelijk alternatief). Je moet deze referentie-investering onderbouwen en motiveren in het projectplan. Is er geen minder milieuvriendelijk alternatief, of toon je aan dat je zonder steun helemaal niet zou investeren, dan zijn de totale investeringskosten subsidiabel.

Wat niet subsidiabel is

  • Onvoorziene kosten ('contingency') als aparte kostenpost.
  • Kosten voor het aanvragen van patenten, licenties en het certificeren van het nieuwe product.
  • Kosten voor een accountant om de controleverklaring op te stellen.
  • Kosten voor administratief projectmanagement (voortgangsmonitoring, contracten opstellen, voortgangsrapportages voor RVO, planning, budgettering, escaleren naar stuurgroep, projectbesturing en -bewaking).
  • Binnenlandse reiskosten.
  • Kosten voor kennisverspreidingsactiviteiten/communicatie, tenzij opgevoerd onder de categorie 'overige (niet-)economische activiteiten gericht op kennisverspreiding' (met de eerder genoemde maxima).
  • Routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, processen of diensten, ook als het verbeteringen zijn.
  • Bepaalde softwaregerelateerde activiteiten, zoals de ontwikkeling van zakelijke applicatiesoftware met bekende methoden, het toevoegen van gebruikersfunctionaliteit aan bestaande programma's, of het maken van websites met bestaande tools.

Voor de exacte berekening van subsidiabele kosten zijn drie standaardmethodes beschikbaar; welke je kiest, licht je toe in de modelbegroting.

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie Circular Plastics NL?

Hier val je op af

Geen samenwerkingsverband van minimaal twee organisaties met minstens één onderneming.
Geen vestiging of dochteronderneming in Nederland van alle deelnemers.
Project past niet bij één van de acht vastgestelde onderwerpen, of je dient hetzelfde project voor twee onderwerpen in.
Project al gestart of verplichtingen al aangegaan vóór indiening van de aanvraag.
Looptijd overschrijdt het maximum: 4 jaar voor onderzoeksprojecten, 5 jaar voor showcases.
Gegronde vrees dat de financiering niet rond komt, onvoldoende vertrouwen in de capaciteiten van betrokkenen, of onvoldoende vertrouwen in de technische of economische haalbaarheid.
Eén van de deelnemende ondernemingen is een 'onderneming in moeilijkheden' (OIM): de hele aanvraag kan dan worden afgewezen.
Aanvraag is op de sluitingsdatum (6 oktober 2026, 17:00 uur) niet compleet: geen herstelmogelijkheid meer.
Voldoet je aanvraag aan de algemene vereisten, dan wordt ze door onafhankelijke externe adviseurs beoordeeld en gerangschikt op vijf criteria. Elk criterium krijgt een score van 1 tot 5; je moet op elk criterium minimaal een 3 scoren, anders wordt de aanvraag afgewezen. De scores worden gewogen en opgeteld tot een totaalscore, met een andere weging voor onderzoeksprojecten en showcases:
Bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie (20% bij beide types): hoe groot is de impact van het project op de markt en de omvang daarvan, en draagt het bij aan het doel van de regeling en het gekozen onderwerp.
Mate van vernieuwing (30% bij onderzoeksprojecten, 10% bij showcases): vernieuwing ten opzichte van de internationale stand van onderzoek/techniek (bij demonstratieprojecten: de Nederlandse stand van techniek) en bijdrage aan de Nederlandse kennispositie.
Slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij (10% bij onderzoeksprojecten, 30% bij showcases): waarde voor de eindgebruiker, onderbouwing van de businesscase, kwaliteit van het implementatietraject en aandacht voor niet-technologische aspecten (zoals maatschappelijke weerstand, benodigde nieuwe competenties, wet- en regelgeving).
Kwaliteit van het projectplan (20% bij beide types): uitwerking van aanpak en methodiek, omgang met risico's, uitvoerbaarheid, efficiënte inzet van middelen, kwaliteit van het plan voor kennisverspreiding, projectorganisatie.
Kwaliteit van het samenwerkingsverband (20% bij beide types): zitten alle noodzakelijke partijen in het samenwerkingsverband, zijn belanghebbenden goed betrokken, is er voldoende kennis en capaciteit aanwezig (blijkend uit referenties en cv's), en is het samenwerkingsverband slagvaardig.

Wat je moet doen na toekenning

  • Binnen 3 maanden na de toekenningsbrief lever je een samenwerkingsovereenkomst aan met afspraken over kostenverdeling, risico's, resultaten en intellectuele eigendomsrechten. Gebeurt dit niet, dan stopt RVO het project en stelt de subsidie vast, met terugvordering van verleende voorschotten.
  • Je project moet starten binnen een half jaar na subsidieverlening.
  • Je houdt een correcte en overzichtelijke projectadministratie bij.
  • Je voert het project uit volgens het projectplan en de bepalingen in de beschikking.
  • Je levert één keer per jaar (voor 15 februari) een voortgangsrapportage aan, inclusief een openbaar gedeelte, met het model voortgangsrapportage CPNL.
  • Voor essentiële wijzigingen (in project, planning, samenwerkingsverband of penvoerder) vraag je vooraf schriftelijk toestemming via het online wijzigingsformulier. Meld je een wijziging niet, dan loop je het risico de subsidie voor de gewijzigde onderdelen of het hele project te moeten terugbetalen.
  • Loopt je project vertraging op, dan stuur je een onderbouwd verzoek tot verlenging van maximaal 12 maanden; RVO beoordeelt dit in 8 weken (eenmaal te verlengen met 8 weken).
  • Aan het eind van het project vraag je binnen 13 weken vaststelling aan via het online vaststellingsformulier, met een eindverslag (openbaar en vertrouwelijk deel).
  • Bij subsidies tussen € 25.000 en € 125.000 lever je bij vaststelling een eigen kostenverklaring aan; bij € 125.000 of meer een controleverklaring van een accountant.
  • Je neemt deel aan relevante kennisdelingsactiviteiten van het Circular Plastics NL-programma en deelt de opgedane kennis minimaal met de achterban van de betrokken partijen en met de Stichting Circular Plastics NL.
  • Onderzoeksorganisaties mogen intellectuele eigendomsrechten alleen tegen een marktconforme vergoeding beschikbaar stellen aan ondernemers; dit moet vastliggen in de getekende samenwerkingsovereenkomst voordat je mag starten.

Zorg dus voor een goed onderbouwde businesscase (ook die van de eindgebruiker), een concurrentieanalyse, en een concreet uitgewerkt werkplan met mijlpalen, go/no go-momenten en resultaten van eerder vooronderzoek.

Hoe vraag je de Subsidie Circular Plastics NL aan?

De aanvraag doorloopt vijf stappen, met vaste onderdelen en deadlines.

Stap 1: Vraag vooraf advies (optioneel maar aanbevolen). Laat je projectidee vrijblijvend toetsen door een RVO-adviseur, of neem contact op met Klantcontact van RVO (088 0424242) om te checken of je project bij CPNL past. Voor hulp bij het vinden van consortiumpartners kun je terecht bij de programmamanagers van Stichting CPNL.

Stap 2: Regel je eHerkenning op tijd. Je hebt een eHerkenningsmiddel nodig met minimaal betrouwbaarheidsniveau EH3. Dit aanvragen kost een paar werkdagen, dus begin hiermee ruim voor de deadline. Ook het invullen en uploaden van de aanvraag in het eLoket kan veel tijd kosten, zeker bij een groot samenwerkingsverband.

Stap 3: Dien je aanvraag in via het eLoket, tussen 21 april 2026 09:00 uur en 6 oktober 2026 17:00 uur. Na 17:00 uur op de sluitingsdag kan er niets meer verzonden of aangevuld worden; incomplete aanvragen worden dan afgewezen zonder herstelmogelijkheid.

De aanvraag bestaat uit het aanvraagformulier plus de volgende bijlagen:

  • Aanvraagformulier: ingevuld en digitaal ondertekend (met eHerkenning) door jou of een intermediair. Treedt een intermediair op, dan voegt de penvoerder een aparte machtiging van de intermediair toe.
  • Deelnemersformulier (machtiging): van elke deelnemer een machtigingsformulier, ondertekend door die deelnemer zelf, waarmee de penvoerder gemachtigd wordt. Gebruik de naam zoals geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. Alleen een ondertekend formulier maakt de machtiging geldig.
  • Projectplan: ingevuld volgens het verplichte modelprojectplan (max. 35 pagina's exclusief bijlagen), met onder meer een openbare samenvatting, beschrijving van deelnemers en team, probleemstelling en doel, technische beschrijving, werkplan met werkpakketten, bijdrage aan de doelstellingen, businesscase, mate van vernieuwing, risicoanalyse, plan voor kennisverspreiding en financiering. Ondertekening gebeurt via het aanvraagformulier als geheel.
  • Begroting: ingevuld op basis van de modelbegroting CPNL 2026, inclusief het tabblad 'financiering' met de samenvattende financieringstabel.
  • Onderbouwing eigen bijdrage: bijvoorbeeld een bankverklaring, verklaring van een investeerder, jaarverslag, jaarrekening of bedrijfsplan, waaruit blijkt dat je het niet-gesubsidieerde deel van het project kunt betalen. Kun je dit niet voldoende aantonen, dan wordt de aanvraag afgewezen.
  • Verklaring geen onderneming in moeilijkheden (OIM): per aanvragende onderneming verplicht, met bijlagen: het beslisschema, een organogram van de verbonden groep, en de meest recente (geconsolideerde) jaarrekening.
  • De-minimisverklaring: verplicht als een onderneming wél als OIM kwalificeert, of als je subsidie aanvraagt voor overige projectactiviteiten. Je vult deze online in, print en ondertekent hem, en stuurt hem ondertekend mee.
  • Exploitatieberekening: alleen verplicht bij demonstratieprojecten waarbij de installatie na afloop in gebruik blijft. Bevat minimaal de investeringskosten, een overzicht van kosten en baten, en een berekening van rendement (NCW, IRR) en terugverdientijd, met duidelijke uitgangspunten (zoals de WACC).
  • Overige bijlagen (aanbevolen): rapporten die technische of economische claims onderbouwen (zoals experimentresultaten, marktstudies, businessplannen), offertes, toezeggingen van bank of investeerders, en uitbestedingsovereenkomsten.

Bij wijziging van penvoerder of samenwerkingsverband tijdens de looptijd gebruik je het online wijzigingsformulier.

Stap 4: Volledigheidscheck. Na binnenkomst controleert RVO of alle stukken zijn aangeleverd. Is je aanvraag compleet, dan wordt ze in behandeling genomen. Zo niet, dan krijg je (behalve bij aanvragen die precies op de sluitingsdag binnenkomen) een verzoek om aan te vullen.

Stap 5: Beoordeling en uitsluitsel. RVO toetst eerst aan de algemene vereisten en het Kaderbesluit, daarna beoordelen externe adviseurs en rangschikken de aanvraag. Zie de secties 'Voorwaarden' en 'Na je aanvraag' voor de vervolgstappen en termijnen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Bevestiging en beoordeling. Na indiening ontvang je direct een bevestiging per e-mail, ook te bekijken in je online aanvraag. RVO beoordeelt aanvragen pas nadat de regeling is gesloten (na 6 oktober 2026). Eerst wordt getoetst of je aanvraag voldoet aan de algemene vereisten van de regeling en aan het Kaderbesluit en de AGVV-eisen; voldoet ze niet, dan volgt afwijzing. Voldoet ze wel, dan beoordelen onafhankelijke externe adviseurs en rangschikken ze de aanvraag op de vijf criteria.

Pitchmoment. RVO streeft ernaar alle aanvragers de mogelijkheid te bieden hun project toe te lichten aan de externe adviseurs. Je kunt met maximaal twee personen je aanvraag toelichten en vragen beantwoorden; de tijd hiervoor is beperkt tot 20 minuten. Je ontvangt hiervoor een uitnodiging. Let op: alle informatie moet al in je aanvraag staan, tijdens de pitch kun je geen nieuwe informatie meer inbrengen. Bij veel aanvragen kan deze mogelijkheid vervallen.

Beslistermijn. RVO doet haar best binnen 13 weken na de sluitingsdatum te beoordelen. Deze termijn kan eenmaal met 13 weken worden verlengd. Concreet verwacht RVO dat je in het eerste kwartaal van 2027 een besluit ontvangt. Je krijgt dan een brief met het besluit.

Bij toekenning: voorschotten. Als penvoerder ontvang je een subsidiebeschikking met details over de voorschotten en je verplichtingen. Je krijgt automatisch een eerste voorschot binnen twee weken na verlening, of binnen twee weken na de start van het project als dat later is. Er zijn twee bevoorschottingsvormen:

  • Lineair (bij begroting zonder mijlpalen): je krijgt in totaal 90% van het subsidiebedrag als voorschot, gelijk verdeeld over de looptijd en uitbetaald binnen 2 weken na start van elk kwartaal. De laatste 10% volgt na vaststelling.
  • Op basis van mijlpalen (bij begroting met mijlpalen): het voorschot per mijlpaalperiode is afgestemd op de financieringsbehoefte in die periode, binnen de periode lineair verdeeld en uitbetaald na start van elk kwartaal. Ook hier volgt de laatste 10% na vaststelling.

Elke deelnemer ontvangt de voorschotten op de eigen bankrekening. De keuze tussen lineair en mijlpalen maak je vooraf en kun je tijdens het project niet meer wijzigen.

Verplichtingen tijdens de looptijd. Je houdt een correcte projectadministratie bij, voert het project uit volgens plan en beschikking, en levert jaarlijks (voor 15 februari) een voortgangsrapportage met een openbaar gedeelte. Voor essentiële wijzigingen vraag je vooraf schriftelijk toestemming via het online wijzigingsformulier; niet melden kan leiden tot terugbetaling. Bij vertraging stuur je een onderbouwd verlengingsverzoek van maximaal 12 maanden; RVO beoordeelt dit in 8 weken (eenmaal te verlengen met 8 weken). Binnen 3 maanden na de toekenningsbrief lever je een samenwerkingsovereenkomst aan, anders kan RVO het project stopzetten en voorschotten terugvorderen.

Vaststelling. Is je project klaar, dan vraag je binnen 13 weken vaststelling aan via het online vaststellingsformulier, met een openbaar en vertrouwelijk eindverslag. Voor subsidies vanaf € 125.000 stuur je een controleverklaring van een accountant mee; voor subsidies tussen € 25.000 en € 125.000 een eigen kostenverklaring. RVO beoordeelt het vaststellingsverzoek in 13 weken (eenmaal te verlengen met 13 weken). De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijke kosten, maar nooit hoger dan het oorspronkelijk verleende bedrag. Zodra de vaststelling is goedgekeurd, is je aanvraag afgerond.

Bij afwijzing. Je wordt gebeld met een toelichting op de afwijzing en ontvangt daarna ook een schriftelijke beschikking. Je kunt binnen 6 weken na de datum op de besluitbrief bezwaar maken.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 4 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidie Circular Plastics NL. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.