GeslotenProvincie · Subsidie

GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht

Gedeputeerde Staten van Utrecht

Ook bekend als GLB 2023-2027, Niet productieve investeringen landbouw Utrecht, GLB 2023-2027 NPI

Wat is de GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht?

Deze subsidie is bedoeld voor landbouwers in Noord-Holland of Utrecht die met een investering bijdragen aan de water- en klimaatdoelen van hun provincie, zonder daarmee winst te maken. Denk aan het aanleggen van kruidenrijke akkerranden, natuurvriendelijke oevers of waterlopen. De regeling helpt zo mee aan het herstellen en vergroten van de biodiversiteit.

De subsidie is momenteel gesloten voor aanvragen.

Je kunt aanvragen als agrarisch collectief, landbouwbedrijf, landbouworganisatie, samenwerkingsverband van landbouwers, of (alleen in Utrecht) als organisatie voor landschapsbeheer. Je project moet plaatsvinden op landbouwgrond of aangrenzende grond zoals een erf, en bijdragen aan duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen of aan het herstel van biodiversiteit en landschappen.

Je krijgt 70% van de subsidiabele kosten vergoed voor investeringen in het watersysteem, en 100% voor alle andere investeringen. In Noord-Holland gold minimaal € 125.000 subsidie (geen maximum), in Utrecht tussen € 10.000 en € 500.000.

Het beschikbare budget is niet voor iedereen genoeg: een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt elke aanvraag op effectiviteit, haalbaarheid, urgentie en efficiëntie, en verdeelt het geld onder de hoogst scorende aanvragen. Het is dus geen kwestie van wie het eerst komt.

Aanvragen doe je met een begroting waarin je je project opdeelt in deelprestaties (bij subsidiebedragen onder € 125.000) of met een uitgebreider begrotingsformat (vanaf € 125.000). Na goedkeuring krijg je automatisch een voorschot van 50%, kun je tussentijds deelbetalingen aanvragen en sluit je af met een vaststelling waarin je aantoont dat je de afgesproken prestaties hebt gehaald.

Wie komt in aanmerking voor de GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht?

Deze subsidie is gesloten voor aanvragen, dus je kunt nu niet meer instromen. Onderstaande eisen golden tijdens de laatste openstelling (Noord-Holland en Utrecht).

Je bent een agrarisch collectief of landbouwer of landbouworganisatie of organisatie landschapsbeheer of samenwerkingsverband landbouwers
Je sector valt onder SBI 0111, 0112, 0113
De definitieve beoordeling ligt bij Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Wie kon aanvragen:

  • Agrarische collectieven
  • Landbouwbedrijven
  • Landbouworganisaties
  • Organisaties voor landschapsbeheer (alleen in de provincie Utrecht)
  • Samenwerkingsverbanden van landbouwers

Andere partijen dan deze vijf vielen af.

Harde eisen aan het project:

  • Je project vindt plaats op landbouwgrond, of op grond die daaraan grenst (bijvoorbeeld een erf).
  • Je project draagt bij aan minimaal een van deze doelen: duurzame ontwikkeling en efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen (water, bodem, lucht), of het stoppen en omkeren van biodiversiteitsverlies, het versterken van ecosysteemdiensten en het behouden van leefgebieden en landschappen.
  • In Noord-Holland gold als aanvullende voorwaarde dat je project ook mocht bijdragen aan het afremmen van of aanpassen aan klimaatverandering.
  • Je investering moet "niet-productief" zijn: je mag met de investering geen winst maken. Projecten die wél winstoogmerk hebben, komen niet in aanmerking.
  • Investeer je in het watersysteem, maar hebben alleen landbouwers daar voordeel van? Dan krijg je voor dat deel geen subsidie.
  • Vraag je aan in Noord-Holland voor investeringen in het watersysteem? Dan krijg je alleen subsidie als die investeringen gericht zijn op waterkwantiteit.

Bedragen per provincie:

  • Noord-Holland: minimaal € 125.000 subsidie aanvragen, geen maximum. Budget was € 5.168.053.
  • Utrecht: minimaal € 10.000 en maximaal € 500.000 subsidie aanvragen. Budget was € 933.200. Vraag je een bedrag aan buiten deze grenzen, dan val je af.

Omgevingsvergunning: heeft je project te maken met stikstofuitstoot, dan heb je meestal een omgevingsvergunning nodig. Die vraag je zelf aan, de subsidie zelf regelt dit niet voor je. Het loket meldt dat vooral in Utrecht de kans klein is dat je deze vergunning krijgt. Zonder vergunning kun je het project niet (volledig) uitvoeren, ook al is subsidie verleend; in dat geval kun je om uitstel vragen of je aanvraag laten intrekken.

Budgetverdeling: het geld gaat niet op volgorde van binnenkomst, maar op ranking. Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt elk project op vier criteria (effectiviteit, haalbaarheid, urgentie, efficiëntie) en wijst het budget toe aan de hoogst scorende aanvragen. Sta je lager op de ranglijst dan waar het budget op is, dan val je alsnog af, ook al voldeed je aan alle basiseisen.

Het dossier noemt geen aparte eisen over rechtsvorm, vestigingsplaats van het bedrijf (buiten de genoemde provincies) of minimale bedrijfsgrootte.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidie kent twee categorieën subsidiabele kosten, elk met een eigen vergoedingspercentage.

Investeringen in het watersysteem

Deze kosten worden voor 70% van de subsidiabele kosten vergoed. Let op twee uitzonderingen:

  • Heeft alleen de landbouwer voordeel van de investering in het watersysteem? Dan krijg je hiervoor geen subsidie.
  • Vraag je aan in Noord-Holland? Dan krijg je alleen subsidie als de investering in het watersysteem gericht is op waterkwantiteit.

Andere investeringen

Alle overige subsidiabele investeringen worden voor 100% van de subsidiabele kosten vergoed. Uit het voorbeeld in het dossier vallen hieronder bijvoorbeeld de aanleg van een natuurvriendelijke oever en de aanleg van kruidenrijk grasland.

Kostentypen in het begrotingsformat

Het format begroting en betaalverzoeken werkt met een aantal kostentypen die je per kostenpost kiest:

  • Loonkosten: kosten van medewerkers in loondienst, te berekenen via een uurtarief (zie hieronder) of via de integrale kostensystematiek (IKS).
  • Eigen arbeid: uren die je zelf of vennoten/maten in het project steken, ook berekend met een uurtarief.
  • Vaste uurtarieven voor de functies projectmedewerker, landbouwer, adviseur en projectleider/expert.
  • Kosten derden (exclusief btw): facturen van ingehuurde partijen.
  • Niet-verrekenbare btw: kun je de btw op een kostenpost niet terugvragen bij de Belastingdienst? Dan kun je die btw apart als subsidiabele kost opgeven, met een eigen declaratieregel.
  • Grondkosten: er geldt een maximum aandeel van grondkosten in de totale projectkosten (het dossier noemt geen concreet percentage voor deze openstelling).
  • Bijdrage in natura (vrijwilligers): vrijwilligersuren worden gewaardeerd tegen een vast tarief van € 22,00 per uur.
  • Bijdrage in natura (overige): andere niet-financiële bijdragen aan het project.
  • Afschrijvingskosten: voor investeringen die je meerdere jaren gebruikt.

Vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor arbeidskosten

Bij deze openstelling kun je alleen de VKO voor arbeidskosten gebruiken. Kies je hiervoor, dan geldt:

  • Je hoeft bij je betaalverzoek geen arbeidskosten op te geven; je bewijst dus geen loonstroken of urenregistraties voor arbeid.
  • Het forfaitaire bedrag voor arbeidskosten wordt automatisch berekend: 23% van de overige kosten per declaratieregel (volgens het format begroting en betaalverzoeken).
  • Kies je toch voor "geen VKO", dan moet je arbeidskosten wel volledig onderbouwen met loonstroken, urenregistraties en (bij overhead) een opslag van 15%. Werkgeverslasten worden dan gerekend met 44,2% boven het brutosalaris.

Verantwoorden via deelprestaties (subsidie onder € 125.000)

Vraag je minder dan € 125.000 subsidie aan, dan verantwoord je je project niet via kostenbonnetjes maar via deelprestaties. Je geeft per deelprestatie op: de activiteit, het jaar waarin je die verwacht te halen, het bijbehorende subsidiebedrag en de manier van verantwoording (bijvoorbeeld foto's, een deelnemerslijst of facturen van derden). Je hoeft dan geen urenstaten, loonstroken, facturen en betaalbewijzen voor de onderliggende kosten aan te leveren; je laat alleen zien dat de deelprestatie is gehaald.

Wat niet subsidiabel is

  • Investeringen in het watersysteem waar alleen landbouwers voordeel van hebben.
  • In Noord-Holland: investeringen in het watersysteem die niet gericht zijn op waterkwantiteit.
  • Het dossier meldt dat niet alle kostentypen subsidiabel zijn en dat sommige kostentypen niet gecombineerd kunnen worden met de gekozen VKO; welke dat precies zijn voor deze openstelling staat niet uitgewerkt in het dossier zelf, maar in het openstellingsbesluit.

Voorbereidingskosten

Kosten zijn (als ze subsidiabel zijn binnen de openstelling) standaard tot één jaar vóór je aanvraag subsidiabel. Ligt de factuurdatum vóór de ontvangstdatum van je aanvraag, dan moet je dat kunnen onderbouwen; ligt de factuurdatum meer dan een jaar vóór de aanvraag, dan is dat een signaal dat de kosten mogelijk niet subsidiabel zijn.

Kosten na de einddatum

Facturen met een datum na de einddatum van het project worden gemarkeerd; die kosten vallen in principe buiten de looptijd van je project.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie kent twee percentages, afhankelijk van het type investering.

  • Investeringen in het watersysteem: 70% van de subsidiabele kosten.
  • Alle andere investeringen: 100% van de subsidiabele kosten.

Voorwaarden die het percentage of bedrag beïnvloeden:

  • Investeer je in het watersysteem, maar hebben alleen landbouwers daar voordeel van? Dan krijg je voor dat deel geen subsidie (0%), in plaats van 70%.
  • Vraag je aan in Noord-Holland voor investeringen in het watersysteem? Dan krijg je alleen de 70% als de investering gericht is op waterkwantiteit.

Bedragsgrenzen per provincie:

  • Noord-Holland: minimaal € 125.000, geen maximum. Beschikbaar budget: € 5.168.053.
  • Utrecht: minimaal € 10.000, maximaal € 500.000. Beschikbaar budget: € 933.200.

Uit het voorbeeld in het dossier: bij € 40.000 kosten voor een natuurvriendelijke oever en € 25.000 voor kruidenrijk grasland (beide 100%) en € 30.000 voor een stuw (70%), komt het subsidiebedrag op € 40.000 + € 25.000 + € 21.000 = € 86.000 op een totaal van € 95.000 kosten.

Uitbetaling in fasen:

  • Voorschot: bij goedkeuring krijg je automatisch 50% van het subsidiebedrag.
  • Deelbetalingen: mogelijk tijdens de uitvoering. In Noord-Holland maximaal 2 keer per jaar, in Utrecht meerdere keren per jaar. Een deelbetaling is minimaal 25% van het verleende subsidiebedrag, of voor Noord-Holland minstens € 25.000, voor Utrecht minstens € 50.000.
  • Vóór de vaststelling keert RVO in totaal (voorschot plus deelbetalingen) maximaal 90% van het verleende subsidiebedrag uit.
  • Bij vaststelling wordt het definitieve subsidiebedrag berekend en de rest uitbetaald. Is het definitieve bedrag lager dan wat je al ontving, dan betaal je het verschil terug.

Het definitieve subsidiebedrag kan lager uitvallen dan het verleende bedrag als je niet (helemaal) aan de voorwaarden voldoet, of als opgegeven deelprestaties niet (volledig) zijn behaald.

Alle bedragen op een rij

Bedragen en percentages van deze regeling, met de voorwaarde waaronder ze gelden
BedragSoortGeldt voor
70%Percentagevan de subsidiabele kosten

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202516 sep 202530 okt 2025€ 933,2k-
20244 sep 202429 nov 2024€ 2,3 mlnTender (rangschikking na sluiting)

Wat zijn de voorwaarden van de GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht?

Hier val je op af

Voordat je project inhoudelijk beoordeeld wordt, moet je aan een aantal basisvoorwaarden voldoen:
Je bent een agrarisch collectief, landbouwbedrijf, landbouworganisatie, samenwerkingsverband van landbouwers, of (alleen in Utrecht) een organisatie voor landschapsbeheer.
Je project ligt op landbouwgrond of aangrenzende grond (zoals een erf).
Je project draagt bij aan minimaal een van de doelen: duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, of het stoppen/omkeren van biodiversiteitsverlies en het versterken van ecosysteemdiensten en landschappen. In Noord-Holland mag je project ook bijdragen aan klimaataanpassing.
Je investering is niet-productief: je mag er geen winst mee maken.
Je aangevraagde bedrag valt binnen de grenzen van je provincie: Noord-Holland minimaal € 125.000 (geen maximum), Utrecht tussen € 10.000 en € 500.000.
Je vraagt aan binnen de openstellingsperiode van je provincie: Noord-Holland tot en met 28 november 2025, Utrecht tot en met 30 oktober 2025 (beide 17:00 uur).

Waarop wordt beoordeeld

  1. Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt elk binnengekomen (en aan de knock-outeisen voldoend) project per provincie op vier criteria:
  2. Effectiviteit
  3. Haalbaarheid
  4. Urgentie
  5. Efficiëntie

Wat je moet doen na toekenning

  • Ontving je steun uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)? Dan geldt voor je communicatieactiviteiten:
  • Je toont het EU-logo volgens de voorschriften van de Europese Commissie.
  • Je meldt de ELFPO-steun met de tekst "Medegefinancierd door de Europese Unie".
  • Je beschrijft het project.
  • Je toont het logo van de provincie.
  • Je meldt de ELFPO-bijdrage op je website en/of social media, als je die hebt.
  • Duurt je project langer dan één jaar? Dan stuur je in elk geval een voortgangsverslag, met het verplichte format (Format Voortgangsverslag). Vraag je ook een deelbetaling aan, dan stuur je het verslag bij voorkeur gelijk mee als bijlage.
  • Bij subsidiebedragen onder € 125.000 bewijs je bij elk betaalverzoek alleen welke deelprestaties je hebt gerealiseerd, op de manier die in je beslisbrief staat.
  • Bij subsidiebedragen vanaf € 125.000 vul je het Format begroting en betaalverzoeken in en, bij arbeidskosten, het Format urenregistratie.
  • Bij het eindverslag (vaststelling) gebruik je het Format Inhoudelijk en financieel eindverslag, en toon je met foto's dat gedane investeringen gebruiksklaar zijn.

Voldoe je niet aan een van deze eisen, dan valt je aanvraag af, ongeacht de kwaliteit van je project.

Het dossier geeft geen wegingspercentages of puntenschalen per criterium. Wel is duidelijk dat het beschikbare budget wordt verdeeld onder de aanvragers die op deze criteria samen het hoogst scoren: een rangschikking, niet volgorde van binnenkomst. Sta je te laag op de ranglijst als het budget op is, dan krijg je geen subsidie ook al voldeed je project op zich aan de eisen.

Wat je vóór toekenning al vastlegt

Bij je aanvraag geef je (bij subsidiebedragen onder € 125.000) meteen de deelprestaties door: de activiteit, het jaar, het gekoppelde subsidiebedrag en de manier van verantwoording. Deze afspraken worden, na beoordeling, vastgelegd in de verleningsbeschikking (beslisbrief). Wijst RVO een deel van de aangevraagde kosten af, dan verandert ook het bedrag dat aan de deelprestatie is gekoppeld. Is RVO nog niet akkoord met een deelprestatie, het bedrag of de manier van verantwoording, dan neemt RVO contact met je op.

Wat je ná toekenning moet doen

*Uitvoering en wijzigingen*

  • Na je aanvraag kun je al starten met de uitvoering, maar dat is op eigen risico zolang je nog geen beslisbrief hebt.
  • Tijdens de uitvoering houd je je aan de voorwaarden uit je beslisbrief.
  • Wijzigingen in je project meld je vooraf, altijd voordat je ze uitvoert. Doe je dit niet of te laat, dan kan dat gevolgen hebben voor de hoogte van je subsidie. Je gebruikt hiervoor het Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies, dat je (met bijlagen zoals een onderbouwende planning of offerte) mailt naar plattelandsinterventies@rvo.nl, met het aanvraagnummer in het onderwerp. Een wijziging kan nooit leiden tot een hoger subsidiebedrag, tot een niet-subsidiabele activiteit, tot minder punten dan het minimum, of tot een lagere plaats op de prioriteitenlijst dan waar het budget destijds op is vastgesteld.
  • Kun je (een deel van) de activiteiten niet, niet op tijd of niet volledig uitvoeren, of niet aan de subsidieverplichtingen voldoen? Dan meld je dat direct schriftelijk.

*Omgevingsvergunning* Heeft je project met stikstofuitstoot te maken, dan regel je zelf een omgevingsvergunning. Lukt dat niet nadat je al subsidie verleend kreeg, dan kun je om uitstel vragen of je verleende aanvraag laten intrekken, via hetzelfde wijzigingsformulier.

Krijg je meer dan € 50.000 subsidie en investeer je in materiële activa (gebouwen, machines, inventaris)? Dan plaats je tijdens de uitvoering een plaquette of digitaal beeldscherm, duidelijk zichtbaar voor het publiek.

Krijg je meer dan € 500.000 subsidie voor een project met infrastructuur of bouwwerkzaamheden? Dan plaats je vanaf de start een permanente plaat of bord, zichtbaar voor het publiek, en (als je het project in stand moet houden) tot het einde van die instandhoudingsperiode. Heb je al een permanente plaat of bord, dan hoeft de plaquette of het digitale beeldscherm niet meer.

Is het definitieve subsidiebedrag bij vaststelling lager dan wat je al aan voorschot en deelbetalingen ontving, dan betaal je het verschil terug.

Hoe vraag je de GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht aan?

Het dossier noemt een "subsidieproces in 6 stappen" maar werkt de afzonderlijke stappen niet inhoudelijk uit. Wel is duidelijk welke documenten je bij welk onderdeel van het proces nodig hebt.

Voor de aanvraag

  • Check de openstellingsperiode van je provincie. Noord-Holland: 16 september 2025 09:00 uur tot en met 28 november 2025 17:00 uur. Utrecht: 16 september 2025 09:00 uur tot en met 30 oktober 2025 17:00 uur.
  • Controleer of je aangevraagde bedrag binnen de grenzen van je provincie valt (Noord-Holland vanaf € 125.000, Utrecht € 10.000 tot € 500.000).

Bij de aanvraag zelf

Je vult een begroting in met het Format begroting en betaalverzoeken (Excel). Hierin:

  • Geef je per kostenpost de projectdeelnemer, subsidiabele activiteit en kostentype op.
  • Kies je de berekeningsmethode: geen vereenvoudigde kostenoptie, VKO voor arbeidskosten, of VKO voor overige kosten (bij deze openstelling is alleen VKO voor arbeidskosten toegestaan).
  • Vraag je minder dan € 125.000 subsidie aan, dan koppel je je kosten aan deelprestaties: je geeft de activiteit, het jaar, het subsidiebedrag en de manier van verantwoording op.
  • Bij een samenwerkingsverband vul je ook de projectdeelnemers in, inclusief KVK-nummer en btw-nummer.

Je stuurt de begroting mee met je aanvraag; de gegevens neem je ook over in het aanvraagformulier in Mijn RVO.

Documenten tijdens de uitvoering (afhankelijk van je project)

  • Wilt u een wijziging doorgeven? Gebruik het Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies (PDF). Dit formulier bevat projectgegevens, een beschrijving van de wijziging, contactgegevens en een ondertekening door de aanvrager (naam, datum, handtekening). Stuur het naar plattelandsinterventies@rvo.nl met het aanvraagnummer (11-cijferige code, te vinden in de beslisbrief) in het onderwerp.
  • Duurt je project langer dan een jaar, of moet je volgens je beslisbrief tussentijds rapporteren? Gebruik het Format Voortgangsverslag (Word). Hierin beschrijf je de voortgang, afwijkingen, communicatieactiviteiten en een financieel overzicht (begrote versus gemaakte kosten), plus een bijlage met monitoringsvragen. Dit formulier vraagt geen aparte handtekening in het dossier, maar je stuurt het mee bij je deelbetaling of los via Mijn RVO.
  • Investeer je in materiële activa via een leverancier? Dan gebruik je de Opleveringsverklaring GLB-subsidies (PDF) bij levering. Deze bevat gegevens over het project, de leverancier en het geleverde product (merk, model/type, serienummer, leverdatum) en wordt ondertekend door zowel de leverancier als de begunstigde (jij, of je organisatie).
  • Heb je arbeidskosten gedeclareerd zonder VKO voor arbeidskosten? Dan gebruik je het Format urenregistratie GLB-subsidies (Excel) om de gewerkte uren per medewerker en dag vast te leggen. De medewerker die de uren maakt (opsteller) ondertekent, en apart ondertekent de leidinggevende of projectverantwoordelijke voor goedkeuring; dit moeten twee verschillende personen zijn. De ondertekening gebeurt binnen één maand na het maken van de uren.

Betaalverzoek (deelbetaling)

  • Onder € 125.000 verleend: je toont alleen aan welke deelprestaties je hebt gerealiseerd, op de manier die in je beslisbrief staat.
  • Vanaf € 125.000 verleend: je vult het Format begroting en betaalverzoeken verder aan (tabblad 7, 8 en 9) en voegt, bij arbeidskosten, het Format urenregistratie toe. Eventueel voeg je ook bewijsstukken toe: loonstroken, facturen, betaalbewijzen, bewijs van communicatieactiviteiten, vergunningen en aanbestedingsdocumenten.
  • In Noord-Holland kun je 2 keer per jaar een tussentijdse betaling aanvragen, in Utrecht meerdere keren per jaar.
  • Een deelbetaling is minimaal 25% van het verleende subsidiebedrag, of voor Noord-Holland minstens € 25.000, voor Utrecht minstens € 50.000.

Vaststelling (eindverantwoording)

Zodra je activiteiten zijn afgerond, dien je de eindverantwoording in met het Format Inhoudelijk en financieel eindverslag (Word). Hierin beschrijf je de uitvoering, de afronding van deelprestaties, investeringen (met foto's van gebruiksklare investeringen), communicatievoorwaarden en aanvullende verplichtingen uit je beslisbrief, plus het financieel overzicht en monitoringsvragen. Ook hier geldt: heb je subsidie voor arbeidskosten of vrijwilligersuren, dan voeg je het Format urenregistratie toe.

Uiterste termijnen voor afronding van je project (en dus voor de vaststellingsaanvraag): Noord-Holland uiterlijk 31 december 2028, Utrecht uiterlijk 2 jaar na de subsidieverlening en nooit later dan 30 juni 2028.

Alle formulieren en het beheren van je aanvraag (deelbetaling, voortgang, vaststelling) doe je via Mijn RVO, te bereiken via de knop "Uw aanvraag beheren".

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt alle binnengekomen aanvragen per provincie op de criteria effectiviteit, haalbaarheid, urgentie en efficiëntie. Hieruit volgt een rangschikking; de aanvragen met de meeste punten krijgen als eerste subsidie, totdat het provinciale budget op is.

Termijn

Heeft RVO je aanvraag compleet binnengekregen, dan ontvang je de beslissing binnen 22 weken na de sluitingsdatum van de openstelling.

Starten met uitvoering

Je kunt na het indienen van je aanvraag al starten met de uitvoering van je project. Doe je dat voordat je de beslisbrief hebt ontvangen, dan is dat op eigen risico: je krijgt alleen daadwerkelijk subsidie als de aanvraag wordt goedgekeurd.

Voorschot

Wordt je aanvraag goedgekeurd, dan ontvang je automatisch een voorschot van 50% van het subsidiebedrag.

Deelbetalingen

Tijdens de uitvoering kun je betaalverzoeken indienen voor gemaakte kosten of behaalde deelprestaties:

  • Noord-Holland: maximaal 2 keer per jaar, minimaal 25% van het verleende subsidiebedrag of minstens € 25.000.
  • Utrecht: meerdere keren per jaar mogelijk, minimaal 25% van het verleende subsidiebedrag of minstens € 50.000. RVO reageert binnen 13 weken op een betaalverzoek. Vóór de vaststelling wordt in totaal (voorschot plus deelbetalingen) maximaal 90% van het verleende subsidiebedrag uitgekeerd.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je houdt je aan de voorwaarden uit je beslisbrief.
  • Wijzigingen in je project meld je vooraf via het Formulier melding voor projecten NSP Plattelandsinterventies, voordat je ze uitvoert. Voer je een wijziging door vóór goedkeuring, dan is dat op eigen risico.
  • Duurt je project langer dan één jaar, dan stuur je een voortgangsverslag met het verplichte format; in de beslisbrief staat of en wanneer dit precies moet.
  • Kun je (een deel van) de activiteiten niet, niet op tijd of niet volledig uitvoeren of niet aan de verplichtingen voldoen, dan meld je dat direct schriftelijk aan RVO.
  • Ontving je ELFPO-steun, dan gelden communicatieverplichtingen (EU-logo, vermelding "Medegefinancierd door de Europese Unie", projectbeschrijving, provincielogo, en waar van toepassing een plaquette, digitaal beeldscherm of permanente plaat/bord, afhankelijk van de hoogte van je subsidie en het soort project).
  • Heeft je project met stikstofuitstoot te maken, dan regel je zelf tijdig een omgevingsvergunning.

Vaststelling

Zodra de activiteiten zijn afgerond, dien je de eindverantwoording in met het Format Inhoudelijk en financieel eindverslag. Je verantwoordt daarin dat de (deel)prestaties of meetbare resultaten zijn behaald; dit geldt tegelijk als (laatste) betaalverzoek. RVO beoordeelt of je aan de voorwaarden voldoet en berekent het definitieve subsidiebedrag. Voldoe je niet (helemaal) aan de voorwaarden, dan kan het subsidiebedrag lager worden vastgesteld.

Reactietermijn op de vaststellingsaanvraag: 22 weken, of 13 weken als je minder dan € 125.000 subsidie verleend kreeg.

Uitbetaling na vaststelling

In de vaststellingsbeschikking staat het definitieve subsidiebedrag. Heb je dat bedrag nog niet volledig ontvangen, dan betaalt RVO na de vaststellingsbrief het restant uit. Is het definitieve bedrag lager dan wat je al via voorschot en deelbetalingen kreeg, dan betaal je het verschil terug.

Uiterste einddatum voor je project (en daarmee voor de vaststelling): Noord-Holland 31 december 2028, Utrecht 2 jaar na subsidieverlening en nooit later dan 30 juni 2028.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 6 documenten bij deze regeling, waarvan er 3 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over GLB 2023-2027 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven provincie Utrecht. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gedeputeerde Staten van Utrecht. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.