Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie
Gemeente Leiden
Wat is de Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie?
Deze subsidie is voor kinderopvangorganisaties in Leiden die peuteropvang aanbieden, of een kinderdagopvang met VE-programma (voorschoolse educatie) willen starten of hebben. De subsidie helpt de kosten te dekken van peuteropvang en van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters, dus peuters die vanwege (risico op) een onderwijsachterstand op indicatie van de Jeugd Gezondheidszorg in aanmerking komen voor VE.
Je vraagt de subsidie jaarlijks aan, voor 15 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor je subsidie wilt. Dat doe je via het subsidieloket met eHerkenning niveau 2+ of hoger. Je levert daarbij onder meer een productomschrijving, organisatiebeschrijving, pedagogisch beleid, begroting en dekkingsplan aan. Binnen 13 weken krijg je een brief met de beslissing. Na afloop van de activiteiten leg je verantwoording af over de besteding van het geld.
Wie komt in aanmerking voor de Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie?
Je komt in aanmerking als je houder bent van een kinderopvanglocatie in Leiden die: - peuteropvang aanbiedt, met of zonder VE-programma, of - hele dagopvang aanbiedt met een VE-programma.
Harde eisen waar je op afvalt:
- De locatie staat niet geregistreerd in het LRK (Landelijk Register Kinderopvang): dan wordt subsidie geweigerd.
- De locatie of houder is bij de wettelijk verplichte GGD-inspectie niet met "voldoende" gewaardeerd: dan wordt subsidie geweigerd.
- De locatie ligt in een wijk waar volgens CBS-prognoses al voldoende VE-aanbod is: dan wordt subsidie geweigerd, en je aanvraag moet juist aantonen dat je locatie in een wijk ligt met voldoende te verwachten aanbod van VE-peuters.
- Je financiële middelen (inclusief de aangevraagde subsidie) worden onvoldoende geacht om de activiteiten uit te voeren.
- Je aanvraag is niet volledig: het Format Aanvraag moet zijn ingevuld en toegevoegd, anders wordt niet aan het beoordelingscriterium voldaan.
Let op wat je niet subsidiabel krijgt: kosten voor een VE-programma aan niet-doelgroeppeuters, en hele dagopvang voor kinderen zonder VE-indicatie vallen buiten deze regeling.
Ook gelden de algemene weigeringsgronden uit de ASV, bijvoorbeeld als je activiteiten niet aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van Leiden, als de subsidie niet past binnen het gemeentelijk beleid, of als je ook zonder subsidie voldoende middelen hebt om de kosten te dekken.
Verder telt mee bij de verdeling van het budget of je al eerder gemeentelijke subsidie voor peuteropvang of hele dagopvang hebt ontvangen: nieuwe aanvragers kunnen bij budgetschaarste achteraan komen te staan.
Waarvoor krijg je subsidie?
De subsidie is bedoeld voor: - peuteropvang voor kinderen die niet onder de kinderopvangtoeslag (KOT) vallen; - het VE-aanbod voor doelgroeppeuters in de peuteropvang; - het VE-aanbod voor doelgroeppeuters in de hele dagopvang.
Niet subsidiabel:
- kosten van een VE-programma aan niet-doelgroeppeuters;
- hele dagopvang voor kinderen zonder VE-indicatie.
De subsidie is opgebouwd uit meerdere onderdelen (zie ook "Hoeveel krijg je?"):
- een koptarief per uur over alle bezette peuteropvang-uren, ter overbrugging van het verschil tussen de kostprijs en het landelijk maximum uurtarief;
- een jaarlijks vastgesteld bedrag per doelgroeppeuter, voor hele dagopvang met VE én voor peuteropvang met VE;
- een tarief per doelgroeppeuter per jaar voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE, voor doelgroeppeuters die op 1 januari van het subsidiejaar zijn geplaatst;
- een tarief per VE-groep, ter dekking van de meerkosten van de VE-infrastructuur.
De exacte tarieven staan niet als concreet bedrag in dit dossier; ze worden jaarlijks door het college vastgesteld en geïndexeerd op basis van de SZW-index voor het landelijk maximum uurtarief.
Hoeveel subsidie krijg je?
De hoogte van je subsidie hangt af van het aantal (doelgroep)peuters en het aantal uren dat zij gebruikmaken van de opvang. De rekenregels per type peuter zijn: - reguliere peuter (ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag): maximaal 320 uur per jaar (bijvoorbeeld 8 uur per week x 40 weken) x het vastgestelde lokale uurtarief, minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over die uren; - doelgroeppeuter in de peuteropvang (ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag): 640 uur per jaar (bijvoorbeeld 16 uur per week x 40 weken) x het vastgestelde lokale uurtarief, minus de ouderbijdrage. De ouderbijdrage wordt over 320 uur per jaar in rekening gebracht; - doelgroeppeuter in de peuteropvang (ouders met recht op kinderopvangtoeslag): 320 uur per jaar x het vastgestelde lokale uurtarief. Ouders nemen aanvullend nog minstens 320 uur per jaar af waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen; - doelgroeppeuter in de hele dagopvang (ouders met recht op kinderopvangtoeslag): 320 uur per jaar x het landelijk maximum uurtarief voor hele dagopvang op die locatie. Ook hier nemen ouders aanvullend nog minstens 320 uur per jaar af waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen.
Daarnaast ontvang je een koptarief per uur over alle uren van (doelgroep)peuters in de peuteropvang, een bedrag per doelgroeppeuter voor de pedagogisch beleidsmedewerker VE, en een bedrag per VE-groep voor de VE-infrastructuur.
Is een peuter maar een deel van het jaar geplaatst, of is een VE-groep maar een deel van het jaar geopend? Dan wordt de subsidie naar rato van die periode berekend. Concrete euro- of eurocentbedragen voor de tarieven zelf staan niet in dit dossier: die stelt het college jaarlijks vast en worden geïndexeerd op basis van de SZW-index voor het landelijk maximum uurtarief.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 1 apr 2026 | 15 okt 2026 | - | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie?
Knock-outeisen: - de locatie staat geregistreerd in het LRK; - het Format Aanvraag is ingevuld en toegevoegd aan het digitale aanvraagformulier.
Wat je moet doen na toekenning
- voorrang geven aan doelgroeppeuters en aan peuters die in Leiden wonen bij plaatsing;
- de VNG-adviestabel hanteren voor de ouderbijdrage peuteropvang, en voor doelgroeppeuters in hele dagopvang niet meer vragen dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief;
- zelf de ouderbijdrage innen en het risico van niet-betalers dragen;
- inkomensverklaringen van ouders gebruiken om de ouderbijdrage te bepalen;
- een warme overdracht naar het primair onderwijs bieden voor doelgroeppeuters;
- deelnemen aan preventieve logopedie en samenwerken met de jeugdgezondheidszorg;
- vier keer per jaar (half april, half juli, half oktober, half januari) het Format Monitoring en Verantwoording aanleveren.
Deze twee punten zijn de expliciet genoemde beoordelingscriteria uit de regeling; er is geen weging of puntensysteem, het zijn ja/nee-voorwaarden.
Volgorde van toekenning bij schaars budget: volledige aanvragen worden eerst op volgorde van binnenkomst behandeld. Is het budget ontoereikend, dan geldt een rangorde:
- Houders die het voorgaande jaar al gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en/of hele dagopvang ontvingen, gaan voor op nieuwe aanvragers.
- Overschrijdt deze groep zelf het budget, dan wordt het aangevraagde peuteraantal vergeleken met het gemiddelde in oktober van het voorgaande jaar; blijft de gemeentelijke uitgave daarmee binnen budget, dan wordt de overschrijding naar rato gekort op houders die méér aanvroegen dan op basis van dat oktobercijfer gerechtvaardigd was.
- Nieuwe aanvragers worden onderling geprioriteerd op hun bijdrage aan spreiding van voorzieningen over de stad: de locatie met de grootste afstand tot vergelijkbaar gesubsidieerd aanbod krijgt voorrang. Bij gelijke afstand wordt het resterende budget naar rato van de aangevraagde bedragen verdeeld.
Hoe vraag je de Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie aan?
Je doorloopt deze stappen: 1. Log in het subsidieloket in met eHerkenning, minimaal niveau 2+. 2. Dien je aanvraag in vóór 15 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. 3. Lever de volgende documenten en gegevens aan: - een omschrijving van het product of de producten waarvoor je subsidie aanvraagt; - een omschrijving van de organisatie waarbinnen je dit uitwerkt; - het pedagogisch beleid van je kindercentrum; - een begroting met inkomsten en uitgaven, inclusief een opgave van elders aangevraagde of toegekende subsidies voor dezelfde activiteiten en de stand van zaken daarvan; - een dekkingsplan met overzicht van alle bijdragen die je bij andere partijen voor dezelfde producten hebt aangevraagd; - het jaarlijkse Format Aanvraag (Excelbestand) met een prognose van het gemiddeld aantal peuters per week, uitgesplitst naar reguliere/doelgroeppeuters en met/zonder recht op kinderopvangtoeslag; - de betreffende locatie(s) met LRK-nummer(s); - een prognose van de te factureren ouderbijdragen.
Het dossier noemt niet wie de documenten moet ondertekenen; alleen dat je ze via eHerkenning namens de houder indient.
Vraag je voor het eerst een jaarlijkse subsidie aan? Dan voeg je volgens de ASV ook de oprichtingsakte, statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Het college van burgemeester en wethouders beoordeelt je aanvraag en beslist uiterlijk op 31 december van het jaar waarin je de aanvraag indiende, in ieder geval binnen 13 weken na indiening ontvang je een brief met de beslissing.
Bij toekenning wordt de subsidie in zijn geheel bevoorschot: de uitbetaling vindt plaats op het moment van verlening. Het definitieve subsidiebedrag wordt pas na verantwoording vastgesteld.
Tijdens de looptijd lever je vier keer per jaar (half april, half juli, half oktober, half januari) het Format Monitoring en Verantwoording aan, ten behoeve van voortgangsgesprekken met de gemeente. Ook moet je op verzoek informatie verstrekken aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of andere aangewezen instanties, en beschik je over onderliggende peutergegevens (zoals ondertekend contract, NAW- en BSN-gegevens, inkomensgegevens en VE-indicatie) die je op verzoek beschikbaar stelt.
Na afloop van de activiteiten vraag je subsidievaststelling aan. Bij subsidies van meer dan € 5.000 tot € 200.000 doe je dit, voor een jaarlijkse subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, met een inhoudelijk en financieel verslag. Bij subsidies van meer dan € 100.000 tot € 200.000 kan het college een accountantscontrole vereisen. Bij subsidies van meer dan € 200.000 gelden dezelfde termijn en daarnaast een balans en een accountantsverklaring.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Subsidie Peuterspeelopvang en voorschoolse educatiegemeente.leiden.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gemeente Leiden. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.