Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)
RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
Ook bekend als Lbv-plus
Wat is de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)?
De Lbv-plus was een subsidie voor veehouders met varkens, melkvee, kippen, kalkoenen of vleeskalveren die willen stoppen met een locatie die veel stikstof neerslaat op een overbelast Natura 2000-gebied. De regeling viel onder de aanpak piekbelasting en was gericht op bedrijven met een stikstofvracht van 2500 mol of hoger op zo'n gebied binnen 25 kilometer van de locatie.
De regeling is gesloten voor aanvragen. Je kon aanvragen tussen 3 juli 2023 en 20 december 2024. Het subsidieplafond was € 1.820.000.000.
Met de Lbv-plus kreeg je een vergoeding voor het waardeverlies van je dierenverblijven (120% van de vastgestelde waarde per m²), voor het laten vervallen van je varkens-, pluimvee- of fosfaatrechten (100% van de marktwaarde) en voor de sloop en afvoer van dierenverblijven, mest- en voeropslagen (€ 45 per m² dierenverblijf).
Je vroeg de subsidie aan via Mijn RVO met eHerkenning. Na een positieve beslissing volgden meerdere stappen, waaronder het daadwerkelijk stoppen met de locatie, het slopen van de verblijven en het laten vervallen van de productierechten. RVO beoordeelde binnen 16 weken na een volledige aanvraag.
Je grond bleef gewoon je eigendom; je koos zelf of je die verkocht of anders ging gebruiken. Over de subsidie betaal je inkomsten- of vennootschapsbelasting, maar geen btw. Omdat het staatssteun is, maakt RVO gegevens over toegekende subsidies openbaar (naam, bedrag, datum, provincie, sector), binnen 6 maanden na vaststelling en minstens 10 jaar te vinden.
Ondernemers konden daarnaast gratis en vrijblijvend persoonlijke ondersteuning krijgen van een zaakbegeleider bij deze ingrijpende bedrijfskeuze.
Wie komt in aanmerking voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)?
De Lbv-plus was niet voor iedere veehouder. Je viel af als je niet aan alle onderstaande harde eisen voldeed.
Diersoort
Je hield varkens, melkvee, kippen, kalkoenen of vleeskalveren. Andere diersoorten (zoals geiten) vielen niet onder de regeling; die dieren mocht je overigens wel houden op een andere bedrijfslocatie waarmee je niet meedeed.
Stikstofdrempel
De stikstofvracht (stikstofneerslag) van je veehouderijlocatie op een overbelast Natura 2000-gebied binnen 25 kilometer moest 2500 mol of hoger zijn. Dit was de landelijke drempelwaarde voor de aanpak piekbelasting en de Lbv-plus. Je berekende dit zelf met de AERIUS Check, op basis van het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat je in 2021 (tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2022) op je locatie hield. Kon je aantonen dat 2021 niet representatief was, bijvoorbeeld door een ruiming, dan mocht je uitgaan van 2019 of 2020. Na je aanvraag controleerde RVO deze gegevens.
Geen lopende sluiting of afspraken
Je had nog geen andere afspraken over het sluiten van de locatie en was nog niet begonnen met sluiten.
Geen extern salderen
Je had geen stikstofruimte uit je vergunning beschikbaar gesteld aan een andere activiteit die natuurtoestemming nodig had (extern salderen).
Wettelijke eisen
Je hield je aan de wettelijke eisen voor het houden van een veehouderij.
5 jaar onafgebroken in gebruik
Je dierenverblijven, mest- en voeropslagen waren de afgelopen 5 jaar onafgebroken in gebruik. Korte leegstand, bijvoorbeeld tussen het afvoeren van een ronde dieren, was geen automatische afwijzingsgrond.
Eén regeling per locatie
Je kon per veehouderijlocatie maar voor één beëindigingsregeling subsidie krijgen: Lbv, Lbv-plus of Lbv kleinere sectoren. Combineren op dezelfde locatie met verschillende diersoorten was niet mogelijk. Deed je al mee met de Lbv-plus en wilde je voor dezelfde locatie ook de Lbv kleinere sectoren aanvragen, dan kon dat niet meer zodra je al aan het beëindigen was, omdat je dan niet meer voldeed aan de eis van 5 jaar onafgebroken gebruik.
Wat een veehouderijlocatie is
RVO keek naar de feitelijke situatie (onder meer UBN-registratie en vergunning) om te bepalen of iets één of meerdere locaties waren. Had je twee UBN's en één milieuvergunning, dan gold dit als één locatie: je moest dan alle veehouderijactiviteiten op die locatie beëindigen, niet slechts een deel.
Doorstartverbod
Na deelname mocht je op de locatie geen landbouwhuisdieren van de deelnemende diersoorten meer houden. Je moest alle betrokken dieren afvoeren. Hobbydieren mochten wel blijven, en dieren van niet-deelnemende soorten (zoals geiten) moest je wel afvoeren omdat je geen landbouwhuisdieren meer mocht houden, maar het dierenverblijf ervoor hoefde niet gesloopt te worden.
Geen ontheffing als uitweg
Had je een ontheffing voor sloop van je mestkelder of -silo? Dan moest je toch alle mest afvoeren; hierop was geen uitzondering mogelijk.
Wie hieraan niet voldeed, viel af, kreeg een negatieve beslissing, of moest zijn aanvraag intrekken.
Waarvoor krijg je subsidie?
De Lbv-plus vergoedde drie soorten kosten en waardeverlies die direct samenhangen met het sluiten van je veehouderijlocatie: het waardeverlies van je productiecapaciteit, het vervallen van je productierechten en de sloop- en afvoerkosten. Voor andere zaken, zoals omschakelen naar een andere bedrijfsactiviteit, kreeg je geen vergoeding.
1. Waardeverlies productiecapaciteit
Je kreeg een vergoeding voor het waardeverlies van dierenverblijven, inclusief mest- en voeropslagen en overige ruimtes zoals kantoor, kantine, voerkeuken of hygiënesluis. Voorwaarde: het verblijf werd gebruikt voor het houden van varkens, melkvee, kippen, kalkoenen of vleeskalveren.
- Rekenregel: aantal m² dierenverblijf x 120% van de vastgestelde waarde per m² (de gecorrigeerde vervangingswaarde).
- De vastgestelde waarde per m² hangt af van de leeftijd van het dierenverblijf in jaren en maanden. Het overzicht van deze vergoedingen per diercategorie staat in bijlage 3 van de regelingstekst.
- Gerekend wordt met de buitenmaten van het dierenverblijf.
- Een apart aangebouwde ruimte aan de stal telt niet mee.
- De oppervlakte van een (overdekte) uitloop telt niet mee.
- Mest- en voeropslagen zijn al verwerkt in de vergoeding per m²; hiervoor krijg je geen apart bedrag en je hoeft de oppervlakte hiervan niet apart door te geven.
- Een scharrelruimte (wintergarten) voor pluimvee telt mee als dierenverblijf, maar alleen als deze een geldig stalcertificaat heeft van een onafhankelijk certificeringsbureau.
- De leeftijd van het dierenverblijf wordt uiteindelijk bepaald op het moment dat je gestopt bent: dieren en mest zijn afgevoerd en productierechten zijn vervallen. Bij de aanvraag wordt eerst gerekend met de aanvraagdatum, waardoor het bedrag in de positieve beslissing later lager kan uitvallen.
- De waarde van een dierenverblijf daalt gemiddeld met € 10 per m² per jaar.
- Voor een gerenoveerde stal blijft de oorspronkelijke ingebruiknamedatum gelden; een nieuw aangebouwd gedeelte geldt als apart dierenverblijf met zijn eigen (latere) datum.
- Voor een stal ouder dan 40 jaar reken je met dezelfde waarde als een stal van 40 jaar oud.
2. Vervallen productierechten
Je krijgt een vergoeding voor het laten vervallen van je varkens-, pluimvee- of fosfaatrechten, gebaseerd op het gemiddeld aantal dieren dat je in 2021 op de locatie hield. Je krijgt 100% van de marktwaarde. De tarieven verschillen per rechtensoort en regio:
- Vervallen varkensrecht: Regio Zuid € 150, Regio Oost € 31, Regio overig € 27,50.
- Vervallen pluimveerecht: Regio Zuid € 10,75, Regio Oost € 19, Regio overig € 8,25.
- Vervallen fosfaatrecht: € 121 (landelijk, geen regioverschil genoemd).
Je moet minimaal 80% van je varkens- of pluimveerechten laten vervallen, of minimaal 95% van je fosfaatrechten. De regio (Oost, Zuid of overig) van je locatie bepaal je aan de hand van het overzicht gemeenten per concentratiegebied of via je Overzicht geregistreerde productierechten in Mijn dossier.
3. Sloop en afvoer van dierenverblijven, mest- en voeropslagen
Je krijgt € 45 per m² dierenverblijf voor het slopen en afvoeren van dierenverblijven en mest- en voeropslagen. Het gaat om alle productiecapaciteit waarvoor je een vergoeding krijgt voor waardeverlies (dus dierenverblijven voor melkvee, varkens, kippen, kalkoenen en vleeskalveren, met bijbehorende mest- en voeropslagen).
Een dierenverblijf waarvoor je geen vergoeding krijgt, hoef je niet te slopen. Dit zijn bijvoorbeeld verblijven die al lange tijd leegstaan, verblijven die jonger zijn dan 5 jaar op het moment van aanvragen, of verblijven waarin je dieren houdt die niet onder de regeling vallen (zoals geiten).
Wat niet vergoed wordt
- Kosten voor omschakelen naar een andere bedrijfsactiviteit (zoals akkerbouw) vallen buiten de regeling; de Lbv-plus is alleen voor het beëindigen van productiecapaciteit.
- M² van apart aangebouwde ruimtes aan de stal en overdekte uitlopen tellen niet mee bij de vergoeding voor waardeverlies.
- Sloopkosten die al via een andere regeling zijn vergoed (bijvoorbeeld een gemeentelijke of provinciale Rood voor Rood-regeling) kunnen bij de vaststelling uit de Lbv-plus-subsidie worden geschrapt, om dubbele vergoeding van dezelfde sloopkosten te voorkomen.
Er is een rekentool (Excel) waarmee je zelf een schatting van je subsidiebedrag kunt maken op basis van diersoort, regio, ingebruiknamedatum, geschatte einddatum en het aantal m² per dierenverblijf (uit je WOZ-beschikking). Aan deze schatting kun je geen rechten ontlenen.
Hoeveel subsidie krijg je?
Je subsidiebedrag was opgebouwd uit drie onderdelen, elk met een eigen tarief.
Waardeverlies productiecapaciteit: 120% van de vastgestelde waarde per m²
Je kreeg 120% van een vooraf vastgestelde vergoeding per m² dierenverblijf (de gecorrigeerde vervangingswaarde). De hoogte hiervan hangt af van de leeftijd van het verblijf in jaren en maanden; het overzicht per diercategorie staat in bijlage 3 van de regelingstekst. De waarde daalt gemiddeld met € 10 per m² per jaar. Omdat je leeftijd bij aanvraag nog niet definitief vaststaat (die wordt pas bepaald zodra je daadwerkelijk stopt), kan het uiteindelijke bedrag lager uitvallen dan het maximumbedrag dat in je positieve beslissing staat.
Vervallen productierechten: 100% van de marktwaarde
Voor het laten vervallen van minimaal 80% van je varkens- of pluimveerechten, of minimaal 95% van je fosfaatrechten, kreeg je 100% van de marktwaarde:
- Vervallen varkensrecht: € 150 (regio Zuid), € 31 (regio Oost), € 27,50 (regio overig)
- Vervallen pluimveerecht: € 10,75 (regio Zuid), € 19 (regio Oost), € 8,25 (regio overig)
- Vervallen fosfaatrecht: € 121
Sloop en afvoer: € 45 per m² dierenverblijf
Voor het slopen en afvoeren van dierenverblijven, mest- en voeropslagen kreeg je een vaste vergoeding van € 45 per m² dierenverblijf waarvoor je ook de vergoeding voor waardeverlies ontving.
Wanneer het bedrag omhoog of omlaag ging
- Omhoog: de 120%-opslag op het waardeverlies (in plaats van 100% bij de reguliere Lbv) en de aparte sloopvergoeding van € 45 per m² maakten de Lbv-plus voordeliger dan de gewone Lbv.
- Omlaag: hoe ouder het dierenverblijf op het moment van daadwerkelijk stoppen, hoe lager de vastgestelde waarde per m² (gemiddeld € 10 per m² per jaar minder). Voor verblijven ouder dan 40 jaar werd gerekend met de waarde van een stal van 40 jaar, dus die daalde niet verder. Ook kon het bedrag omlaag gaan als sloopkosten al via een andere regeling (zoals Rood voor Rood) vergoed waren; dat deel kon bij de vaststelling worden geschrapt om dubbele vergoeding te voorkomen.
Totaalbudget
Het subsidieplafond voor de Lbv-plus was € 1.820.000.000.
Let op: je betaalt inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over het ontvangen subsidiebedrag. Btw hoef je niet af te dragen. Met de rekentool (Excel) kun je zelf een schatting maken, maar daar kun je geen rechten aan ontlenen; het definitieve bedrag staat pas vast na afronding van je beëindiging.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2023-2024 | 3 jul 2023 | 20 dec 2024 | € 1,8 mrd | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)?
Hier val je op af
Wat je moet doen na toekenning
- Je betaalt inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over het ontvangen subsidiebedrag. Btw hoef je niet af te dragen.
Beoordeling
RVO controleert of je aan de bovenstaande voorwaarden voldoet, onder meer door de AERIUS-gegevens en je dieradministratie te toetsen na de aanvraag.
Wat je moet doen als je subsidie krijgt
Na een positieve beslissing moet je de locatie daadwerkelijk beëindigen. Concreet betekent dit:
- Je voert alle landbouwhuisdieren van de deelnemende diersoorten af van de locatie. Je mag er alleen nog hobbydieren houden. Dieren van niet-deelnemende soorten (bijvoorbeeld geiten naast vleeskalveren) moet je ook afvoeren, omdat je geen landbouwhuisdieren meer mag houden op de locatie; het dierenverblijf ervoor hoef je niet te slopen.
- Je voert alle mest af, ook als je een ontheffing had voor sloop van je mestkelder of -silo. Hierop is geen uitzondering mogelijk.
- Je laat minimaal 80% van je varkens- of pluimveerechten vervallen, of minimaal 95% van je fosfaatrechten, gebaseerd op je gemiddelde dieraantallen in 2021.
- Je sloopt en voert af: alle dierenverblijven en mest- en voeropslagen waarvoor je een vergoeding krijgt. Verblijven waarvoor je geen vergoeding krijgt (bijvoorbeeld al lang leegstaand, jonger dan 5 jaar bij aanvraag, of voor niet-deelnemende diersoorten) hoef je niet te slopen.
- Je mag pas weer mest aanvoeren als dat past bij een andere toegestane activiteit dan het houden van landbouwhuisdieren, volgens je vergunning en omgevingsplan.
- Doorstartverbod: je start niet opnieuw met de deelnemende diersoorten op deze locatie. Het verbod geldt alleen voor de diersoorten waarmee je meedeed; andere bedrijfslocaties zijn hierbij niet betrokken.
- Bij twee vergunningen op één UBN (gekoppeld bouwblok) moet je bij deelname beide vergunningen laten vervallen, ook als er aparte omgevingsvergunningen of meldingsverplichtingen per deel bestonden.
Wat blijft bij jou
Je grond blijft je eigendom; je bepaalt zelf of je die verkoopt of anders gebruikt (bijvoorbeeld via de Nationale Grondbank als je wilt verkopen).
Combinatie met andere regelingen
Een Rood voor Rood-regeling (ruimte voor ruimte) van gemeente of provincie mag je combineren met de Lbv-plus, zonder risico op terugvordering wegens ongeoorloofde staatssteun. Wel kan, als die regeling ook een sloopvergoeding biedt, bij de vaststelling het sloopdeel van de Lbv-plus-subsidie geschrapt worden om dubbele vergoeding te voorkomen.
Openbaarmaking
Omdat de Lbv-plus onder staatssteun valt, maakt RVO binnen 6 maanden na vaststelling van je subsidie de volgende gegevens openbaar: je naam, het subsidiebedrag, de datum van vaststelling, je provincie en de sector van je bedrijf. Deze gegevens blijven minstens 10 jaar beschikbaar en zijn terug te vinden bij de Resultaten steunverlening van de Europese Commissie onder zaaknummer SA.106559.
Hoe vraag je de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) aan?
De Lbv-plus was aan te vragen tussen 3 juli 2023, 09:00 uur en 20 december 2024, 23:59 uur. De regeling is nu gesloten voor nieuwe aanvragen.
Stap 1: Bereken je stikstofvracht met de AERIUS Check
Voordat je aanvraagt, bepaal je of je locatie onder de drempelwaarde van 2500 mol valt. Dit doe je zelf met de AERIUS Check. Daarbij geldt:
- Je vult alleen emissies in uit de sectorgroep Landbouw, sector Stalemissies.
- Het rekenjaar is 2023 (staat standaard goed ingevuld, Type: Referentie, Rekenjaar: 2023).
- Je gebruikt het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat je tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2022 op je locatie hield, per diercategorie (uit bijlage II van de Meststoffenwet). Bronnen hiervoor zijn bijvoorbeeld je veesaldokaart of diertelkaart; de Gecombineerde opgave is hiervoor niet geschikt als bijlage.
- Was 2021 niet representatief (bijvoorbeeld door een ruiming)? Dan mag je uitgaan van 2019 of 2020.
- Bij Weergave kies je Lbv-plus om te zien of je met een vinkje (boven de drempelwaarde) of een kruisje (onder de drempelwaarde) uitkomt.
Stap 2: Maak eventueel een schatting met de rekentool
Je kunt vooraf een indicatie van je subsidiebedrag maken met de Excel-rekentool "Rekentool subsidiebedrag inschatten Lbv en Lbv-plus". Hiervoor vul je in: het aantal productierechten dat je laat vervallen, de regio van je locatie (Oost, Zuid of overig, te bepalen via het overzicht gemeenten per concentratiegebied of je Overzicht geregistreerde productierechten), de datum van eerste ingebruikname per dierenverblijf, een geschatte einddatum en het aantal m² per dierenverblijf op basis van je WOZ-beschikking. Aan deze schatting kun je geen rechten ontlenen.
Stap 3: Doe je aanvraag
Je diende je aanvraag in via Mijn RVO met eHerkenning. Als bijlage stuurde je onder meer een kopie van je dieradministratie mee (bijvoorbeeld je veesaldokaart of diertelkaart), waarmee RVO na de aanvraag je opgegeven dieraantallen controleert.
Stap 4: Aanvraag aanvullen indien gevraagd
Vroeg RVO om extra informatie per brief, dan volgde je deze stappen:
- Log in op Mijn RVO met eHerkenning.
- Ga naar Mijn dossier, onderdeel Zaken.
- Kies je aanvraag voor de Lbv-plus.
- Kies Aanvraag openen > Aanvraag verlening aanvullen.
- Voeg op de pagina Bijlagen je extra bestanden toe (kies bestand, klik op Upload).
- Onderteken en verzend het formulier opnieuw.
Beoordeling en beslissing
Was je aanvraag volledig, dan kreeg je binnen 16 weken na je aanvraag een beslissing. Bij een positieve beslissing stond daarin het maximale subsidiebedrag dat je kon krijgen. Dit bedrag kon later nog lager uitvallen, omdat de definitieve leeftijd van je dierenverblijven (en dus de vergoeding per m²) pas wordt vastgesteld op het moment dat je daadwerkelijk stopt.
Na de positieve beslissing
Wel is duidelijk dat je daarna de locatie moet beëindigen: dieren en mest afvoeren, productierechten laten vervallen en de dierenverblijven slopen en afvoeren.
Aanvraag beheren
Je aanvraag volgde en beheerde je via Mijn RVO.
Vragen
Voor specifieke vragen over je aanvraag kon je bellen naar 088 042 42 42, of op andere manieren contact opnemen met RVO. Voor hulp bij de AERIUS Check was er de helpdesk van BIJ12 en een handleiding op de website Aanpak Stikstof.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Wie beoordeelt en hoe lang duurt het
RVO beoordeelt je aanvraag. Is je aanvraag volledig, dan krijg je binnen 16 weken na je aanvraag een beslissing. Bij een positieve beslissing staat daarin het maximale subsidiebedrag dat je kunt krijgen.
Waarom het bedrag nog kan wijzigen
Op het moment van je aanvraag staat nog niet vast wanneer je precies stopt met dieren en mest afvoeren en je productierechten laat vervallen. RVO rekent bij de aanvraag daarom eerst met de leeftijd van je dierenverblijven op de aanvraagdatum. Zodra je daadwerkelijk stopt, wordt de leeftijd definitief bepaald. Omdat de waarde van een dierenverblijf gemiddeld met € 10 per m² per jaar daalt, valt het uiteindelijke, definitieve subsidiebedrag in de praktijk lager uit dan het maximumbedrag uit de positieve beslissing.
Cijfers over de voortgang (peildatum 17 juli 2026)
Van de 910 ingediende Lbv-plus-aanvragen zijn 851 toegekend en 59 afgewezen. Van de toegekende aanvragen zijn 329 ingetrokken na een positieve beslissing, 520 ondertekende overeenkomsten zijn teruggekomen, 480 aanvragers hebben een 2e voorschot aangevraagd, 194 aanvragers hebben vaststelling aangevraagd en 153 aanvragen zijn vastgesteld. Dit geeft een indicatie van het proces: na een positieve beslissing tekent en retourneert je een overeenkomst, kun je voorschotten (waaronder een 2e voorschot) aanvragen, en vraag je na afronding de vaststelling aan.
Verplichtingen tijdens de looptijd
Na een positieve beslissing moet je:
- alle landbouwhuisdieren van de deelnemende diersoorten van de locatie afvoeren (hobbydieren mogen blijven);
- alle mest afvoeren, ook als je een ontheffing had voor sloop van je mestkelder of -silo;
- minimaal 80% van je varkens- of pluimveerechten, of minimaal 95% van je fosfaatrechten, laten vervallen;
- de dierenverblijven, mest- en voeropslagen waarvoor je een vergoeding ontvangt, slopen en afvoeren;
- je houden aan het doorstartverbod: geen nieuwe start met de deelnemende diersoorten op deze locatie;
- pas weer mest aanvoeren als dat volgens je vergunning en omgevingsplan is toegestaan voor een andere activiteit dan het houden van landbouwhuisdieren.
Belasting
Over het ontvangen subsidiebedrag betaal je inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Btw hoef je niet af te dragen.
Openbaarmaking na vaststelling
Binnen 6 maanden na vaststelling van je subsidie maakt RVO een aantal gegevens openbaar: je naam, het subsidiebedrag, de datum van vaststelling, je provincie en de sector van je bedrijf. Deze gegevens zijn minstens 10 jaar te vinden via de Resultaten steunverlening van de Europese Commissie, onder zaaknummer SA.106559.
Combinatie met andere regelingen
Een gemeentelijke of provinciale Rood voor Rood-regeling mag je combineren met de Lbv-plus. Biedt die regeling ook een sloopvergoeding, dan kan RVO bij de vaststelling het sloopdeel van je Lbv-plus-subsidie schrappen, om te voorkomen dat je twee keer wordt vergoed voor dezelfde sloopkosten.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
Veelgestelde vragen over de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)
Voor wie is de Lbv-plus bedoeld?
De Lbv-plus is voor landbouwbedrijven met varkens, melkvee, kippen, kalkoenen of vleeskalveren die vallen onder de aanpak piekbelasting. Je hebt mogelijk recht op subsidie als de stikstofneerslag van je veehouderijlocatie op een overbelast Natura 2000-gebied 2500 mol of hoger is.
Wat is de drempelwaarde voor de Lbv-plus?
De landelijke drempelwaarde voor de Lbv-plus is een stikstofvracht van minimaal 2500 mol op overbelaste Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van je bedrijfslocatie.
Aan welke voorwaarden moet ik voldoen om voor de Lbv-plus in aanmerking te komen?
Je bent veehouder van varkens, melkvee, kippen, kalkoenen of vleeskalveren, hebt geen andere afspraken over sluiting en nog geen begin gemaakt met sluiten, hebt geen stikstofruimte extern gesalgeerd, voldoet aan de drempelwaarde van 2500 mol, houdt je aan de wettelijke eisen voor het houden van een veehouderij en had je dierenverblijven, mest- en voeropslagen de afgelopen 5 jaar onafgebroken in gebruik.
Hoe bereken ik of mijn locatie onder de aanpak piekbelasting valt?
Je berekent dit met de AERIUS Check, waarbij je uitgaat van het gemiddelde aantal landbouwhuisdieren dat je in 2021 op je locatie hebt gehouden.
Hoe lang duurt het voordat ik een beslissing krijg op mijn aanvraag?
Als je aanvraag volledig is, krijg je de beslissing binnen 16 weken na je aanvraag.
Moet ik belasting betalen over de subsidie?
Ja, je betaalt inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over de subsidie. Je hoeft geen btw af te dragen over de subsidie.
Wat gebeurt er met mijn grond als ik meedoe aan de Lbv-plus?
Je grond blijft van jou. Je bepaalt zelf of je deze wilt verkopen of voor iets anders gaat gebruiken, bijvoorbeeld via de Nationale Grondbank.
Worden mijn gegevens openbaar gemaakt na toekenning van de subsidie?
Ja, omdat de Lbv-plus onder staatssteun valt, maken we binnen 6 maanden na vaststelling gegevens openbaar zoals je naam, subsidiebedrag, datum van vaststelling, provincie en sector. Deze gegevens blijven minstens 10 jaar beschikbaar.
Kan ik persoonlijke ondersteuning krijgen bij mijn beslissing?
Ja, je kunt vrijblijvend en kosteloos ondersteuning krijgen van een zaakbegeleider, naast de diensten van je eigen bedrijfsadviseur.
Waarvoor krijg ik subsidie bij de Lbv-plus?
Je krijgt subsidie voor waardeverlies van de productiecapaciteit (120% van de vastgestelde waarde per m²), vervallen varkens-, pluimvee- en fosfaatrechten, en sloop en afvoer van dierenverblijven, mest- en voeropslagen (€ 45 per m²).
Hoe wordt de vergoeding voor waardeverlies van productiecapaciteit berekend?
De vergoeding wordt berekend per dierenverblijf met de som: aantal m² dierenverblijf x 120% van de vergoeding per m². Hierbij gaan we uit van de buitenmaten van het dierenverblijf.
Hoeveel productierechten moet ik laten vervallen?
Je laat minimaal 80% van je varkens- of pluimveerechten of 95% van je fosfaatrechten vervallen, gebaseerd op het gemiddeld aantal dieren dat je in 2021 op de locatie hield. Je krijgt hiervoor 100% van de marktwaarde.
Hoe wordt de leeftijd van mijn dierenverblijf bepaald voor de vergoeding?
De leeftijd wordt bepaald op het moment dat je gestopt bent met je locatie, dus wanneer je dieren en mest hebt afgevoerd en productierechten hebt laten vervallen. Bij aanvraag wordt eerst gerekend met de aanvraagdatum, waardoor het uiteindelijke bedrag lager kan uitvallen. De waarde daalt gemiddeld met € 10 per m² per jaar.
Telt een aangebouwde ruimte mee voor de vergoeding?
Nee, een aparte ruimte die aan de stal is vastgebouwd telt niet mee voor de vergoeding.
Kan ik een vergoeding krijgen voor een scharrelruimte voor pluimvee?
Ja, als pluimveehouder mag je een scharrelruimte meerekenen als dierenverblijf, mits deze een geldig stalcertificaat heeft van een onafhankelijk certificeringsbureau.
Moet ik alle dierenverblijven op mijn locatie slopen?
Je moet alle productiecapaciteit slopen en afvoeren die je gebruikt voor melkvee, varkens, kippen, kalkoenen en bij de Lbv-plus ook vleeskalveren. Dierenverblijven waarvoor je geen vergoeding krijgt, zoals leegstaande verblijven, verblijven jonger dan 5 jaar of verblijven voor dieren die niet meedoen, mogen blijven staan.
Moet ik mijn mest afvoeren als ik een ontheffing heb voor sloop van mijn mestkelder of mestsilo?
Ja, je moet de mest wel afvoeren. Dit is een van de eisen bij het meedoen aan de Lbv en Lbv-plus, ook als je een ontheffing hebt voor de sloop van de mestkelder of mestsilo.
Kan ik de Lbv-plus combineren met een Rood voor Rood-regeling?
Ja, de Rood voor Rood-regeling kan gecombineerd worden met de Lbv-plus zonder risico op terugvordering wegens ongeoorloofde staatssteun. Wel kan er bij stapeling van sloopvergoedingen een correctie plaatsvinden bij de vaststelling, zodat je niet twee keer een vergoeding krijgt voor sloopkosten.
Mag ik al dieren afvoeren voordat ik een beslissing heb ontvangen?
Ja, het afvoeren van dieren kan onderdeel zijn van de normale bedrijfsvoering, maar dit is voor eigen risico. Wordt je aanvraag afgewezen of trek je deze in, dan zijn je dieren al weg.
Wat telt mee voor de oppervlakte van een dierenverblijf?
Je krijgt een vergoeding per m² dierenverblijf op basis van de buitenmaten. Andere ruimtes binnen het verblijf zoals kantoor, voerkeuken of hygiënesluis hoef je er niet af te halen, maar een aangebouwde aparte ruimte en de oppervlakte van een (overdekte) uitloop tellen niet mee.
Krijg ik een aparte vergoeding voor mest- en voeropslagen?
Nee, investeringen in mest- en voeropslagen zijn al meegerekend in de vooraf vastgestelde vergoeding per m². Je hoeft de oppervlakte hiervan dus niet apart door te geven.
Hoe bereken ik de vergoeding voor een gerenoveerde stal?
Een renovatie verandert de datum waarop je voor het eerst landbouwhuisdieren in de stal hield niet, dus je vult die oorspronkelijke datum in. Is er een nieuw gedeelte aangebouwd, dan vul je voor die m2 de datum in waarop je dat deel voor het eerst gebruikte, als apart dierenverblijf.
Hoe bereken ik het waardeverlies voor een stal die ouder is dan 40 jaar?
Hiervoor reken je met dezelfde waarde als een stal van 40 jaar oud.
Welk rekenjaar gebruik ik in de AERIUS Check?
Je gebruikt rekenjaar 2023. Bij het starten van de AERIUS Check staan de velden Type en Rekenjaar standaard op Referentie en 2023, en dit hoef je niet aan te passen.
Hoe bepaal ik mijn gemiddelde aantal gehouden landbouwhuisdieren van 2021?
Je kijkt naar het gemiddelde aantal dieren per diercategorie dat je tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2022 hebt gehouden, bijvoorbeeld af te leiden uit je veesaldokaart of diertelkaart. Bij een aanvraag stuur je een kopie van je dieradministratie mee, die na aanvraag wordt gecontroleerd.
Kan ik de Lbv-plus combineren met de Lbv kleinere sectoren op dezelfde locatie?
Nee, je kunt per veehouderijlocatie maar voor een van de beëindigingsregelingen subsidie krijgen. Doe je al mee met de Lbv-plus, dan kun je niet ook voor dezelfde locatie de Lbv kleinere sectoren aanvragen omdat je dan niet meer voldoet aan de voorwaarde van 5 jaar onafgebroken gebruik.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)rvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.