GeslotenFonds · Groningen · Subsidie

Fysieke investeringen - Groningen

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Fysieke investeringen - Groningen?

Fysieke investeringen - Groningen was een subsidie voor veehouders van varkens, vleeskalveren en pluimvee in de provincie Groningen die hun stallen wilden verduurzamen. Je kreeg een vergoeding voor investeringen in bijvoorbeeld varkensvriendelijke vloeren, buitenuitloop, daglichtvoorzieningen of energiebesparende maatregelen. Aanvragen is op dit moment niet mogelijk: je kunt hier dus geen nieuwe aanvraag meer indienen.

Deze verzamelpagina bundelde twee openstellingen: Fysieke Investeringen - Groningen 2017 en 2018. Beide waren gekoppeld aan een vaste investeringslijst met subsidiabele activiteiten en een puntensysteem per categorie, gebruikt om aanvragen te rangschikken als er meer aanvragen waren dan budget.

Aanvragen ging (destijds) via het webportal van SNN, met een verplicht format projectplan en de bijbehorende bijlagen. Beoordeling gebeurde door een adviescommissie, SNN en RVO, met als streven een besluit binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum.

Heb je in het verleden subsidie gekregen binnen deze regeling? Dan loopt je dossier nog via de aparte statussen "Aanvraag in behandeling", "Subsidie verleend" en "Voortgang en betaling". Tijdens de looptijd gelden verplichtingen zoals het vooraf melden van wijzigingen in het project en (in de meeste gevallen) jaarlijkse rapportage en betaalverzoeken. Voor nieuwe aanvragen is deze regeling niet meer te gebruiken.

Wie komt in aanmerking voor de Fysieke investeringen - Groningen?

Belangrijkste knock-out: Aanvragen is op dit moment niet meer mogelijk. Je komt dus sowieso niet meer in aanmerking voor een nieuwe aanvraag, ongeacht of je aan onderstaande voorwaarden voldoet. De onderstaande eisen golden voor wie destijds, binnen de openstellingsperiodes van 2017 en 2018, een aanvraag indiende.

Je bent actief in Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Voor de openstelling 2018 gold:

  • Je bedrijf is een veehouderijbedrijf voor varkens, vleeskalveren of pluimvee.
  • Je bent als zodanig geregistreerd bij RVO.
  • Je vraagt subsidie aan voor investeringen die geplaatst of gebruikt worden in de provincie Groningen.
  • Per landbouwbedrijf kon je onder dit besluit maar één keer subsidie krijgen.
  • Alleen investeringen die letterlijk op de investeringslijst (bijlage 1) staan, kwamen in aanmerking; andere verduurzamingsinvesteringen vielen af.
  • Kosten die je al had gemaakt vóórdat je de aanvraag indiende, kwamen niet in aanmerking.
  • Werd na beoordeling een subsidiebedrag berekend van minder dan € 10.000,00, dan kreeg je geen subsidie (dat betekende in de praktijk: investeringsaanvragen van minder dan € 25.000,00 hadden geen zin, gezien het subsidiepercentage van 40%).

Voor de openstelling 2017 golden vergelijkbare, maar net iets andere eisen:

  • Je bedrijf viel onder de definitie van "intensieve veehouderij": een agrarische bedrijfsvoering (zelfstandig of als neventak) gericht op het geheel of nagenoeg geheel in gebouwen houden van varkens, pluimvee, vleeskalveren, vleesstieren of pelsdieren, met als grenswaarde een buitenuitloop van maximaal 20% van het stalvloeroppervlak.
  • Biologisch gehouden dieren (volgens de geldende biologische regelgeving) vielen buiten deze definitie en dus buiten deze openstelling.
  • Ook hier: per landbouwbedrijf maar één keer subsidie, alleen investeringen van de vastgestelde lijst, geen kosten van vóór de aanvraag, en geen subsidie als het berekende bedrag onder € 20.000,00 uitkwam.

Wie afvalt:

  • Aanvragers die geen landbouwer/veehouder zijn in de zin van het openstellingsbesluit.
  • Bedrijven buiten de provincie Groningen, of investeringen die niet in Groningen geplaatst of gebruikt worden.
  • Bedrijven die al eerder onder dezelfde openstelling subsidie kregen.
  • Investeringen die niet op de investeringslijst staan, waaronder overkappingen voor voeder- of mestopslag, erfverharding, reguliere riolering, kuilplaten/sleufsilo's en waterzuiveringsinstallaties.
  • Aanvragen waarbij de berekende subsidie onder de ondergrens blijft (€ 10.000,00 in 2018, € 20.000,00 in 2017).
  • Aanvragen met alleen kosten die al vóór indiening zijn gemaakt.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidiabele kosten en activiteiten verschilden licht tussen de openstelling 2017 en 2018. In beide gevallen gold: alleen investeringen die letterlijk op de vastgestelde investeringslijst staan, komen in aanmerking, en de kosten moeten noodzakelijk en adequaat zijn in relatie tot het doel van de investering.

Kostensoorten (2018-besluit, artikel 5)

  • Kosten van bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken.
  • Kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties, tot maximaal de marktwaarde van de activa.
  • Geen subsidie voor kosten die al gemaakt zijn vóórdat de aanvraag is ingediend.

Kostensoorten (2017-besluit, artikel 5, iets ruimer)

  • Kosten van bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen.
  • Kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties, tot maximaal de marktwaarde van de activa.
  • Kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs.
  • Kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied.
  • Ook hier: geen subsidie voor voorbereidingskosten van vóór de aanvraag.

Investeringscategorieën waarvoor je (afhankelijk van het jaar) subsidie kon krijgen, elk met een eigen puntenscore voor de rangschikking

*2017-lijst (Bijlage 1, intensieve veehouderij):*

  • Varkensvriendelijke vloeren (6 punten): met concrete eisen aan vloeroppervlak per diersoort (bijvoorbeeld minimaal 1,30 m² per guste/dragende zeug, minimaal 2,25 m² per dragende zeug; 0,16 m² dichte vloer per gespeend big met minimaal 0,4 m² totaal beschikbaar; 0,40 m² dichte vloer per vleesvarken met minimaal 1 m² totaal).
  • Buitenuitloop (6 punten): met normen per diercategorie, bijvoorbeeld minimaal 1 m² per hen bij opfok legouderdieren, 4 m² per hen bij leghennen, 20% overdekte uitloop van staloppervlak bij vleeskuikens, 2,5 m² uitloop per kraamhok bij varkens.
  • Daglichtvoorzieningen in de stal (4 punten): minimaal 2,0% van het stalgrondoppervlak bij varkens, minimaal 3,0% bij vleeskuikens/leghennen en vleeskalveren, via stapsgewijs regelbaar of diffuus daglicht.
  • Watervoorzieningen (4 punten): onder meer automatisch spoelsysteem drinkwaterleiding, of bij leghennen/vleeskuikens minimaal 25% van de drinkvoorzieningen van een ander type.
  • Ruwvoerverstrekking vleeskalveren (6 punten): voermeng-/doseerwagen, geautomatiseerde ruwvoerverstrekking, menginrichting, troggen voor gescheiden verstrekking.
  • Groomborstels (2 punten): schuurborstels voor varkens en vleeskalveren, met minimale afmetingen/aantallen per diersoort.
  • Pad cooling (2 punten): systeem voor afkoeling van binnenkomende stallucht via waterverdamping.
  • Warmtewisselaar (2 punten): systeem voor temperatuurregeling op basis van lucht-lucht of medium-lucht.
  • Biobed of biofilter (2 punten): onderdelen en installatie voor luchtuitstootvermindering; de luchtwasser zelf is niet subsidiabel, alleen het filter.
  • Waterbeheervoorzieningen (4 punten): bijvoorbeeld waterdichte opvangputten voor perssap/percolatiewater, veegmachines voor het erf; nadrukkelijk niet subsidiabel zijn overkappingen voor voeder- of mestopslag, erfherinrichting, erfverharding, regulier hemelwatersysteem/riolering, kuilplaten/sleufsilo's en waterzuiveringsinstallaties.

*2018-lijst (Bijlage 1, veehouderijbedrijven varkens/vleeskalveren/pluimvee), met sterrensysteem (1, 2 of 3 sterren) en bijbehorende punten:*

  • Varkensvriendelijke vloeren voor gespeende biggen, verblijfsvloer vleesvarkens, mestscheidingsinstallaties (2 tot 10 punten afhankelijk van niveau).
  • Inrichting kraamhokken en hokinrichting/groepshuisvesting zeugen (2-4 punten).
  • Diervriendelijke vloeren en ruwvoerverstrekking voor vleeskalveren (2-8 punten).
  • Uitloop voor zeugen, vleesvarkens, biggen, legkippen, kalkoenen en vleeskuikens (4-10 punten, met exacte m²-normen per dier).
  • Daglichtvoorziening voor varkens, vleeskuikens/leghennen en vleeskalveren (5 punten), met minimaal 2,0% respectievelijk 3,0% van het stalgrondoppervlak.
  • Weidegang/uitlopen: investeringen in toegang tot vrije buitenuitloop zoals kavelpaden, tunnels en afrastering (6 punten).
  • Energiebesparing (2, 5 of 7 punten): afhankelijk van aantoonbare besparing van minimaal 10%, 25% of 50% ten opzichte van het huidige verbruik, aan te tonen met rendementsberekeningen.
  • Instrooisystemen (3 punten), schuurgelegenheid varkenshouderij (5 punten) en verrijkingsmateriaal (4 punten).

Voor beide jaren geldt dat bijbehorende installatiekosten subsidiabel zijn samen met de hoofdinvestering. Ga er niet vanuit dat BTW, uurtarieven voor eigen arbeid of overheadkosten subsidiabel zijn.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van de subsidie verschilt tussen de openstelling 2017 en 2018.

Openstelling 2018

  • De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.
  • De maximale hoogte van de subsidie is € 100.000,00 per aanvraag.
  • Wordt na beoordeling een subsidiebedrag berekend van minder dan € 10.000,00, dan wordt geen subsidie verstrekt.
  • Investeringsaanvragen moesten daarom minimaal € 25.000,00 bedragen om nog boven de ondergrens van € 10.000,00 subsidie uit te komen (40% van € 25.000,00 = € 10.000,00).
  • Het totale subsidieplafond voor deze openstelling was € 2.000.000,00, samengesteld uit € 1.000.000,00 Europese middelen (ELFPO) en € 1.000.000,00 provinciale middelen.
  • Werd het subsidieplafond overschreden door één aanvraag die net te groot was, of door meerdere gelijk gerangschikte aanvragen, dan konden Gedeputeerde Staten besluiten het plafond te verhogen met het bedrag dat nodig was om die aanvraag/aanvragen alsnog te subsidiëren.

Openstelling 2017

  • Voor 2017 is geen apart subsidiepercentage vastgelegd (in tegenstelling tot 2018, waar 40% expliciet wordt genoemd). Wel is een maximum en een ondergrens vastgelegd.
  • De maximale hoogte van een subsidie was € 100.000,00.
  • Werd na beoordeling een subsidiebedrag berekend van minder dan € 20.000,00, dan werd geen subsidie verstrekt.
  • Ook hier gold een subsidieplafond van € 2.000.000,00, samengesteld uit € 1.000.000,00 Europese middelen (ELFPO) en € 1.000.000,00 provinciale middelen.
  • Dezelfde mogelijkheid tot ophoging van het plafond bij overschrijding gold als bij 2018.

Belangrijk voor beide jaren

  • Er werd geen voorschot verstrekt (afwijking van de standaardregeling).
  • Rangschikking bij overtekening gebeurde op basis van de punten uit de investeringslijst: in 2018 op basis van de score van de gekozen investeringscategorie (bij meerdere investeringen: de hoogste score), in 2017 op basis van het gemiddelde van de aangevraagde investeringscategorieën. Dit betekent dat het niet puur op volgorde van binnenkomst ging, maar op kwaliteit/score van de investering, met als praktisch gevolg dat een hogere score een betere kans op subsidie binnen het plafond gaf.

Aanvragen is op dit moment niet mogelijk, waardoor deze bedragen niet meer van toepassing zijn op nieuwe aanvragen.

Wat zijn de voorwaarden van de Fysieke investeringen - Groningen?

Hier val je op af

Aanvragen is op dit moment niet mogelijk.
Voor de destijds geldende openstellingen gold: je bedrijf moest een veehouderijbedrijf zijn voor varkens, vleeskalveren of pluimvee (2018) respectievelijk een intensief veehouderijbedrijf conform de gehanteerde definitie (2017), geregistreerd bij RVO.
De investering moest geplaatst of gebruikt worden in de provincie Groningen.
De investering moest voorkomen op de vastgestelde investeringslijst; alles daarbuiten viel af.
Kosten van vóór de aanvraagdatum kwamen niet in aanmerking.
Per landbouwbedrijf kon maar één keer subsidie worden verkregen onder dezelfde openstelling.
Het berekende subsidiebedrag moest boven de ondergrens uitkomen (€ 10.000,00 in 2018, € 20.000,00 in 2017), anders werd niets uitgekeerd.
Aanvragen moesten worden ingediend met een volledig ingevuld, door SNN verstrekt format projectplan, inclusief de van toepassing zijnde bijlagen. Gebruik je niet het juiste format, dan is dat een risico voor je aanvraag.

Waarop wordt beoordeeld

  1. De regeling werkte niet op volgorde van binnenkomst maar op score. Voor de rangschikking gebruikten Gedeputeerde Staten de punten uit de investeringslijst in bijlage 1 bij het openstellingsbesluit:
  2. In 2018: de aanvraag werd gerangschikt op basis van de score van de gekozen investeringscategorie. Koos je meerdere investeringen binnen één aanvraag, dan telde de investering met de hoogste score.
  3. In 2017: de aanvraag werd gerangschikt op basis van het gemiddelde van de scores van alle aangevraagde investeringscategorieën.
  4. De scores per categorie liepen uiteen (voorbeelden 2017: varkensvriendelijke vloeren en buitenuitloop en ruwvoerverstrekking vleeskalveren elk 6 punten, daglichtvoorzieningen en watervoorzieningen en waterbeheervoorzieningen elk 4 punten, groomborstels/pad cooling/warmtewisselaar/biobed-biofilter elk 2 punten). Voor 2018 golden aparte scores per sterniveau (1, 2 of 3 sterren) binnen elke categorie, oplopend van 2 tot 10 punten, met specifieke fysieke eisen (m² per dier, percentage staloppervlak, etc.) per sterniveau.
  5. Bij een dreigende overschrijding van het subsidieplafond door één grote aanvraag of door meerdere gelijk gerangschikte aanvragen, konden Gedeputeerde Staten besluiten het plafond te verhogen om die aanvraag/aanvragen toch te subsidiëren.

Wat je moet doen na toekenning

VerplichtingWanneer
Beide openstellingsbesluiten wijken af van de standaardregeling: de subsidieontvanger was niet verplicht om binnen twee maanden na de subsidiebeschikking te starten met de uitvoering.binnen twee maanden na de subsidiebeschikking te sta
Beide besluiten wijken ook af op het punt van jaarlijkse voortgangsrapportage: die verplichting verviel in principe, al is in de praktijk soms toch een voortgangsverslag nodig; de verleningsbeschikking geeft aan wat voor jouw project geldt.jaarlijks
Voor 2017 gold specifiek: de projectduur mocht langer dan drie jaar zijn, maar het verzoek tot vaststelling van de subsidie moest uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingediend.uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingediend
Er werd geen voorschot verstrekt; je moest de kosten dus eerst zelf voorfinancieren.
Meld een wijziging in je project altijd vóórdat je ermee begint. SNN/Gedeputeerde Staten toetsen dan eerst of het aangepaste projectplan nog aan de voorwaarden voldoet, om financiële gevolgen achteraf te voorkomen.
Tijdens de projectperiode kun je (met eventuele uitzonderingen, afhankelijk van wat in je verleningsbeschikking staat) een betaalverzoek indienen voor gemaakte en betaalde kosten, en moet je in sommige gevallen jaarlijks rapporteren over de voortgang.jaarlijks
Na afronding van het project dien je een verzoek tot vaststelling in.

Wat je ná toekenning concreet moest doen (samengevat)

  • Bij subsidieverlening ontvang je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag en de uiterste einddatum van je project.
  • Gedurende de looptijd: eventuele wijzigingen vooraf melden, waar van toepassing jaarlijks rapporteren, en desgewenst tussentijdse betaalverzoeken indienen voor al gemaakte en betaalde kosten.
  • Bij afronding: een verzoek tot vaststelling indienen om de definitieve subsidie vast te laten stellen.</tekst> </invoke>

Hoe vraag je de Fysieke investeringen - Groningen aan?

Aanvragen is op dit moment niet mogelijk. Onderstaande stappen beschrijven hoe het proces destijds werkte, tijdens de openstellingsperiodes 2017 en 2018; ze zijn nu niet meer te doorlopen voor een nieuwe aanvraag.

Openstellingsperiodes

  • 2017: het tijdvak liep van 12 december 2016 tot en met 14 maart 2017.
  • 2018: het tijdvak liep van 1 maart 2018 vanaf 09.00 uur tot en met 1 mei 2018 tot 17.00 uur.

Stap 1: Aanvraag indienen via het webportal

  • De aanvraag moest worden ingediend bij Gedeputeerde Staten via het SNN, door middel van een speciaal ontwikkeld webportal. In de openstellingsbesluiten wordt hiervoor www.snn.eu/pop3 genoemd; de huidige vastgestelde weg voor deze regeling is https://www.pop3-webportal.nl/mijn/.
  • Verplicht document: een volledig ingevuld format projectplan. Dit format werd door SNN verstrekt en moest je verplicht gebruiken; een eigen opzet volstond niet.
  • Bij het projectplan moesten de van toepassing zijnde bijlagen worden meegestuurd. Kijk voor je eigen dossier naar wat destijds in de beschikking of het portal werd gevraagd.
  • Voor investeringen in daglichtvoorzieningen, energiebesparing en enkele andere categorieën gold dat je bepaalde zaken moest aantonen of aangeven bij de aanvraag, bijvoorbeeld: bij energiebesparingsmaatregelen moest je met rendementsberekeningen aantonen dat de vereiste besparing (10%, 25% of 50%, afhankelijk van het puntenniveau) haalbaar was. Bij instrooisystemen moest je aangeven in welke stallen en voor welke diersoorten de investering werd ingezet. Bij mestscheidingsinstallaties moest je aantonen dat de varkensvriendelijke vloer al aanwezig was of gerealiseerd zou worden.
  • Wil je een investering op een plattegrond onderbouwen (zoals bij toegang tot vrije buitenuitlopen), dan moest je aangeven waar deze investeringen zouden worden geplaatst.

Stap 2: Eén aanvraag per bedrijf, eventueel met meerdere investeringen

  • Per landbouwbedrijf kon je onder een openstelling maar één aanvraag met subsidie-effect indienen. Binnen die ene aanvraag mocht je wel meerdere investeringen tegelijk opvoeren, zolang het totaal boven de ondergrens (€ 10.000,00 in 2018, € 20.000,00 in 2017 aan berekende subsidie) en onder het maximum (€ 100.000,00) bleef.

Wat er in het huidige klantproces (voor lopende dossiers) nog gebeurt, volgens de subpagina

  • Ga je iets anders doen in je project dan aangevraagd? Dien dan eerst een wijzigingsverzoek in, vóórdat je met de uitvoering start. SNN toetst of het aangepaste plan nog aan de voorwaarden voldoet.
  • Voortgangsverslag indienen: op de daarvoor bestemde pagina van het loket, indien dit voor jouw project verplicht is (dit staat in je verleningsbeschikking).
  • Tussentijdse betaling aanvragen: mogelijk als je een deel van de kosten voor je project al hebt gemaakt en betaald.
  • Verzoek tot vaststelling indienen: na afronding van je POP3/POP3+ project.

Ga er niet zelf van uit dat deze documenten (het projectplan, wijzigingsverzoek, voortgangsverslag, betaalverzoek, vaststellingsverzoek) altijd door bijvoorbeeld de tekenbevoegde bestuurder moeten worden ondertekend, tenzij je eigen beschikking dat aangeeft.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Ook dit onderdeel beschrijft het proces zoals dat gold voor ingediende aanvragen; voor nieuwe aanvragen is de regeling gesloten.

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

  • De aanvraag werd beoordeeld door de adviescommissie, het SNN en RVO gezamenlijk.
  • Het streven was om binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum van de openstelling een besluit te nemen.
  • Over het besluit ontving je bericht per e-mail.

Rangschikking bij te veel aanvragen

  • Omdat er een subsidieplafond gold (€ 2.000.000,00 per openstelling), werden aanvragen bij overtekening gerangschikt op basis van de scores uit de investeringslijst (zie de sectie Voorwaarden voor de exacte werkwijze per jaar). Het ging dus niet op volgorde van binnenkomst, maar op de kwaliteit/score van de gekozen investering(en).
  • Bij een aanvraag die net over het resterende plafond heen ging, of bij gelijke score tussen aanvragen die samen het plafond overschreden, konden Gedeputeerde Staten besluiten het plafond te verhogen zodat die aanvraag/aanvragen alsnog gehonoreerd konden worden.

Na een positief besluit

  • Je ontving een verleningsbeschikking met daarin het maximale subsidiebedrag dat je kon ontvangen.
  • In de verleningsbeschikking stond ook de uiterste datum waarop het project afgerond moest zijn.
  • Er werd geen voorschot verstrekt: dit is een uitdrukkelijke afwijking van de standaardregeling in beide openstellingsbesluiten. Je moest de kosten dus zelf voorfinancieren.

Tijdens de projectperiode

  • Je moest (in de meeste gevallen) jaarlijks rapporteren over de voortgang van je project. Uitzonderingen zijn mogelijk; wat voor jouw project geldt, staat in je verleningsbeschikking.
  • Je kon een betaalverzoek (tussentijdse betaling) indienen voor de kosten die je al had gemaakt én betaald.
  • Wijzig je iets in de uitvoering ten opzichte van je oorspronkelijke projectplan? Dan moest je dit vooraf melden met een wijzigingsverzoek, en pas daarna met de aangepaste uitvoering starten. SNN toetste of het gewijzigde plan nog steeds aan de subsidievoorwaarden voldeed, om te voorkomen dat je achteraf financiële gevolgen (zoals terugvordering) zou ondervinden.
  • Voor 2018 was je (in afwijking van de standaardregeling) niet verplicht om binnen twee maanden na de beschikking te starten met de uitvoering; dit gold ook voor 2017.
  • Voor de 2017-openstelling gold een uiterste datum voor het vaststellingsverzoek: 31 december 2021, ook als je project langer dan drie jaar liep.

Afronding

  • Na afronding van je project diende je een verzoek tot vaststelling in. Hiermee wordt de subsidie definitief vastgesteld.
  • Raadpleeg voor de precieze stukken die je bij het vaststellingsverzoek moet aanleveren en wie dit moet ondertekenen je eigen verleningsbeschikking en de pagina "Verzoek tot vaststelling indienen".

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Fysieke investeringen - Groningen. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.