Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden
Provincie Overijssel
Wat is de Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden?
Deze subsidie is bedoeld voor Overijsselse gemeenten die willen nadenken over de toekomst van vrijkomende agrarische bebouwing, erven en de bijbehorende gronden. Je krijgt geld om samen met gebiedspartners bouwstenen en programma's te ontwikkelen voor de lange termijn, vanuit de zogeheten 3x3-aanpak.
Je kunt subsidie krijgen voor drie soorten activiteiten:
- A: het op gemeenteniveau ontwikkelen van een gemeentelijke bouwsteen.
- B: het ontwikkelen van een Intergemeentelijk VAB-programma (voor vrijkomende agrarische bebouwing), samen met minimaal 2 en maximaal 5 gemeenten.
- C: het ontwikkelen van een Intergemeentelijk Erftransformatie-programma, ook met 2 tot 5 samenwerkende gemeenten.
De subsidie vergoedt 100% van de kosten die in aanmerking komen, met een maximum dat verschilt per activiteit: € 30.000 voor activiteit A, tot € 187.500 voor activiteit B en tot € 262.500 voor activiteit C. Het totale budget voor 2025-2026 is € 1.640.250 en aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld totdat dit bedrag op is.
Voordat je kunt aanvragen, is een adviesgesprek met de provincie verplicht. Dat plan je door een e-mail te sturen naar het Overijssel Loket. Aanvragen zelf doe je digitaal, met eHerkenning (niveau EH3), via het aanvraagformulier op de loketpagina. Daarbij lever je onder meer een plan van aanpak en een begroting aan, met een verplicht begrotingsformat. Bij samenwerking tussen gemeenten komt daar een samenwerkingsovereenkomst of intentieverklaring bij.
Een gemeente kan deze subsidie maximaal 2 keer ontvangen.
Wie komt in aanmerking voor de Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden?
Deze regeling is alleen voor Overijsselse gemeenten. Andere partijen (ondernemers, agrariërs, stichtingen, samenwerkingsverbanden zonder gemeente als aanvrager of penvoerder) komen niet in aanmerking.
Knock-outeisen die voor alle activiteiten gelden:
- Je bent een gemeente in Overijssel.
- Er vindt vóór de aanvraag verplicht een adviesgesprek plaats met de provincie. Dit vraag je zelf aan per e-mail. Zonder dit gesprek kun je niet aanvragen.
- Je gemeente sluit aan bij het door de provincie geïnitieerde lerend netwerk (het vervolg op de gebiedsgerichte samenhangende aanpak voor herontwikkeling van VAB's), op gebiedsniveau en bij de daaraan gerelateerde activiteiten.
- Een deel van de subsidie wordt ingezet voor personeelskosten van de deelnemende gemeente(n), zodat de opgedane kennis binnen de organisatie blijft.
- Een gemeente kan maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze regeling. Vraag je een derde keer aan, dan val je af.
- Je hebt eHerkenning niveau EH3 nodig om digitaal aan te vragen. Zonder EH3 kun je het aanvraagformulier niet indienen.
- Het budget is leidend: aanvragen worden op volgorde van ontvangst van complete aanvragen behandeld totdat het subsidieplafond van € 1.640.250 is bereikt. Ben je te laat en is het plafond al bereikt, dan val je af, ook als je aanvraag verder voldoet.
Extra eisen als je aanvraagt voor activiteit B (Intergemeentelijk VAB-programma) of C (Intergemeentelijk Erftransformatie-programma):
- Je bent een individuele gemeente die optreedt als aanvrager of als penvoerder namens een samenwerkingsverband.
- Er werken minimaal 2 en maximaal 5 gemeenten samen. Werk je met 1 gemeente of met meer dan 5, dan voldoe je niet aan de eis.
- De samenwerkende gemeenten stellen een (externe) procesbegeleider aan.
- Het programma moet verplichte onderdelen bevatten (zie de sectie "Voorwaarden" voor de volledige lijst). Ontbreken deze onderdelen, dan is de aanvraag niet compleet.
Voor activiteit A (gemeentelijke bouwsteen) geldt dat je als één gemeente aanvraagt; hier is geen samenwerkingsverband vereist.
Waarvoor krijg je subsidie?
De regeling vergoedt de kosten die horen bij het ontwikkelen van een gemeentelijke bouwsteen (activiteit A), een Intergemeentelijk VAB-programma (activiteit B) of een Intergemeentelijk Erftransformatie-programma (activiteit C).
Wat je met het geld dekt, blijkt uit de verplichte onderdelen van elke activiteit:
Voor activiteit A (gemeentelijke bouwsteen):
- Kosten voor het integraal ontwikkelen van de bouwsteen op gemeenteniveau, zoals beschreven in de begripsbepaling van de regeling.
Voor activiteit B (Intergemeentelijk VAB-programma) komen kosten in aanmerking voor:
- Het (laten) uitvoeren van ontwerpend onderzoek, inclusief deelname aan provinciale ontwerpateliers.
- Het uitvoeren van een gebiedsanalyse, inclusief het toegankelijk in beeld brengen van data over de VAB-opgave.
- Het uitwerken van ontwikkelperspectieven voor kernrandzones en andere deelgebieden, inclusief het op kaart zetten daarvan.
- Het opstellen van een visie op sloop- en bouwlocaties.
- Het maken van een integrale visie die andere dossiers koppelt (wonen, werken, recreatie).
- Het opstellen van een kwalitatief afwegingskader op gebiedsniveau, met ruimte voor lokaal maatwerk op erfniveau.
- Het opstellen van een monitoring- en evaluatiekader, inclusief bijdrage aan de provinciale monitoringtool/het dashboard.
- Als je daarvoor ook subsidie aanvraagt: het opstellen van een spelregelkader.
- De inzet van een (externe) procesbegeleider, die de gemeenten verplicht moeten aanstellen.
- Een deel van de subsidie is expliciet bedoeld voor personeelskosten van de deelnemende gemeenten, zodat opgedane kennis binnen de organisatie blijft.
Voor activiteit C (Intergemeentelijk Erftransformatie-programma) komen vergelijkbare kosten in aanmerking, aangevuld met:
- Ontwerpend onderzoek en gebiedsanalyse specifiek gericht op erftransformaties.
- Ontwikkelperspectieven voor agrarische erven en bijbehorende gronden, met concepten voor duurzame erftransformaties zoals multifunctionele landbouw, nieuwe verdienmodellen en landgoederen.
- Uitspraken over ruimtelijke kwaliteitseisen en de weging daarvan op de niveaus gebied, bedrijf en grond, en erf en gebouw.
- Een kwalitatief afwegingskader op gebiedsniveau met ruimte voor lokaal maatwerk.
- Een monitoring- en evaluatiekader met bijdrage aan de provinciale tool.
- Eventueel een spelregelkader, als je daarvoor ook subsidie aanvraagt.
- De inzet van een (externe) procesbegeleider.
- Personeelskosten van de deelnemende gemeenten.
Belangrijk is dat de kosten aansluiten op de verplichte inhoud van het plan van aanpak en de begroting: je moet in de begroting en het dekkingsplan onderbouwen welke kosten je maakt, en daarvoor is het verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.
Hoeveel subsidie krijg je?
Je krijgt 100% van de subsidiabele kosten vergoed, tot een maximumbedrag dat afhangt van de activiteit waarvoor je aanvraagt.
Activiteit A (gemeentelijke bouwsteen, één gemeente):
- Maximaal € 30.000 per aanvraag.
Activiteit B (Intergemeentelijk VAB-programma):
- Maximaal € 187.500 in totaal.
- Opgebouwd uit maximaal € 20.000 per deelnemende gemeente.
- Plus € 17.500 extra per gemeente als het programma ook een spelregelkader bevat.
Activiteit C (Intergemeentelijk Erftransformatie-programma):
- Maximaal € 262.500 in totaal.
- Opgebouwd uit maximaal € 27.500 per deelnemende gemeente.
- Plus € 25.000 extra per gemeente als het programma ook een spelregelkader bevat.
Rekenvoorbeeld: bij 5 deelnemende gemeenten en een spelregelkader kan het bedrag voor activiteit B oplopen tot 5 x (€ 20.000 + € 17.500) = € 187.500, wat gelijk is aan het genoemde maximum. Bij minder gemeenten of zonder spelregelkader ligt het bedrag lager.
Een gemeente mag maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze regeling. Bij een tweede aanvraag geldt het maximum van de optelsom van de eerdere en de nieuwe aanvraag: dus het maximum van activiteit A plus activiteit B, of van activiteit A plus activiteit C.
Het totale budget voor 2025-2026 is € 1.640.250. Aanvragen worden op volgorde van ontvangst van complete aanvragen behandeld, totdat dit plafond bereikt is. Is het plafond bereikt, dan krijg je geen subsidie meer, ook al voldoet je aanvraag inhoudelijk.
Wat zijn de voorwaarden van de Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden?
Knock-outeisen (harde eisen waarop je afvalt als je er niet aan voldoet):
- Je bent een Overijsselse gemeente. Andere organisaties kunnen niet zelfstandig aanvragen.
- Je hebt vóór de aanvraag een verplicht adviesgesprek gehad met de provincie. Dit gesprek vraag je aan per e-mail; zonder gesprek kun je niet aanvragen.
- Je gemeente sluit aan bij het provinciale lerend netwerk (vervolg op de gebiedsgerichte samenhangende aanpak voor herontwikkeling van VAB's).
- Je hebt eHerkenning niveau EH3 om digitaal aan te vragen.
- Je gemeente heeft niet al 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze regeling.
- Voor activiteit B en C: je werkt samen met minimaal 2 en maximaal 5 gemeenten, en de samenwerkende gemeenten stellen een (externe) procesbegeleider aan.
- Je levert alle verplichte bijlagen aan; zonder complete bijlagen is je aanvraag niet compleet en wordt hij niet in behandeling genomen.
- Het subsidieplafond van € 1.640.250 mag nog niet bereikt zijn op het moment dat jouw complete aanvraag binnenkomt.
In plaats daarvan geldt "afhandeling in volgorde van ontvangst": complete aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld en gehonoreerd totdat het budget op is. Compleetheid is dus in de praktijk het enige beoordelingsmoment: is de aanvraag compleet (alle gevraagde bijlagen ontvangen), dan gaat ze in de rij mee. Ontbreken bijlagen, dan vraagt de provincie om aanvulling en telt de aanvraag pas als compleet vanaf het moment dat de aanvulling binnen is. Dat kan je plek in de wachtrij dus verschuiven: wie later compleet is, komt later aan de beurt, ook al was de eerste versie van de aanvraag eerder binnen.
Voor activiteit B en C geldt daarnaast dat het programma inhoudelijk een aantal verplichte onderdelen moet bevatten. Voor B zijn dat:
- Resultaten uit een ontwerpend onderzoek, waaronder deelname aan provinciale ontwerpateliers.
- Resultaten van een gebiedsanalyse met toegankelijk in beeld gebrachte data over de VAB-opgave.
- Uitgewerkte ontwikkelperspectieven voor kernrandzones en andere deelgebieden, op kaart, met onderscheid tussen generieke en gebiedsspecifieke opgaven.
- Een visie op sloop- en bouwlocaties.
- Een integrale visie met koppeling naar andere dossiers (wonen, werken, recreatie).
- Een kwalitatief afwegingskader op gebiedsniveau met ruimte voor lokaal maatwerk op erfniveau.
- Een monitoring- en evaluatiekader, met bijdrage aan de provinciale monitoringtool.
- Eventueel een spelregelkader, als je daarvoor ook subsidie aanvraagt.
Voor activiteit C gelden vergelijkbare onderdelen, aangevuld met ontwikkelperspectieven specifiek voor agrarische erven (waaronder multifunctionele landbouw, nieuwe verdienmodellen en landgoederen) en uitspraken over ruimtelijke kwaliteitseisen en de weging ervan op de niveaus gebied, bedrijf en grond, en erf en gebouw.
Deze onderdelen zijn geen los beoordelingscriterium met een cijfer of weging; ze zijn onderdeel van wat het plan van aanpak en het programma moeten bevatten om als complete, subsidiabele aanvraag te gelden.
- Je zet een deel van de subsidie in voor personeelskosten van de deelnemende gemeente(n), zodat opgedane kennis binnen de organisatie blijft.
- Je (gemeenten) blijft aangesloten bij het provinciale lerend netwerk, op gebiedsniveau en bij de gerelateerde activiteiten.
- Bij activiteit B en C moet je de deelnemende gemeenten laten samenwerken zoals beschreven, met de aangestelde procesbegeleider.
- Je moet de gemeentelijke bouwsteen of het programma uiteindelijk borgen in een instrument onder de Omgevingswet; hoe je dat doet, beschrijf je al in het plan van aanpak.
- Je geeft invulling aan participatie (wie, wat, hoe) zoals beschreven in je plan van aanpak.
- Je zorgt voor interbestuurlijke afstemming op de inhoud van het programma.
- Je draagt bij aan de provinciale monitoring, via het monitoring- en evaluatiekader en het genoemde dashboard.
Hoe vraag je de Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden aan?
De aanvraag verloopt in een aantal vaste stappen, met één belangrijk vooraf verplicht onderdeel: het adviesgesprek.
Stap 1: adviesgesprek aanvragen. Voordat je een aanvraag kunt indienen, plant de provincie eerst een adviesgesprek met jouw gemeente. Je vraagt dit gesprek zelf aan door een e-mail te sturen naar het Overijssel Loket. Zonder dit gesprek kun je niet doorstromen naar de digitale aanvraag.
Stap 2: bijlagen voorbereiden. Het loket raadt aan om de bijlagen eerst in te vullen en op te slaan, zodat je ze straks kunt uploaden in het aanvraagformulier. Verplichte bijlagen zijn:
- Een plan van aanpak. Hierin werk je uit: welke (externe) procesbegeleider je inzet, welke stappen je zet om de gevraagde onderdelen in te vullen (voor B en C conform artikel 4.39.3 lid 4 en 5, voor A conform de begripsbepaling van de gemeentelijke bouwsteen), de planning met een doorkijk naar bestuurlijke besluitvorming, hoe je de bouwsteen of het programma borgt in een instrument onder de Omgevingswet, hoe je participatie vormgeeft (wie, wat, hoe) en hoe interbestuurlijke afstemming plaatsvindt.
- Een begroting en dekkingsplan. Hiervoor is het verplicht het beschikbaar gestelde begrotingsformat "Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden" te gebruiken. Gebruik je een ander format, dan is je aanvraag niet compleet.
- Een ondertekende machtiging, alleen als je het aanvraagformulier invult als gemachtigde namens de gemeente. Hiervoor kun je het voorbeeld machtiging van het loket gebruiken. Deze machtiging wordt ondertekend door degene die je machtigt.
Alleen bij aanvraag voor activiteit B of C komt daar nog bij:
- Bij een formeel samenwerkingsverband: de samenwerkingsovereenkomst, met de onderlinge afspraken tussen de samenwerkende gemeenten. De inhoud hangt af van het type samenwerking; RVO biedt een voorbeeld samenwerkingsovereenkomst.
- Als er geen formeel samenwerkingsverband is: een intentieverklaring, ondertekend door alle deelnemende gemeenten, waarin zij verklaren samen te werken aan de realisatie van het programma.
Kun je de begroting of andere documenten niet openen, lezen of gebruiken, dan helpt het Overijssel Loket je verder.
Stap 3: digitaal aanvragen. Je vraagt de subsidie aan via het digitale aanvraagformulier op de loketpagina (loket.overijssel.nl). Hiervoor heb je eHerkenning niveau EH3 nodig. In het formulier upload je direct de hierboven genoemde bijlagen.
Stap 4: compleetheidstoets. De provincie controleert of je aanvraag compleet is, dat wil zeggen dat alle gevraagde bijlagen zijn ontvangen. Is dat niet het geval, dan vraagt de provincie om aanvulling. Stuur je bijlagen na, dan wordt je aanvraag pas in behandeling genomen op het moment dat de nagestuurde bijlagen binnen zijn. Omdat complete aanvragen voorgaan en direct in behandeling worden genomen, is het belangrijk om in één keer alles compleet aan te leveren: hoe eerder je compleet bent, hoe eerder je meetelt voor het beschikbare budget.
Let op de volgorde: aanvragen worden afgehandeld in volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond van € 1.640.250 is bereikt. Wachten met aanvullen kan dus betekenen dat het budget al op is voordat jouw aanvraag compleet is.
Dat betekent dat er geen jaarlijkse deadline is, maar dat het loket op ieder moment kan sluiten zodra het plafond is bereikt.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Na indiening toetst de provincie eerst of je aanvraag compleet is: zijn alle gevraagde bijlagen ontvangen? Is dat niet het geval, dan vraagt de provincie om aanvulling, en telt je aanvraag pas als compleet vanaf het moment dat de nagestuurde bijlagen binnen zijn. Complete aanvragen gaan voor en worden direct in behandeling genomen.
De behandeltermijn van je aanvraag is maximaal 13 weken.
Toekenning gebeurt niet op basis van een inhoudelijke vergelijking of ranking van aanvragen: de provincie verleent subsidies in volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het beschikbare budget (subsidieplafond € 1.640.250 voor 2025-2026) bereikt is. Is het plafond bereikt, dan worden latere aanvragen afgewezen, ook als ze inhoudelijk aan alle eisen voldoen.
Wel zijn er verplichtingen die tijdens de looptijd van het project gelden:
- Een deel van de subsidie wordt ingezet voor personeelskosten van de deelnemende gemeente(n), zodat de opgedane kennis binnen de gemeentelijke organisatie blijft. Dit is dus geen vrije besteding, maar een verplicht onderdeel van de uitvoering.
- De deelnemende gemeente(n) sluiten aan bij het door de provincie geïnitieerde lerend netwerk, op gebiedsniveau en bij de gerelateerde activiteiten. Dit is een doorlopende verplichting, niet iets wat je alleen bij de aanvraag regelt.
- Bij activiteit B en C werken de aangewezen procesbegeleider en de deelnemende gemeenten volgens het ingediende plan van aanpak samen aan de verplichte onderdelen van het programma (ontwerpend onderzoek, gebiedsanalyse, ontwikkelperspectieven, visies, afwegingskader, monitoring- en evaluatiekader, en eventueel het spelregelkader).
- Je draagt bij aan de provinciale monitoringtool of het dashboard, zoals opgenomen in het monitoring- en evaluatiekader.
- Je zorgt voor interbestuurlijke afstemming op de inhoud van het programma, zoals beschreven in je plan van aanpak.
Voor de bescherming van persoonsgegevens geldt dat de provincie de gegevens van de aanvrager en contactpersonen gebruikt om de aanvraag te beoordelen, te communiceren tijdens de behandeling, te controleren of de subsidie doelmatig en rechtmatig is verstrekt, managementrapportages te maken en evaluatie- en klanttevredenheidsonderzoek uit te voeren. Persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan wettelijk verplicht volgens de Archiefwet.
Voor details die niet in deze samenvatting staan, is dat de aangewezen bron.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en gronden. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Beleid transformatie agrarische bebouwing, erven en grondenoverijssel.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Overijssel. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.